• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. MECHTILDIS VAN HACKEBORN OOK H. MECHTILDIS VAN HELFTA

Dierbare broeders en zusters,

Ik zou u vandaag willen spreken over de heilige Mechtildis van Hackeborn, één van de grote figuren uit het klooster in Helfta, die geleefd heeft in de XIIIe eeuw. In het VIe boek van haar “H. Mechtildis van Hackeborn ook H. Mechtildis van Helfta
Liber specialis gratiae
Het boek van de bijzondere genade ()
” waarin de bijzondere genaden verteld worden die God aan de heilige Mechtildis, haar zuster gaf, zegt Gertrudis de Grote: “Wat wij geschreven hebben is weinig ten overstaan van wat wij weglieten. Wij maken deze dingen uitsluitend kenbaar voor Gods glorie en voor het welzijn van onze naaste, want het zou ons verkeerd lijken de zo vele genaden te verzwijgen die Mechtildis van God gekregen heeft, volgens ons minder voor haarzelf, dan voor ons en voor degenen die na ons zullen komen” H. Mechtildis van Hackeborn ook H. Mechtildis van Helfta, Het boek van de bijzondere genade, Liber specialis gratiae. VI, 1.

Dit werk werd geschreven door de heilige Gertrudis en een andere medezuster in Helfta en bevat een buitengewone geschiedenis. Op de leeftijd van vijftig jaar, maakte Mechtildis een zware geestelijke crisis door, gepaard met lichamelijk lijden. Het is in deze toestand dat zij aan twee bevriende medezusters de bijzondere genaden toevertrouwde waarmee God haar sinds haar kinderjaren geleid had, doch zij wist niet dat dezen alles noteerden. Toen zij het vernam, werd zij er diep door beangstigd en verontrust. Doch de Heer stelde haar gerust door haar te doen inzien dat wat neergeschreven werd, voor Gods glorie is en voor het welzijn van haar naaste Vgl. H. Mechtildis van Hackeborn ook H. Mechtildis van Helfta, Het boek van de bijzondere genade, Liber specialis gratiae. II,25; V,20. Zo is dit werk de belangrijkste bron waaruit wij inlichtingen kunnen krijgen over haar leven en de spiritualiteit van onze heilige.
Het leert ons de familie kennen van de baron van Hackeborn, één van de edelste, rijkste en machtigste van Thüringen, verwant met keizer Frederik II, en het brengt ons in het klooster van Helfta in de glorierijkste periode van zijn geschiedenis. De baron had reeds een dochter aan het klooster gegeven, Gertrudis van Hackeborn (1231/1232-1291/1292), begiftigd met een sterke persoonlijkheid, gedurende veertig jaar abdis, bekwaam om een bijzondere stempel te drukken op de spiritualiteit van het klooster en het tot buitengewone bloei te brengen als centrum van mystiek en cultuur, een school van wetenschappelijke en theologische opleiding. Gertrudis bood de monialen een intellectuele opleiding van hoog niveau, die hun in staat stelde een spiritualiteit te ontwikkelen gebaseerd op de Heilige Schrift, de liturgie, de traditie van de Kerkvaders, de Regel en de Cisterciënzer spiritualiteit, met een bijzondere voorliefde voor de Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Bernardus van Clairvaux
17e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs
(21 oktober 2009)
en Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Guillaume de Saint-Thierry
(2 december 2009)
. Zij was een echte meesteres, voorbeeldig in alles, in evangelische radicaliteit en apostolische ijver. Vanaf haar kindertijd, nam Mechtildis de spirituele en culturele sfeer in zich op die haar zus aanreikte, zij had er smaak in en gaf er later een persoonlijke toets aan.
Mechtildis werd geboren in 1241 of 1242 in het kasteel van Helfta; zij was de derde dochter van de baron. Op zeventienjarige leeftijd ging zij met haar moeder op bezoek bij haar zus Gertrudis in het klooster van Rodersdorf. Zij werd zodanig door dat milieu gefascineerd, dat zij vurig verlangde er deel aan te nemen. Zij trad in als scholiere en in 1258 werd zij religieuze van het klooster, dat ondertussen verhuisd was naar Helfta, op Hackeborns grondgebied. Zij viel op door haar nederigheid, vurigheid, beminnelijkheid, door de transparantie en onschuld van haar leven, door de vertrouwelijkheid en innigheid waarmee zij haar relatie met God, de Heilige Maagd en de heiligen beleefde. Begiftigd met hoogstaande natuurlijke en spirituele kwaliteiten, zoals “wetenschap, intelligentie, kennis van humane letteren, een heerlijk zachte stem: alles maakte haar geschikt om voor het klooster in alle opzichten een ware schat te zijn” H. Mechtildis van Hackeborn ook H. Mechtildis van Helfta, Het boek van de bijzondere genade, Liber specialis gratiae. voorwoord. “Gods nachtegaal” – zoals zij genoemd werd – werd ook, op heel jonge leeftijd, directrice van de kloosterschool, koorleidster, novicemeesteres, taken die zij met talent en onvermoeibare inzet vervulde, niet alleen voor het welzijn van de monialen, maar van ieder die aan haar wijsheid en goedheid wenste te leren.
Verlicht door de Goddelijke gave van mystieke contemplatie, stelde Mechtildis vele gebeden op. Zij is als meesteres trouw in de leer, diep nederig, een raadgeefster, troosteres, gids bij onderscheiding: “Zij deelde de leer uit met een overvloed die men in het klooster nooit had gezien en wij vrezen helaas! dat we nooit nog iets dergelijks zullen zien. De zusters verzamelden zich rond haar zoals rond een predikant, om Gods woord te horen. Zij was ieders toevlucht en bemoediging en had door een buitengewone gave Gods, de genade om de geheimen van ieders hart onbelemmerd kenbaar te maken. Vele mensen, niet alleen in het klooster, maar ook vreemden, religieuzen en mensen in de wereld, van veraf, bevestigden dat deze heilige maagd hun van hun zorgen had bevrijd en dat zij nooit zoveel bemoediging hadden ervaren dan bij haar. Bovendien stelde zij vele gebeden op en leerde ze aan; allemaal samen waren het er meer dan een psalmboek H. Mechtildis van Hackeborn ook H. Mechtildis van Helfta, Het boek van de bijzondere genade, Liber specialis gratiae. VI,1.
In 1261, komt een meisje van vijf jaar, met de naam Gertrudis, in het klooster: zij wordt toevertrouwd aan de zorgen van Mechtildis die amper twintig is, zij voedt haar op en leidt haar in het geestelijk leven zodanig dat zij niet alleen een uitstekende leerlinge wordt, maar ook haar vertrouwelinge. In 1271 of 1272, treedt ook Mechtildis van Magdeburg in het klooster binnen. Zo kent dit oord vier grote vrouwen – twee met de naam Gertrudis en twee met de naam Mechtildis – glorie van het Germaanse religieuze leven. Tijdens haar lange leven in het klooster, wordt Mechtildis getroffen door onophoudelijk en innig lijden waaraan zij heel zware boete toevoegt voor de bekering van de zondaars. Zo neemt zij deel aan het lijden van de Heer tot het einde van haar leven Vgl. H. Mechtildis van Hackeborn ook H. Mechtildis van Helfta, Het boek van de bijzondere genade, Liber specialis gratiae. VI,2. Gebed en contemplatie zijn de levengevende humus voor haar leven: de openbaringen, haar onderricht, haar dienst aan de naaste, haar weg in het geloof en de liefde vinden daar hun oorsprong en context. In het eerste boek van “H. Mechtildis van Hackeborn ook H. Mechtildis van Helfta
Liber specialis gratiae
Het boek van de bijzondere genade ()
”, verzamelen de schrijfsters de vertrouwelijke mededelingen die Mechtildis kreeg op feesten van de Heer, van de heiligen en bijzonder van de Zalige Maagd Maria. De bekwaamheid van deze heilige om de liturgie in haar verschillende elementen, zelfs de meest eenvoudige, in het dagelijks kloosterleven te beleven, is indrukwekkend. Bepaalde beelden, uitdrukkingen, handelingen staan soms ver van onze gevoeligheid doch als men het monastieke leven en haar taak van meesteres en koorleidster beschouwt, vat men haar bijzondere opvoedende en leidinggevende bekwaamheid waarmee zij haar medezusters helpt om elk ogenblik van het monastieke leven innig te beleven vanuit de liturgie.
In het liturgisch gebed verleent Mechtildis bijzonder belang aan het getijdengebed en de Misviering, vooral de communie. Daar is zij dikwijls vervoerd in extase, innig vertrouwelijk met de Heer in haar heel vurig en zachtmoedig hart, in een heerlijke dialoog, waarin zij innerlijk licht vraagt en vooral ten beste spreekt voor haar gemeenschap en medezusters. De kern ervan zijn de mysteries van Christus, naar wie de Maagd Maria haar voortdurend verwijst om de weg van de heiligheid te bewandelen: “Als gij echte heiligheid verlangt, blijf dan dicht bij mijn Zoon; Hij is de heiligheid zelf die alles heiligt” H. Mechtildis van Hackeborn ook H. Mechtildis van Helfta, Het boek van de bijzondere genade, Liber specialis gratiae. I,40. In haar vertrouwelijkheid met God is heel de wereld aanwezig, de Kerk, de weldoeners, de zondaars. Voor haar zijn hemel en aarde één.
Haar visioenen, haar onderricht, de gebeurtenissen van haar leven worden beschreven met uitdrukkingen die de liturgische en Bijbelse taal oproepen. Zo merkt men haar diepe kennis van de Heilige Schriften, die haar dagelijks brood waren. Zij neemt er voortdurend haar toevlucht, zij het om de Bijbelteksten die in de liturgie gelezen werden, tot hun waarde te brengen, of om er symbolen, woorden, landschappen, beelden, personages uit te halen. Haar voorkeur gaat uit naar het Evangelie: “De woorden van het Evangelie waren voor haar heerlijk voedsel en wekten in haar hart gevoelens op van zo’n zoetheid dat zij dikwijls, door enthousiasme gegrepen, het lezen niet kon beëindigen. ... De manier waarop zij die woorden las, was zo vurig dat zij bij iedereen devotie opwekte. Ook als zij in het koor zong, was zij helemaal opgenomen in God, door zo’n vurigheid vervoerd dat zij haar gevoelens soms met gebaren tot uiting bracht. … Andere keren, was zij als in extase en hoorde niet wie haar riep of wie haar stootte en had zij veel moeite om terug tot het bewustzijn te komen van de uiterlijke dingen” H. Mechtildis van Hackeborn ook H. Mechtildis van Helfta, Het boek van de bijzondere genade, Liber specialis gratiae. VI,1. In één van haar visioenen is het Jezus zelf die haar het Evangelie aanbeveelt; Hij opent de wonde van Zijn heel zachtmoedig Hart en zegt haar: “Zie hoe groot Mijn liefde is: als ge haar goed wil kennen, zult ge haar nergens beter uitgedrukt vinden dan in het Evangelie. Niemand heeft ooit gevoelens gehoord die sterker en tederder zijn dan deze: Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb ook Ik u liefgehad” (Joh. 15, 9)” H. Mechtildis van Hackeborn ook H. Mechtildis van Helfta, Het boek van de bijzondere genade, Liber specialis gratiae. I,22.
Dierbare vrienden, het persoonlijk en liturgisch gebed, meer bepaald de liturgie van het getijdengebed en de Mis, liggen aan de oorsprong van de spirituele ervaring van de heilige Mechtildis van Hackeborn. Door zich te laten leiden door de Heilige Schriften en zich te laten voeden met het Eucharistisch Brood, is zij een weg van vertrouwelijke vereniging met de Heer gegaan, altijd in volledige trouw aan de Kerk. Dat is ook voor ons een sterke uitnodiging om onze vriendschap met de Heer te verdiepen, vooral door dagelijks gebed en aandachtige, trouwe en actieve deelname aan de Mis. De liturgie is een grote school in spiritualiteit.
De leerlinge Gertrudis beschrijft met innige uitdrukkingen de laatste ogenblikken van het leven van de heilige Mechtildis van Hackeborn, zeer moeilijke momenten maar verlicht door de aanwezigheid van de Allerheiligste Drie-eenheid, de Heer, de Maagd Maria, alle heiligen, en ook haar zus Gertrudis. Toen het uur gekomen was waarop de Heer haar tot zich wou trekken, vroeg zij Hem nog te mogen leven in lijden voor het heil van de zielen en Jezus vond behagen in deze blijk van bijkomende liefde.

Mathilde was 58. Zij beleefde het einde van haar weg, getekend door acht jaar van zware ziekten. Haar werk en faam van heiligheid verspreidden zich snel. Toen haar uur kwam, zong “De God van Majesteit ... enige zoetheid van de ziel die bemint …: “Venite vos, benedicti Patris mei” ... Kom, gezegende van Mijn Vader, kom het Koninkrijk in bezit nemen ... en Hij verenigde haar met Zijn glorie” H. Mechtildis van Hackeborn ook H. Mechtildis van Helfta, Het boek van de bijzondere genade, Liber specialis gratiae. VI,8.

De heilige Mechtildis van Hackeborn vertrouwt ons toe aan Jezus’ Heilig Hart en aan de Heilige Maagd. Zij nodigt uit de Zoon te loven met het Hart van de Moeder en Maria te loven met het Hart van de Zoon: “Ik groet U, o zeer vereerde Maagd, in deze zoete dauw die zich vanuit het Hart van de Allerheiligste Drie-eenheid in U verspreidt; ik groet U in de glorie en de vreugde waarmee U zich nu tot in eeuwigheid verheugt, U die als eerste onder alle schepselen van hemel en aarde werd uitverkoren, zelfs voor de schepping van de wereld! Amen” H. Mechtildis van Hackeborn ook H. Mechtildis van Helfta, Het boek van de bijzondere genade, Liber specialis gratiae. I,45.

Document

Naam: H. MECHTILDIS VAN HACKEBORN OOK H. MECHTILDIS VAN HELFTA
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 29 september 2010
Copyrights: © 2010, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 21 juni 2014

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam