• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

ZICH VOEDEN MET HET WOORD VAN GOD
God, Vader en Schepper: Catecheses over de Geloofsbelijdenis, deel 1

Zie voor een overzicht van het grotere geheel waarin deze audiëntie-catechese is gehouden: Catecheses van de Paus tijdens de wekelijkse Algemene Audienties
Wij hernemen de onderrichting over het geloof. Volgens de leer van de Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Dei Verbum
Over de Goddelijke openbaring
(18 november 1965)
is het christelijk geloof een bewust en vrij antwoord van de mens op Gods "zelfopenbaring", die haar volheid bereikt in Jezus Christus. Met "de gehoorzaamheid van het geloof ", zoals Sint-Paulus het noemt Vgl. Rom. 16, 26. e.v. Vgl. Rom. 1, 5. e.v. Vgl. 2 Kor. 10, 5. e.v. geeft de mens zich geheel over aan God, doordat hij de inhoud van de goddelijke Openbaring als waarheid aanvaardt. Het geloof is het werk van de genade, die het verstand en de wil van de mens beweegt, terwijl het geloof tezelfdertijd ook een bewuste en vrije daad van de mens is.

Het geloof, een gave van God aan de mens, is eveneens een theologale deugd en tegelijk een duurzame neiging van de geest, d.w.z. een gewoonte, een permanente innerlijke houding. Ook eist het dat de gelovige zijn geloof voortdurend voedt, terwijl hij actief en gewetensvol meewerkt met Gods genade.

Als de bron van het geloof ligt in de goddelijke Openbaring, dan wordt ons een wezenlijk aspect van de medewerking met de geloofsgenade gegeven in een constant en, voor zover als mogelijk, systematisch contact met de Heilige Schrift, die ons de meest authentieke waarheid brengt die God ons heeft geopenbaard. Ook vinden we er een bron van leven voor de Kerk, zoals de Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Dei Verbum
Over de Goddelijke openbaring
(18 november 1965)
ons zegt.
"Alle kerkelijke prediking en de godsdienst zelf moeten derhalve door de Heilige Schrift gevoed en beheerst worden. Want in de heilige boeken treedt de Vader, die in de hemel is, liefdevol zijn kinderen tegemoet en spreekt met hen. Zo groot is de macht en de kracht van het woord Gods, dat het voor de Kerk het steunpunt en de levenskracht is, en voor de kinderen van de Kerk de kern van hun geloof, de spijs voor hun ziel en de zuivere en bestendige bron van hun geestelijk leven. Daarom gelden van de Heilige Schrift bij uitstek de woorden: 'levend is het woord Gods en krachtig' (Heb. 4, 12), 'dat de macht bezit op te bouwen en het erfdeel te verlenen met alle geheiligden' (Hand. 20, 32) Vgl. 1 Tess. 2, 13 ". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 21
Terwijl de Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Dei Verbum
Over de Goddelijke openbaring
(18 november 1965)
verwijst naar de onderrichtingen van de Kerkvaders, aarzelt ze niet om de "twee tafels" in één adem te vermelden, en wel de tafel van het Woord Gods en die van het Lichaam van Christus; ze wijst er eveneens op, dat de Kerk niet ophoudt "zich in de heilige liturgie vooral te voeden met het brood des levens" van de beide tafels en "dit aan de gelovigen uit te reiken" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 21 Bovendien heeft de Kerk de Heilige Schrift en de Traditie steeds aanvaard "als haar hoogste geloofsregel" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 21 en als voedsel, dat zij de gelovigen aanreikt voor hun dagelijks leven.
Van daaruit vertrekken praktische richtlijnen, die van groot belang zijn voor de bevestiging van het geloof in het woord van de levende God. Dat is vooral de taak van de bisschoppen, "de bewakers van de apostolische leer" H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. IV, 32, I, die de Heilige Geest "tot leiders heeft aangesteld om Gods Kerk te hoeden" Vgl. Hand. 20, 28 ; maar ook alle medeverantwoordelijken van het Godsvolk: de priesters en vooral de parochiepriesters, de diakens, de religieuzen, de leken en de gezinnen.

Vóór alles "moet de toegang tot de Heilige Schrift voor de christengelovigen wijd openstaan". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 22 Hier rijst de kwestie van de heilige boeken. "De Kerk heeft van meet af aan de zeer oude Griekse vertaling van het Oude Testament, de zogenaamde Septuagint (LXX), als de hare aanvaard; de andere oosterse en Latijnse vertalingen, vooral de zogenaamde Vulgaat, houdt zij steeds in ere. Maar omdat het woord van God aan alle tijden ter beschikking dient te staan, draagt de Kerk er moederlijk zorg voor, dat er in de verschillende talen geëigende en juiste vertalingen gemaakt worden, vooral uit de oorspronkelijke teksten van de heilige boeken". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 22

De Kerk verzet zich niet tegen vertalingen die tot stand komen "in samenwerking met de afgescheiden broeders", de zogenaamde 'oecumenische vertalingen'; met de goedkeuring van het kerkelijk gezag, kunnen ze door allen gebruikt worden". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 22

Een volgend punt betreft het juiste verstaan van het woord van de goddelijke Openbaring: het "intellectus fidei", dat zijn hoogtepunt vindt in de theologie. Daartoe beveelt het Concilie
"de studie aan van de heilige Vaders van het Oosten zowel als van het Westen en van de heilige liturgiën" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 23 ; het hecht ook groot belang aan het werk van exegeten en theologen, dat steeds in nauw contact met de Heilige Schrift dient te zijn.

"De heilige theologie steunt op het geschreven woord Gods, samen met de Heilige Overlevering, als op haar blijvende grondslag. in dat woord Gods versterkt en verjongt zij steeds haar kracht door alle in het mysterie van Christus besloten waarheid in het licht van het geloof te onderzoeken; ... ook moet de studie van de Heilige Schrift als het ware de ziel vormen van de heilige theologie". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 24

Het Concilie spoort de exegeten en alle theologen aan, om aan het volk van God met vrucht "het voedsel van de Schriften aan te bieden, waardoor de geest verlicht wordt, de wil versterkt en het hart van de mensen opgewekt tot de liefde Gods". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 23 Aansluitend op wat reeds gezegd is over de vertaling van het geopenbaarde Woord, moeten exegeten en theologen deze taak ter harte nemen "onder de waakzame leiding van het heilige leraarsambt", gebruik makend van "geschikte wetenschappelijke hulpmiddelen". Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 23

Vervolgens beschikt de Kerk over de ruime en veelzijdige dienst van het woord: namelijk "de pastorale prediking, de catechese en ieder christelijk onderricht, waarin de liturgische homilie een bijzondere plaats dient in te nemen". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 24 Heel die bediening wordt gevoed "door het woord van de Schrift". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 24

Daarom wordt aan allen die de woorddienst vervullen, aanbevolen "de overvloedige rijkdommen van het goddelijk woord aan de hun toevertrouwde gelovigen mee te delen" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 25 Daartoe moeten zij "door geregelde vrome lezing en zorgvuldige studie met de Schrift vergroeid raken", opdat niemand van hen "een holle uiterlijke prediker zij van het woord Gods, waarnaar hij niet innerlijk luistert St.-Augustinus, Sermo 179,1; PL3)" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 25

Terwijl het Concilie de woorden van Sint-Hiëronymus aanhaalt, richt het dezelfde aansporing tot alle gelovigen: "Wie de Schrift niet kent, kent Christus niet". St. Augustinus, Comm. in Is., Prol. PL 24,17 Het Concilie beveelt niet alleen het lezen van de Schrift, maar ook het gebed, dat met de lezing van de Heilige Schrift moet samengaan: "Moge zo door de lezing en de studie van de heilige boeken... de aan de Kerk toevertrouwde schat van de Openbaring meer en meer de harten van de mensen vervullen". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 26 Dat doordringen van het woord in de harten versterkt ons christelijke "credo", ons "ik geloof " in het woord van de levende God.

Document

Naam: ZICH VOEDEN MET HET WOORD VAN GOD
God, Vader en Schepper: Catecheses over de Geloofsbelijdenis, deel 1
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 19 juni 1985
Copyrights: © 1991, Centrum voor Katholiek Vormingswerk, Lanklaar
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam