• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De Zoon van God is in eerste instantie onze broeder geworden (Hebr. 2, 17), in alles aan ons gelijk behalve in de zonde (Hebr. 4, 15), om de mensen te redden. In overeenstemming met enige patristische auteurs (waaronder Ireneüs en Athanasius, zoals hiervoor genoemd in deel III) kan bevestigd worden dat, zelfs al kan er geen sprake zijn van een ’collectieve menswording’, de menswording van de Logos de hele menselijke natuur aangaat. Aangezien één lid van de mensenfamilie Gods eigen Zoon is, zijn alle anderen tot de nieuwe waardigheid verheven van broeders en zusters van Hem. Juist omdat de menselijke natuur die Christus aannam, Zijn identiteit als schepsel behield, werd de menselijke natuur zelf naar een hogere status verheven. Zoals we in de pastorale Constitutie over 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Gaudium et Spes
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
(7 december 1965)
kunnen lezen, ”heeft Hij zich, als Zoon van God, door Zijn menswording in zekere zin met iedere mens verenigd”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 22 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Verlosser van de mensen, Redemptor Hominis (4 mrt 1979), 8.13. en anderen Als ’tweede Adam’ recapituleert Christus de mensheid voor God, wordt Hij het hoofd van een vernieuwde familie, en herstelt Hij het beeld van God in zijn vroegere waarheid. Door het mysterie van de liefde van de Vader te openbaren, openbaart Christus de mensheid ten volle aan zichzelf en onthult Hij de hoogste roeping van ieder individu. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 22 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over kerkelijke moraalleer, Veritatis Splendor (6 aug 1993), 2

Het verlossingswerk van Christus raakt alle mensen in hun relatie tot hun eindbestemming, aangezien allen tot eeuwig leven geroepen zijn. Door Zijn bloed op het kruis te vergieten heeft Christus een nieuw Verbond gesloten, een stelsel van genade dat op heel de mensheid gericht is. Ieder van ons kan met de apostel zeggen: Christus “heeft (mij) liefgehad en heeft zichzelf overgeleverd” voor mij (Gal. 2, 20). Iedereen is geroepen door adoptie te delen in Christus’ eigen kindschap. God roept niet zonder de capaciteit te geven om aan die roeping te beantwoorden. Zo kan Vaticanum II leren dat geen mens, zelfs iemand die buiten zijn schuld nog nooit van het evangelie heeft gehoord, niet geraakt wordt door de genade van Christus. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 16 ”Wij moeten eraan vasthouden, dat de Heilige Geest aan allen de mogelijkheid schenkt om, op een wijze die aan God bekend is, aan dit paasmysterie deel te hebben.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 22 Met alle respect voor de mysterieuze wegen van de goddelijke Voorzienigheid ten aanzien van de niet-geëvangeliseerden richten we hier onze aandacht op het geopenbaarde heilsplan, dat Gods barmhartige raadsbesluiten en de manier waarop God passend wordt verheerlijkt, kenbaar maakt.

Document

Naam: ENKELE VRAAGSTUKKEN OVER GOD ALS VERLOSSER
Soort: Internationale Theologische Commissie
Auteur: Internationale Theologische Commissie
Datum: 29 november 1994
Copyrights: © 1996, SRKK Kerkelijke Documentatie jrg. 24, nr. 8
In opdracht van p. Georges Cottier o.p., secr.-gen. van de ITC, vertaald door prof. dr. J. Ambaum m.m.v. mw. drs. M.-L. Meulemans
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam