• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Seksueel misbruik

"Excita, Domine, potentiam tuam, et veni". Dit Adventsgebed is mij bij de grote moeilijkheden, waaraan we in het afgelopen jaar blootgesteld waren, steeds weer in gedachten en op de lippen gekomen. We zijn met grote vreugde het Jaar van de Priesters begonnen en we mochten het, God zij dank, met grote dankbaarheid beëindigen, hoewel het geheel anders gelopen is dan wij gedacht hadden. Het is ons priesters en de leken, en juist ook de jongeren, weer bewust geworden, welk een geschenk het priesterschap voor de Katholieke Kerk is, dat ons door de Heer is toevertrouwd. Zo is ons weer bewust geworden, hoe mooi het is, dat mensen in de naam van God en met volmacht het Woord van Vergeving mogen uitspreken en zo de wereld, het leven kunnen veranderen. Hoe mooi is het, dat mensen de woorden van de consecratie mogen uitspreken, waardoor de Heer een stuk van de wereld in Zich opneemt en zo op die plaats in haar substantie omvormt. Hoe mooi is het, dat mensen vanuit de Heer hun vreugde en lijden, in de grote als ook in de donkere uren van hun leven bij mogen staan. Hoe mooi is het, in het leven niet deze of gene opdracht te hebben, maar eenvoudig in het mens-zijn zelf – het daarbij helpen, dat het op God gericht zich opent en vanuit God geleefd wordt. Juist des te meer waren we ontzet, juist in dit Jaar in een omvang, die we ons nooit hebben kunnen voorstellen, door kennis te nemen van gevallen van misbruik van minderjarigen door priesters, die het Sacrament in zijn tegendeel hebben laten verkeren, die mensen in hun kindsheid – onder de dekmantel van het Heilige – ten diepste hebben stuk gemaakt en beschadigd voor de rest van hun leven.

Een visioen van de H. Hildegard van Bingen is mij in gedachten gekomen, waarin op schokkerende wijze beschreven wordt, wat wij dit jaar meegemaakt hebben:

”In het jaar 1170 na de Geboorte van Christus was ik lange tijd door ziekte geveld. Toen zag ik, wakker van lijf en geest, een vrouw van zulk een schoonheid, dat een mensengeest niet in staat zou zijn te begrijpen. Haar gestalte reikte van de aarde tot de hemel. Haar aangezicht lichtte op in de grootst mogelijke glans. Haar ogen blikten op de hemel. Ze ging gekleed in een stralend lichte gewaad van witte zijde en een mantel, bezet met kostbare stenen. Aan haar voeten droeg zij schoenen van onyx. Maar haar aangezicht was met stof bestrooid, haar gewaad was aan de rechterkant gescheurd. Ook had haar mantel haar bijzondere schoonheid verloren en haar schoenen waren van bovenaf vies geworden. Met luide, klagende stem schreeuwde zij naar de hemel: (...) Hoor, hemel: hoe mijn gezicht bezoedeld is; treur, aarde: want mijn mantel is gescheurd; beef, afgrond: mijn schoenen zijn besmeurd..."

En verder zei ze: 'In het hart van de Vader was ik verborgen, totdat de Mensenzoon, in maagdelijkheid ontvangen en geboren, Zijn bloed vergoot. Met dit bloed, als een bruidsschat, heeft Hij zich verloofd met mij...'

De wonden van mijn Bruidegom blijven vers en open zolang de wonden van de zonden van de mensen open blijven. En de wonden van Christus blijven open vanwege de zonden van de priesters. (...) Zij scheuren mijn gewaad, omdat zij overtreders zijn van de wet, het Evangelie en hun priesterlijke plichten. Mijn mantel ontnemen zij de glans, omdat zij de voorschriften volledig nalaten te volgen. (...) Zij besmeuren mijn schoenen (...) omdat zij de rechte weg, dat is de harde en ruwe weg van gerechtigheid, niet volgen en ook hun vertrouwelingen niet het goede voorbeeld geven. (...) Toch vind ik bij enkelen het oplichten van de waarheid.

En ik hoorde een stem vanuit de hemel, die sprak: dit beeld stelt de Kerk voor. Daarom, o mens, die daar toeziet en de klaagstemmen hoort, verkondig het de priesters, die ertoe bestemd zijn om leiding en instructies te geven aan het volk van God en tot wie, zoals de apostelen, gezegd is: 'Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het Evangelie aan heel de schepping' (Mc. 16, 15)” H. Hildegard von Bingen, Brief aan Werner von Kitrchheim en aan zijn priestergemeenschap. PL 197, 269ff

Het aangezicht van de Kerk is in het visioen van de heilige Hildegard met stof bedekt en zo hebben we het gezien. Haar gewaad is gescheurd – door de schuld van de priesters. Zoals zij het gezien en gezegd heeft, hebben we het in dit jaar beleefd. We moeten deze vernedering als een oproep tot de waarheid en als een roep tot vernieuwing opvatten. Alleen de waarheid redt. Wij moeten vragen, wat wij kunnen doen, om het aangedane onrecht zo ver als mogelijk is goed te maken. Wij moeten vragen, wat in onze verkondiging, in onze gehele manier van het gestalte geven aan Christen-zijn, fout was, waardoor dit kon gebeuren. Wij moeten bereid zijn boete te doen. Wij moeten ons inspannen, in de voorbereiding op het priesterschap er alles aan te doen, opdat dit niet opnieuw kan gebeuren. Dit is ook de plaats, eenieder van harte te danken, die zich inzetten om de slachtoffers te helpen en hun het vertrouwen in de Kerk, de mogelijkheid om haar boodschap te geloven, terug te laten winnen. Tijdens mijn ontmoetingen met slachtoffers van deze zonde heb ik steeds ook mensen getroffen die met grote inzet de lijdenden en beschadigden ter zijde staan. Dit is ook de gelegenheid de vele goede priesters te bedanken, die het goede van de Heer in deemoed en trouw zijn blijven uitdragen en te midden van de verwoestingen getuigen zijn van de niet verloren gegane schoonheid van het priesterschap.

Het bijzondere gewicht van deze zonde van priesters en onze verantwoordelijkheid daarvoor zijn wij ons bewust. Maar wij kunnen ook niet zwijgen over de context van onze tijd, waarbinnen deze zaken te beschouwen zijn. Er is een markt voor kinderpornografie, die kennelijk door de maatschappij steeds meer als vanzelfsprekend lijkt beschouwd te worden. De geestelijke vernietiging van de kinderen, waarbij mensen tot handelswaar gemaakt zijn, is een afschuwelijk teken van de tijd. Van Bisschoppen van landen uit de Derde Wereld hoor ik steeds weer, hoe het sekstoerisme een gehele generatie bedreigt en haar vrijheid en menselijke waardigheid vernietigd. In het Boek van de Openbaring van de heilige Johannes wordt het tot de grote zonden gerekend van Babylon, dat zijn de grootsteden van deze wereld die zonder God leven, dat zij met hun lichaam en ziel handel drijven en het tot handelsgoed hebben gemaakt (Openb. 18, 13). Hiermee hangt ook samen het probleem van de drugs, die met steeds meer geweld haar tentakels om de aardbol heen wikkelen – de zichtbare uitdrukking van de dictatuur van het mammon, die de mens pervers maakt. Alle lust is nog te gering, en het overgeven aan de leugen van de drugs wordt tot geweld, die hele regio’s treft en dit in naam van het fatale misverstaan van de betekenis van vrijheid, waarbij juist de vrijheid van de mens ondergraven wordt en uiteindelijk volledig verdwijnt.

Document

Naam: UITWISSELING VAN KERSTGROETEN MET KARDINALEN, LEDEN VAN DE ROMEINSE CURIE EN HET GOUVERNEMENT
Sala Regia, Vaticaan
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 20 december 2010
Copyrights: © 2010, Libreria Editrice Vaticana
Voorlopige werkvertaling, alineaverdeling en -nummering, alsmede de tussentitels: redactie
Bewerkt: 26 maart 2015

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam