• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Wanneer hij dan niet wist, wat hij over de Menswording van het Woord Gods moest denken, en als hij, om zich het licht van het inzicht te verdienen, de heilige Schrift niet in haar gehele breedte wilde doorwerken, had hij minstens met aandachtig oor die algemene en overal gelijkluidende belijdenis moeten opvangen, waardoor de gehele gemeenschap der gelovigen belijdt, dat zij gelooft "in God de almachtige Vader en in Christus Jezus, Zijn enige Zoon, onze Heer, die geboren is uit de Heilige Geest en de Maagd Maria." Red.: Woorden, ontleend aan de twaalf artikelen van het geloof of de Geloofsbelijdenis der Apostelen. Door deze drie uitspraken worden de onrustbarende pogingen van bijna alle ketters ontzenuwd.

(...)

Wanneer men immers aan God gelooft als de almachtige Vader, wordt daardoor bewezen, dat de Zoon mede-eeuwig met Hem is Red. Men proeft in deze en de volgende uitdrukking de formulering van het Credo uit de Mis, dat een samensmelting is van de geloofsbelijdenis van het Concilie van Nicea (325) en van dat van Constantinopel (381). ; dat Hij Zich in geen enkel opzicht van de Vader onderscheidt; dat Hij God is van God, almachtig van de Almachtige; dat Hij uit de Eeuwige als de mede-Eeuwige is geboren. Niet is Hij later volgens de tijd, niet minder in macht, niet ongelijk in heerlijkheid, niet gescheiden van wezen.

Deze zelfde eeuwige Eniggeborene van de eeuwige Vader echter is geboren uit de Heilige Geest en de Maagd Maria. En deze tijdelijke geboorte heeft aan die goddelijke en eeuwige geboorte niets ontnomen en niets toegevoegd, maar Hij heeft Zich geheel en al opgeofferd voor het herstel van de mens, die bedrogen was, om de dood te overwinnen en de duivel, die de heerschappij van de dood bezat, door Zijn kracht te vernietigen. Want wij zouden de bewerker van de zonde en de dood niet kunnen overwinnen, als Hij niet onze natuur aannam en tot de Zijne maakte, die noch de zonde bevlekken noch de dood weerhouden kon.

Hij is namelijk ontvangen van de Heilige Geest in de schoot van de Moeder-Maagd, die Hem zó in ongeschonde maagdelijkheid baarde, gelijk zij Hem in ongeschonden maagdelijkheid ontving.

Maar als hij (Eutyches) uit deze allerzuiverste bron van het christelijk geloof geen waarachtig en oprecht inzicht kon putten, omdat hij door de hem eigen verblindheid de glans van de helder-stralende waarheid had verduisterd, dan had hij zich aan de leer van het Evangelie moeten onderwerpen, waar Mattheus zegt." Boek van de afstamming van Jezus Christus, Zoon van David, Zoon van Abraham." (Mt. 1, 1) Dan had hij ook hetgeen door de prediking der Apostelen geleerd wordt, moeten verlangen en in de brief aan de Romeinen moeten lezen, "Paulus, dienaar van Jezus Christus, geroepen als apostel en bestemd voor het Evangelie van God, dat Deze te voren door Zijn Profeten in de heilige Schriften had aangekondigd over Zijn Zoon, die naar het Vlees uit Davids zaad is gesproten." (Rom. 1, 1-3) Dan had hij zijn vrome aandacht moeten vestigen op de geschriften der Profeten en zou hij de belofte gevonden hebben van God aan Abraham, zeggende "In uw Zaad zullen alle volkeren gezegend worden" (Gen. 22, 18). En om niet te twijfelen over het geheel eigene van dit Zaad, zou hij de Apostel gevolgd moeten hebben, die zegt "Aan Abraham en zijn Zaad zijn beloften gedaan." Er wordt niet gezegd. "en aan zijn zaden", als of er spraak was van meerderen, maar als van één: "en aan uw Zaad", dat is Christus" (Gal. 3, 16). Ook had hij dan met inwendig oor opgenomen, hetgeen Jesaja had gepredikt, die zegt "Zie de Maagd zal in haar schoot ontvangen en een Zoon baren en men zal Hem Emmanuël noemen, dat is vertaald: God met ons" (Jes. 7, 14)(Mt. 1, 23). En hij zou de woorden van dezelfde Profeet gelezen hebben. "Hen Kind is ons geboren en een Zoon is ons geschonken; de heerschappij wordt op Zijn schouders gelegd. En Zijn naam wordt genoemd: Wonderbaar raadsman, goddelijke held, Vorst van de vrede, vader voor immer" (Jes. 9, 6).

Zo zou hij dan geen dwaalmeningen verkondigen en niet zeggen, dat het Woord op die wijze vlees was geworden, dat Christus, die uit de schoot van de Maagd was voortgekomen, wel de gedaante van een mens bezat, maar niet de werkelijkheid van het lichaam van Zijn Moeder.

Of heeft hij misschien daarom geloofd, dat onze Heer Jezus Christus niet tot onze natuur behoorde, omdat de Engel, die naar de zalige Maria was gezonden, zeide: "De Heilige Geest zal over U neerdalen en de kracht van de Allerhoogste zal U overschaduwen; en daarom zal het heilige, dat uit U wordt geboren, Zoon van God worden genoemd" (Lc. 1, 35), zodat, daar de ontvangenis van de Maagd een goddelijk werk was, het vlees van Hem, die ontvangen werd, niet tot de natuur van haar, die Hem ontving, behoord zou hebben?

Maar niet zó moet men die buitengewoon wonderbare en wonderbaar buitengewone Geboorte opvatten, dat door deze nieuwe wijze van voortbrenging datgene, dat aan het menselijk geslacht eigen is, zou zijn opgeheven. Wel schonk de Heilige Geest aan de Maagd de vruchtbaarheid, doch het werkelijke lichaam is uit het lichaam (van de Moeder) genomen, en "doordat de Wijsheid Zich een huis heeft gebouwd", (Spr. 9, 1) is het Woord vlees geworden en heeft het onder ons gewoond" (Joh. 1, 14), dat wil zeggen, in dat vlees, dat het uit de mens heeft aangenomen en dat de geest van een met verstand begaafd leven bezielde.

Document

Naam: LECTIS DILECTIONIS TUAE - TOMUS I LEONIS
Over de Menswording van het Woord van God - Aan Bisschop Flavianus
Soort: H. Paus Leo I de Grote
Auteur: H. Paus Leo I de Grote
Datum: 13 juni 449
Copyrights: © 1941, Over de Menschwording van Christus, bewerkt door Dom Ard. Huyg O.S.B., uitg. NV de RK Boekcentrale Amsterdam
Bewerkt: 15 januari 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam