• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
III.17

De middeleeuwse bijdrage aan de verlossingstheologie kan bestudeerd worden bij Anselmus, Abelardus en Thomas van Aquino. In zijn klassieke werk Cur Deus homo legt Anselmus de nadruk op het ’opstijgende’ werk van wettelijk herstel, zonder Gods ’neerdalende’ initiatief bij de Menswording te vergeten. Hij gaat uit van de opvatting van God als soeverein Heer, wiens eer door de zonde is aangetast. De orde van de commutatieve rechtvaardigheid vereist een adequaat herstel, dat alleen door de God-mens kan worden geboden. ”De schuld was zo groot, dat, terwijl niemand dan de mens de schuld moest inlossen, niemand dan God in staat was dat te doen; zodat degene die het doet, zowel God als mens moet zijn.” H. Anselmus van Canterbury, Cur Deus Homo. 2, 18a; S. Deane, Basic Writings of St. Anselm, blz. 279 Door adequate genoegdoening te bieden, bevrijdt Christus de mensheid van de straf voor de zonde. Anselmus legt de nadruk op Christus’ genoegdoening biedende dood en zwijgt over de verlossende werkzaamheid van Christus’ verrijzenis. Terwijl de bevrijding van schuld hem bezighoudt, besteedt hij weinig aandacht aan het aspect vergoddelijking. Anselmus concentreert zijn aandacht op de objectieve verlossing en gaat niet in op de subjectieve toe-eigening van de effecten van de verlossing door de verlosten. Hij erkent echter dat Christus een voorbeeld van heiligheid heeft gegeven dat allen moeten navolgen. H. Anselmus van Canterbury, Cur Deus Homo. 2, 18b; S. Deane, Basic Writings of St. Anselm, blz. 280

III.18

Petrus Abelardus ontkent de genoegdoening biedende waarde van Christus’ dood niet, maar geeft er de voorkeur aan te spreken over Christus als degene die via een voorbeeld onderwijst. In zijn visie had God zijn eigen eer zonder Christus’ kruis kunnen herstellen, maar God wilde dat zondaars zichzelf zouden herkennen als voorwerp van Jezus’ gekruisigde liefde en op die manier bekeerd zouden worden. Abelardus ziet in de passie van Christus een openbaring van Gods liefde, een voorbeeld dat ons tot navolging aanzet. Hij beroept zich op Johannes 15, 13 Vgl. Joh. 15, 13 als zijn locus classicus: “Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden.” H. Petrus Abelardus, Preken, Sermones. 9: PL 178, 447

Thomas van Aquino neemt Anselmus’ opvatting van genoegdoening over, maar interpreteert het op een manier die aan Abelardus doet denken. Bij Thomas is de genoegdoening de concrete uitdrukking van verdriet over de zonde. Hij zegt dat Christus’ passie voor de zonde heeft betaald doordat die bij uitstek een daad van liefde was, zonder welke er geen genoegdoening kon bestaan. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. III, q. 14, a. 1 ad 1 Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. suppl. q. 14, a. 2 Door zijn offer heeft Christus God meer geofferd dan gevraagd werd. De Eerste Brief van Johannes 2, 2 Vgl. 1 Joh. 2, 2 citerend, verklaart Thomas dat Christus’ passie ruimschoots genoegdoening heeft geboden voor de zonden van de hele wereld. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. III, q. 48, a. 2c Christus’ dood was alleen noodzakelijk als gevolg van Gods vrije beslissing om de mensheid op passende wijze te verlossen, door zowel Gods rechtvaardigheid als Zijn barmhartigheid te verkondigen. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. III, q. 46, a. 1c; ad 3 Volgens Thomas geneest en vergoddelijkt Christus de Verlosser de zondige mensen niet alleen door Zijn kruis, maar ook door Zijn Menswording en door al Zijn acta et passa in carne, met inbegrip van Zijn glorierijke verrijzenis. In Zijn lijden en dood is Christus niet slechts plaatsvervanger van de gevallen zondaars, maar veeleer het hoofd dat een herstelde mensheid vertegenwoordigt. Thomas zegt ”dat Christus het hoofd van de kerk is, en dat de genade die Hij als hoofd bezit, overgaat op alle leden van de kerk krachtens de organische verbondenheid binnen het mystieke lichaam”. Internationale Theologische Commissie, Alcune questioni riguardanti la cristologia (1 jan 1979). International Theological Commission: Texts and Documents 1969-1975, San Francisco 1989, blz. 201 (en Civ. Catt. 1980 IV 275

Document

Naam: ENKELE VRAAGSTUKKEN OVER GOD ALS VERLOSSER
Soort: Internationale Theologische Commissie
Auteur: Internationale Theologische Commissie
Datum: 29 november 1994
Copyrights: © 1996, SRKK Kerkelijke Documentatie jrg. 24, nr. 8
In opdracht van p. Georges Cottier o.p., secr.-gen. van de ITC, vertaald door prof. dr. J. Ambaum m.m.v. mw. drs. M.-L. Meulemans
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam