• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Afrika
Heiligheid, ik heet Mathias Agnero en ik kom uit Afrika, juister gezegd uit Ivoorkust. U bent een Paus-theoloog, terwijl wij al tevreden zijn als we erin slagen slechts enkele theologische boeken voor onze vorming te lezen. Nochtans komt het ons voor dat er tussen theologie en geloofsleer een breuk is ontstaan en nog sterker tussen theologie en spiritualiteit. Men voelt de noodzaak dat de studie niet louter academisch zou zijn, maar ook onze spiritualiteit zou voeden. Deze behoefte voelen we ook in onze eigen pastorale dienst. Meermaals schijnt God niet in het centrum van de theologie te staan en Jezus Christus niet de eerste locus theologicus te zijn; integendeel de theologie lijkt aan de heersende smaken en tendensen te beantwoorden, met als gevolg de verspreiding van subjectieve meningen die toelaten dat ook in de Kerk een niet-katholiek gedachtegoed binnensluipt. Hoe zouden wij in ons leven en onze dienst niet gedesoriënteerd zijn, wanneer het de wereld is die het geloof beoordeelt en niet andersom? Wij voelen ons uit ons evenwicht!

Benedictus XVI: Ik dank u. U raakt hier een zeer moeilijk en pijnlijk probleem aan. Ja, er bestaat werkelijk een theologie die allereerst academisch wil zijn, wetenschappelijk wil lijken maar die de levensnoodzakelijke werkelijkheid vergeet: de tegenwoordigheid van God, zijn aanwezigheid onder ons, zijn spreken vandaag en niet alleen in het verleden. Reeds de H. Bonaventura had in zijn tijd reeds twee vormen van theologie onder-scheiden. Hij heeft gezegd: “Er is een theologie, die uit de arrogantie van het verstand voortkomt, die alles wil domineren, die God van subject herleidt tot studieobject, terwijl Hij juist het subject zou moeten zijn dat ons aanspreekt en ons leidt.” Dit misbruik van de theologie bestaat werkelijk, deze arrogantie van het verstand, die het geloof niet voedt maar de aanwezigheid van God in de wereld verduistert.

Maar er is ook een theologie die een grotere kennis nastreeft uit liefde voor de beminde; ze wordt opgewekt door de liefde en geleid door de liefde; ze wil de beminde beter leren kennen. En dat is de ware theologie, die voortkomt uit de liefde voor God en voor Christus; ze wil dieper in gemeenschap treden met Christus. De bekoringen van de huidige tijd zijn werkelijk groot, vooral het zogenaamde ‘moderne wereldbeeld’ (Bultmann) dringt zich op; het wil het criterium worden van wat mogelijk of niet mogelijk is. En juist met dit criterium dat ervan uitgaat dat alles blijft zoals het is, dat alle historische gebeurtenissen van dezelfde aard zijn, sluit men de nieuwheid van het evangelie uit, de doorbraak van God, de ware nieuwheid die de vreugde van ons geloof is. Wat moet men dan doen? Allereerst zou ik aan de theologen willen zeggen: Heb moed! En ik wil ook de vele theologen danken, die goed werk verrichten.

Er zijn misbruiken, dat weten we; maar in alle delen van de wereld zijn er vele theologen die werkelijk van Gods Woord leven, die zich aan de meditatie voeden, die het geloof van de Kerk beleven en hun bijdragen willen leveren om het geloof in onze huidige wereld aanwezig te brengen. Voor deze theologen wil ik hier mijn diepe dank uitspreken. En aan de theologen in het algemeen wou ik zeggen: “Heb geen angst voor dit spook van de wetenschappelijkheid!” Ik volg de theologie sinds 1946; ik ben begonnen theologie te studeren in januari 1946 en dus heb ik bijna drie generaties theologen gezien. En ik kan zeggen: de hypothesen van die tijd, en later die van de jaren 60 en 80, die gans nieuw waren, absoluut wetenschappelijk, absoluut bijna dogmatisch, zijn intussen verouderd en hebben geen waarde meer. Vele van hen lijken nu bijna belachelijk. Je moet dus de moed hebben, aan de schijnbare wetenschappelijkheid te weerstaan, je niet aan alle hypothesen van dit moment onderwerpen, maar werkelijk je redenering opbouwen vanuit het grote geloof van de Kerk, die in elke tijd aanwezig is en ons de toegang tot de waarheid opent. En ook vooral niet denken dat het positivistisch verstand dat de transcendentie uitsluit – omdat die niet toegankelijk kan zijn – het ware vernuft is! Dit zwakke vernuft, dat alleen het ervaarbare aanwijst, is in werkelijkheid een ontoereikend vernuft. Wij theologen moeten het omvangrijke verstand gebruiken, dat openstaat voor de grootheid van God. We moeten de moed hebben, voorbij het positivisme tot aan de vraag naar de wortels van het zijn te gaan. Dat lijkt me van groot belang te zijn.

Je moet dus de moed van het grote, omvangrijke verstand hebben, maar tegelijk de nederigheid, je niet aan alle hypothesen van dit moment te onderwerpen en vanuit het grote geloof van de Kerk aller tijden te leven. Er is geen meerderheid tegen de meerderheid van de heiligen; de echte meerderheid, dat zijn de heiligen in de Kerk en op de heiligen moeten we ons richten. Dus zeg ik hetzelfde aan de seminaristen en de priesters: bedenk dat de H. Schrift geen geïsoleerd Boek is maar in de levende gemeenschap van de kerk leeft; deze is hetzelfde subject in alle eeuwen en waarborgt de tegenwoordigheid van Gods Woord. De Heer heeft ons de Kerk als levend subject gegeven, met de structuur van de bisschoppen in gemeenschap met de Paus, en deze grote werkelijkheid van de bisschoppen in de wereld in gemeenschap met de Paus staat borg voor het getuigenis van de blijvende waarheid. Laten we vertrouwen hebben in dit permanent leerambt van de bisschoppengemeenschap met de Paus, die voor ons de tegenwoordigheid van het Woord voorstelt. En laten we dan ook vertrouwen hebben in het leven van de Kerk en vooral moeten we kritisch zijn. Zeker, de theologische vorming – dit zou ik aan de seminaristen willen zeggen – is heel belangrijk. In onze tijd moeten we de H. Schrift goed kennen, ook tegen de aanvallen van de sekten; we moeten werkelijk vrienden van het Woord zijn. We moeten ook de stromingen van onze tijd kennen om gemotiveerde antwoorden te kunnen geven, om zoals de H. Petrus zegt, “rekenschap van ons geloof” te kunnen geven. De vorming is zeer belangrijk. Maar we moeten ook kritisch zijn. De norm van het geloof is de norm waarnaar ook de theologen en de theologieën beoordeeld moeten worden.

Paus Johannes Paulus II heeft ons met de Catechismus-Compendium
Catechismus van de Katholieke Kerk
(15 augustus 1997)
een absoluut veilig criterium geschonken. Hier zien we de synthese van ons geloof, en deze Catechismus-Compendium
Catechismus van de Katholieke Kerk
(15 augustus 1997)
is werkelijk het criterium om te zien waarheen een aanvaardbare of onaanvaardbare theologie ons voert. Ik beveel dus de lezing en de studie van deze tekst aan, en zo kunnen we vooruitgaan met een kritische theologie, kritisch in de positieve zin, tegen de tendensen van de mode en open voor de ware nieuwigheden, voor de onuitputtelijke diepte van het Woord van God, dat zich in elke tijd als nieuw aandient, ook in onze tijd.

Document

Naam: GESPREK VAN DE PAUS MET DE PRIESTERS
Vigilie bij gelegenheid van de afsluiting van het Jaar van de Priester
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 10 juni 2010
Copyrights: © 2010, Libreria Editrice Vaticana
Vert. vanuit het Italiaans: Hugo Maes pr.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam