• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
1. Het is door Christus ingesteld als een waar offer, van het kruisoffer onderscheiden niet vanwege het slachtoffer en de eerste offeraar, maar door de wijze van offeren.

De hoofdzaak en als het ware het middelpunt van de christelijke godsdienst is het mysterie van de heilige Eucharistie, die door de hogepriester Christus weleer is ingesteld en krachtens Zijn gebod door Zijn bedienaren al de eeuwen door in de Kerk wordt vernieuwd. Het is het hoogtepunt van de heilige Liturgie en daarom achten wij het nuttig, er wat bij stil te blijven staan en uw aandacht, eerbiedwaardige broeders, op dat zeer belangrijk onderwerp te vestigen.

Christus de Heer, "priester in eeuwigheid naar de wijze van Melchisedech" (Ps. 109, 4), "had de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad". (Joh. 13, 1) Nu wilde Hij aan Zijn geliefde Bruid, de Kerk, een zichtbaar offer nalaten, gelijk de natuur van de mens dit vordert. Daardoor moest het bloedige offer, éénmaal slechts op het kruis te voltrekken, worden voorgesteld; moest de herinnering er aan tot het einde van de wereld blijven voortduren en moest de heilzame kracht er van worden toegepast tot vergiffenis van de zonden, die dagelijks door ons bedreven worden. "En daarom heeft Hij in het laatste avondmaal, in de nacht, waarin Hij werd overgeleverd, Zijn lichaam en bloed onder de gedaanten van brood en wijn aan God de Vader opgedragen en onder dezelfde gedaanten ter nuttiging gegeven aan de apostelen, die Hij toen tot priesters maakte van het Nieuwe Verbond, en aan hen en hun opvolgers in het priesterschap het bevel gegeven, dit offer op te dragen." Concilie van Trente, 22e Zitting - Over het allerheiligst Misoffer, Sessio XXII - Doctrina de sanctissimo Missae sacrificio (17 sept 1562), 2-5

Het verheven offer van het altaar is dus niet een loutere herinnering zonder meer aan het lijden en de dood van Jezus Christus, maar een werkelijk en eigenlijk offer, waarin de Hogepriester door een onbloedige offering hetzelfde doet, wat Hij eenmaal deed op het kruis, door Zich zelf aan de eeuwige Vader op te dragen als een zeer welgevallig slachtoffer. "Het is één en hetzelfde slachtoffer, het is dezelfde die zich nu offert door de bediening van de priesters, als die zich toen op het kruis offerde; alleen de wijze van offeren verschilt." Concilie van Trente, 22e Zitting - Over het allerheiligst Misoffer, Sessio XXII - Doctrina de sanctissimo Missae sacrificio (17 sept 1562), 6

Dezelfde priester dus: Christus Jezus, wiens heilige persoon vertegenwoordigd wordt door Zijn bedie­naar. Deze is immers, door het ontvangen van de priesterwijding, aan de Hogepriester gelijk gemaakt, en heeft de macht te handelen in de kracht en in de persoon van Christus zelf. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. III q. 22, a. 4 Door zijn priesterlijke handeling dus "leent hij" als het ware aan Christus "zijn tong en reikt hij Hem zijn hand". H. Johannes Chrysostomos, Preek over het Evangelie volgens Johannes, In Joannem Homilia. 86, 4

Hetzelfde slachtoffer ook, namelijk de goddelijke Verlosser volgens Zijn menselijke natuur en in de werkelijkheid van Zijn lichaam en bloed. De wijze echter, waarop Christus geofferd wordt, is verschillend. Op het kruis immers offerde Hij geheel zichzelf en Zijn lijden aan God; de opoffering van het slachtoffer werd voltrokken door middel van een bloedige dood, vrijwillig ondergaan. Op het altaar daarentegen "heeft", wegens de verheerlijkte staat van Zijn menselijke natuur, "de dood geen heerschappij meer over Hem" (Rom. 6, 9) en daarom is het storten van het bloed niet mogelijk. Maar krachtens een plan van de goddelijke wijsheid wordt de opoffering van onze Verlosser door uitwendige tekenen, die symbolen zijn van de dood, op bewonderenswaardige wijze zichtbaar gemaakt. Immers door de "transsubstantiatie" (zelfstandigheidsverandering) van het brood in het lichaam en van de wijn in het bloed van Christus is zowel Zijn lichaam werkelijk tegenwoordig als ook Zijn bloed, maar de eucharistische gedaanten, waaronder Hij tegenwoordig is, symboliseren de bloedige scheiding van het lichaam en het bloed. Aldus wordt de uitbeelding ter gedachtenis van Zijn dood, die op Calvarië werkelijk plaats had, in elk offer van het altaar herhaald, want door middel van de gescheiden gedaanten wordt betekend en getoond, dat Christus is in staat van slachtoffer.

1. Theologische grondslag.
Het ideaal van het christelijk leven bestaat in een zeer nauwe en voortdurende vereniging van een ieder met God. Daarom wordt de eredienst, die de Kerk aan de eeuwige God brengt en die vooral steunt op het eucharistisch offer en het gebruik van de sacramenten, zo geregeld en samengesteld, dat hij, door middel van het goddelijk officie, de uren van de dag, de weken en heel de loop van het jaar omvat en alle tijden en de verschillende omstandigheden van het menselijk leven raakt.
De goddelijke Meester heeft bevolen: "Men moet altijd bidden en het niet opgeven." (Lc. 18, 1) In trouwe gehoorzaamheid aan deze vermaning houdt de Kerk dan ook nooit op te bidden en spoort zij ons aan met de woorden van de Apostel van de heidenen: "Laten wij door Hem (Jezus) een altijddurend offer van lof brengen aan God." (Hebr. 13, 15)
2. Historische ontwikkeling.
Het publiek en collectief gebed, door allen tezamen tot God gericht, had in de oudste tijd alleen plaats op bepaalde dagen en bepaalde uren. Men bad echter niet alleen in openbare bijeenkomsten, maar ook in de particuliere huizen en soms tezamen met buren en vrienden. Spoedig echter werd het in verscheiden delen van de christelijke wereld gewoonte, bijzondere tijden voor het gebed te bestemmen, zoals bijvoorbeeld het laatste uur van de dag, als de avond valt en het licht wordt aangestoken, of het eerste uur, als de nacht ten einde gaat, namelijk na het hanengekraai en tegen het opgaan van de zon. Andere ogenblikken van de dag worden als meer geschikt voor het bidden aangegeven in de Heilige Schrift of volgens de traditionele gewoonte van de Hebreeën en het gebruik van het dagelijks leven. Volgens de Handelingen van de apostelen waren de leerlingen van Jezus Christus tezamen in gebed op het derde uur, toen "allen vervuld werden met de Heilige Geest". Vgl. Hand. 2, 1-15 De Prins der apostelen begaf zich, alvorens voedsel te gebruiken, "naar het dakterras om te bidden tegen het zesde uur". (Hand. 10, 9) Verder, Petrus en Johannes "gingen op naar de tempel tegen het negende uur, het uur van het gebed" (Hand. 3, 1) en "Paulus en Silas waren te middernacht aan het bidden en zongen de lof van God". (Hand. 16, 25)
Deze verschillende gebeden worden, vooral op initiatief en door toedoen van de monniken en asceten, met verloop van tijd dagelijks meer vervolmaakt en langzamerhand door het gezag van de Kerk in het liturgisch gebruik opgenomen.
3. Het goddelijk officie is het gebed van het mystiek Lichaam, van Lichaam en Hoofd
Wat wij "het goddelijk officie" noemen is dus het gebed van het mystieke Lichaam van Jezus Christus. Het wordt in naam van alle christenen en ten bate van hen tot God gericht, want het wordt verricht door de priesters en de andere bedienaren van de Kerk en door de leden van de religieuze orden, die daartoe door de bepaling van de Kerk zelf zijn afgevaardigd.

Document

Naam: MEDIATOR DEI ET HOMINUM
Over de Heilige Liturgie
Soort: Paus Pius XII - Encycliek
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 20 november 1947
Copyrights: © 1961, Ecclesia Docens 0156, uitg Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: F.A.J. van Nimwegen CssR
Bewerkt: 14 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam