• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Men staat nu voor een religieuze situatie die zeer gevarieerd en veranderlijk is; de volkeren zijn in beweging; sociale en godsdienstige realiteiten die eens duidelijk en bepaald waren, veranderen nu in complexe situaties. Het volstaat om te denken aan verschijnselen als de verstedelijking, de massamigratie, de stroom van vluchtelingen, de ontkerstening van landen die van oudsher christelijk zijn, de opkomende invloed van het evangelie en van de waarden ervan in landen die grotendeels niet christelijk zijn, het wemelen van messiasverwachtingen en van religieuze sekten. Er is een omkeer van religieuze en sociale situaties die het moeilijk maakt bepaalde kerkelijke distincties en categorieën waaraan men gewend was, in concreto toe te passen. Al vóór het Concilie zei men van sommige grootsteden of christelijke streken dat zij “missiegebieden” geworden waren, en de situatie is in de daarop volgende jaren zeker niet verbeterd.

Van de andere kant heeft het missiewerk overvloedige vruchten voortgebracht in alle delen van de wereld, waardoor er jonge kerken bestaan die soms zo krachtig en rijk zijn dat zij goed kunnen voorzien in de behoefte van de eigen gemeenschap en ook mensen kunnen uitzenden voor de evangelisatie in andere kerken en gebieden. Vandaar het contrast met streken die van oudsher christelijk zijn en opnieuw geëvangeliseerd moeten worden. Sommigen vragen zich daarom af of het nog nodig is te spreken van specifieke missieactiviteit of van nauwkeurige omtrekken daarvan en of men niet moet erkennen dat er maar één missiesituatie bestaat waarvoor er slechts één missie is welke overal gelijk is. De moeilijkheid van het interpreteren van deze complexe en veranderlijke realiteit met betrekking tot de opdracht om te evangeliseren blijkt reeds in het woordgebruik aangaande de missie. Er is bijvoorbeeld een zekere aarzeling in het gebruik van de termen “missies” en “missionaris”, welke als achterhaald worden beschouwd en belast met negatieve historische resonanties. Men geeft er de voorkeur aan het substantief “missie” in het enkelvoud te gebruiken voor het aanduiden van iedere activiteit van de Kerk.

Deze moeilijkheid wijst op een werkelijke verandering die positieve aspecten heeft. De zogenaamde terugkeer of “repatriering” van de missies in de missie van de Kerk, het samenvloeien van de missiologie met de ecclesiologie en de plaatsing van beide in het trinitaire heilsplan hebben nieuw leven gegeven aan de missieactiviteit zelf, welke niet gezien wordt als een marginale taak van de Kerk, maar geplaatst wordt in het centrum van haar leven als een fundamentele verplichting van heel het volk Gods. Men moet echter oppassen voor het gevaar situaties die zeer verschillend zijn, te nivelleren en de missie en de missionarissen ad gentes te reduceren, zo niet te laten verdwijnen. Zeggen dat heel de Kerk missionerend is sluit niet uit dat er een specifieke missie ad gentes is, zoals zeggen dat alle katholieken missionaris moeten zijn niet uitsluit, maar zelfs eist dat er “missionarissen ad gentes en ad vitam” zijn door een specifieke roeping.

Het is allereerst nodig te trachten overal christelijke gemeenschappen te stichten die “teken van de aanwezigheid van God in de wereld” zijn 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 15 en uitgroeien tot kerken.

Ondanks het grote aantal bisdommen bestaan er uitgestrekte gebieden waarin de plaatselijke kerken geheel ontbreken of niet toereikend zijn in verhouding tot de uitgestrektheid van het gebied of de dichtheid van de bevolking. Er blijft nog veel werk te doen voor de inplanting en de groei van de Kerk. Deze fase van haar geschiedenis, de zogenaamde plantatio Ecclesiae, is niet beëindigd zij moet integendeel bij veel groepen mensen nog beginnen.

De verantwoordelijkheid voor deze taak rust op de universele Kerk en op de plaatselijke kerken, op het gehele volk Gods en op alle missiekrachten. Iedere kerk, ook op de kerk die gevormd wordt door pasbekeerden, is van nature missionerend, geëvangeliseerd en evangeliserend, en het geloof moet steeds gezien worden als een gave van God, welke tot gemeenschap van leven (gezin, parochie, vereniging) moet leiden en naar buiten moet uitstralen zowel door het getuigenis van het leven als door het woord. De evangeliserende actie van de christelijke gemeenschap, eerst in eigen gebied en vervolgens elders als deelname aan de universele zending, is het meest duidelijke teken van de rijpheid van het geloof. Er is een fundamentele mentaliteitsverandering nodig om missionerend te worden, wat zowel voor de afzonderlijke personen als voor de gemeenschappen geldt. De Heer roept altijd op om uit zichzelf te treden en wat men bezit met anderen te delen, te beginnen bij het kostbaarste bezit dat het geloof is. In het licht van de missie-opdracht zal men de waarde moeten afmeten van de organisaties, bewegingen, parochies en werken van apostolaat van de Kerk. Alleen als de christelijke gemeenschap missionerend wordt, zal zij haar innerlijke verdeeldheid en spanning kunnen overwinnen en haar eenheid en geloofskracht kunnen terugvinden.

De missiekrachten die uit andere kerken en landen komen, moeten werken in gemeenschap met de plaatselijke krachten voor de ontwikkeling van de christelijke gemeenschap. Het is speciaal hun taak om altijd, volgens de aanwijzingen van de bisschoppen en in samenwerking met de verantwoordelijken ter plaatse, de verspreiding van het geloof en de uitbreiding van de Kerk te bevorderen in niet-christelijke omgevingen en groeperingen. Het is ook hun taak om de plaatselijke kerken te bezielen met missiegeest, zodat de pastorale zorg steeds samengaat met de zorg voor de missie ad gentes. Dan zal iedere Kerk waarlijk de zorg van Christus tot de hare maken, die zich geheel aan zijn kudde geeft, maar tegelijk denkt aan de “andere schapen die niet uit deze schaapstal zijn” (Joh. 10, 16).

De pausen uit de meer recente tijden hebben veel nadruk gelegd op de belangrijkheid van de rol van de leken in de missieactiviteit Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de bevordering van de Christelijke missie, Evangelii Praecones (2 juni 1951) Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de toestand van de Afrikaanse missie, Fidei donum (21 apr 1957) Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, De Opperherder - over de missionerende taak van de Kerk bij de 40e verjaardag van de Apostolische Brief Maximum Illud van Paus Benedictus XV, Princeps Pastorum (28 nov 1959) Vgl. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 70-73. In de apostolische exhortatie H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Christifideles laici
Over de roeping en de zending van de leken in de Kerk
(30 december 1988)
heb ook ik uitdrukkelijk geschreven over de “blijvende zending van het brengen van het evangelie aan allen die Christus, de Verlosser van de mens, nog niet kennen; en dat zijn miljoenen en miljoenen mannen en vrouwen H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de roeping en de zending van de leken in de Kerk, Christifideles laici (30 dec 1988), 35; en ook over de dienovereenkomstige verplichting van de leken. De missie is een taak van heel het volk Gods. Ook al eist de stichting van een nieuwe kerk de Eucharistie en dus het priesterlijk dienstwerk, toch is die missie onder de niet-christenen, die zich ontplooit in veelsoortige vormen, een taak van alle gelovigen.

De deelname van de leken, zowel van afzonderlijke gelovigen en gezinnen als van de gehele gemeenschap, aan de uitbreiding van het geloof blijkt duidelijk vanaf de eerste tijden van het christendom. Daaraan heeft Pius XII herinnerd, die in zijn eerste missie-encycliek feiten uit de geschiedenis van de lekenmissie voor de geest heeft geroepen Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de bevordering van de Christelijke missie, Evangelii Praecones (2 juni 1951). In de moderne tijden heeft de actieve deelname van mannelijke en vrouwelijke lekenmissionarissen niet ontbroken.

Hoe zou men de belangrijke rol vergeten die de vrouwelijke leken gespeeld hebben, hun werk in de gezinnen, in de scholen, in het politieke, maatschappelijke en culturele leven en in het bijzonder hun onderricht van de christelijke leer? Ja, men moet erkennen – en het is een eretitel – dat sommige kerken ontstaan zijn dank zij de activiteit van mannelijke en vrouwelijke lekenmissionarissen.

Het Tweede Vaticaans Concilie heeft deze traditie bevestigd en het missiekarakter van het hele volk Gods geïllustreerd, in het bijzonder het lekenapostolaat Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 17.33, en het heeft de specifieke bijdrage onderstreept die de leken geroepen zijn te geven in de missieactiviteit Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 35-36.41. De noodzaak dat alle gelovigen delen in deze verantwoordelijkheid is niet alleen een kwestie van apostolische doelmatigheid naar een plicht en een recht op grond van de waardigheid van gedoopte, waardoor “de lekengelovigen van hun kant deelnemen aan het drievoudige ambt van Jezus Christus, het priesterlijke, profetische en koninklijke ambt” H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de roeping en de zending van de leken in de Kerk, Christifideles laici (30 dec 1988), 14. Zij zijn daarom “gehouden aan de algemene verplichting en genieten het recht, hetzij ieder afzonderlijk hetzij gezamenlijk in verenigingen, er zich voor in te zetten dat de goddelijke heilsboodschap door alle mensen overal ter wereld gekend en aanvaard wordt; deze verplichting dringt zelfs des te meer in die omstandigheden waarin de mensen alleen door hen het evangelie kunnen horen en Christus leren kennen” Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 255 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het lekenapostolaat, Apostolicam Actuositatem (18 nov 1965), 6.13. Door de seculiere karaktertrek die hun eigen is, hebben zij bovendien de bijzondere roeping het Rijk van God te zoeken “door de tijdelijke aangelegenheden te behartigen en volgens de wil van God te regelen” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 31 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 225. 2.

Document

Naam: REDEMPTORIS MISSIO
Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 7 december 1990
Copyrights: © 1991 - Stichting R.K. Voorlichting
Bewerkt: 12 juni 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam