• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Alle evangelisten besluiten hun verhalen over de ontmoeting van de Verrezene met de apostelen met de missieopdracht: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen (...). Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld” (Mt. 28, 18-20) Vgl. Mc. 16, 15-18 Vgl. Lc. 24, 46-49 Vgl. Joh. 20, 21-23 .

Deze zending is zending in de Geest, zoals duidelijk blijkt uit de tekst van Sint Jan: Christus zendt de zijnen in de wereld, zoals de Vader Hem gezonden heeft, en Hij schenkt hun daarvoor de Geest. Lucas verbindt op zijn beurt het getuigenis dat de apostelen van Christus moeten geven, nauw met de werking van de Heilige Geest, die hen in staat zal stellen de ontvangen opdracht uit te voeren.

De verschillende vormen van de “missieopdracht” bevatten gemeenschappelijke punten en eigen accenten. Maar twee elementen bevinden zich in alle versies. In de eerste plaats de universele omvang van de taak die is toevertrouwd aan de apostelen: “alle volkeren” (Mt. 28, 19); “over heel de wereld (...) aan heel de schepping” (Mc. 16, 15); “onder alle volken” (Lc. 24, 47); “tot het uiteinde der aarde” (Hand. 1, 8). In de tweede plaats de verzekering die de Heer hun geeft, dat zij in deze taak niet alleen zullen blijven, maar de sterkte en de middelen zullen ontvangen om hun zending te vervullen. Daarin zijn de Geest met zijn kracht en Jezus met zijn blijvende bijstand aanwezig:

“Zij trokken uit om overal te prediken en de Heer werkte met hen mee” (Mc. 16, 20).

Wat de verschillen in accent in de opdracht betreft stelt Marcus de zending voor als een verkondiging of kerugma: “Verkondigt het evangelie” (Mc. 16, 15). De bedoeling van de evangelist is om de lezers ertoe te brengen de belijdenis van Petrus te herhalen: “Gij zijt de Christus” (Mc. 8, 29) en te zeggen zoals de Romeinse honderdman voor de aan het kruis gestorven Jezus: “Waarlijk, deze man was Gods Zoon” (Mc.15, 39). In het evangelie van Matteüs ligt het accent van de zending op de stichting van de Kerk en op haar onderricht Vgl. Mt. 28, 19-20 Vgl. Mt. 16, 18 . Bij hem maakt de opdracht dus duidelijk dat de verkondiging van het evangelie aangevuld moet worden door een catechese van kerkelijke en sacramentele orde.

In het evangelie van Lucas wordt de zending voorgesteld als getuigenis Vgl. Lc. 24, 48 Vgl. Hand. 1, 8 , vooral van de verrijzenis Vgl. Hand. 1, 22 . De missionaris wordt uitgenodigd om te geloven in de hervormde kracht van het evangelie en te verkondigen wat Lucas goed illustreert, nl. de bekering tot de liefde en barmhartigheid van God, de ervaring van een integrale bevrijding, die gaat tot aan de wortel van elk kwaad, de zonde.

Johannes is de enige die expliciet spreekt van “zending” (een woord dat dezelfde betekenis heeft als “missie”]] en de zending die Jezus aan de leerlingen toevertrouwt, direct verbindt met de zending die Hij van de Vader ontvangen heeft: “Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u” (Joh. 20, 21), Jezus zegt tot de Vader: “Zoals Gij Mij in de wereld gezonden hebt, zo zend Ik hen in de wereld” (Joh. 17, 18). Heel de betekenis van het evangelie van Johannes voor de zending is uitgedrukt in het hogepriesterlijk gebed: het eeuwige leven is “dat zij U kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden, Jezus Christus” (Joh. 17, 3). Het uiteindelijke doel van de zending is om te doen delen in de gemeenschap die bestaat tussen de Vader en de Zoon. De leerlingen moeten in onderlinge eenheid leven door in de Vader en de Zoon te blijven, opdat de wereld zal erkennen en geloven Vgl. Joh. 17, 21.23 . Dat is een veelzeggende missietekst, die doet begrijpen dat men allereerst missionaris is door wat men is als Kerk die door de liefde in diepe eenheid leeft, voordat men missionaris is door wat men zegt of doet.

De vier evangelies vertonen dus in de fundamentele eenheid van de zending een zeker pluralisme, dat weerspiegeling is van verschillende ervaringen en situaties in de eerste christengemeente. Het is ook vrucht van de dynamische stuwing van de Geest zelf; het nodigt uit te letten op de verschillende charisma’s voor de missie en de verschillende condities van de milieus en van de mensen. Maar alle evangelisten onderstrepen dat de zending van de leerlingen medewerking is aan de zending van Christus: “Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld” (Mt. 28, 20). De zending is niet gebaseerd op menselijke vermogens maar op de kracht van de Verrezene.

Document

Naam: REDEMPTORIS MISSIO
Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 7 december 1990
Copyrights: © 1991 - Stichting R.K. Voorlichting
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam