• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Als wij teruggaan tot de oorsprong van de Kerk, dan vinden wij de duidelijke bevestiging dat Christus de enige Redder van allen is, de enige die God kan openbaren en naar God kan voeren. Petrus antwoordt aan de Joodse religieuze overheden die de apostelen ondervragen over de lamme die hij genezen heeft: ”Door de naam van Jezus Christus, de Nazarener, die gij gekruisigd hebt maar die God uit de doden heeft doen opstaan (...) staat deze man hier gezond voor u (...). Geen andere naam onder de hemel is aan de mensen gegeven waarin wij gered moeten worden” (Hand. 4, 10.12). Deze uitspraak, die gericht is tot het Sanhedrin, heeft een universele waarde, daar voor allen –joden en heidenen – het heil alleen van Jezus Christus kan komen.

De universaliteit van dit heil in Christus wordt in heel het Nieuwe Testament bevestigd: Sint Petrus erkent in de verrezen Christus de Heer: ”Want, schrijft hij, al zijn er ook zogenaamde goden, hetzij in de hemel hetzij op aarde – en in deze zin zijn er ongetwijfeld goden en heren in menigte – toch is er voor ons maar één God, de Vader, uit wie het al voortkomt en voor wie wij bestemd zijn, en één Heer, Jezus Christus, door wie het al bestaat en wij in het bijzonder” (1 Kor. 8, 5-6). Hij bevestigt de ene God en de ene Heer in tegenstelling tot de menigte ”goden” en ”heren” die het volk aannam. Paulus reageert tegen het polytheïsme van het godsdienstige milieu van zijn tijd en doet het karakteristieke kenmerk van het christelijk geloof uitkomen: geloof in één God en in één Heer, die door God gezonden is.

In het evangelie van Johannes bevat die universaliteit van Christus’ heil de verschillende aspecten van zijn zending van genade, waarheid en openbaring: het Woord is ”het ware Licht, dat iedere mens verlicht (Joh. 1, 9). En ook:”Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die in de schoot des Vaders is, Hij heeft Hem doen kennen” (Joh. 1, 18) Vgl. Mt. 11, 27 . God openbaart zich definitief en volledig door zijn eniggeboren Zoon: “Nadat God eertijds vele malen en op velerlei wijzen tot onze vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij nu, op het einde der tijden, tot ons gesproken door de Zoon, die Hij erfgenaam gemaakt heeft van al wat bestaat en door wie Hij het heelal heeft geschapen” (Heb. 1, 1-2) Vgl. Joh. 14, 6 In dit definitieve Woord van zijn openbaring heeft God zich op de meest volledige wijze doen kennen; Hij heeft aan de mensheid gezegd wie Hij is. Deze definitieve zelfopenbaring van God is het fundamentele motief waarom de Kerk krachtens haar natuur missionair is. Zij moet het evangelie verkondigen, d.w.z. de volheid van de waarheid die God ons over zichzelf heeft doen kennen.

Christus is de enige middelaar tussen God en de mensen. “Want God is één, één is ook de middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus, die zichzelf gegeven heeft als losprijs voor allen: op de vastgestelde tijd legde Hij zijn getuigenis af. En ik ben daarvoor aangesteld als heraut en apostel – ik spreek de waarheid, ik lieg niet – om de volkeren te onderrichten in het ware geloof” (1 Tim. 2, 5-7) Vgl. Heb. 4, 14-16 . De mensen kunnen dus alleen door Christus in gemeenschap met God treden, onder de werking van de Geest. Verre van een obstakel te zijn voor de opgang naar God, is deze enige en universele bemiddeling van Christus de weg die God zelf vastgelegd heeft, en Christus is zich daarvan geheel bewust. Gedeeltelijke bemiddelingen van verschillende soort en orde zijn niet uitgesloten, maar deze ontlenen hun betekenis en waarde uitsluitend aan de bemiddeling van Christus en kunnen niet gezien worden als parallelle en complementaire bemiddelingen.

Het is in strijd met het christelijk geloof om een scheiding in te voeren tussen het Woord en Jezus Christus. Sint Jan stelt duidelijk dat hetzelfde Woord dat in het begin bij God was, vlees is geworden [(Joh. 1, 2.14). Jezus is het mens geworden Woord, een enkele en ondeelbare persoon. Men kan Jezus niet van Christus scheiden of spreken van een “historische Jezus” die zou verschillen van de “Christus van het geloof”. De Kerk kent en belijdt Jezus als “de Christus, de Zoon van de levende God” (Mt. 16, 16). Christus is niemand anders dan Jezus van Nazareth en deze is het Woord van God dat mens is geworden voor het heil van allen. In Christus “is de godheid in heel haar volheid lijfelijk aanwezig” (Kol. 2, 9) en “van zijn volheid hebben wij allen ontvangen” (Joh. 1, 16). “De eniggeboren Zoon, die in de schoot des Vaders is” (Joh. 1, 18), is de “geliefde Zoon, door wie we de verlossing hebben verkregen (...). Want in Hem heeft God willen wonen in heel zijn volheid, om door Hem het heelal met zich te verzoenen en vrede te stichten door het bloed aan het kruis vergoten, om alles in de hemelen en op de aarde te verzoenen, door Hem alleen” (Kol. 1, 13-14.19-20). Het is juist deze unieke bijzonderheid van Christus die Hem een absolute en universele betekenis verleent, waardoor Hij, terwijl Hij in de geschiedenis staat, het centrum en het doel van deze geschiedenis is Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 2Ik ben de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste, de oorsprong en het einde” (Openb. 22, 13).

Ook al is het dus geoorloofd en nuttig de verschillende aspecten van het mysterie van Christus te beschouwen, men moet nooit zijn eenheid uit het oog verliezen. Terwijl wij alle soorten gaven gaan ontdekken en waarderen, vooral de geestelijke rijkdommen die God aan ieder volk heeft uitgedeeld, mogen wij ze niet losmaken van Jezus Christus, die in het centrum van Gods heilsplan staat. Zoals de “Zoon van God” zich “door zijn menswording in zekere zin met ieder mens” heeft “verenigd”, zo “moeten wij eraan vasthouden, dat de Heilige Geest aan allen de mogelijkheid schenkt om, op een wijze die aan God bekend is, aan dit paasmysterie deel te hebben” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 22. Het plan van God is om “het heelal in Christus onder één hoofd te brengen, alle wezens in de hemelen en alle wezens op aarde” (Ef. 1, 10).

Document

Naam: REDEMPTORIS MISSIO
Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 7 december 1990
Copyrights: © 1991 - Stichting R.K. Voorlichting
Bewerkt: 12 juni 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam