• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TIJDENS DE EUCHARISTIEVIERING OP HET PILSUDZKI-PLEIN, WARSCHAU

Geloofd zij Jezus Christus!

Dierbare broeders en zusters in Jezus Christus onze Heer, “ik wil samen met u een lofzang zingen voor de goddelijke voorzienigheid, die maakt dat ik hier als pelgrim kan zijn”. Met deze woorden begon mijn geliefde voorganger, paus Johannes Paulus II, 27 jaar geleden zijn homilie in Warschau. H. Paus Johannes Paulus II, Homilie, Op het Plein van de Overwinning in Warschau, Men kan Christus niet buiten de geschiedenis van de mens sluiten (2 juni 1979) Ik neem die woorden over en dank de Heer die gemaakt heeft dat ik hier vandaag op dit historische plein kan zijn. Aan de vooravond van Pinksteren bad paus Johannes Paulus II hier de belangrijke woorden: “Laat uw Geest neerdalen en vernieuw het aangezicht van de aarde.” En daar voegde hij aan toe: “Van dit land.” H. Paus Johannes Paulus II, Homilie, Op het Plein van de Overwinning in Warschau, Men kan Christus niet buiten de geschiedenis van de mens sluiten (2 juni 1979), 5 Op deze zelfde plaats werd met een plechtige uitvaartceremonie afscheid genomen van de grote primaat van Polen, kardinaal Stefan Wyszynski, wiens vijfentwintigste sterfdag we dezer dagen gedenken.

God heeft deze twee mannen niet alleen verenigd door hetzelfde geloof, dezelfde hoop en dezelfde liefde, maar ook door dezelfde wendingen van het menselijk lot, waardoor zij beiden zo sterk verbonden zijn geraakt met de geschiedenis van dit volk en de Kerk die in haar midden leeft. Aan het begin van zijn pontificaat schreef paus Johannes Paulus II aan kardinaal Wyszynski: “Deze Poolse paus zou nu niet de Stoel van Petrus bekleden en een nieuw pontificaat aanvangen, vervuld van de vrees Gods, maar tegelijkertijd vol vertrouwen, als hij niet getuige was geweest van uw geloof, dat niet boog voor gevangenschap en lijden, van uw heldhaftige hoop en uw onvoorwaardelijke vertrouwen in de Moeder van de Kerk; als Jasna Góra er niet was geweest en de hele periode van de geschiedenis van de Kerk in ons vaderland, die verbonden is met uw ambt als bisschop en primaat.” H. Paus Johannes Paulus II, Brief, Brief aan het Poolse volk (23 okt 1978) We kunnen niet anders dan God danken voor alles wat er tijdens het pontificaat van Johannes Paulus II bereikt is in uw land en in de wereld. Er hebben zich voor onze ogen veranderingen voltrokken in complete politieke, economische en sociale systemen. In verschillende landen hebben volken hun vrijheid en het besef van hun waardigheid herwonnen: “Laten wij nooit vergeten wat God gedaan heeft” Vgl. Ps. 78, 7 . Ik dank ook u voor uw aanwezigheid en uw gebeden. Ik dank de kardinaal-primaat voor de woorden die hij tot mij heeft gesproken. Ik groet alle bisschoppen die hier aanwezig zijn. Ik ben blij dat de president en vertegenwoordigers van de nationale en plaatselijke overheid hier aanwezig konden zijn. En met heel mijn hart omhels ik het gehele Poolse volk, hier thuis en in het buitenland.
“Weest standvastig in het geloof!” We hebben zojuist de woorden van Jezus gehoord: “Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere Helper geven om voor altijd bij u te blijven: de Geest van de waarheid” (Joh. 14, 15-17a). Met deze woorden wijst Jezus op het nauwe verband dat er bestaat tussen het geloof en het getuigen van de goddelijke waarheid, tussen het geloof en het in liefde aan Jezus Christus toegewijd zijn, tussen het geloof en de praktijk van een leven dat geïnspireerd is door de geboden. Deze drie dimensies van het geloof zijn alle de vrucht van de werking van de heilige Geest. Die werking manifesteert zich als een innerlijke kracht die de harten van de leerlingen in harmonie brengt met het hart van Christus en hen in staat stelt om hun broeders lief te hebben zoals Hij hen heeft liefgehad. Zo is het geloof een geschenk, maar tegelijkertijd ook een opdracht.
“Hij zal u een andere Helper geven – de Geest van de waarheid.” Het geloof, als kennis en getuigenis van de waarheid over God en mens “ontstaat door de prediking, en de prediking geschiedt in opdracht van Christus”, zoals Paulus zegt (Rom. 10, 17). Door de hele geschiedenis van de Kerk hebben de apostelen het Woord van Christus gepredikt en ervoor gezorgd dat zij het onaangetast overdroegen aan hun opvolgers, die het op hun beurt weer hebben overgebracht aan volgende generaties, tot op de dag vandaag. Vele predikers van het evangelie hebben hun leven gegeven vanuit hun trouw aan de waarheid van het Woord van Christus. En zo is uit de zorg voor de waarheid de kerkelijke traditie ontstaan. Net als in vroeger eeuwen zijn er ook nu mensen of groeperingen die door verwaarlozing van deze eeuwenoude traditie het Woord van Christus vervalsen en het evangelie willen ontdoen van waarheden die in hun ogen de moderne mens onwelgevallig zijn. Zij proberen de indruk te wekken dat alles betrekkelijk is: ook de geloofswaarheden zouden afhankelijk zijn van de historische situatie en het menselijk oordeel. Toch kan de Kerk de Geest van de waarheid niet tot zwijgen brengen. De opvolgers van de apostelen zijn, samen met de paus, verantwoordelijk voor de waarheid van het evangelie en alle christenen zijn geroepen om in deze verantwoordelijkheid te delen daar zij de gezaghebbende aanwijzingen daarvan aanvaarden. Iedere christen zal zijn eigen overtuigingen voortdurend moeten toetsen aan het onderricht van het evangelie en de kerkelijke traditie om zo trouw te blijven aan het Woord van Christus, zelfs wanneer dat veeleisend is en, menselijk gezien, moeilijk te begrijpen. Wij moeten niet toegeven aan de verleiding van relativisme of van een subjectivistische en selectieve interpretatie van de heilige Schrift. Alleen de gehele waarheid kan ons openstellen voor het werkelijk volgen van Christus, die voor ons heil gestorven en verrezen is.
Want Christus zegt: “Als gij Mij liefhebt ...” Het geloof houdt niet slechts in dat je een aantal abstracte waarheden over de mysteriën omtrent God, mens, leven en dood, en de toekomst aanvaardt. Het geloof bestaat in een innerlijke relatie met Christus, een relatie die is gebaseerd op de liefde van Hem die ons het eerste heeft liefgehad Vgl. 1 Joh. 4, 11 , zozeer zelfs dat Hij zich volledig voor ons heeft geofferd. “God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor, dat Christus voor ons is gestorven, toen wij nog zondaars waren” (Rom. 5, 8). Hoe kunnen wij anders reageren op een liefde die zo alomvattend is, dan door ons hart open te stellen en zelf ook tot liefde bereid te zijn? Maar wat betekent het om Christus lief te hebben? Dat betekent Hem vertrouwen, zelfs in tijden van beproeving, dat wij Hem trouw volgen, zelfs op de Via Crucis, in de hoop dat de ochtend van de verrijzenis snel zal aanbreken. Door onszelf aan Christus toe te vertrouwen, verliezen wij niets, maar winnen we alles. In zijn handen verkrijgt ons leven zijn ware betekenis. De liefde voor Christus uit zich in de wil om ons leven af te stemmen op de gedachten en gevoelens van zijn Hart. Dat bereiken we door de innerlijke verbondenheid die is gebaseerd op de genade van de sacramenten, en die gesterkt wordt door voortdurend gebed, lofprijzing, dankzegging en boetedoening. We moeten daarbij aandachtig luisteren naar de inspiratie die Hij ons ingeeft door zijn Woord, door de mensen die wij ontmoeten, door de situaties in het dagelijks leven. Hem liefhebben betekent met Hem in gesprek blijven, om zijn wil te leren kennen en die in daden om te zetten.

Je persoonlijke geloof beleven als een liefdesrelatie met Christus houdt ook in dat je bereid bent alles af te wijzen wat een ontkenning van zijn liefde betekent. Daarom zei Jezus tot de apostelen: “Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden.” Maar wat zijn Christus’ geboden? Toen de Heer Jezus de menigten onderwees, bevestigde Hij altijd de wet die de Schepper in het hart van de mens heeft gelegd en later heeft geformuleerd op de tafelen van de Tien Geboden. “Denkt niet dat Ik gekomen ben om Wet en Profeten op te heffen; Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om de vervulling te brengen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eerder nog zullen hemel en aarde vergaan, dan dat één jota of haaltje vergaat uit de Wet, voordat alles geschied is” (Mt. 5, 17-18). Maar Jezus toonde ons met nieuwe helderheid wat de samenbindende kern is van de goddelijke wetten die op de Sinaï zijn geopenbaard, namelijk de liefde voor God en de liefde voor de naaste: God “beminnen met heel zijn hart, heel zijn verstand en heel zijn kracht en de naaste beminnen als zichzelf, gaat boven alle brand- en slachtoffers” (Mc. 12, 33). En door zijn leven en het mysterie van Pasen heeft Jezus zelf de gehele wet tot vervulling gebracht. Door zichzelf met ons te verenigen door de gave van de heilige Geest, draagt Hij met ons en in ons het “juk” van de wet, dat daardoor een “lichte last” wordt Vgl. Mt. 11, 30 . In die geest formuleerde Jezus zijn opsomming van de innerlijke kwaliteiten van hen die hun geloof diepgaand tot uiting willen brengen in hun leven: "Zalig de armen van geest, de treurenden, de zachtmoedigen, zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, de barmhartigen, de zuiveren van hart, de vredestichters, zij die vervolgd worden om de gerechtigheid ..." Vgl. Mt. 5, 3-12 .

Dierbare broeders en zusters, het geloof dat Jezus is toegewijd, openbaart zich als liefde die ons ertoe aanzet om het goede te versterken dat door de Schepper in de aard van iedere man en vrouw, in de persoonlijkheid van iedere mens en in alles wat er in de wereld bestaat, gelegd is. Wie op deze manier gelooft en liefheeft, bouwt mee aan de ware “beschaving van liefde” waarvan Christus het centrum is. 27 jaar geleden zei paus Johannes Paulus II op deze plaats: “Polen is nu het land geworden van een bijzonder verantwoordelijke getuige.” H. Paus Johannes Paulus II, Homilie, Op het Plein van de Overwinning in Warschau, Men kan Christus niet buiten de geschiedenis van de mens sluiten (2 juni 1979), 5 En ik vraag u nu: koester dit rijke erfgoed van het geloof dat u door vorige generaties is overgeleverd, het erfgoed van het denken en doen van die grote Pool die paus Johannes Paulus II was. Weest standvastig in het geloof, geef het door aan uw kinderen, getuig van de genade die u door de heilige Geest zo overvloedig hebt ondervonden in de loop van uw geschiedenis. Moge Maria, de koningin van Polen, u de weg tonen naar haar Zoon, en moge zij u vergezellen op uw reis naar een gelukkige, vreedzame toekomst. Moge uw hart altijd vol zijn van de liefde voor Christus en voor zijn Kerk. Amen!

Benedictus XVI

Document

Naam: TIJDENS DE EUCHARISTIEVIERING OP HET PILSUDZKI-PLEIN, WARSCHAU
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 26 mei 2006
Copyrights: © 2006, Libreria Editrice Vaticana/SRKK
Vert.: drs. P.C. de Die; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 30 augustus 2013

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam