• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Europa
Heilige Vader, ik ben Karol Miklosko en kom uit Europa, meer bepaald uit Slowakije; ik ben missionaris in Rusland. Als ik de heilige Mis vier, vind ik mezelf en begrijp ik dat ik daar mijn identiteit aantref, de wortel en de energie van mijn dienstambt. Het kruisoffer onthult mij de Goede Herder, die alles geeft voor zijn kudde, voor elk van zijn schapen. En als ik zeg: “Dit is mijn Lichaam, dit is mijn Bloed”, gegeven en vergoten als offer voor u, dan versta ik de schoonheid van het celibaat en van de gehoorzaamheid, die ik vrijwillig beloofd heb bij mijn priesterwijding. Zelfs met zijn natuurlijke moeilijkheden lijkt het celibaat me duidelijk zinvol als ik naar Christus kijk, maar ik voel me erg verward bij het lezen van zoveel mondaine kritiek op deze gave. Ik vraag u deemoedig, Heilige Vader, ons de diepte en de echte zin van het kerkelijk celibaat te verhelderen.

Benedictus XVI: Ik dank u voor de twee delen van uw vraag. Het eerste deel, waar u de vaste en vitale grondslag van ons celibaat aanwijst; het tweede, dat alle moeilijkheden toont waarin we ons in onze tijd bevinden.

Belangrijk is het eerste deel; namelijk centrum van ons leven moet werkelijk de dagelijkse Eucharistieviering zijn, en hier staan de woorden van de consecratie centraal: “Dit is mijn Lichaam, dit is mijn Bloed.” Wij spreken dus in persona Christi. Christus staat ons toe zijn ‘Ik’ te gebruiken, we spreken over het ‘Ik’ van Christus, Christus trekt ons in zich, laat ons toe ons te verenigen, Hij verenigt ons met zijn ‘Ik’. En zo, door deze handeling, door het feit dat Hij ons in zich ‘trekt’, zodat ons ‘ik’ met zijn ‘Ik’ verenigd wordt, verwezenlijkt Hij het voortduren van zijn uitzonderlijk priesterschap; zo is Hij waarlijk altijd de enige Priester, en toch is Hij sterk aanwezig in de wereld, omdat Hij ons in zich ‘trekt’ en zo zijn priesterlijke missie tegenwoordig stelt. Dit betekent dat wij in de God van Christus ‘naar binnen getrokken worden’; het is deze eenheid met zijn ‘Ik’, die in de consecratiewoorden werkelijkheid wordt. Ook in het “Ik vergeef je” – omdat niemand van ons zonden zou kunnen vergeven – is het het ‘Ik’ van Christus, van God, dat alleen kan vergeven. Deze vereniging van zijn ‘Ik’ met het onze, brengt mee dat wij binnengetrokken worden in zijn werkelijkheid van Verrezene. Wij gaan vooruit naar het volle leven van de verrijzenis, waarover Jezus spreekt tot de Sadduceeërs in Matteüs, hoofdstuk 22: het is een nieuw leven, waarin we reeds voorbij het huwelijk zullen zijn. Vgl. Mt. 22, 23-32

Het is belangrijk dat wij ons steeds opnieuw laten doordringen door deze identificatie van het ‘Ik’ van Christus met ons, van dit ‘naar buiten getrokken worden’ naar de wereld van de verrijzenis. In deze zin is het celibaat een vooruitlopen op de verrijzenis. Wij overstijgen deze tijd en gaan verder, en zo ‘trekken’ wij onszelf en onze tijd naar de wereld van de verrijzenis toe, naar de nieuwheid van Christus, naar het nieuwe en ware leven. Het celibaat is dus een anticipatie, die mogelijk werd door de genade van de Heer, die ons naar zich toe trekt, naar de wereld van de verrijzenis.

Hij nodigt ons telkens opnieuw uit, onszelf en de huidige tijd te overstijgen, op weg naar de echte huidige tijd van de toekomst, die vandaag al tegenwoordige tijd wordt.

En hier zijn we op een heel belangrijk punt aangekomen. Een groot probleem voor de Christenheid van de huidige wereld is, dat men niet meer aan de toekomst van God denkt: de tegenwoordigheid van deze wereld alleen, lijkt voldoende. Wij willen enkel deze wereld hebben, enkel in deze wereld leven. Zo sluiten we de deur voor de ware grootheid van ons bestaan. De zin van het celibaat als vooruitlopen op de toekomst ligt juist in het openen van deze deuren, in het groter maken van de wereld, in het tonen van de toekomstige werkelijkheid, die door ons reeds als nu tegenwoordig moet beleefd worden. Zo leven wij als echte getuigen van ons geloof: wij geloven werkelijk dat God er is, dat God in mijn leven een rol speelt, dat ik mijn leven kan bouwen op Christus, op de toekomstige wereld.

En we kennen tegenwoordig de kritiek van de wereld, waarover u gesproken hebt. Het is waar dat voor de agnostische wereld, de wereld voor wie God geen rol speelt, het celibaat iets is dat grote aanstoot (grande scandalo) verwekt: juist omdat het aantoont dat God als werkelijkheid beschouwd en beleefd wordt. Met de eschatologische wereld van het celibaat treedt de toekomstige wereld van God binnen in de realiteit van onze tijd. En dat zou moeten verdwijnen! In zekere zin zou de voortdurende kritiek op het celibaat kunnen verrassen in een periode waarin het steeds meer mode wordt, niet te huwen. Maar dit niet-huwen is volledig en grondig verschillend van het celibaat, omdat het niet-huwen hier gegrond is op het verlangen, alleen maar voor zichzelf te leven, geen enkele definitieve band te aanvaarden, het leven op elk tijdstip in volle autonomie te beleven en ieder ogenblik te beslissen wat er te doen is en wat men van het leven kan pakken; het is dus een ‘neen’ aan elke binding, een ‘neen’ aan het definitieve karakter, het betekent het leven alleen voor zichzelf willen hebben.

Daarentegen is het celibaat juist het tegenovergestelde: het is een definitief ‘ja’, het is God toelaten ons bij de hand te nemen, het is zich neerleggen in de handen van God, in zijn ‘Ik’. Bijgevolg is het een daad van trouw en vertrouwen, een daad die trouwens ook voorondersteld wordt bij de huwelijkstrouw. het is juist het tegendeel van dit ‘neen’, van deze autonomie die zich nergens toe verplichten wil, die geen enkele binding wil aangaan. Het celibaat is het definitieve ‘ja’ dat het definitieve ‘ja’ van het huwelijk veronderstelt en bevestigt. En dit huwelijk is de Bijbelse vorm, de natuurlijke vorm van het man- en vrouw-zijn, grondslag van de grote Christelijke cultuur en van de grote culturen van de wereld. En als dit verdwijnt, wordt daarmee de wortel van onze cultuur vernietigd. Daarom bevestigt het celibaat het ‘ja’ van het huwelijk met zijn ‘ja’ aan de toekomstige wereld; zo willen wij verdergaan en deze aanstoot (scandalo) van een geloof tegenwoordig stellen, dat heel het bestaan op God laat rusten. Wij weten dat naast deze grote ergernis (scandalo) die de wereld niet wil zien, er ook de tweederangs schandalen zijn, die van onze onvolkomenheden, van onze zonden, die de echte en grote ergernis (scandalo) verduisteren en laten denken: “Maar zij vestigen hun leven toch niet echt op God!” Maar er is ook heel veel trouw! Het celibaat – de hopen kritiek tonen het juist aan - is een groot teken van het geloof, van de aanwezigheid van God in de wereld. Laten we de Heer bidden, dat Hij ons helpt ons van de tweederangs schandalen te bevrijden om de grote ergernis (scandalo) van ons geloof op de voorgrond te plaatsen: het vertrouwen, de kracht van ons leven die op God en Jezus Christus gegrond is.

Document

Naam: GESPREK VAN DE PAUS MET DE PRIESTERS
Vigilie bij gelegenheid van de afsluiting van het Jaar van de Priester
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 10 juni 2010
Copyrights: © 2010, Libreria Editrice Vaticana
Vert. vanuit het Italiaans: Hugo Maes pr.
Bewerkt: 12 februari 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam