• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING VAN PAUS JOHANNES PAULUS II EN AARTSBISSCHOP RUNCIE VAN CANTERBURY
In de Kathedraal van Canterbury

In de kathedrale kerk van Christus in Canterbury zijn de paus en de aartsbisschop samengekomen op de vooravond van Pinksteren om God te danken voor de vooruitgang, welke gemaakt is in het werk van de verzoening tussen onze gemeenschappen. Samen met leiders van andere christelijke kerken en gemeenschappen hebben wij geluisterd naar het woord van God; samen hebben wij herinnerd aan ons ene doopsel en de beloften vernieuwd welke daarbij werden gedaan; samen hebben wij onze erkentelijkheid betuigd voor het getuigenis dat is gegeven door hen wier geloof hen heeft gebracht tot het afstand doen van de kostbare gave van het leven zelf in de dienst van anderen, zowel in het verleden als in de moderne tijden.

De band van ons gemeenschappelijk doopsel in Christus bracht onze voorgangers ertoe een ernstige dialoog tussen onze kerken te beginnen, een dialoog gebaseerd op de Evangeliën en de oude gemeenschappelijke tradities, een dialoog welke de eenheid ten doel heeft, waarvoor Christus bad tot zijn Vader, opdat 'de wereld zal erkennen, dat Gij Mij hebt gezonden en hen hebt liefgehad, zoals Gij Mij hebt liefgehad' (Joh. 17, 23). In 1966 stelden onze voorgangers paus Paulus VI en aartsbisschop Michael Ramsey een Secretariaat voor eenheid der Christenen
Gemeenschappelijke verklaring over de gesprekken tussen de Rooms Katholieke Kerk en de Anglicaanse Gemeenschap
(24 maart 1966)
op, waarin zij hun bedoeling meedeelden een ernstige dialoog te beginnen tussen de Rooms-Katholieke Kerk en de Anglicaanse Gemeenschap welke 'niet alleen theologische vraagstukken tot onderwerp moet hebben, zoals de Heilige Schrift, de overlevering en de liturgie, maar ook kwesties die beiderzijds als praktische moeilijkheden worden ervaren'. Nadat deze dialoog reeds verklaringen over de eucharistie, bediening en wijding, en gezag in de Kerk hadden opgeleverd, namen paus Paulus VI en aartsbisschop DonaId Coggan de gelegenheid waar om in hun H. Paus Paulus VI - Toespraak
Gemeenschappelijke verklaring Paus Paulus VI en Aartsbisschop Coggan
(29 april 1977)
in 1977 de voltooiing van de dialoog over deze drie belangrijke kwesties aan te moedigen, zodat de conclusies van de commissie door de respectieve autoriteiten zouden kunnen worden gewaardeerd volgens de geëigende procedures van elke gemeenschap. De Anglicaans/ Rooms-Katholiek Internationale Commissie heeft nu de taak waarvoor ze was benoemd, voltooid met de publicatie van haar Congregatie voor de Geloofsleer
Opmerkingen van de Congregatie voor de geloofsleer over het eindrapport van de Anglicaans / Rooms-Katholieke Internationale Commissie (ARCIC)
(27 maart 1982)
, en terwijl onze twee gemeenschappen voortgaan met de noodzakelijke evaluatie ervan, danken wij samen de leden van de commissie voor hun toewijding, wetenschappelijkheid en onkreukbaarheid bij een lange en veeleisende taak welke om de liefde van Christus en voor de eenheid van zijn Kerk werd ondernomen.

De voltooiing van het werk van deze commissie nodigt ons uit om uit te zien naar het volgende stadium van onze gemeenschappelijke pelgrimage in geloof en hoop naar de eenheid waarnaar wij verlangen. Wij zijn het erover eens, dat het nu de tijd is een nieuwe internationale commissie in te stellen. Haar taak zal zijn, het reeds begonnen werk voort te zetten: om vooral in het licht van onze respectieve beoordelingen van het eindrapport de onopgeloste leerstellige verschillen die ons nog scheiden te bestuderen met het oog op hun eventuele oplossing; al datgene te bestuderen wat de wederzijdse erkenning van de ambten in onze gemeenschappen in de weg staat; en aanbevelingen te doen welke praktische stappen nodig zijn, wanneer wij op basis van onze eenheid in het geloof over kunnen gaan tot het herstel van de volle gemeenschap. Wij zijn ons er wel van bewust, dat deze taak van de nieuwe commissie niet gemakkelijk zal zijn, maar wij worden aangemoedigd door ons vertrouwen op de genade van God en door alles wat wij van de kracht van die genade hebben gezien in de oecumenische beweging van onze tijd.

Terwijl dit noodzakelijke werk van theologische verheldering voortgaat, moet het worden vergezeld van het ijverige werk en vurig gebed van rooms-katholieken en anglicanen over de hele wereld, terwijl zij trachten te groeien in wederzijds begrip, broederlijke liefde en gemeenschappelijk getuigenis van het Evangelie. Wij doen daarom nogmaals een beroep op de bisschoppen, geestelijken en gelovigen van onze beide gemeenschappen in ieder land, bisdom en parochie waarin onze gelovigen naast elkaar leven. Wij dringen er bij allen op aan voor dit werk te bidden en alle mogelijke middelen aan te grijpen om het door hun medewerking te bevorderen door hun verbondenheid met Christus te verdiepen en door van Hem te getuigen tegenover de wereld. Alleen door zo'n samenwerking en gebed kan de herinnering aan de vijandschappen van het verleden worden genezen en onze vroegere tegenstellingen worden overwonnen.

Ons doel is niet beperkt tot de eenheid van onze twee gemeenschappen alleen, met de uitsluiting van andere Christenen, maar strekt zich veeleer uit tot de vervulling van de wil van God tot de zichtbare eenheid van heel zijn volk. Zowel bij deze dialoog als bij die waarmee andere Christenen onder elkaar en met ons bezig zijn, erkennen wij in de overeenstemmingen welke wij kunnen bereiken en in de moeilijkheden die we ontmoeten een hernieuwde uitdaging ons volledig over te geven aan de waarheid van het Evangelie. Daarom zijn wij blij deze verklaring vandaag af te leggen in de welkome aanwezigheid van zoveel medechristenen, van wie de kerken en gemeenschappen reeds deelgenoten met ons zijn in gebed en werk voor de eenheid van allen.

Met hen willen wij de zaak van de vrede, van de menselijke vrijheid en menselijke waardigheid dienen, zodat God inderdaad in al zijn schepselen mag worden verheerlijkt. Met hen begroeten wij in de naam van God alle mensen van goede wil, zowel hen die in Hem geloven als hen die nog naar Hem zoeken.

Deze gewijde plaats herinnert ons aan het inzicht van paus Gregorius om de heilige Augustinus als apostel naar Engeland te zenden, vol ijver voor de verkondiging van het evangelie en het hoeden van de kudde. Op deze vooravond van Pinksteren keren wij ons opnieuw tot Jezus, de goede Herder, die beloofde de Vader te vragen ons een andere Helper te geven om voor altijd bij ons te blijven, de Geest van de waarheid Vgl. Joh. 14, 16 , om ons tot de volle eenheid te brengen waartoe Hij ons roept. Met vertrouwen in de kracht van deze zelfde Geest, verplichten wij onszelf opnieuw tot de taak met vast geloof, vernieuwde hoop en steeds diepere liefde voor de eenheid te werken.

Document

Naam: GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING VAN PAUS JOHANNES PAULUS II EN AARTSBISSCHOP RUNCIE VAN CANTERBURY
In de Kathedraal van Canterbury
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Datum: 29 mei 1982
Copyrights: © 1982, Archief van de Kerken 37e jrg, p. 1139-1141
Bewerkt: 23 maart 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam