• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De modernistische geest van Tyrrell

Degene, die in de modernistische beweging van den tegenwoordige tijd het diepst is doorgedrongen, die haar streven het nauwlettenst heeft gadegeslagen, degene, die haar geest het best heeft weten te beoordelen en er allicht het meest door aangestoken is, zal wel de Engelse priester Tyrrell George Tyrrell, een bekeerling uit het Protestantisme, trad in de Sociëteit van Jezus, waarin hij, als novice, uitmuntte door vurige ijver. Vóór enige jaren deed hij verschillende werken het licht zien o. a. : ..Hard sayings. nova et vetera" (Meditaties); ,.La religion exterieure" (Een verzameling toespraken, gehouden voor de studenten van Oxford). Zijn verschillende werken hadden werkelijk succes en de twee laatste werden zelfs in het Frans vertaald, doch het boek, dat Tyrrell naam deed maken —helaas — was , Lex orandi" of „Gebed en Geloof," verschenen in 1904. Dat werk, hetwelk bij vergissing het „Imprimatur" droeg van den Bisschop van Southwark, alsmede de goedkeuring van Pater Charnley S. J., bevatte tal van dwalingen en werd veroordeeld door de Congregatie van den Index. In het begin van 1906 trad Tyrrell uit de Sociëteit. Sinds dien tijd heeft de ex-jezuïet zich niet alleen niet onderworpen, doch tot spreekbuis verschillende bladen genomen en revue's (o.a. "The quaterly review"), waarin hij steeds-onrechtzinniger ideeën ontwikkelt. 't Valt moeilijk uit te maken, tot welke bijzondere modernistische school Tyrrell wel behoort; van alle heeft hij iets overgenomen. Zie vooral over hem: „Bulletin de littérature ecclésiastique de Toulouse" (février 1906) en ,,Revue pratique d'apologétique" (juillet 1907—avril 1908) alsook ,,Etudes”, nrs. de mars, avril, mai 1908. zijn.

Welnu, in de talrijke geschriften, in de loop der laatste tien jaren door hem in het licht gegeven, is, naast bladzijden vol innige godsvrucht, — die wij onzerzijds met stichting gelezen hebben en waarvoor wij de schrijver onze hartelijkste dank weten, — dikwijls zelfs in de geest, welken die bladzijden ademen, de hoofddwaling vervat van Döllinger, m. a. w. het hoofdidee van het protestantisme.

Dit baart overigens waarlijk zulk een verwondering niet, want Tyrrell is een bekeerling, wiens opvoeding oorspronkelijk protestants was.

Steeds nauwkeurig en bijna uitsluitend lettend op de inwendige stem van het geweten, weinig of niet vastgehouden door de traditionele leer van het dogma en de kerkelijke geschiedenis, bovenal bezorgd, diegenen van onze tijdgenoten in de schoot van de Kerk te houden, welke door de sensatieverwekkende stellingen van de ongelovigen in de war gebracht worden, ongelovigen die, nu eens in naam van de natuurwetenschappen, dan weer in naam van de historische kritiek, hun filosofische vooroordelen en onzekere hypothesen willen doen doorgaan voor gevolgtrekkingen, gemaakt door de wetenschap maar in strijd met ons geloof, heeft Tyrrell veertig jaar later een streven hernieuwd, niet ongelijk aan dat van de apostaat Döllinger.

De Openbaring, aldus redeneert hij, is geen pand van leringen, dat aan de hoede van de lerende Kerk toevertrouwd is en waarvan de gelovigen de authentieke uitleg verplicht zijn aan te nemen op ieder gegeven ogenblik in de geschiedenis. Zij maakt het leven uit van de gezamenlijke godsdienstige zielen of beter nog, van alle zielen van goede wil, die er naar streven hier op aarde een hoger ideaal te verwezenlijken dan het laag bij de grondse van de zelfzuchtige geesten. De Heiligen van het Christendom vormen de uitgelezen kern van deze onzichtbare maatschappij, van deze gemeenschap van Heiligen. Terwijl het godsdienstig leven onveranderlijk zijn gang gaat in de diepten van het christelijk bewustzijn, wordt het “theologisch geloof” in de gemoederen ontwikkeld, wordt het weergegeven in formules, die opgedrongen worden door de behoefte van het ogenblik, maar des te minder in overeenstemming met de bestaande werkelijkheid van het geloof, naarmate het theologisch geloof wint in scherpte van omlijning. Het gezag in de Rooms-katholieke Kerk — de Bisschoppen met de Paus — vertolkt het inwendig leven van de gelovigen, geeft de uitkomsten op van het algemeen bewustzijn en zet die om in dogmatische formules. Doch het inwendige, godsdienstige leven zelf blijft het voornaamste richtsnoer van geloof en dogma's. Daarbij, omdat het streven van de geesten aan duizenderlei wisselingen onderworpen is, is ook het wetboek van het geloof veranderlijk; de dogma’s van de Kerk veranderen op hun beurt, zo-al-niet noodzakelijkerwijze in formulering, dan-toch van betekenis, tegelijk met de (verschillende) geslachten, waaraan zij verkondigd worden; desniettemin blijft de katholieke Kerk één en getrouw aan haar beginselen, omdat, sinds Jezus Christus, eenzelfde geest van godsdienst, van heiligheid de elkander opvolgende geslachten der christelijke maatschappij bezielt en alle per slot van rekening met elkaar overeenkomen met betrekking tot eenzelfde gevoel van kinderlijke godsvrucht voor onze Vader, die in de hemel is en in eenzelfde gevoel van liefde voor de mensheid, van broederschap in het algemeen.

Document

Naam: DE VEROORDELING VAN HET MODERNISME
Herderlijk schrijven aan de geestelijken en gelovigen van het aartsbisdom Mechelen, aan de vastenbrief van het jaar 1908 toegevoegd
Soort: België - Desiré Kardinaal Mercier
Auteur: Desiré Kardinaal Mercier
Datum: 1 maart 1908
Copyrights: © 1909, "Het modernismus, zijn verhouding tot de wetenschap, zijn veroordeling door Paus Pius X"
Uit het Fransch vertaald door Bas. Van Kesteren, G. Mosmans Zoon, ’s Hertogenbosch, pp. 21-46
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam