• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Een heilig recht op leven en een geestelijk leven

Het recht op godsdienstvrijheid wortelt in de waardigheid zelf van de menselijke persoon. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden, Dignitatis Humanae (7 dec 1965), 2 Diens transcendente natuur mag niet worden ontkend of buiten beschouwing blijven. God schiep man en vrouw naar zijn beeld en gelijkenis Vgl. Gen. 1, 27 . Daarom heeft ieder mens het heilige recht op een volwaardig leven, ook vanuit spiritueel oogpunt. Zonder de erkenning van zijn geestelijk wezen, zonder openheid voor het bovennatuurlijke, trekt de menselijke persoon zich in zichzelf terug. Hij kan dan de diepste vragen van het hart over de zin van het leven niet beantwoorden, noch passende en blijvende ethische waarden en principes vinden, of zelfs echte vrijheid ervaren en bouwen aan een rechtvaardige maatschappij. Vgl. Paus Benedictus XVI, Encycliek, Liefde in Waarheid - Over de integrale ontwikkeling van de mens in liefde en waarheid, Caritas in Veritate (29 juni 2009), 78

De Heilige Schrift, overeenkomstig onze eigen ervaring, openbaart de diepe waarde van de menselijke waardigheid: “Zie ik de hemel, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren door U daar bevestigd, wat is dan de sterveling dat U aan hem denkt, het mensenkind dat U naar hem omziet? U hebt hem bijna een god gemaakt, hem gekroond met glans en glorie, hem toevertrouwd het werk van Uw handen en alles aan zijn voeten gelegd” (Ps. 8, 4-7).

Als we kijken naar de sublieme werkelijkheid van de menselijke natuur kunnen we dezelfde verbazing ervaren die de psalmist had. Onze natuur verschijnt als openheid voor het Mysterie, een vermogen om diepe vragen te stellen over onszelf en de oorsprong van het heelal, en als een diepe echo van de hoogste liefde van God, begin en eind van alle dingen, van elk mens en volk. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 1 De transcendente waardigheid van de persoon is een wezenlijke waarde van de joods-christelijke wijsheid, maar kan via de rede door iedereen erkend worden. Deze waardigheid, opgevat als vermogen om boven zijn eigen materialiteit zijn uit te stijgen en de waarheid te zoeken, moet erkend worden als universeel goed, onmisbaar voor het bouwen van een maatschappij die op menselijke ontplooiing is gericht. Respect voor essentiële elementen van menselijke waardigheid, zoals het recht op leven en het recht op godsdienstvrijheid, is een voorwaarde voor de morele legitimiteit van elke sociale en wettelijke norm.

Document

Naam: GODSDIENSTVRIJHEID, DE WEG NAAR VREDE
Wereldvredesdag 2011
Soort: Paus Benedictus XVI - Boodschap
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 8 december 2010
Copyrights: © 2010 - Libreria Editrice Vaticana / Secretariaat RK Kerk
Vert.: Herman Lohman MA
Bewerkt: 7 mei 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam