• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Omdat echter de gelovigen deelnemen aan het eucharistisch offer, daarom bezitten zij nog niet de priesterlijke macht. Het is beslist nodig, dit aan uw kudden duidelijk voor te houden.

Er zijn er immers, eerbiedwaardige broeders, die in onze dagen weer naderen tot reeds vroeger veroordeelde dwalingen Vgl. Concilie van Trente, 23e Zitting - Leer over de heilige Wijding, Sessio XXIII - Doctrina de sacramento ordinis (15 juli 1563), 5 en die leren, dat in het Nieuwe Testament onder de naam van priesterschap alleen maar een priesterschap bedoeld is, wat slaat op alle gedoopten; dat het bevel door Jezus Christus in het laatste avondmaal gegeven om te doen, wat Hij zelf gedaan had, rechtstreeks slaat op heel de gemeente van de gelovigen, en dat daaruit eerst met verloop van tijd een hiërarchisch priesterschap is ontstaan. Zij houden derhalve, dat het volk een ware priesterlijke macht bezit en dat de priester slechts handelt uit kracht van een hem door de gemeente opgedragen ambt. Gevolglijk menen zij, dat het eucharistisch offer een ware "concelebratie" is en dat het beter is, dat de aanwezige priesters tezamen met het volk "concelebreren", dan dat zij privé het offer opdragen in afwezigheid van het volk.

Onnodig te zeggen, hoezeer dergelijke verleidelijke dwalingen in tegenspraak zijn met de waarheden, die wij boven reeds hebben vastgesteld, toen wij spraken over de rang, die de priester in het mystieke Lichaam van Jezus Christus inneemt. Wij menen echter hieraan te moeten herinneren: de priester neemt de plaats van het volk in, alleen maar omdat hij de persoon vertegenwoordigt van onze Heer Jezus Christus, voor zover deze het Hoofd is van alle ledematen en zichzelf voor hen offert. Hij gaat dus naar het altaar als bedienaar van Christus en staat beneden Hem maar boven het volk. Vgl. H. Robertus Bellarminus, De Missa. II, cap. 4. Het volk daarentegen vertegenwoordigt onder geen enkel opzicht de persoon van de goddelijke Verlosser en is geen middelaar tussen zichzelf en God, en kan dus op geen enkele wijze priesterlijke macht bezitten.

Dit alles staat vast met geloofszekerheid, doch daarnaast moet men zeggen, dat ook de gelovigen het goddelijk slachtoffer offeren, maar onder een ander opzicht.

Dat hebben reeds sommigen van onze voorgangers en van de kerkleraren zeer duidelijk verklaard. "Niet alleen de priesters offeren" - aldus Innocentius III, z.g. - "maar ook alle gelovigen, want wat in het bijzonder volbracht wordt door de bediening van de priester, dat geschiedt op algemene wijze door het verlangen van de gelovigen." Paus Innocentius III, De Sacro Altaris Mysterio. III,6 En het behaagt ons, ten minste één van de vele uitspraken van de H. Robertus Bellarminus betreffende dit punt aan te halen: "Het offer", zegt hij, "wordt op de eerste plaats opgedragen in de persoon van Christus. Daarom is de opdracht, die op de consecratie volgt, als het ware een betuiging, dat heel de Kerk instemt met de opoffering, door Christus gedaan, en dat zij tezamen met Hem het offer opdraagt." H. Robertus Bellarminus, De Missa. I, cap. 27

Ook de riten en gebeden van het eucharistisch offer geven met niet minder duidelijkheid te kennen, dat de aanbieding van het slachtoffer door de priesters gedaan wordt in vereniging met het volk. Niet alleen immers zegt de priester na de offerande van het brood en de wijn naar het volk gekeerd uitdrukkelijk: "Bidt broeders, opdat mijn en uw offerande welgevallig is aan God, de almachtige Vader" Misale Romanum, Ordo Missae, maar de gebeden, waardoor het goddelijk slachtoffer aan God wordt aangeboden, worden voor het grootste deel in het meervoud gezegd en in die gebeden wordt meer dan eens aangeduid, dat ook het volk aan dit verheven offer deelneemt, voor zover het dit ook aanbiedt. Zo wordt er bijvoorbeeld gezegd: "Voor wie wij U opdragen, of die U opdragen"; "Wij smeken U derhalve, Heer, dit offer van ons, Uw dienaren, en tevens van heel de gemeenschap van de Uwen genadig aan te nemen"; "Wij, Uw dienaren, doch tevens Uw geheiligd volk bieden aan Uw verheven Majesteit uit Uw giften en gaven een zuivere offerande, een heilige offerande, een onbevlekte offerande aan." Missale Romanum, Canon Missae

Het is ook geen wonder, dat de gelovigen tot zulk een waardigheid worden verheven. Door het bad van het Doopsel immers worden de Christenen op algemene titel in het mystieke Lichaam ledematen van Christus-priester en door het "merkteken", dat in hun ziel gedrukt wordt, bestemd voor de eredienst van God, en zo delen zij overeenkomstig hun staat in het priesterschap van Christus zelf.

Document

Naam: MEDIATOR DEI ET HOMINUM
Over de Heilige Liturgie
Soort: Paus Pius XII - Encycliek
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 20 november 1947
Copyrights: © 1961, Ecclesia Docens 0156, uitg Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: F.A.J. van Nimwegen CssR
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam