• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. ELISABETH VAN HONGARIJE

Dierbare broeders en zusters,

Vandaag zou ik u willen spreken over één van de vrouwen uit de Middeleeuwen die het meest bewondering heeft opgewekt; het gaat om de heilige Elisabeth van Hongarije, ook Elisabeth van Thüringen genoemd.

Zij is geboren in 1207; de historici zijn het niet eens over de plaats waar zij geboren werd. Haar vader, Andreas II, de rijke en machtige koning van Hongarije, had om politieke redenen de Duitse gravin Gertrudis von Andechs-Merania gehuwd, zus van de heilige Hedwig, echtgenote van de hertog van Silezië. Elisabeth heeft slechts de vier eerste jaren van haar kindertijd aan het hof van Hongarije geleefd, samen met haar zus en drie broers. Zij hield van spel, muziek en dans, verrichtte trouw haar gebed en legde reeds bijzondere aandacht aan de dag voor de armen die zij hielp met een goed woordje of een teder gebaar.

Haar gelukkige kindertijd werd bruusk afgebroken toen ridders uit het verre Thüringen haar naar haar nieuwe woonplaats brachten in Midden Duitsland. Volgens de gewoonte van die tijd, had haar vader namelijk bepaald dat Elisabeth prinses van Thüringen zou worden. De landgraaf van die streek was in het begin van de XIIIe eeuw één van de rijkste en meest invloedrijke vorsten in Europa en zijn kasteel was een centrum van pracht en cultuur. Maar achter de feestelijkheden en in het oog springende pracht verborgen gingen de ambities schuil van de feodale prinsen, die dikwijls onderling in oorlog waren en in conflict met koninklijke en keizerlijke gezagshebbers. In die context, was de verloving van zijn zoon Ludvik met de Hongaarse prinses welkom voor landgraaf Herman. Elisabeth verliet haar land, met een rijke bruidsschat en een aanzienlijk gevolg dat bestond uit haar persoonlijke gezelschapsdames; twee van hen blijven trouwe vriendinnen tot het einde. Zij hebben ons waardevolle informatie nagelaten over de kindertijd en het leven van de heilige.
Na een lange reis kwamen zij aan in Eisenach, om vervolgens op te trekken naar de vesting van Wartburg, het indrukwekkende kasteel dat de stad domineert. Daar werd de verloving van Ludvik en Elisabeth gevierd. In de loop van de volgende jaren werd Ludvik opgeleid tot ridder terwijl Elisabeth en haar gezellinnen Duits, Frans, Latijn, muziek, literatuur en handwerk leerden. Alhoewel de verloving om politieke redenen geregeld was, groeide oprechte liefde tussen de twee jonge mensen, bezield door het geloof en het verlangen Gods wil te doen. Na de dood van zijn vader, heerste Ludvik over Thüringen; hij was achttien. Maar Elisabeth werd het voorwerp van bedekte kritiek omdat haar houding niet overeenstemde met het leven aan het hof. De huwelijksviering was namelijjk zonder praal en de uitgaven voor het feestmaal werden gedeeltelijk voorbehouden aan de armen. Elisabeth was heel gevoelig voor de tegenstellingen tussen het geloof dat beleden werd en de praktijk ervan. Zij verdroeg geen compromissen. Op een dag, toen zij op Hemelvaartsdag de kerk binnenging, nam zij haar kroon af, legde ze voor het kruis en bleef op de grond liggen met bedekt gelaat. Wanneer haar schoonmoeder haar dit gebaar verweet, zei ze: “Hoe kan ik, armzalig schepsel, een kroon van aardse waardigheid dragen, wanneer ik mijn Koning Jezus Christus met doornen gekroond zie?”. Zij gedroeg zich tegenover God zoals tegenover haar onderdanen. In de Anoniem
Verklaringen van de vier gezelschapsdames ()
lezen we dit getuigenis: “Zij nam geen enkel voedsel tot zich zonder zich eerst vergewist te hebben dat ze afkomstig waren van legitieme eigendommen en bezittingen van haar echtgenoot. Zij onthield zich volledig van dingen die onrechtmatig verkregen waren, en spaarde zich niet om wie onrecht geleden had, te vergoeden” Anoniem, Verklaringen van de vier gezelschapsdames. nrs. 25, 37. Echt een voorbeeld voor iedereen die een leidinggevende rol vervult: uitoefening van gezag moet op alle niveaus beleefd worden als een dienst aan de rechtvaardigheid en de naastenliefde, altijd met het oog op het algemeen welzijn.
Elisabeth beoefende ijverig de werken van barmhartigheid: wie aan haar deur klopte, gaf zij te eten en te drinken, bezorgde zij kleding, betaalde hun schulden, verzorgde zieken en begroef doden. Wanneer zij buiten haar kasteel kwam, ging zij met haar dienstbodes dikwijls binnen in de huizen van de armen, bracht hun brood, vlees, bloem en andere voedingswaren. Zij gaf hun het eten persoonlijk en controleerde aandachtig de kleding en het bedlinnen van de armen. Dit werd haar man meegedeeld, die er niet alleen niet mee verveeld was maar antwoordde tegen wie haar beschuldigde: “Zolang zij het kasteel niet verkoopt, ben ik tevreden!”. In deze context situeert zich het wonder van het brood dat in rozen veranderde: toen Elisabeth op weg was, haar schort gevuld met brood voor de armen, ontmoette zij haar man die vroeg wat ze bij zich droeg. Zij opende haar schort en in plaats van brood, verschenen prachtige rozen. Met dit symbool van naastenliefde wordt de heilige Elisabeth dikwijls voorgesteld.
Haar huwelijk was diep gelukkig: Elisabeth hielp haar man om zijn menselijke hoedanigheden tot op bovennatuurlijk vlak te verheffen en hij, van zijn kant, beschermde zijn vrouw bij haar edelmoedigheid voor de armen en godsdienstige praktijken. Met steeds meer bewondering voor het diepe geloof van zijn vrouw, zei Ludvik over haar zorg voor de armen: “Lieve Elisabeth, het is Christus die ge gewassen hebt, gevoed en verzorgd hebt”. Een helder getuigenis van de manier waarop geloof en liefde voor God en de naaste het gezinsleven versterken en de eenheid binnen het huwelijk nog meer verdiepen.

Het jonge echtpaar vond spirituele steun bij de minderbroeders die zich vanaf 1222 in Thüringen verspreidden. Onder hen koos Elisabeth broeder Roger (Rüdiger) als geestelijk leidsman.

Wanneer hij vertelde over de bekering van Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Franciscus van Assisi
(27 januari 2010)
, de jonge en rijke handelaar, raakte Elisabeth nog meer begeesterd op haar weg van christelijk leven. Vanaf dat ogenblik was ze nog vastberadener om de arme en gekruisigde Christus in de armen te volgen. Zelfs toen haar eerste zoon geboren werd, waarop nog twee andere zonen volgden, verwaarloosde onze heilige haar liefdadigheidswerken niet. Bovendien hielp zij de minderbroeders in Halberstadt bij de bouw van een klooster, waarvan broeder Roger overste werd. Zo werd Koenraad van Marburg haar geestelijke leider.

Een harde beproeving was het afscheid van haar man, eind juni 1227, wanneer Ludvik IV zich aansloot bij de kruistocht van keizer Frederik II - een traditie voor de vorsten van Thüringen. Elisabeth antwoordde: “Ik zal u niet tegenhouden. Ik heb mezelf helemaal aan God gegeven en geef nu ook u aan Hem”. Doch koorts dunde de troepen uit, Ludvik werd ziek en stierf in Otranta voor zijn inscheping in september 1227, hij was zevenentwintig jaar. Wanneer Elisabeth het nieuws vernam, was haar leed zo groot dat zij zich in de eenzaamheid terugtrok, maar daarna begon zij, gesterkt door het gebed en bemoedigd door de hoop hem in de Hemel weer te zien, belang te stellen in de dingen van het Koninkrijk. Doch een andere beproeving wachtte haar: haar schoonbroer eigende zich het bestuur van Thüringen onrechtmatig toe; hij riep zich uit tot ware erfgenaam van Ludvik en beschuldigde Elisabeth ervan een vrome vrouw te zijn, die niet bekwaam was om te regeren. De jonge weduwe werd met haar drie zonen uit het kasteel van Wartburg verdreven en zocht een toevluchtsoord. Slechts twee dienaressen bleven aan haar zijde, vergezelden haar en vertrouwden de drie kinderen toe aan vrienden van Ludvik. Zij gingen van dorp tot dorp, Elisabeth werkte waar zij ontvangen werd, zorgde voor de zieken, naaide en weefde. Tijdens die kruisweg die zij met veel geloof, geduld en toewijding aan God droeg, werd haar naam door enkele verwanten gerehabiliteerd; zij waren haar trouw gebleven en achtten het bestuur van haar schoonbroer onwettig. Zo kreeg Elisabet in het begin van het jaar 1228 een inkomen waardoor ze zich kon terugtrekken in het kasteel van Marburg, waar ook haar geestelijke leider, broeder Corrado woonde. Hij liet paus Gregorius IX weten: “Op Goede Vrijdag van het jaar 1228, heeft Elisabeth met de handen op het altaar van de kapel in Eisenach - waar hij minderbroeders had opgenomen -, in aanwezigheid van meerdere broeders en verwanten, afstand gedaan van haar wil en van de ijdelheid van de wereld. Zij wou ook afstand doen van al haar bezittingen, doch ik heb het haar afgeraden uit liefde voor de armen. Kort nadien bouwde zij een hospitaal, ontving zieken en gebrekkigen en bediende de meest ellendigen en verlatenen aan haar tafel. Ik heb haar zelf hieromtrent terechtgewezen, maar Elisabeth antwoordde dat zij van de armen bijzondere genade en nederigheid ontving” Fra Corrado, Epistula magistri Conradi. 14-17.

Wij kunnen hierin een zekere mystieke ervaring zien, die gelijkt op die van de heilige Franciscus: de Poverello van Assisi verklaarde namelijk in zijn H. Franciscus van Assisi
Testamentum ()
dat het bedienen van melaatsen, wat hem voordien bitter was, in zoetheid veranderde voor ziel en lichaam Vgl. H. Franciscus van Assisi, Testamentum. 1-3. Elisabeth bracht de laatste drie jaren van haar leven door in het hospitaal dat zij had opgericht, waarbij zij de zieken diende en bij de stervenden waakte. Zij probeerde steeds de nederigste diensten en meest afstotende werken te doen. Zij werd wat wij vandaag zouden kunnen noemen, een godgewijde vrouw in de wereld (“soror in saeculo”) en vormde samen met andere vriendinnen, gekleed in het grijs, een religieuze gemeenschap. Het is niet toevallig dat zij de patrones is van de Derde Reguliere Orde van de Heilige Franciscus en van de Franciscaanse Seculiere Orde.
In november 1231, werd zij door hevige koorts getroffen. Wanneer het nieuws van haar ziekte zich verspreidde, was er een volkstoeloop om haar te bezoeken. Na een tiental dagen vroeg zij de deuren te sluiten om alleen met God te zijn. In de nacht van 17 november, ontsliep zij zacht in de Heer. De getuigenissen van haar heiligheid waren zo talrijk dat paus Gregorius IX haar reeds vier jaar later heilig verklaarde en in hetzelfde jaar werd de mooie kerk ingezegend die tot haar eer in Marburg gebouwd was.
Dierbare zusters en broeders, in de persoon van de heilige Elisabeth zien wij dat geloof, vriendschap met Christus, zin geven voor rechtvaardigheid, gelijkheid voor allen, zin voor de rechten van de anderen en dat zij liefde, naastenliefde tot stand brengen. Uit die liefde ontstaat ook hoop, de zekerheid dat wij door Christus bemind worden en dat de liefde van Christus ons wacht en bekwaam maakt om Christus na te volgen en Christus in de anderen te zien. De heilige Elisabeth nodigt ons uit Christus te herontdekken, Hem te beminnen, geloof te hebben en zo ware gerechtigheid en liefde te vinden, evenals de vreugde omdat wij eens zullen ondergedompeld zijn in de Goddelijke liefde, in de vreugde van de eeuwigheid met God.

Document

Naam: H. ELISABETH VAN HONGARIJE
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 20 oktober 2010
Copyrights: © 2010, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 21 juni 2014

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam