• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

WAT BETEKENT ONS GELOVEN VANDAAG?
God, Vader en Schepper: Catecheses over de Geloofsbelijdenis, deel 1

Zie voor een overzicht van het grotere geheel waarin deze audiëntie-catechese is gehouden: Catecheses van de Paus tijdens de wekelijkse Algemene Audienties
Laten we vandaag nog eens die mooie gedachten uit de Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Dei Verbum
Over de Goddelijke openbaring
(18 november 1965)
hernemen: "Zo onderhoudt God, die weleer gesproken heeft, zich ononderbroken met de bruid van zijn beminde Zoon (die de Kerk is); en de Heilige Geest, door wie de levende stem van het Evangelie in de Kerk, en door haar in de wereld weerklinkt, leidt de gelovigen tot de volle waarheid, en doet het Woord van Christus overvloedig in haar wonen Vgl. Kol. 3, 16 . 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 8

Laat ons nu opnieuw samenvatten wat "geloven" betekent. Op een christelijke manier geloven betekent: door de Heilige Geest binnengeleid worden in de volle waarheid van de goddelijke Openbaring. Dat wil zeggen: een gemeenschap vormen van gelovigen die openstaan voor het woord van Christus' Evangelie. Zowel het ene als het andere is mogelijk voor elke generatie, omdat de levende overdracht van de goddelijke Openbaring, vervat in de Traditie en de Heilige Schrift, ongeschonden voortleeft in de Kerk, dank zij de bijzondere dienst van het Leergezag, in harmonie met de bovennatuurlijke geest van geloof van het godsvolk.

Om die gedachten van de band tussen ons katholiek "credo" en de bron ervan te verduidelijken, is de leer in verband met de goddelijke inspiratie van de Heilige Schrift en de authentieke uitleg ervan eveneens belangrijk. Bij het overbrengen van die leer volgen wij (zoals in de vorige catechese) allereerst de Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Dei Verbum
Over de Goddelijke openbaring
(18 november 1965)
. Het Concilie verklaart:
"Want de volledige boeken van het Oude zowel als van het Nieuwe Testament, met al hun delen, houdt onze Moeder de Kerk krachtens haar apostolisch geloof voor heilig en canoniek, omdat ze, onder ingeving van de Heilige Geest geschreven Vgl. Joh. 20, 31 Vgl. 2 Tim. 3, 16 Vgl. 2 Pt. 1, 19-21 Vgl. 2 Pt. 3, 15-16 , God tot auteur hebben en als zodanig aan de Kerk zijn overgeleverd" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 11
Om die heilige boeken samen te stellen heeft God als onzichtbare en transcendente auteur mensen uitgekozen; Hij maakte van hen met al hun vermogens en krachten gebruik, om hen in en door hen werkzaam al datgene wat Hij wilde, en dat alleen, als ware auteurs te boek te doen stellen". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 11 Met dat doel werkte de Heilige Geest in en door hen. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 11
Ter wille van die oorsprong moeten we geloven "dat de boeken van de Schrift de waarheid, die God ter wille van ons heil in de heilige schriften heeft willen optekenen, onwankelbaar, trouw en zonder dwaling leren". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 11 Sint-Paulus bevestigt dat in zijn brief aan Timotheüs: "Elk door God geïnspireerd geschrift dient ook om te onderrichten in de waarheid en dwalingen te weerleggen, om de zeden te verbeteren en de mensen op te voeden tot een rechtschapen leven, zodat de man Gods voor zijn taak berekend is en toegerust voor elk goed werk" (2 Tim. 3, 16-17).

In navolging van de heilige Chrysostomos drukt de Constitutie van de goddelijke Openbaring haar bewondering uit voor die bijzondere "welwillendheid", voor die bijna "wonderbare expressie" van de eeuwige Wijsheid. "Want Gods woorden, uitgedrukt in de talen van de mensen, zijn aan menselijk spreken gelijk geworden, zoals eenmaal het Woord van de eeuwige Vader, door het zwakke vlees van de mensheid aan te nemen, aan de mensen gelijk geworden is" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 13

Uit de waarheid over de goddelijke inspiratie van de Heilige Schrift volgen logischerwijze bepaalde normen voor de uitleg van de Schrift. De Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Dei Verbum
Over de Goddelijke openbaring
(18 november 1965)
vat die in het kort samen:

Het eerste principe is: "Aangezien God in de Heilige Schrift door mensen op menselijke wijze gesproken heeft, moet de schriftverklaarder, om te doorzien wat God ons heeft willen meedelen, aandachtig onderzoeken wat de gewijde schrijvers werkelijk hebben willen uitdrukken en wat God door hun woorden heeft willen bekendmaken". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 12

Daarom moet men bij de uitleg en dat is het tweede principe rekening houden met "de literaire genres". "Want de waarheid wordt op uiteenlopende manieren voorgesteld en uitgedrukt in de teksten die op verschillende wijze historisch zijn, profetisch, dichterlijk of van een ander genre". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 12 Wat de schrijver werkelijk uitdrukt, wordt afgeleid uit die literaire genres, die moeten beschouwd worden als de achtergrond, en die samenhangen met de omstandigheden van dat tijdperk en die bepaald cultuur.

En zo komen we tot een derde principe voor een juiste interpretatie van de Heilige Schrift: "Om juist te begrijpen wat de gewijde schrijver heeft willen beweren, moet men naar behoren letten zowel op de gewone wijzen van denken, spreken en handelen, die in zijn tijd in gebruik waren, als op de wijzen van uitdrukking die toentertijd gebruikelijk waren in het onderling verkeer van de mensen". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 12

Die welomschreven aanwijzingen in verband met de interpretatie van het historisch-literair karakter, vragen echter een nauwe band met de uitgangspunten van de leer over de goddelijke inspiratie van de Heilige Schrift. Die "moet worden gelezen en verklaard in dezelfde Geest waarin zij geschreven is". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 12 Men moet om de juiste zin van de gewijde teksten te ontdekken, met niet minder ijver letten op de inhoud en de eenheid van de gehele Schrift, rekening houdend met de levende overlevering van heel de Kerk en met de analogie van het geloof". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 12

Met "analogie van het geloof" bedoelen we de onderlinge samenhang van de afzonderlijke geloofswaarheden en het gehele plan van de goddelijke Openbaring met de volheid van de daarin vervatte goddelijke economie.

De taak van de exegeten, d.w.z. van de geleerden die de Heilige Schrift volgens de juiste methoden bestuderen, bestaat erin, volgens de hierboven aangegeven principes "zich in te spannen om de zin van de Heilige Schrift dieper te begrijpen en uiteen te zetten, opdat door die voorbereidende toeleg het oordeel van de Kerk kan rijpen" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 12. "Want alles betreffende de Schriftverklaring is uiteindelijk onderworpen aan het oordeel van de Kerk, die de goddelijke opdracht en de bediening vervult om het Woord Gods te bewaren en te vertolken" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 12

Die richtlijn is belangrijk en beslissend om de onderlinge samenhang te bepalen tussen exegese (en de theologie) enerzijds, en anderzijds het Magisterium van de Kerk. Het betreft hier een norm die in nauw verband staat met wat we reeds zegden over het doorgeven van de goddelijke Openbaring. Nog eens moet de nadruk gelegd worden op het feit, dat het Leergezag gebruik maakt van het werk van de theologen-exegeten en dat zij tegelijk waakt over de resultaten van hun studie. Want het Magisterium is geroepen om te waken over heel de waarheid, zoals die in de goddelijke Openbaring is vervat.

Op een christelijke wijze geloven betekent dus: die waarheid aanvaarden, terwijl wij tegelijk gebruik maken van de waarborg van de waarheid, die ons gegeven is met de instelling van de Kerk door Christus zelf. Dat geldt voor alle gelovigen: dus ook met inachtneming van het juiste niveau en in aangepaste graad voor de theologen en exegeten. Op dit terrein is voor allen de barmhartige voorzienigheid van God geopenbaard, die niet alleen zichzelf aan ons heeft willen openbaren, maar ons ook de garantie geeft voor het getrouw bewaren, uitleggen en verklaren van die Openbaring, welke Hij heeft toevertrouwd aan de zorg van de Kerk.

Document

Naam: WAT BETEKENT ONS GELOVEN VANDAAG?
God, Vader en Schepper: Catecheses over de Geloofsbelijdenis, deel 1
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 1 mei 1985
Copyrights: © 1991, Centrum voor Katholiek Vormingswerk, Lanklaar
Bewerkt: 26 maart 2015

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam