• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TOT STUDENTEN EN DOCENTEN VAN DE GREGORIAANSE UNIVERSITEIT

Eerbiedwaardige Broeders en beminde Zonen, Zeer gaarne zijn Wij tegemoet gekomen aan uw vurig verlangen om Ons in deze Gregoriaanse Uni­versiteit uw eerbiedige aanhankelijkheid te betuigen; des te meer omdat deze plechtige bijeenkomst Ons de zo lang verwachte gelegenheid verschaft om U te ontvangen, te zien en toe te spreken.

Het is immers voor Ons een vaderlijke vertroosting om voor Ons te zien Onze Eerbiedwaardige Broeder Josephus Pizzardo, Groot-Kanselier van deze Pause­lijke Universiteit, wien Wij ten zeerste danken voor de edele woorden, welke hij zo even' heeft uitgespro­ken, en tevens verschillende Kardinalen en het eer­biedwaardig college van Moderatoren, van wie Wij weten dat zij zich geheel en al geven aan de juiste en heilige vorming van de jonge geestelijken. Wij zien hier ook de eminente Professoren van deze Uni­versiteit, befaamd om hun deugd en wetenschap, tot wie Wij gaarne de gevoelens van Onze hoge waarde­ring richten wegens hun voortreffelijk werk om de gewijde leer met zorg te beoefenen en tot ontwikke­ling te brengen. Maar het stemt Ons vooral tot bui­tengewone vreugde deze prachtige en uitgelezen schare jeugdige studenten te zien, die niet alleen is samengesteld uit geestelijken van deze Stad of van Italië, maar ook van Europa en van de gehele we­reld. Bij het zien van hun brandend verlangen naar de wetenschap, hun onderlinge broederlijke liefde en hun vurig streven om geschikte bedienaren te wor­den van de leer en de genade van Jezus Christus, kunnen Wij Ons niet weerhouden om hen van gan­ser harte geluk te wensen met de wonderlijke en enthousiaste activiteit, waardoor deze Gregoriaanse Universiteit zich krachtig ontwikkelt en bloeit. In­derdaad heeft deze instelling van hogere studies nooit opgehouden in deze verheven Stad te schitte­ren als een lichtbaken van wijsheid door vanaf haar stichting edelmoedig tegemoet te komen aan de groeiende behoeften van de Kerk.

Wij erkennen dit alles, Wij keuren het goed en Wij prijzen het zoals het verdient; het is Ons een vreug­de hiervoor de Almachtige God dank te zeggen. Evenwel ligt het niet in Onze bedoeling Ons te be­perken tot lofprijzingen, die U toekomen wegens uw verdiensten en voortreffelijke hoedanigheden; maar Wij wensen U ook in Onze toespraak enige nuttige dingen voor te houden, waaruit moge blijken welk een belangstelling de Plaatsbekleder van Chris­tus voor uw Universiteit koestert en wat de Kerk in onze dagen speciaal van haar verwacht.
Op de eerste plaats verlangen Wij levendig dat het bij de vorming van de jeugdige clerus altijd Een hei­lige wet is om te waken over het ongeschonden be­waren van de leer. De stichting immers van de ker­kelijke hogescholen te Rome, waarvan de uwe de oudste is, had geen ander doel dan om getrouwer naar de stem en de richtlijnen te luisteren van de Stoel van Petrus, in wier nabijheid zij opgericht zijn. Bewaart dus ongerept deze oude roem, welke gij naar Onze mening volledig door uw werkzaamheden ver­diend hebt, zodat de studenten bij hun vertrek ten volle doordrongen zijn van het Romeinse geloof, dat de Apostel heeft geprezen Vgl. Rom. 1, 8 en waar­uit men de normen moet putten om als katholieken te handelen en te denken.
Maar wanneer kan men van een leer zeggen dat zij veilig is? Natuurlijk als vaststaat, dat zij geheel en al met de waarheid overeenkomt. Wij geven echter toe, dat dit niet altijd gemakkelijk te verwezenlijken is. Want wanneer de geleerden op zoek zijn naar de waarheid, bereiken zij tenslotte het kritieke punt van hun onderzoek, waar de beslissing moet vallen: dit is van des te meer belang, naarmate zij meer be­gaafd zijn, naarmate de te bestuderen kwestie ge­wichtiger is en de conclusie belangrijker is, welke zij op dat ogenblik moeten trekken in verband met hun oordeel over de waarheid van de zaak en met de methode, die bij de verdere onderzoekingen dient gevolgd te worden: een methode, welke zij om die reden wetenschappelijk zullen noemen. In dat geval bevestigt de geleerde als waar, wat het in feite niet is, maar wat overeenstemt met zijn mening, met zijn persoonlijke interpretatie of met zijn mentaliteit; of hij bevestigt als waar, wat het in feite is, maar wat het licht en het vermogen van het menselijk verstand kan te boven gaan, en soms inderdaad te boven gaat. Wanneer het dan gaat over het woord van God, hoe moet dan de houding zijn van hem, die zich met de bestudering ervan bezig houdt? Moet hij aan het woord van God een onmetelijke strekking en de hoogste waarheid toekennen of is het hem geoor­loofd om het woord van God binnen de grenzen van de menselijke geest te beperken en er een eigen in­terpretatie aan te geven? De geleerde, die erkent dat het woord van God de menselijke natuur over­treft en het het hoogste gezag en de grootste kracht toekent, moet ongetwijfeld katholiek genoemd wor­den. Maar wij weten niet of wij hetzelfde moeten zeggen van de mens, die anders handelt: deze im­mers kan niet als een waar geleerde noch als een waar christen beschouwd worden.
Hieruit volgt dus duidelijk hoeveel eerbied en onder­werping verschuldigd is aan het Leergezag van de Kerk, dat krachtens zijn goddelijke instelling de opdracht ontvangen heeft om de geloofsleer trouw te bewaren en onfeilbaar te verklaren Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 4e Zitting - Dogmatische Constitutie over de Kerk van Christus, Pastor Aeternus (18 juli 1870), 16-25. Dit neemt niets weg van de waardigheid en de voortreffelijkheid van de gewijde leer. "Want ofschoon het gezagsargument, steunend op het menselijk verstand, zeer zwak is, is het ar­gument van het gezag, dat gebaseerd is op de godde­lijke openbaring, zeer sterk" H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. Ia qu. 1, a. 8, ad 2. Daarom moeten degenen, die de taak hebben ontvangen om te onderwijzen, er met al­le zorg en inspanning naar streven om de geest van hun leerlingen te vormen tot deze onderdanigheid aan het Kerkelijk Leergezag. Zij zullen bovendien eerbiedig luisteren naar de stem van de Leraren der Kerk, onder wie de H. Thomas van Aquino de voor­naamste plaats inneemt; de kracht van het verstand van de Engelachtige Leraar is immers zo groot, zijn liefde voor de waarheid zo oprecht en èr spreekt zo'n grote wijsheid in zijn onderzoek, zijn verklaring en zijn synthese van de hoogste waarheden, dat zijn leer niet alleen het meest doeltreffende middel is om het geloof op een veilige basis te grondvesten, maar ook om doeltreffend en zeker de vruchten te oogsten van een gezonde ontwikkeling. Tenslotte, wanneer zij met de grootste aandacht de hedendaagse kwes­ties onderzoeken, welke door de voortgaande be­schaving worden opgeworpen en wanneer zij trach­ten, waar dit nodig is, de oude wijsheid in overeen­stemming te brengen met de nieuwe ontdekkingen van de wetenschap, dan moeten zij ervoor zorgen niet te vergeten om door voortdurende studie terug te grijpen naar de authentieke bronnen van de ge­wijde leer, waar zich de onuitputtelijke schatten van de waarheid bevinden.
Wat de methode van onderricht van de gewijde leer betreft, houdt U zorgvuldig aan de positieve metho­de en aan de speculatieve methode, zoals zij met goedkeuring van de kerkelijke overheid in de scho­len worden toegepast. Beide immers hebben hun be­lang en hun nut. Indien de positieve methode meer in overeenstemming schijnt te zijn met de geest van onze tijd en het meeste nut kan opleveren, moet men er toch voor zorgen dat zij de andere methode niet tekort doet, welke de grootste theologen van het verleden met zoveel succes voor de vooruitgang van de gewijde wetenschappen hebben beoefend. Het is vooral aan de speculatieve methode te danken, dat de seminaristen onder de zo talrijke en zo geva­rieerde wetenschappen, die tegenwoordig moeten bestudeerd worden, tot die bewonderenswaardige sa­menhang en eenheid van de gehele gewijde leer kunnen komen, die zozeer bijdraagt tot hun goede kerkelijke vorming. Verre van tegenover elkaar te staan, zullen deze beide methoden elkaar aanvullen en vervolmaken.
Opdat deze kerkelijke vorming kostbare vruchten zal voortbrengen, moet zij er altijd op gericht zijn, dat de te vormen jongemannen eens het zout der aarde, het licht der wereld en de geschikte leiders en leraren van het christenvolk zullen worden. Daar­om moeten zij in de wetenschappelijke vorming, die zij tijdens het gehele verloop van hun studies ont­vangen, zich altijd iets eigen maken, waarmee zij voedsel geven aan hun godsdienstigheid en waardoor zij aangespoord worden tot geestelijke vooruitgang. Het mag niet zo zijn, dat de studie van de theologie hun geest verrijkt, maar hun liefde niet doet ontbran­den. Naar aanleiding hiervan halen Wij gaarne voor U enige voortreffelijke woorden aan van de H. Bo­naventura: "Niemand moet geloven dat de lectuur voldoende is zonder aantrekkelijkheid, de beschou­wing zonder devotie, de studie zonder bewondering, de bedachtzaamheid zonder vreugde, de activiteit zonder godsdienstzin, de kennis zonder liefde, het in­zicht zonder nederigheid, de studie zonder godde­lijke genade, de spiegel zonder de door God geïnspireerde wijsheid Man van God, luister dus eerst naar de verwijten van uw geweten alvorens de ogen op te heffen naar de stralen van de wijsheid, die in zijn spiegel weerkaatst worden, opdat de aan­schouwing van deze stralen u misschien niet dieper doet vallen in de kuil van de duisternis." H. Bonaventura, De weg van de geest naar God, Itinerarium Mentis in Deum. n. 4.
Rest Ons U nog het een en ander te zeggen over de verhoudingen, die Wij gaarne gevestigd zouden wil­len zien tussen de Hogescholen van Rome. Het is ongetwijfeld goed dat ieder van hen zijn eigen ka­rakter bewaart; maar ondanks de hoge waarde van hun studieprogram en de uitstekende vorming, die zij van talrijke Instellingen ontvangen, kunnen zij elkander niet steunen zoals het zou moeten, indien hun activiteiten al te veel van elkaar gescheiden blijven of indien zij niet zo'n levendige belangstelling aan de dag leggen als wenselijk is voor de voortgang van het leven van de Kerk, vooral hier te Rome. Daarom wensen Wij dat deze Hogescholen aandach­tig de gebeurtenissen van de Kerk volgen, vooral in deze tijd van het Oecumenisch Concilie van het Va­ticaan, zodat de studenten vanaf de bloei van hun leven zich zullen gewennen om actief deel te nemen aan het leven van de Kerk. Tevens verlangen Wij ten zeerste, dat er zich tussen de verschillende Ho­gescholen van Rome steeds nauwere banden vormen van broederlijke liefde en dat zij elkaar steeds meer helpen. Dit is noodzakelijk voor het welzijn van de Kerk en voor het nut van de Instituten zelf, want de samenbundeling van krachten staat toe om sterker en doeltreffender te werken om het gemeenschappe­lijk doel te bereiken.

Alvorens Onze toespraak te beëindigen, willen Wij speciaal Ons hart openen voor U, zeer beminde jon­gemannen. Maakt een verstandig gebruik van het zeer aangename en bijzondere voordeel, dat het ver­blijf in Rome U biedt. Van Godswege zijt gij geroepen om eens in de harten der mensen de weg naar de liefde van Jezus Christus voor te bereiden. Tracht dan ook om uit de ernstige studies, waarmede gij bezig zijt, de authentieke geest van Jezus Christus te putten, die altijd in uw hart, in uw woorden en uw daden moet schitteren. Gij komt uit geheel ver­schillende streken, die dikwijls zeer van elkaar ver­wijderd zijn, maar allen zijt gij leden van de Kerk met hetzelfde geloof, dezelfde roeping en absoluut dezelfde rechten; leert dan in deze Stad, het hoofd van het christendom, om met al uw krachten de Kerk lief te hebben, die onze zeer beminde Moeder is, en in haar al uw vertrouwen te stellen. Maar in­dien gij in de liefde voor de Kerk wilt groeien, dient gij de gehoorzaamheid, de liefde en het vertrouwen jegens de Plaatsbekleder van Jezus Christus in prak­tijk te brengen, zelfs indien gij dit verheven gezag ziet in Onze nederige persoon; want door hem be­tuigt gij aan Christus uw eerbied en uw onderdanig­heid: in hem is Christus voor U aanwezig. Daarom moeten tussen Ons en U dezelfde gevoelens heersen, die in een waarlijk christelijk gezin de vader zeer nauw verbinden aan de kinderen en de kinderen aan de vader, zodat gij allen een zijt met de Paus in de liefde van Christus. Op dit zeer gewichtige uur, waarin de Katholieke Kerk met het Oecumenisch Concilie naar nieuwe methoden en nieuwe wegen zoekt om Christus nog beter aan alle mensen te ver­kondigen, beschouwen Wij uw talrijke vergadering, zeer beminde zonen, niet zonder gespannen verwachting en vaderlijke vertroosting. Want gij, die vandaag onder Onze ogen wordt gevormd, gij zijt getuigen van deze uiterst gewichtige gebeurtenis van de Kerk, en wanneer gij eens in uw vaderland zult zijn teruggekeerd, zult gij Onze actieve medewerkers zijn bij het uitvoeren van de decreten van het Oecumenisch Concilie. Gaat dus voort om onder de leiding van de wijze normen van deze Universiteit U geheel de gezonde leer en de geestelijke vorming van de gewijde bedienaren met grote ijver eigen te maken, die voor onze tijd zo noodzakelijk zijn.

Gij hebt het geluk om uw vorming te voltooien in deze tijd van het Oecumenisch Concilie; tracht dus om met grote vurigheid aan deze voortreffelijke gave te beantwoorden.

In deze verwachting smeken Wij van ganser harte over deze Universiteit de overvloedige genaden van de Goddelijke Verlosser af opdat zij moge leven, groeien en bloeien tot meerdere eer van God en tot sieraad en ontwikkeling van onze Moeder de H. Kerk. Wij smeken met name echter het licht en de kracht van God af over allen hier aanwezig, professoren en studenten; en tot onderpand van deze hemelse genaden schenken Wij van ganser harte aan U allen in de Heer Onze Apostolische Zegen.

Document

Naam: TOT STUDENTEN EN DOCENTEN VAN DE GREGORIAANSE UNIVERSITEIT
Soort: H. Paus Paulus VI - Toespraak
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 14 maart 1964
Copyrights: © 1964, Katholiek Archief 19e jrg n. 17, p. 451-456
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam