• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Aangezien de verkondiging geschiedt in vereniging met de gehele kerkgemeenschap, is zij nooit een persoonlijke aangelegenheid. De missionaris is aanwezig en werkt krachtens een opdracht die hij ontvangen heeft, en ook als hij alleen is, is hij door onzichtbare maar diepe banden verbonden met de evangeliserende activiteit van heel de Kerk Vgl. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 60. De toehoorders ontwaren vroeg of laat achter hem de gemeenschap die hem gezonden heeft en steunt.

De verkondiging wordt bezield door het geloof dat in de missionaris enthousiasme en ijver opwekt. Zoals gezegd beschrijven de Handelingen deze houding met het woord parresia, dat vrijmoedigheid en moed in het spreken betekent en ook bij Sint Paulus voorkomt: “Wij hebben met de hulp van onze God de moed gevonden om ondanks heftige tegenstand zijn boodschap bij u openlijk te verkondigen” (1 Tess. 2, 2). “Bidt ook voor mij, dat mij het woord gegeven mag worden als ik mijn mond open om vrijmoedig het mysterie openbaar te maken, waarvoor ik een gezant ben in boeien. Bidt dat ik het vrijmoedig mag verkondigen, zoals het mijn plicht is” (Ef. 6, 19-20).

Als de missionaris Christus verkondigt aan niet-christenen, is hij overtuigd dat er door de werking van de Geest in de afzonderlijke personen en in de volkeren reeds een, wellicht onbewust, verlangen is om de waarheid te kennen over God, over de mens en over de weg die naar de bevrijding uit zonde en dood leidt. Het enthousiasme in de verkondiging van Christus vloeit voort uit de overtuiging dat men beantwoordt aan dat verlangen, zodat de missionaris ook niet de moed verliest en niet afziet van zijn getuigenis als hij geroepen wordt om zijn geloof te belijden in een vijandige of onverschillige omgeving. Hij weet dat de Geest van de Vader in hem spreekt Vgl. Mt. 10, 17-20 Vgl. Lc. 12, 11-12 en hij kan met de apostelen zeggen: “Van dit alles zijn wij getuigen, maar ook de Heilige Geest” (Hand. 5, 32). Hij weet dat hij geen menselijke waarheid verkondigt, maar het “Woord van God”, dat een innerlijke en mysterieuze kracht heeft Vgl. Rom. 1,16 .

Het hoogste bewijs is de gave van het leven tot aan het aanvaarden van de dood om te getuigen van het geloof in Jezus Christus. Zoals steeds in de christelijke geschiedenis zijn de “martelaren”, d.w.z. de getuigen, talrijk en zij zijn onmisbaar op de weg van het evangelie. Ook in ons tijdvak zijn er velen: bisschoppen, priesters, religieuzen en leken en soms onbekende helden die hun leven geven om getuigenis af te leggen van het geloof. Zij zijn de verkondigers en getuigen bij uitstek.

Document

Naam: REDEMPTORIS MISSIO
Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 7 december 1990
Copyrights: © 1991 - Stichting R.K. Voorlichting
Bewerkt: 20 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam