• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Met behoud dan van hetgeen aan beide naturen eigen was en terwijl zij in één persoon tezamen kwamen, werd door de majesteit de nederigheid, door de kracht de zwakheid, door de eeuwigheid de sterfelijkheid aangenomen, en om de schuld van onze staat te voldoen, werd de onschendbare natuur met de lijdelijke natuur verenigd, opdat, hetgeen als geneesmiddel voor ons vereist werd, de ene en zelfde Middelaar tussen God en de mensen, de Mens Christus Jezus Vgl. 1 Tim. 2, 5 , van de ene kant kon sterven en van de andere kant niet kon sterven.

In de ongeschonden en volmaakte natuur dus van een ware mens is de ware God geboren, geheel in het Zijne, geheel in het onze. Het onze echter noemen wij datgene, wat de Schepper van het begin af aan in ons heeft geschapen en dat Hij op Zich heeft genomen om het te herstellen; want van hetgeen de verleider heeft teweeggebracht en de misleide mens heeft verloren, was in de Verlosser geen enkel spoor te bekennen noch werd Hij, omdat Hij in gemeenschap trad met de menselijke zwakheden, daarom ook deelachtig aan onze zonden.

Hij nam de gedaante van een dienstknecht aan zonder de smet der zonde; Hij verhief het menselijke, maar verlaagde niet het goddelijke, omdat die zelfvernietiging, waardoor Hij, de Onzichtbare, Zich zichtbaar toonde en Hij, de Schepper en Heer van alles, een der stervelingen wilde zijn, een neerbuigen was van Zijn erbarming, niet een tekort aan Zijn macht.

Daarom dan is Hij, die in Gods gedaante blijvend de mens geschapen heeft, in de gedaante van een slaaf mens geworden. Beide naturen immers behouden hetgeen hun eigen is, zonder dat zij worden geschonden; en zoals de gedaante van God de gedaante van de slaaf niet wegneemt, zo betekent de gedaante van de slaaf voor de gedaante van God geen vermindering. Want omdat de duivel er zich op beroemde, dat de mens, die door zijn misleiding was bedrogen, de goddelijke genade-gaven ontbeerde en, van de gave der onsterfelijkheid beroofd, aan het harde doodsvonnis was onderworpen en dat hij in zijn ellende in de gemeenschap met zijn verleider een zekere troost had gevonden en dat God Zijn eigen oordeel ten opzichte van de mens, die Hij met zo grote luister had geschapen, had veranderd, aangezien de rechtvaardigheid dat eiste, daarom was het krachtens het bestel van het geheime raadsbesluit noodzakelijk, dat de onveranderlijke God, wiens wil niet van Zijn welwillende goedheid gescheiden kan worden, het eerste oorspronkelijke plan van Zijn liefde jegens ons door een nog verborgener Geheim voltooide en dat de mens, die door de listige boosheid van de duivel schuldig was geworden, niet tegen Gods bedoeling in verloren zou gaan.

Document

Naam: LECTIS DILECTIONIS TUAE - TOMUS I LEONIS
Over de Menswording van het Woord van God - Aan Bisschop Flavianus
Soort: H. Paus Leo I de Grote
Auteur: H. Paus Leo I de Grote
Datum: 13 juni 449
Copyrights: © 1941, Over de Menschwording van Christus, bewerkt door Dom Ard. Huyg O.S.B., uitg. NV de RK Boekcentrale Amsterdam
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam