• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De verkondiging heeft blijvend de prioriteit in de zending. De Kerk kan zich niet onttrekken aan de uitdrukkelijke opdracht van de Heer en de Blijde Boodschap niet onthouden aan de mensen die door God bemind en gered worden. “De evangelisatie zal altijd – als fundament en centrum en toppunt van heel haar dynamische kracht – ook deze duidelijke stelling bevatten: in Jezus Christus (...) wordt het heil aangeboden aan iedere mens als een gave van genade en barmhartigheid van God zelf” H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 27. Alle vormen van missieactiviteit zijn gericht op deze verkondiging die inzicht geeft en binnenleidt in het mysterie dat van eeuwigheid verborgen was en geopenbaard is in Christus Vgl. Ef. 3, 3-9 Vgl. Kol. 1, 25-29 , die in het centrum staat van de missie en van het leven van de Kerk als spil van heel de evangelisatie.

In de complexe werkelijkheid van de missie speelt de eerste verkondiging een centrale en onvervangbare rol, omdat zij de mens binnenleidt “in het geheim van de liefde van God, die hem roept tot een persoonlijke omgang met zichzelf in Christus” 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 13 en de weg opent voor de bekering. Het geloof ontstaat door de verkondiging en elke kerkelijke gemeenschap ontstaat en leeft uit het persoonlijke antwoord van iedere gelovige op die verkondiging Vgl. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 15. Zoals de gehele heilseconomie Christus als middelpunt heeft, zo gaat heel de missieactiviteit uit naar de verkondiging van zijn mysterie.

De verkondiging heeft tot voorwerp de gekruisigde, gestorven en verrezen Christus; door Hem voltrekt zich de volledige en echte bevrijding uit het kwaad, de zonde en de dood, in Hem schenkt God het “nieuwe leven”, het goddelijke en eeuwige leven. Dat is de Blijde Boodschap die de mens en de geschiedenis van de mens verandert. Alle volken hebben het recht deze boodschap te kennen. De verkonding moet geschieden in de context van het leven van de mensen en de volkeren die haar ontvangen. Zij moet geschieden met een houding van liefde en achting voor wie ernaar luistert en met een taal die concreet is en aangepast aan de omstandigheden. In de verkondiging werkt de Geest die een gemeenschap vestigt tussen de missionaris en de toehoorders, welke mogelijk is in zover de één en de anderen door Christus in gemeenschap met de Vader treden Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de Heilige Geest in het leven van de Kerk en de wereld, Dominum et vivificantem (18 mei 1986), 42.64.

Aangezien de verkondiging geschiedt in vereniging met de gehele kerkgemeenschap, is zij nooit een persoonlijke aangelegenheid. De missionaris is aanwezig en werkt krachtens een opdracht die hij ontvangen heeft, en ook als hij alleen is, is hij door onzichtbare maar diepe banden verbonden met de evangeliserende activiteit van heel de Kerk Vgl. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 60. De toehoorders ontwaren vroeg of laat achter hem de gemeenschap die hem gezonden heeft en steunt.

De verkondiging wordt bezield door het geloof dat in de missionaris enthousiasme en ijver opwekt. Zoals gezegd beschrijven de Handelingen deze houding met het woord parresia, dat vrijmoedigheid en moed in het spreken betekent en ook bij Sint Paulus voorkomt: “Wij hebben met de hulp van onze God de moed gevonden om ondanks heftige tegenstand zijn boodschap bij u openlijk te verkondigen” (1 Tess. 2, 2). “Bidt ook voor mij, dat mij het woord gegeven mag worden als ik mijn mond open om vrijmoedig het mysterie openbaar te maken, waarvoor ik een gezant ben in boeien. Bidt dat ik het vrijmoedig mag verkondigen, zoals het mijn plicht is” (Ef. 6, 19-20).

Als de missionaris Christus verkondigt aan niet-christenen, is hij overtuigd dat er door de werking van de Geest in de afzonderlijke personen en in de volkeren reeds een, wellicht onbewust, verlangen is om de waarheid te kennen over God, over de mens en over de weg die naar de bevrijding uit zonde en dood leidt. Het enthousiasme in de verkondiging van Christus vloeit voort uit de overtuiging dat men beantwoordt aan dat verlangen, zodat de missionaris ook niet de moed verliest en niet afziet van zijn getuigenis als hij geroepen wordt om zijn geloof te belijden in een vijandige of onverschillige omgeving. Hij weet dat de Geest van de Vader in hem spreekt Vgl. Mt. 10, 17-20 Vgl. Lc. 12, 11-12 en hij kan met de apostelen zeggen: “Van dit alles zijn wij getuigen, maar ook de Heilige Geest” (Hand. 5, 32). Hij weet dat hij geen menselijke waarheid verkondigt, maar het “Woord van God”, dat een innerlijke en mysterieuze kracht heeft Vgl. Rom. 1,16 .

Het hoogste bewijs is de gave van het leven tot aan het aanvaarden van de dood om te getuigen van het geloof in Jezus Christus. Zoals steeds in de christelijke geschiedenis zijn de “martelaren”, d.w.z. de getuigen, talrijk en zij zijn onmisbaar op de weg van het evangelie. Ook in ons tijdvak zijn er velen: bisschoppen, priesters, religieuzen en leken en soms onbekende helden die hun leven geven om getuigenis af te leggen van het geloof. Zij zijn de verkondigers en getuigen bij uitstek.

Document

Naam: REDEMPTORIS MISSIO
Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 7 december 1990
Copyrights: © 1991 - Stichting R.K. Voorlichting
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam