• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Z. ANGELA VAN FOLIGNO

Dierbare broeders en zusters,

Vandaag zou ik u willen spreken over de zalige Angela de Foligno, een grote mystica uit de Middeleeuwen, die leefde in de XIIIe eeuw. Gewoonlijk is men gefascineerd door de toppen die zij bereikt heeft in de vereniging met God, maar men geeft zich ongetwijfeld te weinig rekenschap van haar eerste stappen, haar bekering, en de lange weg die haar vanaf het begin begeleid heeft - “de grote vrees voor de hel” - naar het uiteindelijke doel, de volledige vereniging met de Drie-eenheid. Het eerste deel van het leven van Angela is zeker niet dat van een vurige volgelinge van de Heer. Geboren rond 1248, in een welgesteld gezin, verliest zij haar vader en werd eerder oppervlakkig door haar moeder opgevoed. Zij raakte al vlug vertrouwd met het wereldse milieu van de stad Foligno, waar zij een man leerde kennen met wie zij op twintigjarige leeftijd huwde en van wie zij kinderen kreeg. Zij leidde een zorgeloos leven, minachtte de “boetelingen”, mensen die om Christus te volgen, hun bezit verkochten en in gebed, vasten, dienst aan de Kerk en naastenliefde leefden – wat in die tijd veel voorkwam.

Verschillende gebeurtenissen, zoals de hevige aardbeving van 1279, een orkaan, de jarenlange oorlog tegen Perugia en de zware gevolgen daarvan, hebben invloed op het leven van Angela, die geleidelijk haar zonden beseft, tot zij een beslissende stap zet: zij roept de heilige Franciscus aan, die haar in een visioen verschijnt en aan wie zij raad vraagt met het oog op een goede algemene biecht: wij zijn in het jaar 1285. Angela spreekt haar biecht bij een broeder in San Feliciano. Drie jaar later neemt de weg van haar bekering een nieuwe wending. Haar affectieve banden worden losgemaakt: in enkele maanden tijd volgt op de dood van haar moeder, die van haar man en al haar kinderen. Daarop verkoopt zij haar bezittingen en treedt in 1291 in de Derde Orde van de heilige Franciscus. Zij sterft in Foligno op 4 januari 1309.

Het Fra Arnaldo
Liber de vera fidelium experientia
Het Boek van de zalige Angela de Foligno ()
, dat haar leven documenteert, vertelt over haar bekering en de noodzakelijke middelen daartoe - boete, nederigheid en beproevingen - evenals de fases, de opeenvolging van haar ervaringen, die in 1285 begonnen. Zij vertelt ze aan haar biechtvader, naargelang zij ze zich herinnert; deze schrijft ze trouw op en probeert ze vervolgens te verdelen in wat hij “fases of keerpunten” noemt, doch hij lukt er niet in ze helemaal te ordenen Vgl. Fra Arnaldo, Het Boek van de zalige Angela de Foligno, Liber de vera fidelium experientia. Cinisello Balsamo 1990, p. 51. De reden is dat voor de zalige Angela de ervaring van eenwording de geestelijke en lichamelijke zintuigen volledig impliceert; wat zij in haar extases “begrijpt” blijft bij wijze van spreken, slechts een “schaduw” in haar geest. “Ik hoorde die woorden echt – belijdt zij na een mystieke ervaring – maar wat ik gezien en begrepen heb, en wat Hij me toonde, kan of mag ik op geen enkele manier zeggen, alhoewel ik graag kenbaar zou maken wat ik begrepen heb door de woorden die ik hoorde, doch het was een absoluut onuitsprekelijke afgrond”. Angela de Foligno geeft haar mystieke “belevenis” weer zonder ze met haar geest te bewerken, omdat het over Goddelijke verlichtingen gaat die op een onvoorziene en onverwachte manier aan haar ziel meegedeeld worden. Zelfs haar biechtvader heeft het moeilijk om dergelijke gebeurtenissen weer te geven, “meer bepaald omwille van haar grote en bewonderenswaardige terughoudendheid tegenover Goddelijke gaven” Vgl. Fra Arnaldo, Het Boek van de zalige Angela de Foligno, Liber de vera fidelium experientia. Cinisello Balsamo 1990, p. 194. Bij de moeilijkheid van Angela om haar mystieke ervaring onder woorden te brengen, is er voor haar gesprekspartner moeilijk om haar te verstaan. Een situatie die duidelijk aantoont dat de ene en ware Meester, Jezus, in het hart leeft van elke gelovige en er helemaal bezit van wil nemen. Zoals bij Angela die aan één van haar geestelijke zonen schreef: “Mijn zoon, indien ge mijn hart zou zien, zoudt ge gedwongen zijn de dingen te doen die God wil, want mijn hart is dat van God en Gods hart is het mijne”. Hier weerklinken de woorden van Paulus: “Ikzelf leef niet meer, Christus is het die leeft in mij” (Gal. 2, 20).

Bekijken we slechts even enkele stappen van de rijke spirituele weg van deze zalige. De eerste is eigenlijk een uitgangspunt: “De eerste stap is inzicht in de zonde – zoals zij het preciseert -, daardoor heeft de ziel grote vrees verdoemd te zijn in de hel. De ziel weent bitter” Vgl. Fra Arnaldo, Het Boek van de zalige Angela de Foligno, Liber de vera fidelium experientia. Cinisello Balsamo 1990, p. 39. Deze vrees voor de hel beantwoordt aan het soort van geloof dat Angela had op het ogenblik van haar bekering; een geloof dat nog arm was aan naastenliefde, namelijk aan Gods liefde. Berouw, angst voor de hel, boete openen voor Angela het perspectief van de pijnlijke kruisweg die haar, van de achtste tot de vijftiende stap zullen leiden naar de “weg van de liefde”. De biechtvader vertelt: “De gelovige zegt mij dan: ik had deze Goddelijke openbaring: “laat opschrijven dat wie de genade wil bewaren, de ogen niet mag weghouden van de ziel van het kruis, zowel bij de vreugde als bij de droefheid die Ik geef of toelaat” Vgl. Fra Arnaldo, Het Boek van de zalige Angela de Foligno, Liber de vera fidelium experientia. Cinisello Balsamo 1990, p. 143. Maar ook in deze zin, voelt Angela de liefde niet; zij zegt: “de ziel voelt schaamte en bitterheid en ervaart nog geen liefde, doch pijn” Vgl. Fra Arnaldo, Het Boek van de zalige Angela de Foligno, Liber de vera fidelium experientia. Cinisello Balsamo 1990, p. 39 en zij is onvoldaan.
Angela voelt dat zij aan God iets moet geven om haar zonden goed te maken, doch stilaan begrijpt zij dat zij Hem niets te geven heeft, te meer omdat zij tegenover Hem niets is; zij begrijpt dat het niet haar wil is die Hem Gods liefde zal geven, want zij kan Hem niets anders geven dan haar nietigheid, dan “geen liefde”. Zoals zij zal zeggen: alleen “ware en zuivere liefde die van God komt, is in de ziel en maakt dat zij haar eigen gebreken erkent en Gods goedheid. (...) Deze liefde brengt de ziel bij Christus en zij begrijpt met zekerheid dat daar geen enkel bedrog kan bestaan. Met deze liefde kan niets in de wereld zich vermengen” Fra Arnaldo, Het Boek van de zalige Angela de Foligno, Liber de vera fidelium experientia. Cinisello Balsamo 1990, p. 124-125. Zich uitsluitend en totaal openstellen voor Gods liefde, die haar hoogste uitdrukking heeft in Christus: “O mijn God – bidt zij – maak mij waardig om het zeer hoge mysterie te kennen, dat Uw zeer vurige en onuitsprekelijke liefde in werking bracht, met de liefde van de Drie-eenheid, namelijk het zeer hoge mysterie van Uw allerheiligste menswording voor ons. (...) Oh onbegrijpelijke liefde! Boven die liefde, die maakte dat mijn God mens werd om mij God te laten worden, is er geen liefde” Fra Arnaldo, Het Boek van de zalige Angela de Foligno, Liber de vera fidelium experientia. Cinisello Balsamo 1990, p. 295. Nochtans, het hart van Angela draagt voor altijd de wonden van de zonde; zelfs na een goede biecht voelde zij zich vergeven maar toch terneergedrukt door de zonde, vrij en toch aan het verleden onderworpen, vergeven maar met te weinig boetedoening. Ook de gedachte aan de hel blijft haar vergezellen want hoe meer de ziel vooruitgang maakt op de weg van de christelijke volmaaktheid, des te meer is zij overtuigd van haar onwaardigheid én dat zij de hel verdient.
Zo begrijpt Angela op haar mystieke weg de diepte van deze centrale werkelijkheid: wat haar van haar “onwaardigheid” zal redden en van “de hel die zij verdient, zal niet haar “eenheid met God” zijn noch haar bezit van de “waarheid”, maar de gekruisigde Jezus, “Zijn kruisiging voor mij”, Zijn liefde. In de achtste stap, zegt zij: “Ik begreep nog niet of het grootste goed mijn bevrijding van zonde en hel was, biecht en boete, of Zijn kruisiging voor mij” Fra Arnaldo, Het Boek van de zalige Angela de Foligno, Liber de vera fidelium experientia. Cinisello Balsamo 1990, p. 41.

Het is het onstabiele evenwicht tussen liefde en lijden, dat zij ervaart op heel haar moeilijke weg naar de volmaaktheid. Daarom schouwt zij het liefst de gekruisigde Christus, want daarin ziet zij het volmaakte evenwicht gerealiseerd: op het kruis bevindt zich de God-mens in een hoogste daad van lijden die een hoogste daad van liefde is. In de derde Instructie, insisteert de zalige op dit schouwen en zegt: “Wanneer wij volmaakter en zuiverder zien, beminnen wij ook volmaakter en zuiverder. (...) Daarom, hoe meer wij de God en mens Jezus Christus zien, des te meer worden wij in Hem door de liefde omgevormd. (...) Wat ik over de liefde gezegd heb (...) zeg ik ook over het lijden: wanneer de ziel het onzeglijke leed van de God en mens Jezus Christus schouwt, lijdt zij des te meer en vormt ze zich om in lijden” Fra Arnaldo, Het Boek van de zalige Angela de Foligno, Liber de vera fidelium experientia. Cinisello Balsamo 1990, p. 190-191. Samenvloeien met de liefde en het lijden van de gekruisigde Christus en zich daarin omvormen, zich met Hem identificeren. De bekering van Angela, die begon met de biecht van 1285, zal slechts tot rijpheid komen wanneer Gods vergeving zich aan haar ziel zal tonen als de kosteloze gave van de liefde van de Vader, Bron van liefde: “Niemand heeft een uitvlucht want iedereen kan God liefhebben en Hij vraagt de ziel niets anders dan Hem lief te hebben omdat Hij haar liefheeft en Hij haar liefde is” Fra Arnaldo, Het Boek van de zalige Angela de Foligno, Liber de vera fidelium experientia. Cinisello Balsamo 1990, p. 76.

Op de spirituele weg van Angela gebeurt de overgang van bekering naar mystieke ervaring, van het zegbare naar het onuitsprekelijke, door het kruis. De “lijdende God-mens” wordt haar “Leraar in de volmaaktheid”. Heel haar mystieke ervaring komt dus neer op het streven naar volmaakte “gelijkenis” met Hem, door uitzuiveringen en omvormingen die steeds dieper en radicaler zijn. Angela geeft zich helemaal over aan deze heerlijke onderneming, met lichaam en ziel, zonder zich te besparen van boetedoeningen, van beproevingen van bij de aanvang tot het einde, verlangend te sterven aan het leed dat de gekruisigde God-mens geleden heeft om helemaal in Hem omgevormd te worden: “O kind van God, vorm U helemaal om in de lijdende God-mens die u zozeer bemind heeft dat Hij voor u een schandelijke dood wilde sterven, in onuitsprekelijk lijden, zeer pijnlijk en bitter. En dat uitsluitend uit liefde voor u, o mens!” Fra Arnaldo, Het Boek van de zalige Angela de Foligno, Liber de vera fidelium experientia. Cinisello Balsamo 1990, p. 247. Deze identificatie betekent ook meemaken wat Jezus heeft meegemaakt: armoede, minachting, leed, want “langsheen tijdelijke armoede vindt de ziel eeuwige rijkdommen; langs misprijzen en schaamte, verkrijgt zij de hoogste eer en heerlijkheid; door boete, verricht met moeite en pijn, zal zij het Hoogste Goed, de eeuwige God met oneindige zoetheid en troost ontvangen” Fra Arnaldo, Het Boek van de zalige Angela de Foligno, Liber de vera fidelium experientia. Cinisello Balsamo 1990, p. 293.
Van bekering naar mystieke vereniging met de gekruisigde Christus, naar het onuitsprekelijke. Een zeer verheven weg, waarvan het geheim het constante gebed is: “Hoe meer ge bidt, des te meer zult ge verlicht worden; hoe meer ge verlicht bent, des te dieper en inniger zult ge het Hoogste Goed zien, het allerbeste Zijn; hoe dieper en inniger ge Hem zult zien, des te meer zult ge Hem liefhebben; hoe meer ge Hem bemint, des te meer vreugde zult ge in Hem vinden; en hoe meer vreugde Hij u zal geven, des te beter zult ge Hem begrijpen en bekwaam worden Hem te begrijpen. Daarna komt ge in de volheid van het licht, daar zult ge begrijpen dat er niet te begrijpen valt” Fra Arnaldo, Het Boek van de zalige Angela de Foligno, Liber de vera fidelium experientia. Cinisello Balsamo 1990, p. 184.
Dierbare broeders en zusters, het leven van de zalige Angela begint met een werelds leven, eerder van God verwijderd. Maar daarna doet de ontmoeting met de persoon van de Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Franciscus van Assisi
(27 januari 2010)
en tenslotte de ontmoeting met de gekruisigde Christus, de ziel ontwaken door Gods aanwezigheid, omwille van het feit dat alleen met God het leven echt leven wordt, want in leed om de zonde wordt het leven, liefde en vreugde. In die zin spreekt de zalige Angela tot ons. Vandaag lopen wij allen het gevaar te leven alsof God niet bestaat: Hij lijkt zo ver weg van het huidige leven. Maar God heeft duizenden manieren, één manier voor elke mens, om in de ziel aanwezig te zijn, te tonen dat Hij bestaat, mij kent en mij bemint. De zalige Angela wil ons aandachtig maken voor de tekens waarmee de Heer onze ziel raakt, aandachtig voor Gods aanwezigheid, om zo naar God en met God te leren leven in gemeenschap met de gekruisigde Christus. Bidden wij de Heer dat Hij ons aandachtig zou maken voor de tekens van Zijn aanwezigheid, dat Hij ons zou leren echt te leven.

Document

Naam: Z. ANGELA VAN FOLIGNO
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 13 oktober 2010
Copyrights: © 2010, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 30 augustus 2013

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam