• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De Geest spoort de groep gelovigen aan een gemeenschap te vormen, kerk te zijn. Na de eerste prediking van Petrus op Pinksteren en de bekeringen die daaruit volgden, vormt zich de eerste gemeente Vgl. Hand. 2, 42-47 Vgl. Hand. 4, 32-35 .

Eén van de centrale doeleinden van de missie is inderdaad het volk bijeen te brengen voor het aanhoren van het evangelie, voor de broederlijke gemeenschap, voor het gebed en voor de Eucharistie. In “broederlijke gemeenschap” (koinonia) leven betekent “één van hart en één van ziel” zijn (Hand. 4, 32) en in alle opzichten een gemeenschap vormen: menselijk, geestelijk en materieel. De echte christelijke gemeenschap spant zich inderdaad ook in voor de verdeling van de aardse goederen, opdat er geen behoeftigen zijn en allen toegang kunnen hebben tot die goederen “naar ieders behoefte” (Hand. 2, 45) Vgl. Hand. 4, 35 . De eerste christelijke gemeenten, waarin “blijdschap en eenvoud van hart” heersten (Hand. 2, 46), waren op dynamische wijze open en missionerend; zij “stonden bij het hele volk in de gunst” (Hand. 2, 47). Nog voordat de missie actie is, is zij getuigenis en uitstraling H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 41-42.

De Handelingen geven aan dat de zending, die eerst tot Israël gericht is en vervolgens tot de heidenen, zich ontplooit op vele niveaus. In de eerste plaats is er de groep van de twaalf, die als één lichaam, door Petrus geleid, de Blijde Boodschap verkondigt. Verder is er de gemeenschap van gelovigen, die door haar wijze van leven en werken getuigenis aflegt van de Heer en de heidenen bekeert Vgl. Hand. 2, 46-47 . Er zijn ook speciale gezondenen voor de verkondiging van het evangelie. Zo zendt de christengemeente van Antiochië haar leden uit om te missioneren: na gevast, gebeden en de Eucharistie gevierd te hebben verneemt zij dat de Geest Paulus en Barnabas uitgekozen heeft om uitgezonden te worden Vgl. Hand.13, 1-4. In het begin wordt de zending dus gezien als een plicht van de gemeente en als een verantwoordelijkheid van de plaatselijke kerk, die missionarissen nodig heeft om zich uit te breiden tot nieuwe grenzen. Naast de gezondenen waren er anderen, die spontaan getuigenis aflegden van de nieuwheid welke hun leven veranderd had en die vervolgens de gemeenten, welke door hen gevormd werden, bonden aan de apostolische Kerk.

De lezing van de Handelingen maakt ons duidelijk dat in het begin van de Kerk de missie ad gentes, ook al had zij permanente missionarissen die zich vanwege een speciale roeping aan die missie wijdden, in feite beschouwd werd als de normale vrucht van het christelijke leven, een plicht voor iedere gelovige door middel van het persoonlijke getuigenis en, indien mogelijk, van de expliciete verkondiging.

Document

Naam: REDEMPTORIS MISSIO
Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 7 december 1990
Copyrights: © 1991 - Stichting R.K. Voorlichting
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam