• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Het hindoeïsme is geen monolithische godsdienst. Het is veeleer een mozaïek van geloven en religieuze praktijken die er aanspraak op maakt het menselijke geslacht verlossing en heil te brengen. Hoewel het vroege vedische hindoeïsme polytheïstisch was, ging de latere vedische traditie ertoe over te spreken van laatste Werkelijkheid, ook atman of brahman genoemd, en Ene, waaruit alle dingen zijn voortgekomen met een specifieke, triadische verschijningswijze. Brahman zelf is onbegrijpelijk en vormloos, maar is ook het van zijn eigen existentie bewuste wezen dat de volheid van gelukzaligheid is. Op een meer populair persoonlijk niveau komen vele godheden – zoals Shiva, Vishnu en zijn avataren (incarnaties) zoals Rama, Krishna, en de moedergodin Shakti - overeen met de attributen van de Opperste Werkelijkheid. Gods ‘incarnaties’ dalen naar de aarde af om de machten van het kwaad te bestrijden wanneer die op aarde machtig worden.

Wanneer we in aanmerking nemen dat we te zeer simplificeren, kunnen we zeggen dat de menselijke persoon voor het hindoeïsme een vonk van het goddelijke is, een ziel (atman) die wegens zijn avidya (onwetendheid: ofwel een soort metafysische onwetendheid aangaande de ware natuur van de Ene of een soort oorspronkelijke onwetendheid) geïncarneerd is. Als gevolg daarvan is de mens onderworpen aan de wet van het karma of wedergeboorte, terwijl de cyclus van geboorte en wedergeboorte bekend is als karma-samsara of wet van de vergelding. Egoïstische begeerte, die leidt tot geestelijke onwetendheid, is de bron van alle kwaad, ellende en lijden in de wereld.

Verlossing betekent dus voor het hindoeïsme - uitgedrukt in termen als moksha en mukti - bevrijding van de wet van het karma. Ofschoon de mensen op drie (elkaar niet uitsluitende) manieren enige stappen kunnen zetten in de richting van hun eigen heil - door onbaatzuchtig handelen, geestelijke intuïtie en liefdevolle devotie tot God - kan het laatste stadium van de heilbrengende communio met God alleen bereikt worden met behulp van de genade.

Wat betreft het boeddhisme kan men allereerst zeggen dat Boeddha, bij het omgaan met het lijden van de wereld, het gezag van de Veda’s en het nut van offers van de hand wees en ook geen heil zag in metafysische speculaties over het bestaan van God en van de ziel. Hij heeft de bevrijding van het lijden binnen de mens zelf gezocht. Zijn voornaamste intuïtie is dat menselijke begeerte de wortel is van alle kwaad en ellende - dat op zijn beurt ‘onwetendheid’ (avidya) doet ontstaan - en de uiteindelijke oorzaak van de cyclus van geboorte en wedergeboorte.

Na Boeddha ontstonden er veel denkrichtingen die zijn eenvoudige basisleer ontwikkelden tot systemen die de leer van het karma uitwerkten als de aan het handelen inherente tendens om wedergeboren te worden. Het historische leven van de mens heeft geen éénmakende, persoonlijke, substantieve existentiële draad; het bestaat uit louter onsamenhangende existentiële fragmenten van geboorte, groei, verval en dood. De leer van de anicca, of de ‘niet bestendigheid’ van alle werkelijkheid vormt de kern van het boeddhisme. De notie existentiële onbestendigheid sluit de mogelijkheid van het bestaan van een atman uit; vandaar Boeddha’s stilzwijgen over het bestaan van God of van de atman. Alles is schijn (maya). Er kan niets over de werkelijkheid gezegd worden, noch positief noch negatief.

Verlossing bestaat voor het boeddhisme daarom uit een staat van bevrijding (nirvana) van deze schijnwereld, een bevrijding van de verbrokkelde aard en de onbestendigheid van het bestaan, die bereikt wordt door het onderdrukken van alle verlangens en alle bewustzijn. Door een dergelijke bevrijding wordt een zuivere, onbepaalde staat van leegheid bereikt. Nirvana - letterlijk ‘uitdoven’of ‘uitgaan’ (in het bijzonder van alle verlangens), zoals kaarslicht uitgaat wanneer de was is opgebrand - is heel anders dan de voorbijgaande kwelling van deze maya-wereld, en ontsnapt aan iedere aardse definitie, maar het is niet eenvoudig een staat van pure uitdoving of totale vernietiging. Nirvana is geen intellectueel doel maar een ondefinieerbare ervaring. Het is de bevrijding van alle verlangens en begeerten, het bevrijd worden uit de cyclus van wedergeboorte en verdriet (dukkha). De meest volmaakte weg naar bevrijding is voor boeddhisten het Achtvoudige Pad - juist begrip, juiste intentie, juiste manier van spreken, juist, gedrag, juiste bezigheid, juiste inspanning, juiste contemplatie en juiste concentratie (vinayana pitaka) - die alle nadruk legt op menselijke inspanningen. Vanuit het perspectief van het boeddhisme zijn alle andere godsdienstige wegen onvolmaakt en van een tweede orde.

Evenals het jodendom en het christendom is de islam (‘onderwerping’) een monotheïstische verbondsgodsdienst, met een diep geloof in God als de Schepper van alles. Zoals de naam al aangeeft, ziet het de sleutel tot de ware godsdienst en dus tot het heil in geloof, vertrouwen en totale onderwerping aan de wil van de grote en barmhartige God.

Volgens het geloof van de moslims is de godsdienst van de islam door God zelf aan het allereerste begin van de mensheid geopenbaard en bevestigd door successievelijke verbonden met Noach, Abraham, Mozes en Jezus. De islam ziet zichzelf als aanvulling op en vervulling van alle verbonden die van het begin af aan hebben bestaan.

De islam kent het begrip erfzonde niet en verlossing in christelijke zin heeft geen plaats in het islamitische denken. Alle mensen hebben eenvoudige behoefte aan heil; dat kunnen zij alleen verkrijgen door zich in absoluut geloof tot God te wenden. Het begrip heil wordt ook uitgedrukt door de term ‘succes’ of ‘welvaart’. Het denkbeeld heil wordt echter het best uitgedrukt door termen als veiligheid of bescherming: in God vindt het menselijk geslacht definitieve veiligheid. De volheid van het heil - opgevat in termen van materiële en geestelijke genoegens vgl. de tuin - genna - van de opperste gelukzaligheid - wordt alleen bereikt op de laatste dag bij het laatste oordeel en in het leven in het hiernamaals (akhira). De islam gelooft in een soort predestinatie, wat het heil betreft, ofwel de zaligheid van het Paradijs ofwel het lijden van het vuur van de hel (nar), maar de mens blijft vrij om te reageren met geloof en goede werken. De middelen om het heil te bereiken zijn, behalve het belijden van het geloof: ritueel gebed, wettige aalmoezen, vasten tijdens de Ramadan en een pelgrimstocht naar Gods huis in Mekka. Sommige tradities voegen aan deze middelen nog de jihad of ‘strijd’ toe, opgevat als heilige oorlog om de islam te verdedigen of te verbreiden, of, wat minder voorkomt, als persoonlijke geestelijke strijd.

Afgezien van de grote klassieke wereldgodsdiensten zijn er andere godsdiensten, die wel traditionele, primitieve, stam- of natuurlijke godsdiensten worden genoemd. De oorsprong van deze godsdiensten gaat in de oudheid verloren. Hun geloof, eredienst en ethische codes worden door een levende mondelinge traditie overgeleverd.

De aanhangers van dergelijke godsdiensten geloven in een Opperwezen aan wie zij verschillende namen geven en van wie zij geloven dat het de Schepper van alles, maar Zelf ongeschapen en eeuwig is. Het Opperwezen heeft het toezicht op de aardse zaken gedelegeerd aan mindere godheden, bekend als geesten. Deze beïnvloeden de voor- of tegenspoed van de mensen. Het is heel belangrijk voor het welzijn van de mens de geesten gunstig te stemmen. Bij de traditionele godsdiensten is het gevoel voor de communio van een groep met de voorvaderen van de clan, de stam en de bredere mensenfamilie, belangrijk. De overleden voorouders worden vereerd en op verschillende manieren in ere gehouden, maar niet aanbeden.

De meest traditionele godsdiensten hebben een schat aan mythen en epische legenden die spreken van een staat van gelukzaligheid bij God, van het vallen uit een ideale situatie, en het verwachten van een of andere soort verlosser-heiland om de verloren relatie weer te herstellen, en verzoening en een staat van gelukzaligheid tot stand te brengen. Heil wordt opgevat in termen van verzoening en harmonie met de overleden voorouders, met de geesten en met God.

Document

Naam: ENKELE VRAAGSTUKKEN OVER GOD ALS VERLOSSER
Soort: Internationale Theologische Commissie
Auteur: Internationale Theologische Commissie
Datum: 29 november 1994
Copyrights: © 1996, SRKK Kerkelijke Documentatie jrg. 24, nr. 8
In opdracht van p. Georges Cottier o.p., secr.-gen. van de ITC, vertaald door prof. dr. J. Ambaum m.m.v. mw. drs. M.-L. Meulemans
Bewerkt: 4 augustus 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam