• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

SOCIALE COMMUNICATIE EN DE BEVORDERING VAN DE SOLIDARITEIT EN BROEDERSCHAP TUSSEN DE VOLKEREN EN NATIES
22e Wereld Communicatie Dag - 15 mei 1988

Broeders en zusters, dierbare vrienden die in de media werkzaam zijt.

Zou het voor de ‘massa-media’ niet een schitterend resultaat zijn wanneer op een dag gezegd kon worden dat ‘meedelen’ en ‘verbroederen’ op hetzelfde neerkomen, dat ‘communicatie’ de betekenis heeft van ‘menselijke solidariteit’? Op deze XXIIe Werelddag voor de Media zou ik graag met u hierover willen nadenken.

Als ik ‘broederschap’ zeg, bedoel ik daarmee dat woord in zijn volle betekenis. Want door Christus, ‘de eerstgeborene van vele broeders’ (Rom. 8, 29) ontdekken wij in iedere mens, vriend of zelfs vijand, een broeder of zuster. Christus is gekomen ‘niet om de wereld te veroordelen maar om haar te redden’ (Joh. 3, 17); Hij roept alle mensen op tot eenheid. De Geest van liefde die Hij aan de wereld schenkt is tegelijk ook een Geest van eenheid: Sint Paulus laat ons zien hoe een en dezelfde Geest verschillende gaven schenkt en werkzaam is in de verschillende ledematen van het éne Lichaam: ‘er is verscheidenheid van genadegaven (...), maar het is dezelfde God die alles in allen tot stand brengt’ (1 Kor. 12, 4-6).

Ik spreek al meteen over de geestelijke grondslag van broederschap en solidariteit: de reden daarvan is dat de christelijke betekenis hiervan heel veel te maken heeft met de oermenselijke werkelijkheid die deze woorden uitdrukken. Broederschap en solidariteit zijn geen waarden die volgens de kerk alleen bij haar te vinden zouden zijn. Integendeel, wij hebben steeds helder voor ogen hoe Jezus de barmhartige Samaritaan heeft geprezen die, beter dan de priester en de leviet, in de gewonde man een broeder herkende Vgl. Lc. 10, 29-37 . En ook de apostel Paulus vraagt dat wij de gaven van een ander niet gering achten maar ons verheugen over het werk van de Geest in ieder van onze broeders (1 Kor. 12, 14-30).

Broederschap en solidariteit zijn van wezenlijk belang en dringend noodzakelijk: in onze tijd zouden ze kenmerkend moeten zijn voor volkeren en culturen. Is niet het mooiste ‘feest’ dat de massa-media ons kunnen bieden, het meest succesvolle ‘schouwspel’, in de beste betekenis van die woorden, een vreugdevol beeld te tonen van goede onderlinge betrekkingen?

Er is op het ogenblik een duizelingwekkende ontwikkeling gaande in de massamedia; hun kostbaarste bijdrage zijn de banden die ze smeden tussen volkeren en culturen. Maar ik weet dat uzelf die in de media werkzaam bent, heel goed beseft dat ze een zeer slechte invloed kunnen hebben zodat de betrekkingen tussen volkeren en culturen vertekend dreigen te raken. Door zelfverheerlijking, minachting of afwijzing van hen die anders zijn, kunnen de onderlinge spanningen en verdeeldheid vergroot worden. Geweld is er het gevolg van, echte communicatie groeit erdoor scheef en gaat stuk, broederlijke verstandhouding wordt erdoor onmogelijk.

Willen broederschap en solidariteit onder mensen bestaan, en a fortiori wil men komen tot een dieper besef van wat ze voor de christen betekenen, dan is het nodig de grondwaarden te aanvaarden waardoor ze geschraagd worden. Staat u mij toe hier enige daarvan onder uw aandacht te brengen: eerbied voor de ander, gaarne met een ander in gesprek gaan, rechtvaardigheid, een gezonde ethiek in het persoonlijk leven en in dat van de gemeenschap, vrijheid, gelijkheid, vrede in eenheid, een groeiende erkenning van de menselijke waardigheid, is staat zijn om te delen en deel te nemen. Broederschap en solidariteit gaan uit boven alle partijgeest, alle groepsgeest, alle nationalisme, alle racisme, al het misbruik van macht, al het individueel. Cultureel of religieus fanatisme.

Wanneer zij die de massa-media bedienen, gebruik maken van de technieken en middelen waarover zij de beschikking hebben moeten zij deze grondwaarden steeds helder voor ogen houden. Ik wil hier slechts enkele toepassingen ervan aangeven:

  • de nieuwsagentschappen en de hele pers tonen hun eerbied voor de ander door volledige en evenwichtige voorlichting te geven;
  • het gesproken woord op de radio bereikt beter zijn doel als aan iedereen de mogelijkheid wordt geboden om van gedachten te wisselen;
  • wanneer particuliere groepen zich van de media bedienen, leveren zij een bijdrage tot groter rechtvaardigheid wanneer ze stem verlenen aan hen die geen stem hebben;
  • de televisieprogramma’s hebben betrekking op bijna alle aspecten van het leven; de verschillende netwerken kunnen op talloze wijzen met elkaar in contact treden en uitwisselen: gezien hun invloed is het een des te dringender eis voor hen die ervoor verantwoordelijk zijn, om aan mensen en gemeenschappen beelden te tonen die een wederzijdse culturele beïnvloeding bevorderen, wars van onverdraagzaamheid en geweld, en in dienst van de eenheid;
  • uit de mogelijkheden om persoonlijk aan elkaar per telefoon berichten over te brengen, nog vergroot door de teletekst en door de steeds wijdere verspreiding van berichten per satelliet, blijkt de zorg voor de gelijkheid onder de mensen, doordat zoveel mogelijk mensen in staat gesteld worden om van deze middelen gebruik te maken om tot echte uitwisseling te geraken;
  • de informatica is bij steeds meer economische en culturele activiteiten betrokken;in de data-banken ligt een tot dusver onvoorstelbare hoeveelheid aan allerhande informatie opgeslagen: men weet dat die gebruikt kan worden voor alle mogelijke vormen van pressie of geweld tegen het persoonlijke leven of tegen dat van de gemeenschap; een wijs beheer van deze middelen wordt dan ook een echte voorwaarde voor vrede;
  • plannen maken voor wat men op de verschillende audio-visuele media gaat brengen hout ook in dat men het geweten respecteert van de talloze ‘kijkers’;
  • de reclame-boodschap wekt de begeerte of speelt daarop in, maar schept ook behoeften: de opdrachtgevers en de makers ervan moeten denken aan de meest misdeelden voor wie de aangeprezen goederen onbereikbaar zijn.

Op welk terrein zij zich ook bewegen, zij die in de media werkzaam zijn moeten zich houden aan een erecode, moeten ervoor blijven zorgen de volle waarheid te bieden over de mens; zij moeten meewerken aan het tot stand komen van een nieuwe wereldorde op het gebied van voorlichting en nieuwsvoorziening.

Het netwerk van onderlinge verbindingen over de hele wereld wordt steeds dichter en actiever; als ‘deskundige in de menselijke natuur’ wil de Kerk enkel voortdurend herinneren aan de waarden die de grootheid van de mens uitmaken. Maar zij is er ook van overtuigd dat deze waarden niet geïntegreerd en tot gelding gebracht kunnen worden indien men het geestelijk leven van de mens uit het oog verliest. Voor de Christenen is de openbaring van God in Christus een licht voor de mens zelf. Het geloof in de heilsboodschap is een van de sterkste beweegredenen om de mens te dienen. De graven van de Heilige Geest zijn een opdracht om de mens in broederlijke solidariteit te dienen.

Misschien rijst de vraag: Hebben wij niet een te groot vertrouwen als we dergelijke perspectieven ontvouwen? Wettigt de trend die zich in de media aftekent wel deze verwachtingen?

Aan mensen die zich angstig voelen bij het zien van de gevaren die de nieuwe communicatietechnologieën in zich bergen, zou ik willen antwoorden: ‘wees niet bang!’. We moeten niet blijven staan buiten de werkelijkheid waarin wij leven, maar juist trachten haar beter te doorgronden. We moeten in het licht van het geloof de tekenen van de tijd zien te verstaan. De kerk heeft zorg voor de mens en weet hoezeer de mensheid verlangt naar broederschap en solidariteit – een hunkering die vaak ontkend of verminkt wordt maar nooit kan worden gedoofd: ze is immers in het hart van de mens geschapen door God, die hem ook de dwingende behoefte meegaf aan contact met anderen, en de talenten om dat uit te bouwen op wereldschaal.

Aan de vooravond van het derde millennium herinnert de kerk de mens eraan dat broederschap en solidariteit niet enkel maar voorwaarden kunnen zijn om voort te bestaan; ze horen tot het wezen van zijn roeping; de contacten met anderen maken het hem mogelijk om die roeping in vrijheid te vervullen.

Juist in dit Maria-jaar mag ik dus tot u zeggen: ‘Weest niet bang!’. Schrok Maria zelf ook niet toen haar het nieuws verkondigd werd dat toch teken was van het heil, bestemd voor de hele mensheid? ‘Gelukkig zij die geloofd heeft’, getuigt Elisabet (Lc. 1, 45). Dank zij haar geloof aanvaardt de Maagd Maria het plan van God, treedt zij binnen in het geheim van de gemeenschap van de Heilige Drievuldigheid, en door moeder van Christus te worden begint met haar in de geschiedenis een nieuwe broederschap.

Gelukkig zijn zij die geloven, zij die door het geloof van angst worden bevrijd; gelukkig zij die door het geloof durven gaan hopen en worden aangezet om te bouwen aan een wereld waar in broederschap en solidariteit nog ruimte is voor vreugdevolle communicatie.

Bezield door deze grote vreugde om de mogelijkheden om met elkaar te communiceren welke wij ontvangen hebben tot heil van allen, in deze broederschap waarin de mensen zich solidair weten met elkaar, bid ik over ieder van u de zegen af van de Allerhoogste.

Vaticaan, 24 januari 1988,
Op het feest van de Heilige Franciscus van Sales.
Johannes Paulus PP II

Document

Naam: SOCIALE COMMUNICATIE EN DE BEVORDERING VAN DE SOLIDARITEIT EN BROEDERSCHAP TUSSEN DE VOLKEREN EN NATIES
22e Wereld Communicatie Dag - 15 mei 1988
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 24 januari 1988
Copyrights: © 1988, 1-2-1 Kerkelijke Documentatie jrg 16, nr. 4
Bewerkt: 26 maart 2015

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam