• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De dialoog tussen de godsdiensten maakt deel uit van de evangeliserende missie van de Kerk. Als methode en middel voor wederzijdse kennis en verrijking is hij niet in tegenspraak met de missie ad gentes, maar heeft hij daarmee speciale banden en is hij er uitdrukking van. Die missie is immers bestemd voor de mensen die Christus en zijn evangelie niet kennen en merendeels tot andere godsdiensten behoren. In Christus roept God alle volkeren tot zich; Hij wil hun de volheid van zijn openbaring en zijn liefde meedelen; Hij laat niet na op vele wijzen tegenwoordig te komen, niet alleen in de afzonderlijke individuen maar ook in de volkeren, door middel van hun geestelijke rijkdommen, waarvan de godsdiensten de belangrijkste en wezenlijke uitdrukking zijn, ook al bevatten zij “leemten, onvolkomenheden en dwalingen” H. Paus Paulus VI, Toespraak, Bij de opening van de tweede zitting van het Tweede Vaticaans Concilie, Salvete (29 sept 1963), 64 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 2 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 9 Vgl. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 53. Het Concilie en het latere kerkelijke onderricht hebben dit uitgebreid benadrukt, eraan vasthoudend dat het heil van Christus komt en dat de dialoog niet ontstaat van de evangelisatie Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de Kerk, Ecclesiam Suam (6 aug 1964) Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 2 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 11.41 Vgl. Secretariaat voor de niet-christenen, De houding van de Kerken opzichte van de volgelingen van andere godsdiensten (Overwegingen en oriĆ«nteringen omtrent dialoog en missie) (4 sept 1984)

In het licht van de heilseconomie ziet de Kerk geen tegenstelling tussen de verkondiging van Christus en de dialoog tussen de godsdiensten, maar voelt zij de noodzaak deze te verenigen in het kader van haar missie ad gentes. Het is nodig dat deze twee elementen zowel hun innerlijk verband als hun onderscheid bewaren; daarom moeten zij niet worden verward noch misbruikt zich gelijkwaardig geacht, alsof zij onderling verwisselbaar waren.

Onlangs heb ik aan de bisschoppen van Azië geschreven: “Ook al erkent de Kerk graag al wat waar en heilig is in de godsdienstige tradities van het boeddhisme, het hindoeïsme en de islam, die weerspiegelingen zijn van de waarheid welke alle mensen verlicht, toch vermindert dat niet haar plicht en haar besluit om zonder aarzelen Jezus Christus te verkondigen, die de weg, de waarheid en het leven is (...). Het feit dat de volgelingen van andere godsdiensten Gods genade kunnen ontvangen en door Christus gered kunnen worden onafhankelijk van de gewone middelen die Hij heeft ingesteld, maakt hij absoluut niet de oproep ongedaan tot het geloof en het doopsel, die God voor alle volkeren wil” H. Paus Johannes Paulus II, Brief, Aan de bisschoppen van AziĆ« ter gelegenheid van de vijfde plenaire vergadering van de Federatie van de Aziatische Bisschoppenconferenties (23 juni 1999), 4. Inderdaad heeft Christus zelf uitdrukkelijk de noodzakelijkheid van het geloof en het doopsel afgekondigd (...) en daardoor de noodzakelijkheid van de Kerk bevestigd, waarin de mensen door de poort van het Doopsel binnengaan” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 14 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 7. De dialoog moet geleid en verwerkelijkt worden met de overtuiging dat de Kerk de gewone weg van het heil is en dat alleen zij de gehele volheid van de heilsmiddelen bezit Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 3 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 7.

De dialoog vloeit niet voort uit tactiek of eigenbelang, maar is een activiteit met eigen motieven, eisen en waardigheid. Hij is een vereiste van de diepe eerbied voor al wat de Geest, die blaast waarheen Hij wil, in iedere mens heeft uitgewerkt Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Verlosser van de mensen, Redemptor Hominis (4 mrt 1979), 12. Door de dialoog wil de Kerk de “zaden van het Woord” Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 11.15 en de stralen “van die Waarheid welke alle mensen verlicht” Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 2, ontdekken, zaden en stralen die zich bevinden in de personen en in de godsdienstige tradities van de mensheid. De dialoog is gebaseerd op hoop en liefde en zal vrucht dragen in de Geest. De andere godsdiensten vormen een positieve uitdaging voor de Kerk. Zij sporen haar namelijk aan zowel om de tekenen van de tegenwoordigheid van Christus en de werking van de Heilige Geest te ontdekken en te herkennen als om de eigen identiteit te verdiepen en te getuigen van de openbaring, waarvan zij beheerster is voor het welzijn van allen.

Hieruit vloeit de geest voort welke de dialoog moet beheersen in het kader van de missie. De gesprekspartner moet consequent zijn in zijn godsdienstige traditie en overtuiging en de openheid hebben om die van de ander te begrijpen, zonder te veinzen of zich af te sluiten, maar met waarheid, nederigheid en eerlijkheid, in de wetenschap dat de dialoog eenieder kan verrijken. Men moet beslist niet verkeerdelijk toegeeflijk of ironisch zijn, maar voor elkaar getuigenis afleggen voor een gemeenschappelijke vooruitgang op de weg van het religieuze zoeken en ervaren en tevens voor het overwinnen van vooroordelen, onverdraagzaamheid en misverstanden. De dialoog streeft naar innerlijke zuivering en bekering die, als zij in volgzaamheid aan de Geest nagestreefd worden, geestelijk vruchtbaar zullen zijn.

Er opent zich een uitgestrekt veld voor de dialoog, die veelvoudige vormen en uitdrukkingen kan aannemen: van de uitwisseling tussen deskundigen of officiële vertegenwoordigers van de godsdienstige tradities tot aan de samenwerking voor de integrale ontwikkeling en het behoud van de godsdienstige waarden; van de mededeling van de respectieve geestelijke ervaringen tot aan de zogenaamde “levensdialoog” waardoor de gelovigen van de verschillende godsdiensten in het dagelijkse leven voor elkaar getuigen van de eigen menselijke en geestelijke waarden en elkaar helpen daarnaar te leven teneinde een meer rechtvaardige en broederlijke maatschappij op te bouwen.

Alle gelovigen en de christelijke gemeenschappen worden geroepen om de dialoog in praktijk te brengen, zij het niet in dezelfde mate en vorm. Onmisbaar is daarvoor de inbreng van de leken, die “door het voorbeeld van hun leven en door hun activiteit (...) de verbetering kunnen bevorderen van de betrekkingen tussen de volgelingen van de verschillende godsdiensten” H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de roeping en de zending van de leken in de Kerk, Christifideles laici (30 dec 1988), 35, terwijl sommigen van hen ook zullen kunnen bijdragen door wetenschappelijk onderzoek en studie Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 41.

Omdat ik weet dat vele missionarissen en christelijke gemeenschappen in de moeilijke en vaak onbegrepen weg van de dialoog de enige manier vinden om oprecht getuigenis af te leggen van Christus en om de mens edelmoedig te dienen, wil ik hen aanmoedigen om met geloof en liefde te volharden, ook daar waar hun inspanningen geen aandacht en respons vinden. De dialoog is een weg naar het Rijk en zal zeker zijn vruchten afwerpen, ook al worden uur en dag door de Vader vastgesteld Vgl. Hand. 1,7 .

Document

Naam: REDEMPTORIS MISSIO
Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 7 december 1990
Copyrights: © 1991 - Stichting R.K. Voorlichting
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam