• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

BIJ DE OECUMENISCHE ONTMOETING
Lutherse Kerk van de H. Drie-eenheid - Warschau

Dierbare broeders en zusters in Christus!

“Genade zij u en vrede van Hem ‘die is en die was en die komt’, en van de zeven geesten voor zijn troon, en van Jezus Christus, de getrouwe getuige, de eerstgeborene van de doden en de vorst van de koningen der aarde” (Openb. 1, 4-5). Met de woorden uit de Apokalyps, waarmee de heilige Johannes de zeven Kerken in Azië groet, wil ik een hartelijke groet richten tot allen hier aanwezig, op de eerste plaats tot de vertegenwoordigers van de Kerken en kerkelijke gemeenschappen, die in de Poolse Oecumenische Raad verenigd zijn. Ik dank de voorzitter van deze Raad, aartsbisschop Jeremiasz van de Autocefale Orthodoxe Kerk voor zijn begroeting en de woorden van geestelijke eenheid, zojuist tot mij gericht. Ik begroet aartsbisschop Alfons Nossol, de voorzitter van de Oecumenische Raad van de Poolse Bisschoppenconferentie.

Ons verbindt hier vandaag de wens elkaar te ontmoeten en in gezamenlijk gebed aan onze Heer Jezus Christus heerlijkheid en eer te bewijzen, “aan Hem die ons liefheeft en van de zonden heeft verlost door zijn bloed, die ons gemaakt heeft tot een koninklijk geslacht van priesters voor zijn God en Vader” (Openb. 1, 5-6). Wij zijn onze Heer dankbaar, omdat Hij ons samenbrengt, ons Zijn Geest schenkt en ons toestaat – over datgene wat ons nog scheidt heen – uit te roepen “Abba, Vader”. Wij zijn ervan overtuigd dat Hij zelf onophoudelijk voor ons ten beste spreekt en voor ons vraagt: “(Mogen) zij volmaakt een zijn (opdat) de wereld zal erkennen, dat Gij Mij hebt gezonden en hen hebt liefgehad, zoals Gij Mij hebt liefgehad” (Joh. 17, 23). Samen met u dank ik voor het geschenk van deze ontmoeting van gezamenlijk gebed. Ik zie die als één van de etappes in de verwerkelijking van het vaste voornemen dat ik heb uitgesproken aan het begin van mijn pontificaat: het herstel van de volledige en zichtbare eenheid onder de Christenen te beschouwen als een prioriteit van mijn ambt. Toen mijn geliefde voorganger, de Dienaar Gods Johannes Paulus II, in het jaar 1991 deze Drievuldigheidskerk bezocht, benadrukte hij: “Hoezeer wij ook naar eenheid streven, die blijft altijd een gave van de heilige Geest. Wij zullen slechts gereed zijn die gave te ontvangen in de mate waarin wij onze geest en ons hart voor Hem hebben geopend door een christelijk leven en in het bijzonder door het gebed.” H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, In de Lutherse kerk van de H. Drie-eenheid, Warschau, Voor de Poolse Oecumenische Raad in Warschau (9 juni 1991), 6 Het zal ons inderdaad niet mogelijk zijn alleen op onze eigen kracht de eenheid te ‘maken’. “We kunnen ze alleen ontvangen als gave van de heilige Geest”, zoals ik vorig jaar ook bij de oecumenische ontmoeting in Keulen heb gezegd. Paus Benedictus XVI, Toespraak, Oecumenische ontmoeting in het Aartsbisschoppelijk paleis te Keulen (19 aug 2005) Daarom moet ons oecumenisch streven doordrongen zijn van gebed, van wederzijdse vergeving en van de heiligheid van het leven van ieder van ons. Ik geef uiting aan mijn vreugde dat hier in Polen de Poolse Oecumenische Raad en de Rooms-Katholieke Kerk talrijke initiatieven op dit gebied ontplooien.

“Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem aanschouwen, ook zij die Hem doorstoken hebben” (Openb. 1, 7). Die woorden uit de Apokalyps herinneren ons eraan dat wij allemaal op weg zijn naar de uiteindelijke ontmoeting met Christus, als Hij voor ons de zin van de geschiedenis van de mensheid zal openbaren, waarvan het middelpunt het kruis van zijn heilbrengend offer is. Als gemeenschap van leerlingen zijn wij op weg naar die ontmoeting, met de hoop en het vertrouwen dat het voor ons een dag van heil zal zijn, de dag van de vervulling van alles waarnaar wij verlangen, dankzij onze bereidheid ons te laten leiden door de wederzijdse liefde die zijn Geest in ons wekt. Wij baseren dit vertrouwen niet op onze verdiensten, maar op het gebed waarin Christus de zin van Zijn komst op aarde en van Zijn verlossingsdood openbaart: “Vader, Ik wil dat zij die Gij Mij gegeven hebt met Mij mogen zijn waar Ik ben, opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, daar Gij Mij lief hebt gehad vóór de grondvesting van de wereld” (Joh. 17, 24). Op weg naar de ontmoeting met Christus, die komt “op de wolken”, verkondigen wij door ons leven Zijn dood en belijden tot Hij wederkeert, dat Hij verrezen is. Wij voelen de last van de verantwoordelijkheid die dat met zich mee brengt; de boodschap van Christus moet namelijk iedere mens op aarde bereiken, door de inzet van hen die in Hem geloven en geroepen zijn ervan te getuigen dat Hij werkelijk door de Vader gezonden is Vgl. Joh. 17, 23 . Daarom is het noodzakelijk dat wij bij de verkondiging van het Evangelie geïnspireerd worden door het streven naar wederzijdse betrekkingen van oprechte liefde, opdat in het licht van die betrekkingen allen erkennen dat de Vader Zijn Zoon gezonden heeft en dat Hij de Kerk en ieder van ons liefheeft, zoals Hij Hem heeft liefgehad Vgl. Joh. 17, 23 . Daarom is het de opdracht van de leerlingen van Christus, de opgave van ieder van ons, te streven naar zo’n eenheid, zodat wij als christenen tot zichtbaar teken worden van Zijn heilbrengende boodschap, die gericht is tot iedere mens.

Sta mij toe nogmaals te verwijzen naar de oecumenische ontmoeting die in deze kerk heeft plaatsgevonden met uw grote landgenoot Johannes Paulus II en naar zijn toespraak, waarin hij zijn visie op de inspanningen die de volledige eenheid van de Christenen beogen als volgt schetste: “De opdracht waarvoor we staan, is stap voor stap de obstakels op de weg naar deze gemeenschap te overwinnen en gezamenlijk te groeien in die unieke eenheid die Christus vanaf het begin aan Zijn Kerk heeft geschonken. Het belang van die opdracht laat geen haast en ongeduld toe; de plicht te beantwoorden aan de wil van Christus eist echter dat wij standhouden op de weg naar vrede en eenheid onder alle christenen. Wij weten dat wij het niet zijn die de wonden van de verdeeldheid kunnen helen en de eenheid herstellen – wij zijn slechts werktuigen in Gods hand. De eenheid van de christenen zal een geschenk van God zijn, op Zijn tijd van genade. Deemoedig leven wij toe naar deze dag, terwijl wij groeien in liefde, in wederzijdse vergeving en wederzijds vertrouwen.” H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, In de Lutherse kerk van de H. Drie-eenheid, Warschau, Voor de Poolse Oecumenische Raad in Warschau (9 juni 1991), 6

Sinds die ontmoeting is er veel veranderd. God heeft ons in staat gesteld vele stappen tot wederzijds begrip en tot toenadering te zetten. Sta mij toe uw aandacht te richten op enige oecumenische gebeurtenissen, die sindsdien wereldwijd hebben plaatsgevonden: de publicatie van de Encycliek H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Ut Unum Sint
Over de inzet voor de oecumene
(25 mei 1995)
; de christologische overeenstemming met de pre-Chalcedonische Kerken; de ondertekening van de Pauselijke Raad ter bevordering vd Eenheid vd Christenen
Gemeenschappelijke Verklaring over de Rechtvaardigingsleer door de Rooms Katholieke Kerk en Lutherse Wereld Federatie
(31 oktober 1999)
in Augsburg; de ontmoeting bij gelegenheid van het grote Jubileum van het jaar 2000 en de oecumenische herdenking van de geloofsgetuigen van de twintigste eeuw; de hervatting van de dialoog tussen katholieken en orthodoxen op wereldniveau; de uitvaart van Johannes Paulus II met de deelname van bijna alle Kerken en kerkelijke gemeenschappen. Ik weet dat ook hier in Polen dit broederlijk streven naar eenheid concrete resultaten heeft opgeleverd. In dit verband wil ik noemen: de ondertekening in het jaar 2000, ook in deze kerk, van de verklaring van de wederzijdse dooperkenning door de Rooms-Katholieke Kerk en de in de Poolse Oecumenische Raad verenigde Kerken; de oprichting van de Commissie voor de Betrekkingen tussen de Poolse Bisschoppenconferentie en de Poolse Oecumenische Raad, waartoe de katholieke bisschoppen en de leiders van de andere Kerken behoren; de oprichting van de bilaterale Commissie voor de theologische dialoog tussen katholieken en orthodoxen, lutheranen, leden van de Poolse nationale Kerk, mariaviten en adventisten; de uitgave van de oecumenische vertaling van het Nieuwe Testament en de psalmen; het initiatief genaamd ‘Kersthulpactie voor kinderen’, waarin de charitatieve organisaties van de katholieke alsook van de orthodoxe en de protestantse Kerk samenwerken.

Wij constateren veel vooruitgang op het gebied van de oecumene en toch verwachten we steeds nog iets meer. Sta mij toe vandaag op twee kwesties iets uitvoeriger de aandacht te vestigen.

De eerste betreft de charitatieve dienst van de Kerken. Talrijke broeders en zusters verwachten van ons de gave van de liefde, van het vertrouwen, van het getuigenis, van concrete geestelijke en materiële bijstand. Naar die kwestie heb ik verwezen in mijn eerste encycliek Paus Benedictus XVI - Encycliek
Deus Caritas Est
God is Liefde
(25 december 2005)
, waar ik opmerk: “De naastenliefde, verankerd in de liefde tot God, is op de eerste plaats een opdracht aan iedere individuele gelovige, maar ook aan de gezamenlijke kerkelijke gemeenschap, en wel op alle niveaus, van de lokale gemeenschap en de particuliere Kerk tot aan de universele Kerk toe. Ook de Kerk als gemeenschap moet de liefde in praktijk brengen.” Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 20 We mogen het fundamentele idee niet vergeten dat vanaf het eerste begin de vaste basis heeft gevormd van de eenheid van de leerlingen: “In de gemeenschap van de gelovigen mag er geen armoede bestaan in de zin dat iemand verstoken is van de goederen die voor een menswaardig bestaan noodzakelijk zijn.” Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 20 Deze wezenlijke gedachte is altijd actueel, al zijn in de loop der eeuwen de vormen van de broederlijke hulpverlening wel veranderd; het aannemen van de huidige charitatieve uitdagingen is in hoge mate afhankelijk van onze gemeenschappelijke samenwerking. Het verheugt mij dat deze kwestie veel weerklank in de wereld vindt, in de vorm van talrijke oecumenische initiatieven. Ik stel met voldoening vast dat in de gemeenschap van de katholieke Kerk en in de andere Kerken en kerkelijke gemeenschappen verscheidene nieuwe vormen van charitatieve activiteit zich verspreid hebben en reeds bestaande vormen nieuwe kracht hebben gekregen – vormen waarin dikwijls een link wordt gelegd tussen evangelisatie en liefdadigheid. Vgl. Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 30. b Het lijkt alsof, ondanks alle verschillen die op het gebied van de interconfessionele dialoog overwonnen moeten worden, het gerechtvaardigd is aan de oecumenische gemeenschap van de leerlingen van Christus, op zoek naar de volledige eenheid, de charitatieve inzet toe te kennen. Wij kunnen ons allemaal inpassen in de samenwerking ter ondersteuning van de behoeftigen, door gebruik te maken van dit netwerk van wederzijde betrekkingen, dat de vrucht is van onze dialoog en van gemeenschappelijk optreden. In de geest van het evangelische gebod moeten wij deze toegewijde zorg voor onze behoeftige broeders en zusters op ons nemen, wie ze ook zijn. Met betrekking hiertoe heb ik in mijn encycliek geschreven dat “voor een betere ontwikkeling van de wereld de gemeenschappelijke stem en de inzet van de christenen nodig is opdat ‘de rechten en noden van alle mensen geëerbiedigd worden, met name van de armen, de mensen zonder aanzien, de weerlozen’”. Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 30. b Allen die deelnemen aan onze bijeenkomst wens ik vandaag toe dat de beoefening van de broederlijke ‘caritas’ ons steeds nader tot elkaar mag brengen en ons getuigenis voor Christus geloofwaardiger voor de wereld mag maken.

De tweede kwestie waarop ik wil ingaan betreft het huwelijks- en gezinsleven. Wij weten dat in de christelijke gemeenschappen, die geroepen zijn te getuigen van de liefde, het gezin een bijzondere plaats inneemt. In de wereld van vandaag, waarin internationale en culturele betrekkingen voortdurend toenemen, besluiten steeds vaker jonge mensen die uit verschillende tradities, uit verschillende godsdiensten, uit verschillende christelijke denominaties stammen, tot het stichten van een gezin. Dikwijls is dat voor die jonge mensen zelf en voor hun dierbaren een zware beslissing, die verschillende gevaren met zich meebrengt. Het betreft hier zowel de volharding in het geloof en de toekomstige structuur van het gezin, als het scheppen van een sfeer van eenheid in het gezin en de passende omstandigheden voor de geestelijke groei van de kinderen. Toch kan de beslissing, juist dankzij de verbreiding van de oecumenische dialoog op grotere schaal, leiden tot de vorming van een praktische werkplaats van de eenheid. Daarvoor is zowel van de kant van beide jonge mensen, als ook van de kant van de gemeenschappen waaruit zij stammen, wederzijdse welwillendheid, wederzijds begrip en rijpheid in het geloof noodzakelijk. Ik wil hier mijn waardering uitspreken voor de Bilaterale Commissie van de Raad voor Oecumenische Kwesties van de Poolse Bisschoppenconferentie en van de Poolse Oecumenische Raad, die is begonnen met de voorbereiding van een document waarin de gemeenschappelijke christelijke leer aangaande het huwelijk en het gezin wordt gepresenteerd, voor iedereen aanvaardbare grondslagen voor het sluiten van een interconfessioneel huwelijk worden vastgelegd en op een gemeenschappelijk programma van pastorale zorg voor zulke huwelijken wordt gewezen. Ik wens iedereen toe dat in zo’n moeilijke kwestie het wederzijdse vertrouwen tussen de Kerken mag groeien, evenals de samenwerking, waarbij de rechten en de verantwoordelijkheid van de gehuwden voor de geloofsvorming van het eigen gezin en voor de opvoeding van de kinderen volledig gerespecteerd worden.

“Uw naam heb Ik hun geopenbaard en Ik zal dit blijven doen, opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad, in hen moge zijn en Ik in hen” (Joh. 17, 26). Broeders en zusters, als wij ons gehele vertrouwen vestigen op Christus, die ons Zijn Naam bekend maakt, naderen wij iedere dag dichter tot de volheid van de broederlijke verzoening. Moge Zijn gebed bewerken dat de gemeenschap van Zijn leerlingen op aarde, in haar mysterie en haar zichtbare eenheid steeds meer tot een gemeenschap van liefde wordt, die de eenheid van de Vader, de Zoon en de heilige Geest weerspiegelt.

Benedictus XVI

Document

Naam: BIJ DE OECUMENISCHE ONTMOETING
Lutherse Kerk van de H. Drie-eenheid - Warschau
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 25 mei 2006
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana / SRKK, Utrecht
Vert.: dr. N. Stienstra; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam