• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De tafel van Gods woord
Wij weten heel goed dat de viering van de Eucharistie al van oudsher niet alleen gepaard ging met gebed, maar ook met lezing uit de heilige Schrift en met gezang door heel de gemeenschap. Om deze reden heeft men al heel lang op de mis de vergelijking kunnen toepassen die door de kerkvaders gemaakt is: over de twee tafels waarop de Kerk voor haar kinderen zowel het woord van God gereed maakt alsook de Eucharistie, dat wil zeggen: het brood des Heren. Vandaar dat wij nu moeten terugkeren tot het eerste gedeelte van het heilig mysteries dat in onze tijd meestal de liturgie van het woord wordt genoemd, om ook daar een ogenblik bij stil te staan.

De lezing van voor iedere dag aangegeven passages uit de heilige Schrift, is door het Concilie vastgesteld volgens nieuwe normen en behoeften. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 35.51 Vanwege deze richtlijnen van het Concilie is er een nieuw geheel van zulke lezingen samengesteld, waarin tot op zekere hoogte het beginsel is toegepast van de doorlopende lezingen, en waaraan ook de bedoeling ten grondslag heeft gelegen om alle heilige boeken toegankelijk te maken. Doordat bovendien de psalmen met de responsoria in de liturgie werden ingevoegd, worden de deelnemers meer vertrouwd gemaakt met de rijke schat aan gebeden en liederen van het Oude Testament. Daar komt bij dat deze teksten in de eigen taal van het land worden voorgelezen en gezongen, waardoor allen met meer begrip aan de liturgie kunnen deelnemen.

Toch zijn er ook mensen die, zorgvuldig opgevoed als zij zijn in de oude Latijnse liturgie het gemis ervaren van deze 'ene taal' waarin over de gehele wereld de eenheid van de Kerk tot uitdrukking kwam, en die door haar waardig karakter een diep gevoel voor het Eucharistisch mysterie opriep. Zulke gevoelens en verlangens dient men niet alleen maar welwillend en vriendelijk te bejegenen, maar men moet ze ook eerbiedigen en er voor zover dat kan aan tegemoet komen, zoals overigens ook door de nieuwe richtlijnen voorzien wordt. Vgl. Congregatie voor de Riten, Instructie omtrent het gebruik van de taal bij de viering van het goddelijk Officie en van de conventuele of communiteitsmis door de religieuzen, In edicendis normis (23 nov 1965), 17-18.19-20 Vgl. Congregatie voor de Riten, Over de muziek in de Heilige Liturgie, Musicam Sacram (5 mrt 1967), 48 Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Over de titel 'basilica minor', De titulo basilicae minoris (15 okt 1975), 8 Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Notitie, De Missali Romano, Liturgia Horarum et Calendario (14 juni 1971), 4 De Kerk van Rome heeft immers ten opzichte van het Latijn, deze voortreffelijke taal van het oude Rome, bijzondere verplichtingen, en zij behoort dat, telkens wanneer de gelegenheid zich voordoet, ook te laten blijken.

Dikwijls worden de mogelijkheden die de na-Conciliaire vernieuwing met betrekking tot de liturgie van het woord heeft geschapen, zo te baat genomen dat wij getuigen en deelnemers worden in een echte viering van het woord Gods. Ook groeit het aantal mensen dat een actief aandeel heeft in deze viering. Er vormen zich groepen van lectoren en zangers, dikwijls ook 'scholae cantorum', van mannen en vrouwen die zich met veel ijver inzetten voor deze taak. Het woord van God, de heilige Schrift, komt aldus in veel Christelijke gemeenschappen opnieuw tot leven. De gelovigen die voor de liturgie zijn samengekomen, worden met gezang voorbereid op het luisteren naar het Evangelie dat met passende godsvrucht en liefdevolle zorg wordt verkondigd.

Wanneer dit alles met grote waardering en dankbaarheid kan worden vastgesteld, dient toch niet te worden vergeten dat er voor een volledige vernieuwing nog altijd iets anders nodig is. Daarvoor is namelijk tevens nodig een nieuw gevoel van verantwoordelijkheid ten opzichte van het Woord van God dat door de liturgie in de verschillende talen wordt overgebracht, iets wat zeker in overeenstemming is met het universele karakter en de doelstelling van het Evangelie. Die verantwoordelijkheid heeft ook betrekking op de manier waarop de afzonderlijke liturgische handelingen, het voorlezen en het zingen, worden uitgevoerd, waarbij ook de artistieke beginselen in acht genomen dienen te worden. Om deze handelingen te vrijwaren van iedere vorm van gekunsteldheid, moeten vaardigheid, eenvoud en waardigheid daarin zo tot uitdrukking komen dat in de manier zelf van voorlezen en zingen al het bijzondere karakter van de heilige tekst goed uitkomt. De eisen die uit dit vernieuwde verantwoordelijkheidsbesef ten aanzien van het woord van God in de liturgie voortvloeien, Vgl. H. Paus Paulus VI, Apostolische Constitutie, ex Decr. Sacr. Oec. Conc. Vat. II instauratum, auctoritate Pauli PP. VI promulgatum, ed. typica, Missale Romanum (3 apr 1969). "We are fully confident that both priests and faithful will prepare their minds and hearts more devoutly for the Lord's Supper, meditating on the scriptures nourished day by day with the words of the Lord": AAS 61 (1969), pp. 220f. gaan daarom nog dieper en raken tevens de innerlijke gesteldheid waarmee de bedienaren van het woord hun functie in de liturgische samenkomst vervullen. Vgl. Congregatie voor de Riten, Cæremoniale Episcoporum (17 aug 1886). De Institutione Lectorum et Acolythorum, 4, ed. typica, 1972, pp. 19f.

Deze verantwoordelijkheid strekt zich tenslotte ook uit tot de keuze van de teksten. Deze keuze is al gemaakt, en wel door het bevoegde kerkelijke gezag dat ook de gevallen heeft voorzien waarin lezingen gekozen kunnen worden die meer aan de bijzondere situatie zijn aangepast. Vgl. Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, Algemene Inleiding op het Romeins Missaal, Institutio Generalis Missalis Romani (26 mrt 1970), 319-320 Allen echter dienen er steeds aan te denken dat voor de lezingen in de mis alleen het woord van God gebruikt mag worden. Het gebruik van de heilige Schrift mag beslist niet vervangen worden door het voorlezen van andere teksten, hoe religieus en zedelijk hoogstaand die ook mogen zijn. Dergelijke lezingen kunnen daarentegen met veel nut verwerkt worden in de homilie. Want de homilie is voor het gebruik van zulke teksten heel geschikt, mits deze beantwoorden aan de noodzakelijke vereisten en voorwaarden wat betreft de leer. Het past immers bij de eigen aard van de homilie om onder andere de overeenstemming toe te lichten tussen de geopenbaarde goddelijke wijsheid en het voortreffelijke menselijke denken dat langs diverse wegen naar de waarheid zoekt.

Document

Naam: DOMINICAE CENAE
Het Mysterie en de Eredienst van de Heilige Eucharistie - Brief aan de Bisschoppen bij gelegenheid van Witte Donderdag 1980
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 24 februari 1980
Copyrights: © 1980, Libreria Editrice Vaticana / Stichting Verkondiging, Roermond
Vert.: Past. Chr. v. Buijtenen, pr.
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam