• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De verantwoordelijken en de medewerkers aan de missie-pastoraal moeten zich één voelen in de gemeenschap die het mystieke Lichaam kenmerkt. Hiervoor heeft Christus gebeden tijdens het Laatste Avondmaal: “Zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U; dat ook zij in Ons mogen zijn opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt” (Joh. 17, 21). In die gemeenschap ligt de grondslag van de vruchtbaarheid van de missie.

Maar de Kerk is ook een zichtbare en georganiseerde gemeenschap en daarom vraagt de missie ook een uitwendige en geordende eenheid tussen de verschillende verantwoordelijkheden en functies, zó dat alle leden “eensgezind hun krachten geven aan de opbouw van de Kerk” Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 28.

Het behoort tot de bevoegdheid van het missiedicasterium “om in heel de wereld het werk zelf van de evangelisatie van de volkeren en de samenwerking in de missie te leiden en te coördineren met behoud van de bevoegdheid van de Congregatie voor de Oosterse Kerken H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Constitutie, Over de hervorming van de Romeinse Curie, Pastor Bonus (28 juni 1988), 85 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 29.

Dat wil zeggen “het is haar taak missionarissen te werven en deze te verdelen overeenkomstig de meer dringende behoeften (...), een gericht werkplan op te stellen, richtlijnen en beginselen voor een aangepaste evangelisering te doen uitgaan en het initiatief te nemen” 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 29 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Constitutie, Over de hervorming van de Romeinse Curie, Pastor Bonus (28 juni 1988), 86. Ik kan deze wijze beschikkingen slechts bevestigen; om de missie ad gentes nieuw elan te geven is een centrum van stimulering, leiding en coördinatie nodig, dat de Congregatie voor de Evangelisatie van de Volkeren is. Ik nodig de bisschoppenconferenties en hun organen, de hogere oversten van de orden, congregaties en instituten en de lekenorganisaties, die betrokken zijn in de missieactiviteit, uit om trouw samen te werken met deze congregatie die het noodzakelijke gezag heeft om de missieactiviteit en de samenwerking op universeel niveau te programmeren en te leiden.

Dezelfde congregatie, die een lange en roemvolle ervaring achter de rug heeft, is geroepen om een rol van primair gewicht te vervullen op het vlak van de reflectie en van de praktische programma’s, waaraan de Kerk behoefte heeft om zich meer beslist te richten op de missie in haar verschillende vormen. Voor dit doel moet de congregatie nauwe betrekkingen onderhouden met de andere organen van de Heilige Stoel, met de plaatselijke kerken en met de missiekrachten. In een ecclesiologie van gemeenschap, waarin de Kerk geheel missionerend is, maar tegelijk specifieke roepingen en instellingen voor het werk ad gentes steeds onmisbaar blijven, blijft de rol van leiding en coordinatie van de missiecongregatie zeer belangrijk, om gezamenlijk de grote problemen van algemeen belang aan te pakken, met behoud van de eigen bevoegdheden van iedere autoriteit en iedere structuur.

Voor de leiding en de coördinatie van de missieactiviteit op nationaal niveau zijn de bisschoppenconferenties en hun verschillende groeperingen zeer belangrijk. Het Concilie vraagt hun dat zij “in gemeenschappelijk beraad de meer ernstige vraagstukken en de dringende problemen behandelen, zonder echter de plaatselijke verschillen te verwaarlozen” 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 31 en nog minder het probleem van de inculturatie. In feite bestaat er reeds een ruime en geregelde actie op dit gebied en de vruchten daarvan zijn zichtbaar. Het is een actie die geïntensiveerd moet worden en beter verbonden moet worden met de activiteit van andere organen van de conferenties zelf, opdat de zorg voor de missie niet overgelaten wordt aan een gegeven sector of orgaan, maar door allen gedeeld wordt.

Laten de organen en de instellingen die zich wijden aan de missieactiviteit, hun krachten en initiatieven op passende wijze samenbundelen. Laten verder de conferenties van hogere oversten hetzelfde doen in hun omgeving, in verbinding met de bisschoppenconferenties volgens de vastgestelde aanwijzingen en normen Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 33, en zo nodig ook met behulp van gemengde commissies Vgl. H. Paus Paulus VI, Motu Proprio, Bekrachtiging van een aantal Decreten van het Tweede Vaticaans Concilie, Ecclesia Sancta (6 aug 1966). II, 43. Tenslotte zijn ontmoetingen en vormen van samenwerking tussen de verschillende missie-instellingen wenselijk, zowel met betrekking tot de vorming en de studie Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 34 Vgl. H. Paus Paulus VI, Motu Proprio, Bekrachtiging van een aantal Decreten van het Tweede Vaticaans Concilie, Ecclesia Sancta (6 aug 1966). III, 22 als voor de apostolische actie, die ontplooid moet worden.

Document

Naam: REDEMPTORIS MISSIO
Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 7 december 1990
Copyrights: © 1991 - Stichting R.K. Voorlichting
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam