• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

(GEDEELTELIJKE) LITURGIE VIGILIE VOOR HET ONGEBOREN LEVEN

Lezingendienst

1e lezing:

Uit de Encycliek H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Evangelium Vitae
Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven
(25 maart 1995)
van Paus Johannes Paulus II, n. H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Evangelium Vitae
Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven
(25 maart 1995)

Geconfronteerd met de talloze ernstige bedreigingen van het leven die de moderne wereld kent, zou men zich overweldigd kunnen voelen door pure machteloosheid: het goede kan nooit machtig genoeg zijn om over het kwaad te zegevieren!

Op zulke momenten wordt het Volk van God, en daarin elke gelovige, opgeroepen om nederig en moedig zijn geloof in Jezus Christus te belijden, 'het Woord des levens' (1 Joh. 1, 1). Het Evangelie van het leven is niet enkel een overweging, hoe nieuw en diep ook, over het menselijk leven; evenmin is het louter een gebod, gericht op bewustwording en belangrijke gedragsverandering in de samenleving. Nog minder is het een bedrieglijke belofte van een betere toekomst. Het Evangelie van het leven is een concrete en personele werkelijkheid, want het bestaat in de verkondiging van de persoon zelf van Jezus. Jezus maakt zich bekend aan de apostel Thomas, en in hem aan iedere mens, met de woorden: 'Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven' (Joh. 14, 6). Op deze wijze ook sprak Hij over zichzelf tot Martha, de zuster van Lazarus: 'Ik ben de Verrijzenis en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven; wie leeft en gelooft in Mij, zal nooit sterven' (Joh. 11, 25-26). Jezus is de Zoon die van alle eeuwigheid het leven ontvangt van de Vader Vgl. Joh. 5, 26 en die onder de mensen is gekomen om hen deelgenoot te maken van deze gave: 'Ik ben gekomen opdat zij het leven zouden hebben, leven in overvloed' (Joh. 10, 10).

Door de woorden, de handelingen en de persoon zelf van Jezus ontvangt de mens de mogelijkheid om de hele waarheid te 'kennen' m.b.t. de waarde van het menselijk leven; uit deze 'bron' ontvangt hij in het bijzonder het vermogen om deze waarheid volmaakt te 'doen' Vgl. Joh. 3, 21 , dat wil zeggen om de verantwoordelijkheid tot het beminnen, dienen, verdedigen en bevorderen van het menselijk leven te aanvaarden en helemaal te vervullen.

Stilte

Zang

Gebed

2e lezing:

Uit de Encycliek H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Evangelium Vitae
Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven
(25 maart 1995)
van Paus Johannes Paulus II, n. H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Evangelium Vitae
Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven
(25 maart 1995)

Door te spreken van 'een zekere speciale deelname' van man en vrouw in het 'scheppingswerk' van God, wil het Concilie duidelijk maken dat het krijgen van een kind een gebeurtenis is die diep menselijk is en vol godsdienstige betekenis, omdat ze beide echtgenoten betreft die 'een vlees' (Gen. 2, 24) vormen, en God die zich tegenwoordig stelt. ....

Dit is wat de Bijbel leert in een directe en welsprekende taal wanneer hij vertelt van de vreugdevolle uitroep van de eerste vrouw 'de moeder van alle levenden' (Gen. 3, 20). Zich bewust van Gods tussenkomst, roept Eva uit: 'Ik heb een man gekregen met de hulp van de Heer' (Gen. 4, 1)....

Maar aan gene zijde van de specifieke zending van de ouders betreft de taak van het opnemen en dienen van het leven iedereen; en deze taak moet bovenal vervuld worden voor het leven wanneer het op zijn zwakst is. Het is Christus zelf die ons hieraan herinnert wanneer Hij vraagt om bemind en gediend te worden in zijn lijdende broeders en zusters: de hongerigen, de dorstigen, de vreemdelingen, de naakten, de zieken, de gevangenen(...) Wat men ieder van hen doet, doet men aan Christus zelf Vgl. Mt. 25, 31-46 .

Stilte

Zang

Gebed

3e lezing:

Uit de Encycliek H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Evangelium Vitae
Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven
(25 maart 1995)
van Paus Johannes Paulus II, n. H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Evangelium Vitae
Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven
(25 maart 1995)

Als aan het eerbiedigen van ieder leven, zelfs dat van misdadigers en onrechtvaardige aanvallers, zoveel aandacht moet worden geschonken, dan heeft het gebod 'Gij zult niet doden' absolute waarde wanneer het verwijst naar de onschuldige mens. En dit te meer in het geval van zwakke en weerloze menselijke wezens, die alleen in de absolute verplichting van Gods gebod verdediging vinden tegen de willekeur en gewelddadigheid van anderen.

De bewuste beslissing om een onschuldige mens van het leven te beroven is altijd zedelijk kwaad en kan nooit geoorloofd zijn, noch als doel in zichzelf noch als middel tot een goed doel. Het is inderdaad een ernstige daad van ongehoorzaamheid jegens de zedelijke wet, ja jegens God zelf, haar oorzaak en borg; ze weerspreekt de fundamentele deugden van rechtvaardigheid en liefde. 'Niets en niemand kan op enigerlei wijze toestaan dat een onschuldig menselijk wezen wordt gedood, of het nu een foetus is of een embryo, een kind of een volwassene, een bejaarde, ongeneeslijk zieke of iemand die in doodstrijd verkeert. Bovendien is het niemand geoorloofd deze dodelijke handeling voor zichzelf of voor een ander, die aan zijn verantwoordelijkheid is toevertrouwd, te zoeken, ja mag er zelfs noch expliciet noch impliciet mee instemmen. Evenmin kan enige autoriteit zulke actie rechtmatig opleggen of toestaan' Congregatie voor de Geloofsleer, Verklaring over euthanasie, Iura et Bona (5 mei 1980), 2.

Stilte

Zang

Gebed

4e lezing:

Uit de Encycliek H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Evangelium Vitae
Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven
(25 maart 1995)
van Paus Johannes Paulus II, n. H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Evangelium Vitae
Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven
(25 maart 1995)

'Wat van het begin af bestond, wat wij gehoord hebben, wat wij met onze ogen gezien hebben, wat wij aanschouwd hebben en wat onze handen hebben aangeraakt, het Woord des levens(...) dat verkondigen wij ook u, opdat ook u gemeenschap met ons hebt' (1 Joh. 1, 1.3). Jezus is het enige Evangelie: wij hebben niets anders te zeggen en te getuigen.

De verkondiging van Jezus is de verkondiging van het leven. Want Hij is 'het Woord des levens' (1 Joh. 1, 1). In Hem 'werd het leven zichtbaar gemaakt' (1 Joh. 1, 2); ja, Hij is zelf 'het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons geopenbaard werd' (1 Joh. 1, 2). Dankzij de gave van de Geest werd dit leven aan de mens meegedeeld. Wanneer het op het leven in zijn volheid is gericht, op het 'eeuwige leven', dan krijgt ook het aardse leven zijn volle betekenis.

Verlicht door dit Evangelie van het leven, voelen wij de behoefte om het te verkondigen en om er getuigenis van af te leggen in al zijn wonderlijke nieuwheid die het kenmerkt: aangezien het één is met Jezus zelf, die alles nieuw maakt Vgl. H. IreneĆ¼s van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. 'Omnem novitatem attulit, semetipsum afferens, qui fuerat annuntiatus', IV,34 1: SCh 100/2, 846-847. en het óude'dat van de zonde komt en tot de dood leidt Vgl. H. Thomas van Aquino, In Psalmos Davidis Lectura. 'Peccator inveterascit, recedens a novitate Christi'; 6, 5., verslaat, overstijgt dit Evangelie elke menselijke verwachting en openbaart het de verheven hoogte waartoe de waardigheid van de menselijke persoon verheven wordt door de genade.

Stilte

Zang

Gebed

5e lezing:

Uit de Encycliek H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Evangelium Vitae
Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven
(25 maart 1995)
van Paus Johannes Paulus II, n. H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Evangelium Vitae
Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven
(25 maart 1995)

Maria, de Moedermaagd, was het die het leven in naam van allen en tot heil van allen ontving. Zij staat dus in de nauwste persoonlijke verbinding met het Evangelie van het leven. Maria's jawoord bij de Aankondiging en haar moederschap staan aan het eerste begin van het geheim van het leven dat Christus de mensheid kwam schenken Vgl. Joh. 10, 10 . Door haar opneming van en liefdevolle zorg voor het leven van het Mensgeworden Woord is het menselijk leven onttrokken aan de veroordeling tot definitieve en eeuwige dood.

Daarom is Maria, 'als de Kerk waarvan zij model is, (...) de Moeder van allen die herboren zijn om te leven....

Het geestelijk moederschap van de Kerk wordt alleen maar bereikt - en de Kerk weet dit ook - onder pijnen en 'barensweeën' (Apok. 12, 2), d.w.z. in voortdurende spanning met de krachten van het kwaad....

Net als de Kerk moest ook Maria haar moederschap beleven temidden van lijden...

Stilte

Zang

Gebed

Eucharistische Aanbidding

{Tu es Petrus en Adoro Te Devote wordt gezongen}

Daarna moment van stille aanbidding van Christus in het Allerheiligst Sacrament.

Eerste Vespers van de Eerste Zondag van de Advent
Openingsvers
 
God, kom mij te hulp.
Heer, haast u mij te helpen.
Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest.
Zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen. Alleluia.
Hymne
Gij die der sterren schepper zijt,
met eeuwig licht uw kinderen leidt,
o Christus die de mensen redt,
hoor naar ons innig smeekgebed.
 
Gij ziet in uw erbarmen groot
de wereld zinken in de dood,
en komt te hulp nu zij verkwijnt
en geeft U zelf als medicijn.
 
De wereld zinkt in avond neer,
Gij treedt als bruidegom, o Heer,
te voorschijn uit de schoot der Maagd,
de zuivere moeder die U draagt.
 
Voor uw immense majesteit
buigt alle knie zich wijd en zijd,
buigt aarde en hemel zich ter neer
en dient U op uw wenken, Heer.
 
O Rechter die het oordeel spreekt,
o heilige, ons harte smeekt
dat Gij ons voor de pijlen hoedt
waarmee de vijand rondom woedt.
 
U, koning Christus, onze Heer,
zij met de Vader lof en eer,
en met de Geest die troost en leidt,
van eeuwigheid tot eeuwigheid.
 
Cónditor alme siderum,
aetérna lux credéntium,
Christe, redémptor ómnium
exáudi preces súpplicum.
Qui cóndolens intéritu
mortis perire sáeculum,
salvásti mundum lánguidum,
donans reis remédium,
Vergénte mundi véspere,
uti sponsus de thálamo,
egréssus honestíssima
Virginis matris cláusula.
Cuius forti poténtiae
genu curvántur ómnia;
caeléstia, terréstria
nutu faténtur súbdita.
Te, Sancte, fide quáesumus,
ventúre iudex sáeculi,
consérva nos un témpore
hostis a telo pérfidi.
Sit, Christe, rex piíssime,
tibi Patríque glória
cum Spiritu Paráclito,
in sempitérna sáecula. Amen.
O Heiland, open wijd de poort
en daal omlaag, Gods eeuwig Woord,
die aller mensen redder zijt,
zo lang voorzegd, zo lang verbeid.
Besproei ons hart, zo dor en droog,
met dauw en regen van omhoog.
Gij zijt het zacht, ootmoedig Lam
Gij zijt de Leeuw uit Juda’s stam.
O Morgenstond, zo lang verbeid,
o Zon van algerechtigheid,
de dag breekt aan, de nacht is om:
wij wachten, kom, Heer Jezus, kom.
In den beginne was het Woord,
bestond bij God en werd gehoord
door al wat Hij in ‘t leven riep,
toen Hij als God de wereld schiep.
Die ‘t evenbeeld des Vaders zijt
en afglans van zijn heerlijkheid,
die eeuwig voortkomt uit zijn schoot,
gelijk aan Hem, in alles groot.
Gij zijt aan de avond van de tijd,
gedrongen door barmhartigheid,
gedaald in maagdelijke schoot
om ons te redden van de dood.
Voor U buigt wat op aarde is,
de hemel en de duisternis,
en looft en prijst uw heilige Naam
om alles wat Gij hebt gedaan.

Psalmodie

Ant 1: Verkondigt het aan de volken en zegt: zie, God, onze Verlosser zal komen.
 
Psalm 141 (140), 1-9 Gebed te midden van gevaren
 
De rook van het reukwerk steeg met gebeden der heiligen uit de hand van de engel omhoog voor het aanschijn van God (Apok. 8, 4).
 
1 Heer, ik roep U aan, kom mij toch helpen,
luister naar mijn stem als ik U roep.
2 Laat mijn bidden tot U opstijgen als wierook,
mijn geheven handen U een avondoffer zijn. _
3 Stel een wacht, Heer, voor mijn mond
en bewaak de drempel van mijn lippen.
4 Laat mijn hart niet tot het kwade neigen,
niet boosaardig zinnen op bedrog;
Dat ik niet met slechte lieden omga
en niet aanzit aan hun welvoorziene dis.
5 Laat de vrome voor mijn bestwil mij kastijden, °
maar de balsem op mijn hoofd van zondaars wens ik niet;
ik blijf bidden bij het leed dat zij mij aandoen.
6 Op een rots gestoten zijn mijn rechters,
die mij hoorden spreken zonder bitterheid.
7 Als gesteente op een omgeploegde akker
ligt nu hun gebeente voor de hellepoort. _
8 Maar ik richt op U, Heer God, mijn ogen,
tot U vlucht ik, pleng mijn leven niet.
9 Hoed mij voor het net dat zij mij spannen,
voor de strikken door de zondaars uitgezet. _
Eer aan de Vader en de Zoon
en de heilige Geest.
Zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
 
Ant 1: Verkondigt het aan de volken en zegt: zie, God, onze Verlosser zal komen.
 
Ant 2: Zie, de Heer zal komen en al zijn heiligen met Hem, en op die dag zal er een groot licht schijnen, alleluia.
 
Psalm 142(141) Gij zijt mijn toevlucht
Dit alles is in de Heer vervuld toen Hij voor ons leed (H. Hilarius).
 
2 Luidkeels roep ik tot de Heer,
luidkeels smeek ik Hem om hulp.
3 Al mijn zorgen stort ik voor Hem uit,
al mijn angst leg ik Hem open. _
4 Ook al stokt de adem in mijn keel,
Gij weet wat mij overkomt.
Op de weg waarlangs ik ga
hebben zij een strik voor mij gespannen.
5 Wend ik mij opzij en zie ik om:
niemand is er die iets om mij geeft;
Nergens plaats waarheen ik vluchten kan,
niemand die mijn leven telt. _
6 Tot U roep ik dus, o Heer, °
ik zeg steeds: 'Gij zijt mijn toevlucht,
mijn bezit in het land der levenden.'
7 Schenk dus aandacht aan mijn roepen,
want ik voel mij diep ellendig.
Ruk mij weg voor mijn vervolgers,
die veel sterker zijn dan ik. _
8 Kom, verlos mij uit de kerker,
zodat ik uw Naam kan danken.
Vrome mensen zullen mij omringen
als Gij mij uw gunst bewijst.
Eer aan de Vader en de Zoon
en de heilige Geest.
Zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
 
Ant 2: Zie, de Heer zal komen en al zijn heiligen met Hem, en op die dag zal er een groot licht schijnen, alleluia.
 
Ant 3: De Heer zal komen niet grote macht en al wat leeft zal Hem aanschouwen.
 
Lofzang Fil. 2, 6-11 Christus, de dienaar van God
 
6 Hij die bestond in goddelijke majesteit °
heeft zich niet willen vastklampen
aan de gelijkheid met God.
7 Hij heeft zichzelf ontledigd °
en het bestaan van een slaaf op zich genomen;
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
8 En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd °
door gehoorzaam te worden tot de dood,
tot de dood aan het kruis. _
9 Daarom heeft God Hem hoog verheven °
en Hem de Naam verleend
die boven alle namen is.
10 Opdat bij het noemen van zijn Naam °
zich iedere knie zou buigen
in de hemel, op aarde en onder de aarde.
11 Opdat iedere tong zou belijden, °
tot eer van God de Vader:
Jezus Christus is de Heer.
Eer aan de Vader en de Zoon
en de heilige Geest.
Zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
 
Ant 3: De Heer zal komen niet grote macht en al wat leeft zal Hem aanschouwen.
 
Korte schriftlezing met Responsorium
1 Tess. 5, 23-24
De God van de vrede, Hij moge u heiligen, geheel en al. Heel uw wezen, geest, ziel en lichaam, moge ongerept bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus. Die u roept is getrouw; Hij zal zijn woord gestand doen.
 
Heer, toon ons uw liefde, ° laat uw barmhartigheid zien.
Heer, toon ons uw liefde, ° laat uw barmhartigheid zien.
God, schenk ons uw heil.
Laat uw barmhartigheid zien.
Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest.
Heer, toon ons uw liefde, ° laat uw barmhartigheid zien.
 
Lofzang uit het Evangelie
 
Ant: Weest waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt.

 

Lc. 1, 46-55 Verrukt is mijn geest om God

46 Hoog verheft nu mijn ziel de Heer,
47 verrukt is mijn geest om God, mijn Verlosser.
48 Zijn keus viel op zijn eenvoudige dienstmaagd:
van nu af prijst ieder geslacht mij zalig.
49 Wonderbaar is het wat Hij mij deed,
de Machtige, groot is zijn Naam!
50 Barmhartig is Hij tot in lengte van dagen
voor ieder die Hem erkent. _
51 Hij doet zich gelden met krachtige arm,
vermetelen drijft Hij uiteen;
52 Machtigen haalt Hij omlaag van hun troon,
eenvoudigen brengt Hij tot aanzien;
53 Behoeftigen schenkt Hij overvloed,
maar rijken gaan heen met ledige handen. _
54 Hij trekt zich zijn dienaar Israël aan,
zijn milde erbarming indachtig;
55 Zoals Hij de vaderen heeft beloofd,
voor Abraham en zijn geslacht voor altijd. _
Eer aan de Vader en de Zoon
en de heilige Geest.
Zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
 
Lc. 1, 46-55 Verrukt is mijn geest om God
46 Magnificat
ánima mea Dóminum,
47 et exsultávit spiritus meus
in Deo salvatóre meo,
48 quia respéxit humilitátem ancíllae suae.
Ecce enim ex hoc beátam me dicent omnes generatiónes,
49 quia fecit mihi magna, qui potens est,
et sanctum nomen eius,
50 et misericórdia eius in progénies et progénies
timéntibus eum. _
51 Fecit poténtiam in bráchio suo,
dispérsit supérbos mente cordis sui;
52 depósuit poténtes de sede
et exaltávit húmiles;
53 esuriéntes implévit bonis
et dívites dimísit inánes. _
54 Suscépit Israel púerum suum,
recordátus misericórdiae,
55 sicut locútus est ad patres nostros,
Abraham et sémini eius in saécula. _
Glória Patri, et Fílio,
et Spirítui Sancto.
Sicut erat in princípio, et nunc et semper,
et in saécula saeculórum. Amen.
Ant: Weest waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt.
 
Smeekbeden
 
Laten wij Christus, naar wie wij vol vreugde uitzien, aanroepen:
Kom, Heer, en wacht niet langer.
Met blijdschap zien wij uit naar uw komst; ° kom, Heer Jezus.
Kom, Heer, en wacht niet langer.
Gij zijt van eeuwigheid; ° kom ons redden in deze tijd.
Kom, Heer, en wacht niet langer.
Gij hebt de wereld en al haar bewoners geschapen; ° kom, en herstel het werk van uw handen.
Kom, Heer, en wacht niet langer.
Gij hebt het menselijk bestaan aangenomen; ° kom ons bevrijden uit de macht van de dood.
Kom, Heer, en wacht niet langer.
Gij zijt gekomen om leven te schenken in overvloed; ° kom, en geef ons eeuwig leven.
Kom, Heer, en wacht niet langer.
Gij hebt alle mensen willen samenroepen in uw rijk; ° kom, en breng allen bijeen die met verlangen wachten om uw gelaat te aanschouwen.
Kom, Heer, en wacht niet langer.
 
Het Gebed des Heren
 
Onze Vader, die in de hemel zijt;
uw naam worde geheiligd;
uw rijk kome;
uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schuld,
zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven;
en leid ons niet in bekoring;
maar verlos ons van het kwade.
 
Afsluitend gebed
 

God, vervul het plan van uw verlossing. Wek in ons de bereidheid om naar het evangelie te leven, en gestalte te geven aan uw gerechtigheid. Dan zal uw Zoon bij zijn wederkomst ons zalig prijzen en uitnodigen van zijn rijk bezit te nemen. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eenheid van de heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen.
Amen.
 

 

Gebed voor het Ongeboren Leven

Heer Jezus,

Die de Kerk en de mensengeschiedenis trouw
met Uw aanwezigheid bezoekt en vertroost,
Gij, die ons in het bewonderenswaardige Sacrament van Uw Lichaam en Bloed
laat delen in het Goddelijk Leven
en ons reeds een voorsmaak geeft van de vreugde van het eeuwige Leven,
wij aanbidden en zegenen U.

Neergeknield voor U, Bron van het leven en die van het leven houdt,
en die werkelijk en levend in ons midden bent, wij smeken U:

Wek in ons de eerbied voor ieder ongeboren leven,
maak ons bekwaam om in de vrucht in de moederschoot
het bewonderenswaardige werk van de Schepper te zien,
leg in ons hart de edelmoedige aanvaarding van elk kind
dat tot leven komt.

Zegen de gezinnen,
heilig de vereniging van de echtgenoten,
maak hun liefde vruchtbaar.

Begeleidt de wetgevende instanties bij het maken van hun keuzes
met het licht van Uw Geest,
opdat de volken en landen het sacrale karakter van het leven,
van ieder menselijk leven erkennen en eerbiedigen.

Leidt het werk van wetenschappers en artsen,
opdat de vooruitgang zou bijdragen tot het integrale welzijn van de mens
en opdat geen enkele mens zou gedood worden of onrecht zou lijden.

Geef creatieve naastenliefde aan administratieve en financiële ambtenaren,
opdat zij zouden aanvoelen welke middelen nodig zijn
en er zouden voor zorgen opdat jonge gezinnen sereen zouden kunnen openstaan
voor de geboorte van nieuwe kinderen.

Troost de echtgenoten die lijden
omdat zij geen kinderen kunnen krijgen
en wil Gij er in Uw goedheid in voorzien!

Leer ons zorg te dragen voor wezen en verlaten kinderen,
opdat zij de warmte van Uw liefde,
de troost van uw Goddelijk Hart zouden ervaren.

Met Maria, Uw Moeder, de grote gelovige,
in wiens schoot Gij onze menselijke natuur hebt aangenomen,
verwachten wij van U, ons enig en waarachtig Goed en onze Redder,
de kracht om lief te hebben en het leven te dienen,
in afwachting dat wij voor altijd in U,
in de gemeenschap van de Allerheiligste Drie-eenheid zullen leven.

Amen.

Eucharistische Zegen

{Na het zingen van het Tantum Ergo volgt de Eucharistische Zegen met het Allerheiligst Sacrament}

{Tijdens het instellen van het Allerheiligst Sacrament wordt psalm 116 gezongen}

Alma Redemptoris Mater

{De viering wordt afgesloten met het zingen van de Maria-antifoon Alma Redemptoris Mater}

Document

Naam: (GEDEELTELIJKE) LITURGIE VIGILIE VOOR HET ONGEBOREN LEVEN
Soort: Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Datum: 27 november 2010
Bewerkt: 5 juli 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam