• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Waarom heten de verhalen over Jezus ‘evangelie’: blijde boodschap?

Zonder de Evangeliën zouden wij niet weten dat God ons uit oneindige liefde zijn Zoon zendt, opdat wij ondanks onze zonden weer in de eeuwige gemeenschap met God terugkeren. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 422-429

De verhalen over Jezus’ leven, sterven en opstanding zijn het beste wat wij op deze wereld kunnen horen. Ze getuigen dat de in Bethlehem geboren Joodse mens Jezus van Nazareth de mensgeworden ‘Zoon van de levende God’ (Mt. 16, 16) is. Hij is door de Vader gezonden ‘opdat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen’ (1 Tim. 2, 4).

Wat betekent de naam ‘Jezus’?

Jezus betekent in het Hebreeuws: ‘God redt’. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 430-435.452

In de Handelingen van de Apostelen zegt Petrus: ‘Door niemand anders kunnen wij worden gered, want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding biedt’ (Hand. 4, 12). Alle missionarissen hebben in de kern diezelfde boodschap aan de mensen gebracht.

Waarom is de tweede naam van Jezus ‘Christus’?

De korte formulering ‘Jezus is de Christus’ geeft de kern van het christelijke geloof weer: Jezus, de eenvoudige timmermanszoon uit Nazareth, is de langverwachte Messias en Redder. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 436-440.453

Het Griekse woord ‘Christos’ en het Hebreeuwse woord ‘Messias’ betekenen allebei ‘Gezalfde’. In Israël werden koningen, priesters en profeten gezalfd. De apostelen merkten dat Jezus ‘met de Heilige Geest’ (Hand. 10, 38) was gezalfd. Wij zijn naar Christus genoemd: Christenen, en dat drukt onze bijzondere roeping uit.

Wat betekent: ‘Jezus is Gods eniggeboren Zoon’?

Als Jezus zichzelf ‘Gods eniggeboren Zoon’ (enige Zoon (Joh. 3, 16)) noemt en als Petrus en anderen zo over Hem getuigen, dan wil dat zeggen dat van alle mensen alleen Jezus méér dan een mens is. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 441-445.454

Op veel plaatsen in het Nieuwe Testament (Joh. 1, 14.18)(1 Joh. 4, 9)(Heb. 11, 7) wordt Jezus ‘Zoon’ genoemd. Bij de doop en bij de verheerlijking noemt een stem uit de hemel Jezus de ‘geliefde Zoon’. Jezus openbaart zijn leerlingen de unieke verhouding tussen Hem en de Vader in de hemel: ‘Alles is Mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is, dat weet alleen de Zoon, en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren’ (Mt. 11, 27). Dat Jezus werkelijk de Zoon van God is, wordt duidelijk bij de verrijzenis.

Waarom spreken christenen Jezus aan met ‘Heer’?

‘Jullie zeggen altijd "meester" en "Heer" tegen Mij, en terecht, want dat ben Ik ook’ (Joh. 13, 13). Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 446-451.455

De eerste Christenen spraken met grote vanzelfsprekendheid over Jezus als de ‘Heer’, wetende dat dit in het Oude Testament de aanspreektitel voor God was. Met vele tekenen had Jezus hun laten zien dat Hij goddelijke macht heeft over de natuur, de demonen, de zonde en de dood. De goddelijke oorsprong van Jezus’ zending werd openbaar in de opstanding uit de doden. Thomas belijdt: ‘Mijn Heer en mijn God!’ (Joh. 20, 28). Voor ons betekent dat: als Jezus ‘de Heer’ is, dan mag een Christen voor geen enkele andere macht neerknielen.

Waarom werd God in Jezus mens?

‘Hij is voor ons mensen en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald’ (Credo van Nicea- Constantinopel). Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 456-460

God heeft in Jezus Christus de wereld met zich verzoend en de mensen uit de gevangenschap van de zonde verlost. ‘Want God had de wereld zo lief dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven’ (Joh. 3, 16). In Jezus nam God ons sterfelijke menselijk lichaam aan (incarnatie), deelde ons aardse lot, ons lijden en onze dood, en werd in alles één van ons, behalve in de zonde.

Wat betekent het dat Jezus waarlijk God en waarlijk mens tegelijk is?

In Jezus is God werkelijk één van ons en daardoor onze broeder geworden; maar Hij bleef tegelijk ook God en daardoor onze Heer. Het Concilie van Chalcedon leerde in het jaar 451 dat het God-zijn en het mens-zijn in de ene persoon van Jezus ‘ongescheiden en onvermengd’ met elkaar verbonden zijn. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 464-467.469

De Kerk heeft er lang mee geworsteld hoe zij de verhouding tussen de goddelijkheid en de mensheid in Jezus Christus moest formuleren. Goddelijkheid en mensheid hebben geen concurrerende verhouding met elkaar, zodat Jezus maar gedeeltelijk God en gedeeltelijk mens zou zijn. Ook is het niet zo dat het goddelijke en het menselijke in Jezus een vermenging aangaan. God heeft in Jezus niet slechts voor de schijn een menselijk lichaam aangenomen (doketisme), maar Hij werd werkelijk mens. Ook gaat het bij het goddelijke en het menselijke niet om twee verschillende personen (nestorianisme). En ten slotte is het ook niet zo dat in Jezus Christus de menselijke natuur helemaal opgaat in de goddelijke natuur (monofysitisme). Tegen al die dwaalleren in heeft de Kerk vastgehouden aan het geloof dat Jezus Christus in één persoon tegelijk waarlijk God en waarlijk mens is. De beroemde uitdrukking ‘ongescheiden en onvermengd’ (Concilie van Chalcedon) probeert niet iets uit te leggen waar het menselijke verstand niet bij kan, maar houdt als het ware de uitersten van het geloof bijeen. De uitdrukking geeft de ‘richting’ aan waarin het mysterie van de persoon van Jezus Christus gezocht kan worden.

Waarom kunnen wij Jezus alleen als een mysterie begrijpen?

Omdat Jezus tot in God bestaat, kunnen wij Hem niet begrijpen als wij die onzichtbare goddelijke werkelijkheid niet mee insluiten. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 525-530.536

Jezus’ zichtbare kant verwijst naar het onzichtbare. Wij zien in Jezus’ leven heel veel machtige werkelijkheden, maar we kunnen die alleen als een geheim begrijpen. Zulke mysteries (mysterie) zijn aan te wijzen in zijn goddelijke zoonschap, de menswording, het lijden en de verrijzenis van Christus.

Heeft Jezus een ziel, een geest en een lichaam net zoals wij?

Ja, Jezus ‘heeft (...) met zijn mensenhanden (…) gewerkt, met zijn menselijke geest gedacht, met een menselijke wil gehandeld, met een menselijk hart liefgehad’. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 22. 2 Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 470-476

Bij Jezus’ echte mens-zijn hoort dat Hij een ziel had en dat die ziel zich ontplooide. In zijn ziel lag zijn identiteit als mens en zijn unieke bewustzijn van zichzelf. Jezus wist dat Hij één was met zijn Vader in de hemel in de Heilige Geest, en door hen liet Hij zich in alle omstandigheden van zijn leven leiden.

Waarom is Maria maagd?

God wilde dat Jezus Christus een echte menselijke moeder had, maar alleen God zelf als Vader, want Hij wilde een nieuw begin maken, te danken aan Hem alleen en niet aan aardse krachten. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 484-504.508-510

Maria’s maagdelijkheid is geen achterhaalde mythologische voorstelling, maar is van fundamentele betekenis voor het leven van Jezus. Hij werd uit een vrouw geboren, maar had geen aardse vader. Jezus Christus is een nieuw begin in de wereld, van bovenaf tot stand gebracht. In het Lucasevangelie vraagt Maria aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad’ (Lc. 1, 34). Daarop antwoordde de engel: ‘De Heilige Geest zal over je komen’ (Lc. 1, 35). Hoewel de Kerk vanaf het begin bespot werd om haar geloof aan Maria’s maagdelijkheid, heeft zij altijd geloofd dat het gaat om een echte en niet louter symbolische maagdelijkheid.

Had Maria nog andere kinderen dan Jezus?

Nee, Jezus is de enige lijfelijke zoon van Maria. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 500.510

Al in de jonge Kerk werd aangenomen dat Maria blijvend maagd was, zodat Jezus ook geen broers en zussen kan hebben gehad. In het Aramees bestaat er slechts eenzelfde woord voor broeders en zusters, neven en nichten. Als de Evangeliën spreken over ‘broers en zussen’ van Jezus (bijvoorbeeld in (Mc. 3, 31-35)), dan gaat het om naaste familieleden van Jezus.

Is het niet aanstootgevend om Maria ‘moeder’ van God te noemen?

Nee. Wie Maria moeder van God noemt, belijdt daarmee dat haar Zoon God is. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 495.509

Toen de eerste generaties christenen worstelden met de vraag wie Jezus was, werd de titel Theotokos (‘Moeder van God’) het criterium voor de orthodoxe interpretatie van de Heilige Schrift: Maria heeft niet alleen een mens voortgebracht die na zijn geboorte God ‘geworden’ is, maar haar kind is al in haar schoot de ware Zoon van God. Bij die kwestie gaat het niet allereerst om Maria, maar opnieuw om de vraag of Jezus tegelijkertijd waarlijk mens en waarlijk God is.

Wat betekent ‘onbevlekte ontvangenis van Maria’?

De Kerk gelooft ‘dat de allerheiligste Maagd Maria vanaf het begin van haar ontvangenis door een bijzondere genade van de almachtige God, met het oog op de verdiensten van Jezus Christus, de Redder van het menselijk geslacht, gevrijwaard bleef van iedere smet van de erfzonde.’ (Dogma van 1854; Dogma) Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 487-492.508

Het geloof in de ‘onbevlekte ontvangenis’ bestaat vanaf het begin van de Kerk. Het begrip is momenteel vatbaar voor misverstanden. Het wil zeggen dat God Maria gevrijwaard heeft voor de erfzonde, en wel vanaf het begin. Het zegt niets over hoe Jezus ontvangen is in het lichaam van Maria. En het vertegenwoordigt al helemaal niet een negatieve christelijke visie op seksualiteit, alsof man en vrouw zich zouden ‘bevlekken’ wanneer zij een kind verwekken.

Was Maria slechts een instrument in Gods handen?

Maria was meer dan een louter passief werktuig in Gods handen. Het was ook haar actieve instemming die God mens deed worden. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 493-494.508-511

Aan de engel die tegen haar zei dat zij de ‘Zoon van de Allerhoogste’ zou voortbrengen, zei Maria: ‘Laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd’ (Lc. 1, 38). De verlossing van de mensheid door Jezus Christus begint dus met een vraag van God, met de vrije instemming van een mens – en met een zwangerschap voordat Maria met Jozef getrouwd was. Langs die ongewone wegen werd Maria voor ons tot ‘toegangspoort van het heil’.

Waarom is Maria ook onze moeder?

Maria is onze moeder, omdat Christus, de Heer, haar ons als moeder gegeven heeft. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 963-966.973

‘Dat is uw zoon (...) dat is je moeder’ (Joh. 19, 26b-27a). De Kerk heeft die woorden, die Jezus vanaf het kruis gesproken heeft tegen Johannes, altijd zo begrepen dat hiermee de hele Kerk aan Maria werd toevertrouwd. Daardoor is Maria ook onze moeder. Wij mogen haar aanroepen en vragen om bij God te bemiddelen.

Waarom trad Jezus dertig jaar van zijn leven niet in de openbaarheid?

Jezus wilde het gewone mensenbestaan met ons delen en het leven van elke dag daardoor heiligen. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 531-534.564

Jezus werd als kind door zijn ouders met liefde en warmte omringd en opgevoed. ‘Jezus groeide verder op en zijn wijsheid nam nog toe. Hij kwam steeds meer in de gunst bij God en de mensen’ (Lc. 2, 51-52). Hij hoorde thuis in een joodse dorpsgemeenschap en nam deel aan de religieuze rituelen. Hij leerde een ambacht en moest zich daarin waarmaken. Het feit dat God, in Jezus, geboren wilde worden in een gezin van mensen en er wilde opgroeien, heeft het gezin gemaakt tot een plaats waar God woont en tot een oerbeeld van wat een gemeenschap aan ondersteuning kan betekenen.

Waarom liet Jezus zich door Johannes dopen, Hij was toch zonder zonden?

Dopen betekent ondergedompeld worden. Bij zijn doop werd Jezus ondergedompeld in de zondige mensengeschiedenis. Daarmee stelde Hij een teken. Later zou Hij ondergedompeld worden in de dood, om ons van onze zonden te verlossen, maar de macht van zijn Vader zou Hem weer tot leven wekken. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 535-537.565

Het waren zondaars – soldaten, prostituees en tollenaars – die uittrokken naar de profeet Johannes de Doper, omdat zij zich wilden ‘laten dopen en tot inkeer komen, om zo vergeving van zonden te verkrijgen’ (Lc. 3, 3). Eigenlijk had Jezus die doop niet nodig, omdat Hij zonder zonde was. Dat Hij die doop toch onderging, toont ons twee dingen: Jezus neemt onze zonden op zich. En Jezus ziet zijn doop als vooraankondiging van zijn lijden en zijn opstanding. Als Hij dat teken stelt van zijn bereidheid om voor ons te sterven, gaat de hemel open: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon’ (Lc. 3, 22).

Waarom werd Jezus op de proef gesteld? Kon Hij eigenlijk wel echt op de proef gesteld worden?

Jezus was waarlijk mens, en daarom kon Hij op de proef gesteld worden. Jezus Christus is een Verlosser ‘die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat Hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat Hij niet vervallen is tot zonde’ (Heb. 4, 15). Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 538-540.566

Aan wie belooft Jezus het ‘Koninkrijk van God’?

God ‘wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen’ (1 Tim. 2, 4). Het ‘Koninkrijk van God’ begint bij die mensen die zich door Gods liefde tot een ommekeer in hun leven laten brengen. Jezus merkt dat dat vooral de arme en de kleine mensen zijn. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 541-546.567

Zelfs mensen die niet vertrouwd zijn met de Kerk vinden het fascinerend dat Jezus zich met een soort voorkeursliefde vooral richt tot degenen die maatschappelijk uitgerangeerd zijn. In de Bergrede zijn het de armen en de treurenden, de slachtoffers van vervolging en geweld die als eersten het Koninkrijk van God binnengaan, allen die God zoeken met een zuiver hart, allen die zijn barmhartigheid, zijn gerechtigheid en zijn vrede zoeken. Met name worden de zondaars uitgenodigd: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel; ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars’ (Mc. 2, 17).

Heeft Jezus wonderen gedaan, of zijn dat maar vrome verhalen?

Jezus heeft echt wonderen gedaan, en de Apostelen ook. De schrijvers van het Nieuwe Testament vertellen over ware gebeurtenissen. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 547-550

De oudste bronnen getuigen al dat Jezus’ verkondiging ondersteund wordt door talrijke wonderen, zelfs doden-opwekkingen: ‘Als Ik door de Geest van God demonen uitdrijf, dan is het Koninkrijk van God bij jullie gekomen’ (Mt. 12, 28). De wonderen gebeurden in het publiek; de mensen die het betrof, waren vaak met naam en toenaam bekend, bijvoorbeeld de blinde Bartimeüs (Mc. 10, 46-52) of de schoonmoeder van Petrus (Mt. 8, 14-15). Er waren ook wonderen die voor joodse mensen aanstootgevend waren (bijvoorbeeld de genezing van een lamme op de sabbat en de genezing van een melaatse). Toch werden door het jodendom van die dagen deze wonderen niet ontkend.

Wat betekende het dat Jezus wonderen verrichtte?

De wonderen die Jezus verrichtte, waren tekenen van het naderende Koninkrijk van God. Ze waren uitdrukking van zijn liefde voor de mensen en bevestigden zijn zending. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 547-550

Jezus’ wonderen wilden geen magische voorstelling van Jezus zelf geven. Hij was vol van de macht van de verlossende liefde van God. Met wonderen toonde Hij dat Hij de Verlosser was en dat het Koninkrijk van God bij Hem begon. Je kon voelen dat er een nieuwe wereld aanbrak: Hij bevrijdde mensen van honger (Joh. 6, 5-15), onrecht (Lc. 19, 8), ziekte en dood (Mt. 11, 5). Met het uitdrijven van duivels begon Hij zijn strijd tegen de ‘heerser van deze wereld’ (Joh. 12, 31) (daarmee werd Satan bedoeld). Toch verwijderde Jezus niet alle kwaad en ongerechtigheid uit de wereld. Zijn voornaamste doel was mensen uit de slavernij van de zonde te bevrijden. Voor Hem was het geloof het allerbelangrijkste en dat bewerkstelligde Hij ook door zijn wonderen.

Waarom heeft Jezus apostelen aangesteld?

Jezus had een grote groep leerlingen om zich heen, mannen en vrouwen. Uit die groep koos Hij twaalf mannen, die Hij apostelen noemde (Lc. 6, 12-16). Hij rustte de apostelen op bijzondere wijze toe en gaf hun meerdere opdrachten mee: Hij ‘zond hen uit om het koninkrijk van God te verkondigen en zieken te genezen’ (Lc. 9, 2). Alleen deze twaalf apostelen nam Hij mee bij het Laatste Avondmaal, waar Hij hun opdroeg: ‘Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken’ (Lc. 22, 19). Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 551-553.567

De apostelen waren getuigen van Jezus’ opstanding en stonden borg voor de waarheid. Zij voerden na Jezus’ dood zijn opdracht verder uit. Zij kozen degenen die hen moesten opvolgen in hun ambt: de bisschoppen. De opvolgers van de apostelen hebben tot op de dag van vandaag deel aan de door Jezus geschonken volmacht: zij besturen en onderrichten en zij vieren liturgie. De verbondenheid van de apostelen werd het fundament van de eenheid van de Kerk (apostolische opvolging). Onder de apostelen nam Petrus een bijzondere plaats in: ‘Jij bent Petrus, de rots waarop Ik mijn Kerk zal bouwen’ (Mt. 16, 18). Uit de bijzondere plaats van Petrus onder de apostelen kwam het pauselijke ambt voort.

Waarom werd Jezus op de berg van Tabor verheerlijkt?

De Vader wilde al tijdens Jezus’ aardse leven de goddelijke heerlijkheid van zijn Zoon openbaren. De gedaanteverandering van Christus kon de leerlingen later helpen om zijn dood en verrijzenis te begrijpen. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 554-556.568

Drie Evangeliën vermelden hoe Jezus op de top van een berg voor de ogen van zijn leerlingen begint te stralen (‘verheerlijkt’ wordt). De stem van de hemelse Vader noemt Jezus de ‘geliefde Zoon’, naar wie zij moeten luisteren. Petrus wilde ‘drie tenten bouwen’ en het moment vasthouden. Maar Jezus was reeds de weg van het lijden opgegaan. Daarvoor moesten zijn leerlingen enkel gesterkt worden.

Wist Jezus dat Hij zou sterven, toen Hij Jeruzalem binnenging?
Waarom koos Jezus de datum van het Joodse paasfeest uit voor zijn dood en verrijzenis?

Jezus koos het paasfeest van het volk Israël uit omdat het verwijst naar wat er in de dood en de opstanding met Hem ging gebeuren. Net zoals het volk Israël ooit bevrijd werd uit de slavernij van Egypte, zo bevrijdt Christus ons uit de slavernij van de zonde en de macht van de dood. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 571-573

Het paasfeest was het feest van de bevrijding van Israël uit de slavernij van Egypte. Jezus ging naar Jeruzalem om ons op een nog wezenlijker manier te bevrijden. Hij vierde met zijn leerlingen het paasmaal; maar in plaats van het traditionele paaslam te slachten, gaf Hij zichzelf als offerlam. ‘Ons paschalam, Christus, is geslacht’ (1 Kor. 5, 7), om voorgoed en definitief verzoening te bewerken tussen God en de mensen.

Waarom werd een man van vrede als Jezus veroordeeld tot de dood aan het kruis?

Jezus stelde zijn omgeving voor deze beslissende vraag: was Hij iemand die met goddelijke volmacht optrad, of was Hij een oplichter, een godslasteraar en iemand die de wet overtrad en dus volgens de wet moest worden veroordeeld? Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 574-576

In menig opzicht was Jezus een complete provocatie voor het traditionele jodendom van zijn tijd. Hij heeft zonden vergeven, en dat kon alleen God doen. Hij heeft het sabbatsgebod gerelativeerd, de verdenking op zich geladen dat hij God lasterde en het verwijt gekregen dat Hij een valse profeet was. Dat zijn allemaal vergrijpen waar volgens de wet de doodstraf op stond.

Hebben de Joden schuld aan de dood van Jezus?

Niemand mag ‘de Joden’ een collectieve schuld toerekenen aan de dood van Jezus. Wat de kerk met zekerheid belijdt, is iets anders: dat alle zondaars mee schuldig zijn aan de dood van Jezus. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 597-598

De bejaarde profeet Simeon voorzag dat Jezus ‘een teken zal zijn dat betwist wordt’ (Lc. 2, 34b). Er zijn Joodse autoriteiten die Jezus beslist hebben afgewezen, maar onder de farizeeën waren bijvoorbeeld ook stille aanhangers van Jezus, zoals Nikodemus en Jozef van Arimatea. Bij het proces tegen Jezus waren verschillende Romeinse en Joodse personen en instellingen betrokken (Kajafas, Judas, de Hoge Raad, Herodes, Pontius Pilatus), alleen God kent hun individuele schuld. De stelling dat alle toentertijd of vandaag levende Joden schuld hebben aan Jezus’ dood is ondoordacht en Bijbels onhoudbaar.

Heeft God de dood van zijn eigen Zoon gewild?

Dat Jezus een gewelddadige dood stierf, kwam niet door tragische uiterlijke omstandigheden. Jezus werd ‘overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis uitgeleverd’ (Hand. 2, 23). De hemelse Vader ‘heeft Hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde’ (2 Kor. 5, 21), zodat wij, kinderen van de zonde en de dood, leven zouden hebben. Het offer dat God de Vader van zijn Zoon vroeg, was groot, maar even groot was de overgave van Christus: ‘Wat moet Ik zeggen? Vader, laat dit ogenblik aan Mij voorbijgaan? Maar hiervoor ben Ik juist gekomen’ (Joh. 12, 27). Er is een wederzijdse liefde, die stand hield tot het uiterste, aan het kruis. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 599-609.620

Om ons te redden van de dood ondernam God iets wat riskant was: Hij bracht een ‘medicijn van onsterfelijkheid’ (Ignatius van Antiochië) binnen in onze wereld van de dood – zijn Zoon Jezus Christus. Vader en Zoon waren onafscheidelijk verbonden bij deze opdracht, zij waren bereid en verlangden diep uit liefde tot het uiterste te gaan voor de mensen. God wilde een ruil tot stand brengen, om ons voor altijd te redden. Hij wilde ons zijn eeuwige leven schenken, zodat wij delen in zijn vreugde, en Hij wilde ons sterven, onze vertwijfeling, onze verlatenheid, onze dood ondergaan, om alles met ons te delen. Om ons lief te hebben tot het einde toe en nog daarbovenuit. De dood van Christus is de wil van de Vader, maar die dood is niet zijn laatste woord. Sinds Christus voor ons gestorven is, kunnen wij onze dood inruilen tegen zijn leven.

Wat gebeurde er bij het Laatste Avondmaal?

Jezus waste op de avond voor zijn dood de voeten van de leerlingen; Hij stelde de Eucharistie in en vestigde het priesterschap van het Nieuwe Verbond. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 610-611

Jezus toonde hoe ver zijn liefde ging op drie manieren. Hij waste zijn leerlingen de voeten en liet zien dat Hij onder ons is als degene die bedient Vgl. Lc. 22, 27 . Hij stelde met een teken zijn verlossende lijden vooraf present toen Hij over de gaven van brood en wijn de woorden sprak: ‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt’ (Lc. 22, 19). Zo stelde Hij de heilige Eucharistie in. Door de apostelen de opdracht te geven: ‘Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken’ (1 Kor. 11, 24), maakte Hij hen tot priesters van het Nieuwe Verbond.

Had Jezus op de Olijfberg in de nacht voor zijn dood werkelijk doodsangst?

Omdat Jezus werkelijk mens was, voelde hij op de Olijfberg werkelijk menselijke doodsangst. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 612

Met dezelfde menselijke krachten die wij allemaal bezitten, moest Jezus een diepe strijd voeren om innerlijk toe te stemmen in de wil van de Vader, om zijn leven te geven voor het leven van de wereld. In het moeilijkste uur van zijn leven en zelfs door zijn vrienden verlaten, worstelde Jezus om een innerlijk ja. ‘Vader, als het niet mogelijk is dat deze beker aan mij voorbijgaat zonder dat ik eruit drink, laat het dan gebeuren zoals u het wilt’ (Mt. 26, 42).

Waarom moest Jezus ons uitgerekend aan het kruis verlossen?

Het kruis, waaraan Jezus onschuldig en wreed werd terechtgesteld, is de plek van uiterste vernedering en verlatenheid. Christus, onze verlosser, koos voor het kruis om de schuld van de wereld te dragen en het leed van de wereld te lijden. Zo heeft Hij de wereld door zijn volmaakte liefde weer thuisgebracht bij God. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 613-617.622-623

Duidelijker kon God ons zijn liefde niet tonen, dan door zich in de gestalte van zijn Zoon voor ons aan het kruis te laten slaan. Kruisiging was de meest vernederende en wreedste executiemethode voor misdadigers in de oudheid. Romeinse burgers mochten niet gekruisigd worden, welke misdaad ze ook hadden begaan. Zo daalde God af in het diepste lijden van de mensheid. Sindsdien kan niemand meer zeggen: ‘God weet niet hoe erg ik lijd.’

Waarom moeten ook wij het lijden in ons leven accepteren en zo ‘ons kruis op ons nemen’ en daarmee Jezus navolgen?

Christenen moeten het lijden niet opzoeken, maar als ze worden geconfronteerd met onontkoombaar lijden, kan dit voor hem een zin krijgen als ze hun lijden verbinden met het lijden van Christus: '(...) ook Christus heeft geleden om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem’ (1 Pt. 2, 21). Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 618

Jezus heeft gezegd: ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en zo achter mij aan komen’ (Mc. 8, 34). Christenen hebben de opdracht het lijden in de wereld te verzachten. Niettemin zal er altijd lijden zijn. Wij kunnen in geloof ons eigen lijden accepteren en het lijden van anderen delen. Op die manier wordt menselijk lijden één met de verlossende liefde van Christus en daarmee deel van de goddelijke kracht die de wereld ten goede verandert.

Was Jezus werkelijk dood – of kon Hij misschien verrijzen omdat Hij alleen schijnbaar was gestorven?

Jezus Christus stierf werkelijk aan het kruis; zijn lijk werd begraven. Dat vermelden alle bronnen. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 627

In (Joh. 19, 33, e.v.) stellen de soldaten zelfs nadrukkelijk de dood van Jezus vast: ze stoten met een lans in zijn zij en constateren dat er bloed en water uitloopt. Bovendien staat er dat bij de andere beide gekruisigden de benen werden gebroken om het sterfproces te versnellen en dat dit bij Jezus op dat moment niet meer nodig was omdat bij Hem de dood al was ingetreden.

Kun je christen zijn zonder in de verrijzenis van Christus te geloven?
Hoe kwamen de leerlingen ertoe te geloven dat Jezus is verrezen?

De leerlingen, die alle hoop verloren hadden, kwamen tot geloof aan Jezus’ opstanding omdat ze Hem na zijn dood op verschillende manieren zagen, met Hem spraken en Hem als levend ervoeren. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 640-644.656

De paasgebeurtenissen, die zich rond het jaar dertig in Jeruzalem afspeelden, zijn geen verzinsel. Onder de indruk van de dood van Jezus en de nederlaag van hun gemeenschappelijke zaak, vluchtten de leerlingen (‘Wij leefden in de hoop dat Hij degene was die Israël zou bevrijden’, (Lc. 24, 21)) of trokken zich terug achter gesloten deuren. Pas de ontmoeting met de verrezen Christus wekte hen uit hun verstarring en vervulde hen met een enthousiast geloof aan Jezus Christus, de Heer over leven en dood.

Zijn er bewijzen voor de verrijzenis van Jezus?

In natuurwetenschappelijke zin zijn er geen bewijzen voor de verrijzenis van Jezus. Maar er zijn zeer sterke individuele en collectieve getuigenissen van de gebeurtenissen in Jeruzalem. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 639-644.647.656-657

Het oudste schriftelijke getuigenis van de verrijzenis is een brief die de heilige Paulus ca. twintig jaar na Christus’ dood aan de Korintiërs schreef: ‘Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat Hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, en dat Hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. Daarna is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven’ (1 Kor. 15, 3-6). Paulus schrijft hier over een levende overlevering die hij in de oergemeente aantrof toen hij twee of drie jaar na Jezus’ dood en verrijzenis zelf christen werd – als gevolg van zijn eigen overrompelende ontmoeting met de verrezen Heer. Als eerste teken van de realiteit van de verrijzenis zagen de leerlingen het feit van het lege graf (Lc. 24, 5-6). Uitgerekend vrouwen – die volgens het toenmalige recht niet officieel mochten getuigen – ontdekten het. Hoewel over de apostel Johannes verteld wordt dat hij al bij het lege graf ‘zag en geloofde’ (Joh. 20, 8b), ontstond de zekerheid dat Jezus leeft pas door zijn veelvuldige verschijningen. De vele ontmoetingen met de Verrezene eindigden met Christus’ hemelvaart. Toch zijn er ook daarna en tot nu toe nog ontmoetingen met de levende Heer: Jezus Christus leeft.

Keerde Jezus door de verrijzenis terug in de lichamelijke toestand die Hij tijdens zijn aardse leven bezat?

De verrezen Heer liet zich door zijn leerlingen aanraken, Hij at met hen en toonde hun de wonden van zijn lijden. Toch hoorde zijn lichaam niet enkel meer bij de aarde, maar bij het goddelijke rijk van zijn Vader. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 645-646

De verrezen Christus, die de wonden van de gekruisigde draagt, is niet meer gebonden aan ruimte en tijd. Hij kon door gesloten deuren binnenkomen en verscheen op verschillende plaatsen aan zijn leerlingen in een gedaante die zij niet onmiddellijk herkenden. Zijn verrijzenis was dus geen terugkeer in het normale aardse leven, maar de toegang tot een nieuwe wijze van zijn: ‘Wanneer wij met Christus zijn gestorven, geloven we dat we ook met Hem zullen leven, omdat we weten dat Hij die uit de dood is opgewekt, niet meer sterft. De dood heeft geen macht meer over Hem’ (Rom. 6, 8-9).

Wat is er door de verrijzenis in de wereld veranderd?

Omdat met de dood nu niet meer alles afgelopen is, is er vreugde en hoop in de wereld gekomen. Nadat de dood ‘geen macht meer’ (Rom. 6, 9) had over Jezus, had hij ook geen macht meer over ons, die bij Jezus horen. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 655.658

Wat betekent: Jezus is opgestegen ten hemel?

Met Jezus is een van ons bij God aangekomen en voor altijd daar. In zijn Zoon is God ons mensen menselijk nabij. Bovendien zegt Jezus in het Johannesevangelie: ‘Wanneer ik van de aarde omhooggeheven word, zal ik iedereen naar mij toe halen’ (Joh. 12, 32). Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 659-667

In het Nieuwe Testament markeert de hemelvaart van Christus het einde van een veertig dagen durende bijzondere nabijheid van de Verrezene tot zijn leerlingen. Aan het einde van die periode gaat Christus met zijn hele mens-zijn binnen in de heerlijkheid van God. De Heilige Schrift brengt dit tot uitdrukking door de symbolen ‘wolken’ en ‘hemel’. ‘De mens’, aldus Paus Benedictus XVI, ‘vindt ruimte in God.’ Jezus Christus is nu bij de Vader, vanwaar hij op een dag zal komen, ‘om te oordelen de levenden en de doden’. De hemelvaart van Christus betekent dat Jezus niet meer zichtbaar op aarde is, maar toch tegenwoordig en aanwezig.

Waarom is Jezus Christus de Heer van de hele wereld?

Jezus Christus is Heer van de wereld en van de geschiedenis omdat alles met het oog op Hem geschapen is. Alle mensen zijn door Hem verlost en worden door Hem geoordeeld. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 668-674.680

Hij is boven ons, als de enige voor wie wij in aanbidding de knieën buigen; Hij is bij ons als het hoofd van zijn kerk, waarin nu al het Koninkrijk van God begint; Hij is ons vooruit als de Heer van de geschiedenis, in wie de machten van de duisternis definitief overwonnen worden en de lotgevallen van de wereld naar Gods plan voltooid worden; Hij komt ons tegemoet in heerlijkheid, op een dag die wij niet kennen, om de wereld te vernieuwen en te voltooien. Zijn nabijheid kunnen wij vooral ervaren in het Woord van God, in het ontvangen van de Sacramenten, in de zorg voor de armen en ‘waar twee of drie in mijn naam samen zijn. Vgl. Mt. 18, 20

Hoe zal het zijn bij het einde van de wereld?

Bij het einde van de wereld komt Christus - voor iedereen zichtbaar. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 675-677

De dramatische verschrikkingen (Lc. 18, 8)(Mt. 24, 3-14) die in de Heilige Schrift worden aangekondigd, zijn het kwaad dat zijn ware gezicht zal tonen, en de beproevingen en vervolgingen die het geloof van velen op de proef zullen stellen. Maar het zijn slechts de donkere kanten van de nieuwe werkelijkheid: Gods definitieve overwinning over het kwaad wordt zichtbaar. De heerlijkheid, waarheid en gerechtigheid van God zal stralend aan het licht komen. Met de komst van Christus zal ‘een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen’. ‘Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was, is voorbij’ (Openb. 21, 2-4).

Hoe zal het zijn als Christus ons en de hele wereld zal oordelen?

Wie niets van de liefde wil weten, kan ook Christus niet helpen; hij oordeelt zichzelf. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 678-679.681-682

Omdat Jezus Christus ‘de weg, de waarheid en het leven’ (Joh. 14, 6) is, wordt aan Hem duidelijk wat voor God stand houdt en wat niet. Aan de maatstaf van zijn leven zal de volle waarheid over alle mensen, dingen, gedachten en gebeurtenissen aan het licht komen.

Document

Naam: YOUCAT
Jongerencatechismus van de Katholieke Kerk - met een woord vooraf door Paus Benedictus XVI
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 29 november 2010
Copyrights: © 2011-2013, 3e Druk - Uitgeverij Lannoo nv (voor de Nederlandse vertaling)
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam