• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Eucharistie en leven

De Eucharistie is dus de bron waaraan de liefde ontspringt. Zij heeft dan ook altijd als het ware het centrum gevormd van het leven van de leerlingen van Christus. Omdat zij de gedaante heeft van brood en wijn, dat wil zeggen van voedsel en drinken, is zij de mens wat dat betreft even vertrouwd en even nauw met zijn leven verbonden als eten en drinken. Bij de eredienst van de Eucharistie komt dan ook de verering van God, die de liefde zelf is, voort uit die innige vertrouwelijkheid waarin Hijzelf net zoals voedsel en drank, onze geestelijke natuur doordringt en haar doet leven. Een dergelijke 'Eucharistische' verering van God komt derhalve ten nauwste overeen met zijn eigen heilsplan. De Vader zelf immers wil dat de 'ware aanbidders' (Joh. 4, 23) Hem zó aanbidden, en het is Christus die deze wil vertolkt heeft, zowel in zijn woorden alsook door dit Sacrament, dat ons in staat stelt de Vader zo te aanbidden als het meest met diens wil overeenkomt. Uit een dergelijk begrip van de eredienst van de Eucharistie, vloeit vervolgens heel de sacramentele vormgeving van het leven van de Christenen voort. Wanneer immers een Christen een leven leidt dat gegrondvest is op de sacramenten en dat bezield wordt door het algemeen priesterschap, dan betekent dit op de eerste plaats dat hij ernaar verlangt dat God zelf, die in hem werkt, hem in de Geest zal brengen tot 'de gehele omvang van de volheid van Christus'. (Ef. 4, 13) God van zijn kant raakt de Christen echter niet alleen doorheen de uitwendige gebeurtenissen en door zijn inwendige genade, maar werkt met grotere zekerheid en kracht in hem door de sacramenten. Deze verlenen aan heel zijn leven als Christen een sacramenteel karakter.

Van alle sacramenten is het echter de Eucharistie die zijn initiatie als Christenmens tot voltooiing brengt, en die aan zijn uitoefening van het algemeen priesterschap dat sacramentele en kerkelijke aspect verleent dat haar, zoals ik reeds heb aangeduid, Vgl. Concilie van Trente, 22e Zitting - Over het allerheiligst Misoffer, Sessio XXII - Doctrina de sanctissimo Missae sacrificio (17 sept 1562), 15 verbindt met het ministeriële priesterschap. Derhalve vormt de eucharistische eredienst het middelpunt en het uiteindelijke doel van heel zijn sacramentele leven. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 9.12 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 5 Steeds klinken daarin, als een diepe echo, de sacramenten door van de Christelijke initiatie: het Doopsel en het Vormsel. Want waar komt die waarheid dat wij niet alleen 'zonen van God genoemd worden' maar het krachtens het sacrament van het doopsel 'ook werkelijk zijn', (1 Joh. 3, 1) beter tot uitdrukking dan juist in het feit dat wij in de Eucharistie deel krijgen aan het Lichaam en Bloed van Gods eniggeboren Zoon? Wat bereidt er ons meer op voor 'ware getuigen van Christus' 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 11 te zijn ten overstaan van de wereld - waarin de uitwerking bestaat van het sacrament van het Vormsel - dan juist de Eucharistische Communie, waarin Christus voor ons getuigenis aflegt en wij voor Hem?

Het is niet mogelijk hier afzonderlijk en meer in bijzonderheden het verband te onderzoeken tussen de Eucharistie en de andere sacramenten, met name wat betreft het sacrament van het gezinsleven en dat van de zieken. In de encycliek H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Redemptor Hominis
De Verlosser van de mensen
(4 maart 1979)
heb ik trouwens al gewezen op de nauwe band tussen het Sacrament van de Boete en de Eucharistie Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Verlosser van de mensen, Redemptor Hominis (4 mrt 1979), 20. Niet alleen brengt het sacrament van de boete tot de Eucharistie, maar evenzeer stimuleert de Eucharistie tot het sacrament van de boete. Want als wij ons er echt rekenschap van geven wie wij in de Eucharistische Communie ontvangen, dan welt in ons bijna spontaan een gevoel van onwaardigheid op, tegelijk met spijt over onze zonden en een innerlijke behoefte aan zuivering.

Maar wij zullen ons er steeds voor dienen te hoeden dat deze verheven ontmoeting met Christus in de Eucharistie niet verwordt tot een oppervlakkige gewoonte, en dat wij Hem niet onwaardig ontvangen, dat wil zeggen: niet met een zware zonde belast. Wij hebben dus de praktische beoefening van de deugd van boetvaardigheid en het sacrament van de boete ten zeerste nodig, teneinde in ons die gesteltenis van verering te ondersteunen en levend te houden, die een mens aan God en aan zijn zo bewonderenswaardig geopenbaarde liefde verschuldigd is.

Hetgeen tot hiertoe gezegd werd, is bedoeld als een uiteenzetting van enkele meer algemene beschouwingen met betrekking tot de verering van het eucharistisch mysteries beschouwingen die overigens nog verder ontwikkeld zouden kunnen worden. Met name zou wat ik gezegd heb over de uitwerking van de Eucharistie op onze liefde voor de medemens, nog in verband gebracht kunnen worden met wat ik zojuist benadrukt heb over de verplichtingen die men door de Eucharistische Communie op zich neemt jegens de mensen en de Kerk. Van daaruit zou dan vervolgens een beeld te schetsen zijn van die 'nieuwe aarde' (2 Pt. 3, 13) die vanuit de Eucharistie ontstaat door middel van iedere 'nieuwe mens'. (Kol. 3, 10)

In dit sacrament van brood en wijn, van voedsel en drinken, ondergaat immers al het menselijke inderdaad een bijzondere omvorming en verheffing. De verering van de Eucharistie is dan ook niet zozeer een verering van de ontoegankelijke transcendentie als wel van de welwillende goedheid van God, terwijl zij tegelijkertijd een barmhartige en verlossende omvorming is van de wereld in het hart van de mensen.

Door dit alles hier, zij het kort en bondig, ter sprake te brengen wil ik een bredere context scheppen voor die onderwerpen die ik hierna nog moet behandelen, want ook die hangen ten nauwste samen met de viering van het allerheiligst sacrament. In die viering immers komt de verering van de Eucharistie in haar meest eigenlijke zin tot uitdrukking: een verering die uit het diepst van het hart komt als een allerkostbaarste lofprijzing, ingegeven door het geloof, de hoop en de liefde die in ons hart zijn uitgestort bij het Doopsel. Vooral hierover wilde ik u, eerbiedwaardige en dierbare broeders in het Bisschopsambt, en met u tevens de priesters en de diakens in deze brief schrijven. De heilige congregatie voor de sacramenten en de goddelijke eredienst zal in aansluiting hieraan nog met nauwkeuriger aanwijzingen komen.

Document

Naam: DOMINICAE CENAE
Het Mysterie en de Eredienst van de Heilige Eucharistie - Brief aan de Bisschoppen bij gelegenheid van Witte Donderdag 1980
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 24 februari 1980
Copyrights: © 1980, Libreria Editrice Vaticana / Stichting Verkondiging, Roermond
Vert.: Past. Chr. v. Buijtenen, pr.
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam