• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Men spreekt nu veel over het Rijk, maar niet altijd in overeenstemming met de kerkelijke zin. Er zijn namelijk opvattingen over het heil en de missie die men “antropocentrisch” kan noemen in de beperkende zin van de term, in zover zij zich geheel richten op de aardse noden van de mens. In deze visie dreigt het Rijk een geheel menselijke en geseculariseerde werkelijkheid te worden, waarin wat telt de programma’s en de strijd voor sociaal-economische, politieke en ook culturele bevrijding zijn, maar binnen een horizon die afgesloten is voor het transcendente. Zonder te ontkennen dat er ook op dit niveau waarden zijn die bevorderd dienen te worden, moet men toch zeggen dat die opvatting binnen de grenzen blijft van een mens die beroofd is van zijn authentieke en diepe dimensies en zich gemakkelijk omzet in één van de ideologieën van louter aardse vooruitgang. Het Rijk Gods daarentegen is niet van deze wereld, niet van hier Vgl. Joh. 18, 36 .

Verder zijn er opvattingen die bewust het accent leggen op het Rijk, zich “rijk-centrisch” noemen en het beeld tonen van een Kerk die niet aan zichzelf denkt, maar geheel in beslag wordt genomen door het getuigenis en de dienst van het Rijk. Het is een “Kerk voor de anderen”, naar men zegt, zoals Christus de “mens voor de anderen” is. Men beschrijft de taak van de Kerk als een taak die zich in twee richtingen moet bewegen; van de ene kant het bevorderen van de zogenaamde “waarden van het Rijk”, zoals vrede, rechtvaardigheid, vrijheid en broederschap, en van de andere kant het begunstigen van de dialoog tussen de volkeren, culturen en godsdiensten, opdat door wederzijdse verrijking de wereld geholpen wordt om zich te vernieuwen en steeds verder te gaan op de weg naar het Rijk.

Deze opvattingen vertonen naast positieve ook negatieve aspecten. Op de eerste plaats zwijgen zij over Christus. Het Rijk waarover zij spreken, is gebaseerd op een “theocentrisme”, omdat, zoals zij zeggen, Christus niet begrepen kan worden door wie niet het christelijk geloof bezit, terwijl de verschillende volkeren, culturen en godsdiensten elkaar kunnen vinden in de ene goddelijke werkelijkheid, hoe deze ook mag heten. Om dezelfde reden geven zij de voorkeur aan het mysterie van de schepping, dat weerspiegeld wordt in de verscheidenheid van culturen en geloven. Maar zij zwijgen over het mysterie van de verlossing. Bovendien sluit het Rijk, zoals zij het verstaan, tenslotte de Kerk uit of onderschat het deze, in reactie tegen een verondersteld “kerk-centrisme” uit het verleden en omdat zij de Kerk zelf slechts als een teken zien, dat overigens niet vrij is van dubbelzinnigheid.

Welnu, dit is niet het Rijk Gods zoals wij het uit de openbaring kennen. Dit kan niet losgemaakt worden noch van Christus noch van de Kerk.

Zoals gezegd, is het Rijk niet alleen door Christus aangekondigd, maar in Hem zelf tegenwoordig gekomen en vervuld. En niet alleen door zijn woorden en werken: “Vóór alles nochtans wordt het Rijk openbaar in de persoon zelf van Christus, de Zoon van God en de Zoon van de mensen, gekomen “om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen” (Mc. 10, 45) 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 5. Het Rijk Gods is niet een begrip, een leer, een programma, dat vrij uitgewerkt kan worden, maar vooral een persoon, die het gelaat en de naam heeft van Jezus van Nazareth, beeld van de onzichtbare God Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 22. Als men het Rijk losmaakt van Jezus, dan is het niet meer het Rijk Gods, dat Hij geopenbaard heeft, en men misvormt tenslotte zowel de zin van het Rijk, dat gevaar loopt veranderd te worden in een zuiver menselijk of ideologisch object, als de identiteit van Christus, die niet meer de Heer blijkt te zijn aan wie alles onderworpen moet worden Vgl. 1 Kor. 15, 27 .

Men kan het Rijk evenmin losmaken van de Kerk. Deze is zeker geen doel op zich, daar zij gericht staat op het Rijk van God, waarvan zij kiem, teken en werktuig is. Terwijl de Kerk onderscheiden is van Christus en van het Rijk, is zij met beiden onlosmakelijk verbonden. Christus heeft de Kerk, zijn lichaam, uitgerust met de volheid van de heilsgoederen en –middelen; de Heilige Geest woont in haar, maakt haar levend door zijn gaven en charisma’s, heiligt, geleidt en vernieuwd haar voortdurend. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 4. Daaruit vloeit een bijzondere en unieke relatie voort die, al sluit zij de werking van Christus en van de Heilige Geest buiten de zichtbare grenzen van de Kerk niet uit, aan haar een specifieke en noodzakelijke rol toekent. Vandaar ook de speciale band van de Kerk met het Rijk van God en van Christus; zij heeft de zending dit te verkondigen en bij alle volkeren te vestigen” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 5.

In deze totaalvisie begrijpt men de werkelijkheid van het Rijk. Dit eist zeker de bevordering van het menselijk welzijn en van de menselijke waarden, welke men zeer wel “evangelisch” kan noemen, omdat zij innig verbonden zijn met de Blijde Boodschap. Maar deze bevordering, die de Kerk ook ter harte gaat, moet niet losgemaakt worden van of gesteld worden tegenover haar andere fundamentele taken, zoals de verkondiging van Christus en van zijn evangelie en de stichting en ontwikkeling van gemeenschappen welke onder de mensen het levende beeld verwerkelijken van het Rijk. Men moet niet vrezen hiermee in een vorm van “kerk-centrisme” te vervallen. Paulus VI, die het bestaan bevestigd heeft van “een nauw verband tussen Christus, de Kerk en de evangelisatie” H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 16, heeft ook gezegd dat de Kerk “geen doel op zich is, maar vurig verlangt geheel van Christus, in Christus en voor Christus te zijn en geheel van de mensen, onder de mensen en voor de mensen” H. Paus Paulus VI, Toespraak, Openingstoespraak 3e zittingsperiode Vaticanum II, In Signo Sanctae Crucis (14 sept 1964), 17

Document

Naam: REDEMPTORIS MISSIO
Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 7 december 1990
Copyrights: © 1991 - Stichting R.K. Voorlichting
Bewerkt: 20 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam