• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DUM MAERENTI ANIMO
Tot de volkeren in Oost-Europa en elders die vervolgd worden

Aan Onze Beminde Zonen Josephus Kardinaal Mindszenty, Aartsbisschop van Esztergom,
Aloysius Kardinaal Stepinac, Aartsbisschop van Zagreb,
Stephanus Kardinaal Wyszinski, Aartsbisschop van Gniezno en Warschau;

aan Onze Eerbiedwaardige Broeders, Aartsbisschoppen en Bisschoppen;
aan Onze beminde zonen, geestelijken en leken, van Albanië, Bulgarije, Tsjecho-Slowakije, Hongarije, Joegoslavië, Polen, Roemenië en Oost-Duitsland en de overige volken van Europa, door vervolging gekweld, die leven in vrede en gemeenschap met de Apostolische Stoel.

PAUS PIUS XII, Beminde Zonen en Eerbiedwaardige Broeders, heil en apostolische zegen.

Terwijl Wij met bedroefd hart de zeer ernstige situatie beschouwen, waarin de Katholieke Kerk in niet weinige landen gekweld wordt door de verzinsels van het goddeloos materialisme, die daar de overhand hebben, komen Ons de bijzondere omstandigheden voor de geest, waarin vijf eeuwen geleden de volkeren van midden-Europa verkeerden en die de oorzaak waren, dat Onze, Voorganger onsterfelijker gedachtenis, Calixtus III, op 29 juni van het jaar 1456 de Apostolische Brief "Paus Calixtus III - Apostolische Brief
Cum his superioribus annis (29 juni 1456)
" uitvaardigde. De christelijke volkeren, die de vruchtbare, door de Donau bespoelde en andere aangrenzende gebieden bewoonden, werden bestormd door een gevaar, of zelfs een ramp, niet alleen zeer nadelig voor de mensen en hun bezittingen, maar ook voor het aloude geloof. Het betrof voornamelijk Hongarije en de landen van het tegenwoordige Albanië, Bulgarije, Tsjecho-Slowakije, Joegoslavië en Roemenië. Bovendien werden door de ernst van de toestand ook de bewoners van verder gelegen gebieden opgeschrikt, vooral van Duitsland en Polen. Met deze crisis voor ogen rekende de onvermoeibare Paus Calixtus III het zich tot een plicht de herders der katholieke wereld en hun kudden met vaderlijke bezorgdheid aan te sporen, dat zij berouwvol hun schuld zouden uitboeten, dat zij hun christelijk leven geheel zouden vernieuwen en dat zij met deemoedige en vurige gebeden tot God Zijn meest krachtdadige hulp zouden afsmeken. Bovendien beijverde hij zich met de grootste volharding om dit gevaar met alle middelen af te wenden van de zonen der Kerk; en de eindoverwinning van hen, die onder aanvoering van de H. Johannes van Capistrano en de moedige legeraanvoerder Johannes Hunyady de burcht van Belgrado zo dapper verdedigd hebben, schreef hij toe aan de goddelijke hulp. Opdat deze gebeurtenis blijvend herdacht zou worden in de liturgie en opdat alle christenen God de verschuldigde dank zouden brengen, stelde hij voor heel de wereld het feest in van de Gedaanteverandering van onze Heer Jezus Christus op 6 augustus Vgl. Paus Calixtus III, Apostolische Brief, Inter Divinae Dispositionis (6 aug 1557).
Heden wordt gij, die deze streken bewoont, samen met vele andere gelovigen, niet alleen van de latijnse, maar ook van de oosterse ritus, in de gebieden oostelijk van u of in het noorden langs de kust van de Baltische Zee, helaas op dezelfde wijze door een ellendig en allerdroevigst lot gekweld. Meer dan tien jaar zijn, zoals gij uit ondervinding weet, voorbij gegaan sinds de Kerk van Jezus Christus, zij het niet overal op dezelfde wijze, van haar rechten is beroofd. Weldra werden haar godsdienstige verenigingen en religieuze gemeenschappen uiteengedreven en verstrooid en de geestelijke herders worden ofwel belemmerd in de vrije uitoefening van hun ambt, ofwel zij zijn van hun zetels verdreven en in ballingschap of gevangenschap gevoerd. Bovendien heeft men het gewaagd eigenmachtig de katholieke bisdommen van de oosterse ritus op te heffen en geestelijkheid en gelovigen met alle middelen tot een schisma gedwongen. Het is Ons ook bekend dat niet weinigen allerlei soort vervolgingen ondergaan, juist omdat zij trachten openlijk, oprecht en vurig hun geloof te belijden en met kracht en moed te verdedigen. Met bijzondere droefheid wordt Ons hart vervuld, omdat Wij weten dat de geest van kinderen en jongeren door bedrieglijke en verkeerde leerstellingen wordt vergiftigd, welke hen van God en Zijn heilige geboden vervreemden, tot zeer grote schade van het tegenwoordige en gevaar voor het toekomstige leven.
Wij, die door goddelijk raadsbesluit zetelen op deze Stoel van St.-Petrus, zijn als het ware ooggetuigen van dit allerdroevigst schouwspel. Evenals, Wij in het verleden in Apostolische Brieven hierover hebben gesproken, zo kunnen Wij in het bewustzijn van Onze taak ook nu niet zwijgen. Omdat ook Wij immers de moeilijke, maar schone opdracht, die de Heer aan de Vorst der Apostelen en zijn Opvolgers heeft gegeven met de woorden: "Bevestig uw broeders" (Lc. 22, 32), trouw moeten vervullen, willen Wij telkens opnieuw uw heilige voornemens verdiepen en versterken door U Onze vurige genegenheid te betuigen; u, die omwille van uw trouwe aanhankelijkheid en uw grote liefde tot Christus zoveel smart, ontbering en verdrukking verduurt.
In de eerste plaats richten Wij Ons tot u, Beminde Zonen, Kardinalen der Heilige Roomse Kerk, Josephus Mindszenty, Aloysius Stepinac en Stephanus Wyszinski, die Wijzelf vanwege uw bijzondere verdiensten, vanwege de buitengewone zorg bij het vervullen van uw ambt en tenslotte vanwege uw ijver bij het verdedigen van de vrijheid der Kerk met de waardigheid van het purper der Roomse Kerk hebben bekleed. Voortdurend gedenken Wij met droefheid hoeveel gij voor Christus hebt verdragen en met moed en standvastigheid nóg verdraagt, nu gij wederrechtelijk van uw zetels verdreven zijt en aldus niet bij machte zijt uw ambt uit te oefenen. Zoals Onze vurige liefde en Onze vaderlijke genegenheid uitgaat naar u, zo ook naar Onze Eerbiedwaardige Broeders in het Episcopaat, die een voorbeeld zijn van daadwerkelijke trouw aan de Apostolische Stoel, evenals naar de priesters, zowel seculieren als regulieren, de scharen van allen die zich aan de goddelijke dienst hebben gewijd en de overige beminde zonen en dochters die onder zo moeilijke omstandigheden zich naar vermogen inzetten voor de verdediging en uitbreiding van Christus' Rijk, dat vrede is en vrede brengt.
Ten zeerste bezorgd over u allen, die omwille van Christus verdrukking lijdt, offers moet brengen en beroofd wordt, richten Wij dagelijks Onze smeekbeden tot de almachtige God, goedgunstig en barmhartig uw geloof te steunen en te versterken, uw verdrukking te verzachten en te verlichten, u te troosten met hemelse gaven, de lijdende en zieke ledematen van het Mystieke Lichaam van Jezus Christus weer geheel en al te genezen en tenslotte, wanneer eenmaal de storm van heden is bedaard, over u en over allen te laten stralen het licht van de ware vrede, die dool' waarheid, rechtvaardigheid en liefde gedragen wordt.
Gij weet het nooit: vergeet Onze Verlosser Zijn Kerk, nooit verlaat Hij haar; ja zelfs, hoe wilder de golven zijn, waarop het schip van Petrus heen en weer geslingerd wordt, des te groter is de waakzaamheid van de goddelijke Schipper, al schijnt Hij soms te slapen Vgl. Mt. 8, 24 Vgl. Lc. 8, 23 . Overdenkt dagelijks deze belofte, welke de christenen, vooral in het lijden, vaste hoop en troost schenkt: "Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld" (Mt. 28, 20). Wel. nu, "als God voor ons is, wie is dan tegen ons?" (Rom. 8, 31). Christus is dus met u, nooit zal Hij u, wanneer gij er om vraagt, goddelijke hulp weigeren. Maar van allen vraagt Hij, dat zij de voorschriften der Katholieke Kerk met steeds grotere toewijding gehoorzamen en hun geloof altijd met een edelmoedig hart verdedigen. Gij weet wat er op het spel staat: het eeuwig heil van u zelf, van uw kinderen, van al uw naasten, dat thans door de groeiende gewetenloosheid der goddelozen zo zwaar op de proef wordt gesteld. Wanneer in deze geestelijke strijd allen zonder uitzondering dapper en trouw zullen strijden, zoals Wij vast vertrouwen, dan zullen zij nooit als overwonnen, maar als roemrijke slachtoffers kunnen worden beschouwd. En aldus zal de Kerk van Christus van de onrechtvaardige vervolging en het doorstane martelaarschap de vrucht plukken van nieuwe triomfen, die met gouden letters in haar kronieken zullen worden geschreven. Maar zelfs de gedachte mag niet bij Ons opkomen dat de Leerlingen van Jezus Christus ontmoedigd het slagveld verlaten, dat zij zich onttrekken aan de belijdenis van het ware geloof, of werkeloos, traag en onverschillig inslapen, terwijl de aanhangers der goddeloosheid het Rijk Gods trachten te vernietigen. Wanneer dit toch - wat God verhoede - in enig opzicht gebeurt, betekent dit stellig een onherstelbaar nadeel en een grote ramp, niet alleen voor de afvalligen, maar ook voor de christelijke gemeenschap.
Het is een zeer grote troost voor Ons te weten, dat er zeer velen zijn onder u, die edelmoedig en dapper liever alles, zelfs vrijheid en leven, willen opofferen dan ook maar iets van hun godsdienst op het spel te zetten. Het is ons ook bekend dat niet weinigen van de geestelijke leiders de anderen in dit opzicht een voorbeeld geven van onoverwinnelijke christelijke moed; vooral Gij, Beminde Zonen, Kardinalen der Heilige Roomse Kerk, zijt een bijzonder schouwspel voor de wereld, de engelen en de mensen Vgl. 1 Kor. 4, 9 . Maar het is Ons helaas ook gebleken dat zwakheid en onzekerheid de mensen doet wankelen, vooral wanneer de verdrukking en de kwelling zolang voortduurt. Dan immers verliezen sommigen de moed en dooft hun vurigheid; en wat nog noodlottiger is, zij achten het nodig de leer van Jezus Christus te verzachten, haar, zoals men zegt, aan te passen aan de nieuwe tijden en de nieuwe omstandigheden, en de beginselen van de Katholieke godsdienst zó uit te hollen en te veranderen, dat het tot een bedrieglijk huwelijk komt tussen haar en de dwalingen van de wereld der vooruitgang. Al degenen die zichzelf of anderen ontmoedigen en in verwarring brengen moeten door hun geestelijke herders herinnerd worden aan de plechtige uitspraak van de goddelijke Verlosser: "Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen niet voorbijgaan" (Mt. 24, 35). En dezen moeten hen aansporen om hun hoop en vertrouwen te stellen op Hem "Wiens voorzienigheid niet faalt in haar schikkingen" en Die "nooit Zijn leiding onttrekt aan hen die Hij in Zijn liefde bevestigt" Vgl. Miss. Rom., gebed van de 7e en 2e zondag na Pinksteren. Waarlijk, nooit zal de almachtige en alwijze God immers toelaten dat de gelovige en toegewijde zonen van Zijn Kerk van de goddelijke genade en de goddelijke kracht verstoken blijven en aldus in deze geestelijke strijd jammerlijk bezwijken, zich tot hun ongeluk van Jezus Christus losmaken en machteloos toezien bij de betreurenswaardige geestelijke ondergang van hun eigen volk.
Gij echter, beminde zonen, priesters en leken, weest altijd nauw verbonden met allen die de H. Geest heeft aangesteld om de Kerk Gods te besturen. Indien velen van hen thans in hun vrijheid belemmerd zijn en u door hun toespraken niet kunnen bemoedigen, overdenkt dan tenminste in uw hart met trouwe godsdienstzin de aansporingen, die zij u in het verleden hebben gegeven. En bovendien moet gij ondanks de ernstige moeilijkheden, welke gij daarbij ondervindt, met apostolische ijver alle plichten van de godsdienst edelmoedig en toegewijd vervullen en vóór alles het geloof onaangetast bewaren. Ja zelfs moet gij, voorzover het in uw vermogen ligt, met alle middelen ervoor zorgen dat het licht van Christus voor alle anderen schijne, vooral door het voorbeeld van uw standvastig christelijk leven; dat even wonderbaarlijk zij als dat der eerste christenen, toen de vervolgingen tegen de Kerk uitbraken. De wankelmoedigen, de onzekeren, de zwakken mogen van u leren moedig te zijn, oprecht en openlijk aan het geloof vast te houden, de godsdienstige plichten na te komen en zichzelf geheel en al aan Christus te geven. Uw ongeschokte en gezonde geestkracht, uw daadwerkelijke christelijke vroomheid, waarvan Wij niet zelden schitterende getuigenissen ontvangen, bezorgen Ons zeer veel troost en geven Ons de hoop, dat gij de allerkostbaarste schat van het christelijk geloof en van uw trouw aan de Kerk en de H. Stoel ongeschonden aan het komende geslacht kunt overdragen en als een heilig erfgoed toevertrouwen.
Om dit te verkrijgen als gelukkig resultaat van ons gemeenschappelijk verlangen moet gij uw smeekbeden richten tot de goddelijke Verlosser, geleid door Zijn allerheiligste en onze liefderijke Moeder Maria, wier machtige bescherming uw voorouders zelfs in de meest ernstige crisis hebben ondervonden. Indien wij immers altijd hemelse gaven van de Maagd en Moeder Gods kunnen verkrijgen, dan zal dit zonder twijfel op bijzondere wijze het geval zijn, wanneer het heil der zielen en de bescherming van het christelijk geloof zowel in de huiselijke kring als in heel de maatschappij op het spel staat.

Alvorens dit schrijven te beëindigen, willen Wij u allen eraan herinneren, dat Onze Voorganger Calixtus III in Zijn reeds aangehaalde Apostolische Brief Vgl. Paus Calixtus III, Apostolische Brief, Cum his superioribus annis (29 juni 1456) het bevel uitvaardigde, in alle kerken dagelijks op bepaalde tijden de bronzen klokken te luiden, opdat alle gelovigen der wereld de almachtige God zouden smeken, welwillend en goedgunstig de grote ramp, welke ook in die tijd dreigde, af te weren van het christenvolk. Welnu, even groot zijn thans de gevaren die u en de Katholieke Kerk in uw gebied bedreigen. Wanneer gij dus van uw kerken de klank der heilige klokken hoort, die u uitnodigen tot gebed, herinnert u dan die aansporing; en wat uw voorouders hebben gedaan, dat moet ook gij doen in uw gemeenschappelijke droefheid met eenzelfde vertrouwen op de goddelijke hulp.

Vanzelfsprekend wensen Wij van harte dat uw gebeden vergezeld gaan van de Onze, maar ook van die van alle christenen over heel de aarde, welke zij vol medelijden met u eensgezind ten hemel richten. Gij moogt er daarom zeker van zijn, dat heel de gemeenschap der christenen vol eerbiedige bewondering is voor datgene wat gij in stilte, in ontbering, in allerlei benauwenis zo langdurig verdraagt. Vurig smeken zij de almachtige God dat gij niet moogt bezwijken onder de verbitterde aanvallen van goddeloosheid of door de valse hinderlagen der dwaling, maar dat gij met de moed en de kracht der heilige martelaren voor allen getuigenis aflegt van uw geloof, en dat zelfs uw vervolgers, tot wie het gebod der christelijke liefde zich evengoed uitstrekt, vergiffenis mogen verkrijgen van Hem, Die alle verloren zonen vol liefde afwacht om hen te omhelzen.

Gesteund door deze zoete hoop verlenen Wij ieder van u, Beminde Zonen en Eerbiedwaardige Broeders, en de kudden die aan uw zorgen zijn toevertrouwd van ganser harte de Apostolische Zegen, tot getuigenis van Onze vaderlijke welwillendheid en tot teken van overvloedige hemelse genade.

Gegeven te Rome, bij Sint-Pieter, op 29 juni, het feest van de Heilige Apostelen Petrus en Paulus, van het jaar 1956, het 18e van Ons Pontificaat.

Paus Pius XII

Document

Naam: DUM MAERENTI ANIMO
Tot de volkeren in Oost-Europa en elders die vervolgd worden
Soort: Paus Pius XII - Apostolische Brief
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 29 juni 1956
Copyrights: © 1956, Katholiek Archief 11e jrg. n. 32/33, blz. 791-795
Bewerkt: 29 augustus 2016

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam