• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Er is geen getuigenis zonder getuigen, zoals er geen missie is zonder missionarissen. Jezus kiest en zendt mensen als zijn getuigen en apostelen, opdat zij medewerken aan zijn zending en zijn heilswerk voortzetten. “Gij zult (...) mijn getuigen (...) zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het uiteinde der aarde” Vgl. Hand. 1,8 .

De twaalf zijn de eerste werkers van de universele zending. De apostelen vormen een “college” en zijn door Jezus gekozen om Hem te vergezellen en gezonden te worden “naar de verloren schapen van het huis van Israel”.Vgl. Mt. 10, 6 . De collegialiteit verhindert niet dat afzonderlijke personen zich in de groep onderscheiden, zoals Jakobus, Johannes en vooral Petrus, wiens persoon zozeer uitsteekt dat de uitdrukking “Petrus en de overige apostelen” Vgl. Hand. 2, 37 gerechtvaardigd is. Dank zij hem openen zich de horizonten van de universele zending, waarin vervolgens Paulus zal uitblinken, die door Gods wil geroepen en gezonden wordt onder de heidenvolken. Vgl. Gal. 1, 15-16 .

Bij de uitbreiding van de beginnende missie vinden wij naast de apostelen andere nederige werkers, die niet vergeten mogen worden; het zijn personen, groepen en gemeenschappen. De gemeente van Antiochië is een typisch voorbeeld van een plaatselijke kerk die van geëvangeliseerd evangeliserend wordt en haar missionarissen uitzendt naar de heidenvolken Vgl. Hand. 13, 2-3 . In de oerkerk is de missie een taak van de gemeenschap, maar zij kent in haar schoot ook “speciale gezondenen” of “missionarissen die zich wijden aan de heidenvolken”, zoals Paulus en Barnabas.

Wat in het begin van het christendom gedaan is voor de universele zending behoudt ook nu zijn geldigheid en noodzaak. De Kerk is uit haar aard missionair, aangezien de opdracht van Christus niet een toevallig en uiterlijk aspect is, maar het hart zelf van de Kerk raakt. Daaruit volgt dat de gehele Kerk en iedere kerk naar de heidenen wordt gezonden. De jongere kerken moeten juist “om deze missieijver bij de landgenoten te doen bloeien (...) zo spoedig mogelijk daadwerkelijk deelnemen aan de algemene zending van de Kerk door ook zelf, ofschoon zij lijden onder een tekort aan geestelijken, missionarissen te zenden om overal ter aarde het evangelie te verkondigen” 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 20. Vele kerken doen dat al en ik moedig ze levendig aan het te blijven doen.

De authentieke en volle missiegeest wordt uitgeoefend in de wezenlijke band van gemeenschap tussen de universele Kerk en de particuliere kerken: “In een wereld die steeds kleiner wordt door het wegvallen van de afstanden, moeten de kerkelijke gemeenschappen met elkaar in verbinding treden, krachten en middelen uitwisselen, zich samen inzetten voor de ene en gemeenschappelijke zending om het evangelie te verkondigen en in praktijk te brengen. De zogenaamde jonge kerken (...) hebben de kracht nodig van de oude, zoals ook zij op hun beurt het getuigenis en de impuls van de jonge nodig hebben zodat de afzonderlijke kerken putten uit de rijkdom van andere kerken” H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de roeping en de zending van de leken in de Kerk, Christifideles laici (30 dec 1988), 35.

Document

Naam: REDEMPTORIS MISSIO
Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 7 december 1990
Copyrights: © 1991 - Stichting R.K. Voorlichting
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam