• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

ROEPINGEN BEVORDEREN IN DE LOKALE KERK
Boodschap voor Roepingenzondag 15 mei 2011 - 4e Zondag van de Paastijd

Geliefde broeders en zusters!

De 48ste Wereldgebedsdag voor Roepingen die op 15 mei 2011, de vierde zondag van Pasen, zal worden gevierd, nodigt ons uit om na te denken over het thema: “Roepingen voorstellen in de lokale Kerk”. Zeventig jaar geleden richtte de eerbiedwaardige Pius XII het Pauselijk Werk voor de Priesterroepingen op. Vervolgens zijn door bisschoppen in veel bisdommen soortgelijke werken, bezield door priesters en leken, gesticht in antwoord op de uitnodiging van de Goede Herder, die, “bij het zien van die menigte mensen door medelijden werd bewogen, omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder” en zei: “De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten” (Mt. 9, 36-38).

De kunst om roepingen te bevorderen en er zorg voor te dragen vindt een lichtend referentiepunt in de bladzijden van het evangelie waar Jezus zijn leerlingen roept om Hem te volgen en hun met liefde en zorg zijn onderricht geeft. Een bijzonder onderwerp van onze aandacht is de wijze waarop Jezus zijn naaste medewerkers heeft geroepen om het Rijk van God te verkondigen Vgl. Lc. 10, 9 . Allereerst blijkt duidelijk dat het eerste wat Hij deed, was voor hen te bidden: alvorens hen te roepen bracht Jezus de nacht alleen door in gebed, luisterend naar de wil van de Vader Vgl. Lc. 6, 12 , waarbij Hij innerlijk uitsteeg boven de dingen van alle dag. De roeping van de leerlingen ontstaat eigenlijk in het vertrouwelijke gesprek van Jezus met de Vader. De roepingen tot het priesterambt en het godgewijde leven zijn op de eerste plaats de vrucht van een voortdurend contact met de levende God en van een aanhoudend gebed dat opstijgt naar de “Heer van de oogst”. Dat kan zijn in parochiegemeenschappen, in christelijke gezinnen, of in gebedskringen voor roepingen.

De Heer heeft aan het begin van zijn openbaar leven enkele vissers geroepen die aan het werk waren aan de oevers van het meer van Galilea: “Komt, volgt Mij; Ik zal u vissers van mensen maken” (Mt. 4, 19). Hij heeft hun zijn messiaanse zending laten zien met talrijke “tekenen” die duidden op zijn liefde voor de mensen en de gave van de barmhartigheid van de Vader; Hij heeft hen met zijn woord en leven onderricht om hen voor te bereiden zijn heilswerk voort te zetten; ten slotte heeft Hij hun, “wetend dat zijn uur gekomen was om uit deze wereld over te gaan naar de Vader” (Joh. 13, 1), de gedachtenis toevertrouwd van zijn dood en verrijzenis. En alvorens naar de hemel te worden opgeheven heeft Hij hen de hele wereld in gezonden met de opdracht: “Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen” (Mt. 28, 19).

Het is een veeleisend en opwindend voorstel dat Jezus doet aan degenen tot wie Hij zegt: “Volgt mij!”: Hij nodigt hen uit vrienden van Hem te worden, van dichtbij naar zijn Woord te luisteren en met Hem te leven; Hij leert hun de totale toewijding aan God en de verspreiding van zijn Rijk overeenkomstig de wet van het Evangelie: “Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen: maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort” (Joh. 12, 24); Hij nodigt hen uit buiten hun eigen besloten wil te treden, buiten hun idee van zelfverwezenlijking om onder te gaan in een andere wil, die van God, en zich daardoor te laten leiden; Hij laat hen een broederschap beleven die voortkomt uit deze totale beschikbaarheid voor God Vgl. Mt. 12, 49-50 en die het kenmerk wordt van de gemeenschap van Jezus: “Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart” (Joh. 13, 35).

Ook vandaag is het navolgen van Christus veeleisend: het betekent leren de blik gericht te houden op Jezus, Hem ten diepste leren kennen, naar Hem luisteren in het Woord en Hem ontmoeten in de Sacramenten; het betekent de eigen wil leren aanpassen aan die van Hem. Het betreft een echte school van vorming voor allen die zich op het priesterambt en het godgewijde leven voorbereiden onder de leiding van de kerkelijke autoriteiten. In alle seizoenen van het leven blijft de Heer mensen roepen om in zijn zending te delen en de Kerk te dienen in het gewijde ambt en het godgewijde leven. En de Kerk “is geroepen deze gave te bewaren, te waarderen en te beminnen. Zij is verantwoordelijk voor het ontstaan en het rijpen van de priesterroepingen” H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, N.a.v. de Bisschoppensynode over de priesteropleidingen, Pastores Dabo Vobis (25 mrt 1992), 41. Vooral in onze tijd, waarin de stem van de Heer door “andere stemmen” verstikt lijkt te zijn en het voorstel om Hem te volgen door het eigen leven te geven te moeilijk lijkt te zijn, zou iedere gelovige bewust de taak op zich moeten nemen om de roepingen te bevorderen. Het is belangrijk degenen die duidelijke tekenen tonen van een roeping tot het priesterlijk leven of godgewijde leven te bemoedigen en te ondersteunen, zodat ze de warmte voelen van de hele gemeenschap bij hun ‘ja’ aan God en de Kerk. Ook ikzelf bemoedig hen, zoals in mijn brief aan degenen die hebben besloten naar het seminarie te gaan: “Jullie hebben er goed aan gedaan dat te doen. Want de mensen zullen God altijd nodig hebben, ook in het tijdperk waarin de wereld wordt beheerst door de techniek en in een tijd van globalisering: een God die zich in Christus heeft geopenbaard en die ons verenigt in de universele Kerk om met Hem en door Hem het ware leven te leren en om de criteria voor een echte menselijkheid voor ogen te houden en waar te maken” Paus Benedictus XVI, Brief, Aan de seminaristen (18 okt 2010).

Het is nodig dat iedere locale Kerk steeds gevoeliger wordt en steeds meer aandacht krijgt voor de roepingenpastoraal op verschillende niveaus (gezin, parochie, verenigingen) door – net als Jezus deed met zijn leerlingen – vooral kinderen en jongeren te helpen om tot een echte en liefdevolle vriendschap met de Heer te komen, ontwikkeld in het persoonlijke en liturgische gebed; door hen te leren aandachtig en met vrucht te luisteren naar het Woord van God door middel van een groeiende vertrouwdheid met de Heilige Schrift; door hen te leren begrijpen dat het binnentreden in Gods wil de persoon niet vernietigt en verwoest maar het mogelijk maakt de diepste waarheid over zichzelf te ontdekken en te volgen; te leren de belangeloosheid en de broederschap te beleven in de relaties met de ander, omdat men alleen door zich open te stellen voor de liefde van God de ware vreugde en de volle verwerkelijking van eigen verlangens vindt. “Roepingen voorstellen in de locale Kerk” betekent de moed hebben door middel van een nauwgezette en passende roepingenpastoraal op deze veeleisende weg van het volgen van Christus te wijzen, daar deze zinvol is en in staat heel het leven erbij te betrekken.

Ik richt mij in het bijzonder tot u, geliefde medebroeders in het bisschopsambt. Om uw heilszending in Christus continuïteit en verspreiding te verschaffen is het belangrijk “de roepingen tot het priesterschap en het kloosterleven zo krachtig mogelijk te stimuleren, met een bijzondere aandacht voor de roeping tot missionaris” 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk, Christus Dominus (28 okt 1965), 15. De Heer heeft uw medewerking nodig, wil zijn roepen de harten bereiken van wie Hij heeft gekozen. Weest zorgvuldig in de keuze van hen die werken voor het Diocesaan Centrum voor Roepingen, een kostbaar instrument voor het bevorderen en organiseren van de roepingenpastoraal en het gebed dat de doelmatigheid ervan ondersteunt en garandeert. Ik zou u ook willen herinneren, geliefde medebroeders in het bisschopsambt, aan de zorg van de universele Kerk voor een rechtvaardige verdeling van de priesters in de wereld. Uw bereidheid jegens bisdommen met een schaarste aan priesters wordt een zegen van God voor uw gemeenschappen en is voor de gelovigen het getuigenis van een priesterlijke dienst die zich edelmoedig openstelt voor de noden van de hele Kerk.

Het Tweede Vaticaans Concilie heeft er uitdrukkelijk aan herinnerd dat “het bevorderen van de roepingen een taak is van de gehele christengemeenschap, die dit allereerst moet bewerken door een volledig christelijk leven” 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de priesteropleiding, Optatam Totius Ecclesiae (28 okt 1965), 2. Derhalve wens ik een broederlijke en bijzondere groet en bemoediging te richten tot allen die op verschillende wijze in de parochies samenwerken met de priesters. Ik richt mij in het bijzonder tot hen die hun eigen bijdrage kunnen leveren aan de roepingenpastoraal: priesters, gezinnen, catechisten, leiders van parochiegroepen. Ik druk de priesters op het hart dat zij in staat zijn een getuigenis te geven van gemeenschap met de bisschop en de andere medebroeders om de humus te garanderen die van levensbelang is voor nieuwe kiemen van priesterroepingen. Mogen de gezinnen worden “bezield door een geest van geloof, liefde en vroomheid” 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de priesteropleiding, Optatam Totius Ecclesiae (28 okt 1965), 2, in staat om hun zonen en dochters te helpen edelmoedig op de roeping tot het priesterschap en het godgewijde leven in te gaan. Mogen de catechisten en de leiders van katholieke verenigingen en kerkelijke bewegingen, overtuigd van hun opvoedende zending, trachten “de aan hun zorgen toevertrouwde jeugd zo te ontwikkelen, dat zij in staat is de goddelijke roeping te vernemen en vrijelijk te volgen” 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de priesteropleiding, Optatam Totius Ecclesiae (28 okt 1965), 2.

Geliefde broeders en zusters, uw inzet bij het bevorderen van en de zorg voor roepingen krijgt een volheid van betekenis en pastorale doeltreffendheid wanneer deze wordt verwezenlijkt in eenheid met de Kerk en is gericht op de dienst aan de gemeenschap. Daarom is ieder moment in het leven van de kerkgemeenschap – catechese, ontmoetingen van vorming, liturgisch gebed, bedevaarten naar heiligdommen – een kostbare gelegenheid om onder het volk van God, in het bijzonder onder de kleinsten en bij de jongeren, het gevoel op te wekken bij de Kerk te horen en de verantwoordelijkheid te doen ontwaken om een antwoord te geven op de roeping tot het priesterschap en het godgewijde leven, gefundeerd op een vrije en bewuste keuze.

Het vermogen om voor roepingen zorg te dragen is een kenmerk van de vitaliteit van een locale Kerk. Laten wij vol vertrouwen en volhardend de hulp inroepen van de Maagd Maria, opdat men naar haar voorbeeld kan ingaan op het goddelijk heilsplan en opdat zich op haar doeltreffende voorspraak binnen iedere gemeenschap de bereidheid kan verspreiden om ‘ja’ te zeggen tegen de Heer, die steeds nieuwe arbeiders roept voor zijn oogst. Met deze wens verleen ik van harte allen mijn apostolische zegen.

Uit het Vaticaan, 15 november 2010

BENEDICTUS XVI

Document

Naam: ROEPINGEN BEVORDEREN IN DE LOKALE KERK
Boodschap voor Roepingenzondag 15 mei 2011 - 4e Zondag van de Paastijd
Soort: Paus Benedictus XVI - Boodschap
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 15 november 2010
Copyrights: © 2011 - Libreria Editrice Vaticana / Secretariaat RK Kerk
Vert.: drs. H. Kretzers; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 30 augustus 2013

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam