• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
III.8

Athanasius verloor de betekenis van de zonde nooit uit het oog, maar zag duidelijk dat de Verlosser niet alleen de realiteit van de zonde zelf moest genezen, maar ook de consequenties ervan: het verlies van de gelijkenis met God, het bederf en de dood. Vgl. H. Athanasius van Alexandrië, Over de vleeswording van het Woord, De incarnatione Verbi. 7; PG 25, 108-109 Athanasius was van oordeel dat als God alleen met de zonde rekening had hoeven te houden, Hij de verlossing op een andere manier tot stand had kunnen brengen dan door de Menswording en kruisiging. Hij ontkende niet dat Christus in onmiddellijk contact met de zonde was getreden, maar bevestigde dat Christus, hoewel de zonde Zijn goddelijke natuur niet raakte, de gevolgen van de zonde in Zijn menselijke natuur heeft ervaren. Hij ging de wereld van zonde en bederf binnen, want bederf en dood zijn zelf zonden. Vgl. H. Athanasius van Alexandrië, Redevoeringen tegen de Arianen, Orationes contra Arianos. 2, 68-69; PG 26, 292a-296a

III.9

Gregorius van Nazianze leert dat de Menswording plaatsvond omdat de mensheid meer hulp nodig had. Gods pedagogie vóór de Menswording was onvoldoende gebleken. Vgl. H. Gregorius van Nazianze, Orationes theologicae. 38, 13: SC 358, 130-132; PG 36, 325 Vgl. H. Gregorius van Nazianze, Brieven, Epistolae. 101, 13-15: SC 208, 40-42; PG 37, 177 Christus nam de hele menselijke bestaansconditie op zich om ons te bevrijden van de overheersing van de zonde, Vgl. H. Gregorius van Nazianze, Orationes theologicae. 30, 21: SC 250, 272; PG 36, 132b maar de bron van het heil, door de Menswording mogelijk gemaakt, is Christus’ kruisiging en verrijzenis. Vgl. H. Gregorius van Nazianze, Orationes theologicae. 12, 4; PG 35, 848 Vgl. H. Gregorius van Nazianze, Orationes theologicae. 30, 6: SC 250, 236; PG 36, 109c Gregorius verwerpt de veronderstelling volledig dat God met Satan onderhandeld zou hebben, evenals het idee dat aan de Vader losgeld is betaald. Alles wat door de Godheid werd aangeraakt, werd geheiligd. Vgl. H. Gregorius van Nazianze, Orationes theologicae. 12, 4; PG 35, 848abc Deze opvatting wordt verder ontwikkeld door Gregorius van Nyssa, die de symboliek van Johannes gebruikt om te stellen dat het Woord zich, als een herder, met het honderdste schaap verenigde. In analogie met “het Woord is Vlees geworden” stelt hij dat ”de herder schaap werd”. H. Gregorius van Nazianze, Adversus Apollinarem. 16; PG 45, 1152-1153 Deze opvatting komt bij Augustinus terug: ”Ipse ut pro omnibus pateretur, ovis est factus.” H. Augustinus, In Iohannis Evangelium Tractatus. 123, 5: CCLS 36, 680; PL 35, 1969

Document

Naam: ENKELE VRAAGSTUKKEN OVER GOD ALS VERLOSSER
Soort: Internationale Theologische Commissie
Auteur: Internationale Theologische Commissie
Datum: 29 november 1994
Copyrights: © 1996, SRKK Kerkelijke Documentatie jrg. 24, nr. 8
In opdracht van p. Georges Cottier o.p., secr.-gen. van de ITC, vertaald door prof. dr. J. Ambaum m.m.v. mw. drs. M.-L. Meulemans
Bewerkt: 4 augustus 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam