• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

HET PROBLEEM VAN HET ONGELOOF EN HET ATHEïSME
God, Vader en Schepper: Catecheses over de Geloofsbelijdenis, deel 1

Zie voor een overzicht van het grotere geheel waarin deze audiëntie-catechese is gehouden: Catecheses van de Paus tijdens de wekelijkse Algemene Audienties
Geloven in de christelijke betekenis van het woord betekent: "de uitnodiging tot een gesprek met God aanvaarden" en zich overgeven aan zijn Schepper. Dit bewuste geloof maakt ons evenzeer bereid tot "de dialoog van de Verlossing", die de Kerk moet volgen met alle mensen in de wereld van vandaag Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de Kerk, Ecclesiam Suam (6 aug 1964), zelfs met de ongelovigen. "Velen echter van onze tijdgenoten zien geen heil in die intieme levensverbondenheid met God" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 19 , die door het geloof gevraagd wordt. Daarom heeft het Tweede Vaticaans Concilie in de pastorale Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Gaudium et Spes
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
(7 december 1965)
eveneens stelling genomen i.v.m. ongeloof en atheïsme. Daarmee wordt ons duidelijk gemaakt hoe bewust en doorleefd ons geloof moet zijn, waarvan we vaak getuigenis moeten afleggen voor ongelovigen en atheïsten. Juist in de huidige tijd moet het geloof "worden gevormd om de problemen met doorzicht en zonder vrees tegemoet te zien en ze te overwinnen" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 21 . Dat zijn de essentiële voorwaarden voor de dialoog van het heil.
Korte analyse van het atheïsme
De Constitutie maakt een korte, maar juiste analyse van het atheïsme. Om te beginnen maakt ze de bemerking, dat onder die naam
"onderling zeer verschillende verschijnselen worden aangegeven. Want terwijl door sommigen God uitdrukkelijk wordt ontkend (atheïsme), menen anderen dat de mens in het geheel niets over Hem kan zeggen (agnosticisme); anderen onderwerpen het Godsprobleem aan een onderzoek met een beroep op bepaalde methoden die aan het probleem elke zin blijken te ontnemen. In een onverantwoorde overschrijding van de positieve wetenschappen gaan velen ernaar streven alles te verklaren op positief-wetenschappelijke wijze, ofwel andersom, aanvaarden zij geen enkele op absoluutheid aanspraak makende waarheid. Sommigen plaatsen de mens op zulk een hoog voetstuk, dat het geloof in God haast zinloos wordt; daarbij schijnen zij toch minder God te willen loochenen dan vooral het mens-zijn te beamen. Anderen maken zich zo'n voorstelling van God, dat dit beeld (dat ze dan verwerpen) op geen enkele wijze de God van het Evangelie is. Weer anderen gaan zelfs niet in op de kwesties omtrent God, nl. zij die geen godsdienstige ongerustheid schijnen te voelen en zich niet kunnen indenken, waarom zij zich over de godsdienst zorgen moeten maken. Verder ontstaat atheïsme niet zelden uit een geweldig protest tegen het kwaad in de wereld, doordat men de aanspraak op absoluutheid op een onrechtmatige wijze toekent aan bepaalde menselijke waarden, zodat deze dan als god worden beschouwd. De hedendaagse beschaving zelf kan, niet per se, maar omdat ze te zeer met het aardse verweven is, de toenadering tot God dikwijls moeilijker maken" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 19.
Pragmatische houding
Zoals men ziet, gaat de concilietekst in op de verscheidenheid van strekkingen die gedekt worden met de benaming atheïsme.

Ontegenzeggelijk betreft het zeer vaak een pragmatische levenshouding, die voortkomt uit onbezorgdheid of uit gebrek aan "religieuze onrust". In de meeste gevallen heeft die houding haar wortels in het wereldse denken, vooral in het wetenschappelijke denken. Wanneer men bovendien als bron van zekerheid niets anders aanvaardt dan het proefondervindelijke, dan sluit men de toegang af naar de niet-waarneembare werkelijkheid, het transcendente. Die cognitieve houding ligt immers ook ten grondslag aan de idee die in onze tijd de naam heeft gekregen van de "God-is-dood-theologie".

De oorzaken van het atheïsme en meer nog die van het hedendaagse agnosticisme zijn dus niet enkel van pragmatische, maar ook van theoretisch-wetenschappelijke aard.

Een tweede groep van motieven, door het Concilie in de kijker geplaatst, is nauw verbonden met de overdreven verheerlijking van de mens. Die verheerlijking is de oorzaak, dat de massa de waarheid vergeet dat de mens in zijn bestaan een contingent en eindig wezen is. Al doet de realiteit van het leven en de geschiedenis ons steeds weer nieuwe redenen aan de hand om de grote waardigheid van de mens en zijn eerste plaats in de zichtbare wereld te erkennen, dan is er absoluut geen enkele reden om in hem een absoluut wezen te zien dat de plaats van God kan innemen.

In 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Gaudium et Spes
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
(7 december 1965)
lezen we dat

"het moderne atheïsme zich ook dikwijls presenteert als een systeem, dat onder andere de verlangde autonomie van de mens zover doorvoert, dat het tegen elke vorm van afhankelijkheid van God moeilijkheden maakt. Zij die een dergelijk atheïsme voorstaan, beweren dat vrijheid daarin bestaat, dat de mens zichzelf tot doel is, en de enige ontwerper en uitvoerder van zijn geschiedenis. Dit achten zij onverenigbaar met de erkenning van een Heer, maker en doel van alles, of minstens achten zij hierdoor een dergelijke uitspraak volledig overbodig. Het machtsgevoel dat de huidige technische vooruitgang de mens geeft, kan bevorderlijk zijn voor die leer" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 20
Een bepaalde vorm van atheïsme in onze dagen "verwacht de verlossing van de mens voornamelijk van zijn economische en sociale bevrijding" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 20. Het bestrijdt de godsdienst volgens een welbepaald plan, want het beweert dat de godsdienst die bevrijding van nature uit in de weg staat "voor zover hij de mens, door zijn hoop op een toekomstig en bedrieglijk leven te richten, juist van de uitbouw van de aardse woonstede zou afschrikken". Wanneer de aanhangers van dat athe7isme in het staatsbestuur komen zo gaat de concilietekst verder "trekken zij geweldig tegen de godsdienst ten strijde, het atheïsme verspreidend met gebruikmaking, vooral bij de opvoeding van de jeugd, van die pressiemethoden waarover de staat beschikt" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 20 .

Waar dat probleem zich voordoet, moet duidelijk en met aandrang een beroep worden gedaan op het principe van de godsdienstvrijheid, een recht dat het Concilie heeft bevestigd in zijn Verklaring "2e Vaticaans Concilie - Verklaring
Dignitatis Humanae
Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden
(7 december 1965)
".

Volledige afwijzing
Welk is nu de grondhouding van de Kerk tegenover het atheïsme? Het is vanzelfsprekend niet mogelijk zich op een "hardhandige wijze" ertegen te verzetten, omdat dit in tegenspraak zou zijn met het wezen zelf van het christelijk geloof, dat de vaste overtuiging heeft, dat het bestaan van God door de rede gekend kan worden. Daar de Kerk echter het absoluut atheïsme met alle kracht verwerpt, verkondigt zij zonder aarzelen dat alle mensen, gelovigen en ongelovigen, het hunne moeten bijdragen tot een juiste uitbouw van deze wereld, waarin zij allen samen leven; om dat doel te bereiken, is een eerlijke en verstandige dialoog onmisbaar. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 21

Ik moet hier nog wijzen op het feit, dat de Kerk bijzonder gevoelig is voor een bepaald probleem van de mens van vandaag, met name dat zii moeilijk het bestaan van God kunnen verzoenen met het probleem van het kwaad en het lijden. Maar de Kerk is zich ervan bewust, dat haar boodschap ni. het Evangelie en het christelijk geloof "tegemoet komt aan de verborgen verlangens van het menselijk hart, terwijl de Kerk optreedt ter bescherming van de waardigheid van de menselijke roeping en daarbij aan hen, die aan een hogere lotsbestemming wanhopen, de hoop hergeeft". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 21

"De Kerk leert verder dat door de eschatologische verwachting het belang van de aardse opdrachten niet vermindert, maar veeleer de vervulling daarvan door nieuwe motieven wordt verstevigd. Bij het ontbreken daarentegen van een goddelijk fundament en van de hoop op het eeuwig leven lijdt de waardigheid van de mens ernstige schade, zoals tegenwoordig vaak valt te constateren, en de raadselen van leven en dood, van schuld en pijn blijven zonder oplossing, zodat de mensen niet zelden tot wanhoop vervallen". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 21
Anderzijds, terwijl de Kerk het atheïsme geheel en al verwerpt, "tracht zij in de geest van de atheïsten verborgen redenen voor een godsontkenning te begrijpen en is zij van oordeel, zich bewust van de ernst van de kwestie die het atheïsme opwerpt en evenzeer geleid door de liefde jegens alle mensen, dat die kwesties aan een serieus en diepgaand onderzoek onderworpen dienen te worden". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 21

De Kerk tracht dit vooral te bewerken "door zichzelf onder de leiding van de Heilige Geest onophoudelijk te hernieuwen en uit te zuiveren" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 21 , om haar eigen leven te zuiveren van alles wat de ongelovige kan ergeren.

Het antwoord van de Kerk
Zo komt de Kerk ons weer ter hulp bij het antwoord op de vraag: Wat is geloof? Wat betekent geloven? Wat betekent geloven tegen een achtergrond van ongeloof en atheïsme, die vaak opkomen voor een geprogrammeerde strijd tegen de godsdienst en speciaal tegen het Christendom? Daarom moet, terwille van die vijandigheid, het geloof bewuster, dieper en rijper worden en zich typeren door waarachtige verantwoordelijkheid en liefde jegens alle mensen. De moeilijkheden, tegenkantingen en vervolgingen moeten juist een grotere bereidheid oproepen om te getuigen "van de hoop die in ons leeft" (1 Pt. 3, 15).

Document

Naam: HET PROBLEEM VAN HET ONGELOOF EN HET ATHEïSME
God, Vader en Schepper: Catecheses over de Geloofsbelijdenis, deel 1
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 12 juni 1985
Copyrights: © 1991, Centrum voor Katholiek Vormingswerk, Lanklaar
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam