• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

EN RéPONSE à LA DEMANDE PRéSENTéE
Brief gericht aan de Bisschoppenconferenties die om het indult, als in Memoriale Domini genoemd, gevraagd hebben en het verkregen hebben

Excellenties,

In antwoord op de vraag van uw Bisschoppenconferentie betreffende de toelating de Communie uit te delen door de hostie in de hand van de gelovigen te leggen, ben ik in staat u de volgende mededeling daarover te maken:

In herinnering roepend het onderwerp van de bijgevoegde Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Memoriale Domini
Instructie over de wijze van het uitdelen van de Heilige Communie
(29 mei 1969)
van 29 mei 1969 betreffende het van kracht blijven van het traditionele gebruik, heeft de Heilige Vader de redenen ter ondersteuning van uw vraag en de resultaten van de stemming in acht genomen.

Hij staat toe dat op het grondgebied van uw Bisschoppenconferentie elke Bisschop, naar geweten en voorzichtigheid, in zijn bisdom de introductie van de nieuwe rite om de Communie uit te delen, kan bekrachtigen op voorwaarde dat elke gelegenheid tot schandaal bij de gelovigen en elk gevaar voor oneerbiedigheid jegens de Eucharistie wordt vermeden.

Daarom dient men rekening te houden met de volgende normen:

De nieuwe manier van communiceren mag niet opgelegd worden op zulk een wijze dat zij het traditionele gebruik zou uitsluiten. Het is met name van belang dat elke gelovige de mogelijkheid heeft de Communie op de tong te ontvangen, daar waar op legitieme wijze het nieuwe gebruik zal worden toegestaan en wanneer terzelfdertijd andere personen zullen communiceren door de hostie in de hand te ontvangen. Immers, de twee wijzen kunnen moeiteloos naast elkaar bestaan in dezelfde liturgische handeling. Dit zij zo opdat niemand in de nieuwe rite een gelegenheid vindt die zijn eigen geestelijk gemoed jegens de Eucharistie in verwarring zou brengen en opdat dit Sacrament, welke wezenlijk bron en oorzaak van eenheid is, niet tot gelegenheid zou geven tot onenigheid onder de gelovigen.
De rite om de Communie in de hand van de gelovigen te leggen mag niet zonder omzichtigheid toegepast worden. Immers, het betreft een menselijke houding die verbonden is met gevoeligheid en de voorbereiding van diegene die de Communie neemt. Het is daarom passend deze rite geleidelijk te introduceren door te beginnen met groepen en milieus die beter voorbereid zijn. Het is vooral noodzakelijk deze introductie te laten voorafgaan door een adequate catechese opdat de gelovigen op exacte wijze de betekenis van het gebaar zouden begrijpen en dit gebaar zouden voltrekken met het gepaste respect ten aanzien van het Sacrament. De resultaten van deze catechese moeten eender welke indruk uitsluiten dat er voor de Kerk een verminderen zou zijn van het geloof in de eucharistische aanwezigheid en tevens eender welk gevaar of zelfs schijnbaar gevaar voor ontheiliging.
De mogelijkheid die aan de gelovige geboden wordt om het eucharistisch brood in de hand te ontvangen en deze in de mond te brengen mag geen gelegenheid bieden om dit te beschouwen als gewoon brood of als éénder welke gewijde zaak; in tegendeel, deze mogelijkheid moet bij de gelovigen de zin voor de waardigheid van zijn lidmaatschap van het Mystieke Lichaam van Christus, waarin hij opgenomen is door het doopsel en door de genade van de Eucharistie, versterken. Tevens dient deze mogelijkheid zijn geloof te doen groeien in de grootse werkelijkheid van het Lichaam en Bloed van de Heer die hij aanraakt met de handen. Zijn houding van respect dient overeenkomstig te zijn met wat hij ontvangt.

Wat betreft de wijze van handelen kan men de indicaties volgen van de oude traditie die de ambtelijke functie van de priester en diaken benadrukt en de hostie door hen in de hand van de communicant te plaatsen. Men kan ook een meer eenvoudige wijze toepassen, nl. door de gelovige zelf de hostie te laten nemen uit het gewijde vaatwerk .

In elk geval zal de gelovige de hostie dienen te consumeren vooraleer terug te keren naar zijn plaats en de assistentie van de gewijde bedienaar zal onderstreept worden door de gebruikelijke formule: “Lichaam van Christus”, waarop de gelovige zal antwoorden: “Amen”.

Zie ook:

Nota van de vertaler: De tweede volzin van deze alinea wordt weggelaten in Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
De sacra communione et cultu mysterii eucharistici extra Missam
Rituale Romanum (21 juni 1973)
van Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
De sacra communione et cultu mysterii eucharistici extra Missam
Rituale Romanum (21 juni 1973)
. De praktijk is vervolgens formeel verboden geworden in Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Institutio Generalis Missalis Romani
Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008
(18 maart 2002)
van de Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Institutio Generalis Missalis Romani
Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008
(18 maart 2002)
en herhaald in de instructie Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Redemptionis Sacramentum
Het Sacrament van de verlossing - Wat nageleefd en vermeden dient te worden met betrekking tot de allerheiligste Eucharistie
(25 maart 2004)
van 25 maart 2004, Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Redemptionis Sacramentum
Het Sacrament van de verlossing - Wat nageleefd en vermeden dient te worden met betrekking tot de allerheiligste Eucharistie
(25 maart 2004)
. Dezelfde instructie bepaalt trouwens in Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Redemptionis Sacramentum
Het Sacrament van de verlossing - Wat nageleefd en vermeden dient te worden met betrekking tot de allerheiligste Eucharistie
(25 maart 2004)
dat “het gebruik van de communiepateen dient gehandhaafd te worden om te vermijden dat de heilige hostie of een partikel ervan valt”. Een handhaving veronderstelt dat het de regel is de communiepateen te gebruiken.

Wat ook de wijze is die zal toegepast worden, men dient er aandacht voor te hebben dat fragmenten van het Eucharistisch Brood niet op de grond vallen of verspreid raken en ook dat de handen zuiver zijn en de houding van de handen goed is volgens de gebruiken van de verschillende volkeren.
In het geval van de Communie onder twee gedaanten door middel van indoping is het nooit toegestaan de hostie, doordrenkt met het Bloed van de Heer, in de hand van de gelovige te plaatsen.
Aan de Bisschoppen die de introductie van de nieuwe wijze van communiceren zullen hebben toegestaan, wordt gevraagd om aan de Heilige Congregatie binnen zes maanden een rapport te sturen met het resultaat van deze concessie.

Ik neem deze gelegenheid te baat om u, Excellenties, mijn gevoelens van diepe eerbied mee te delen.

Benno Kardinaal Gut, Prefect
A. Bugnini, Secretaris

Document

Naam: EN RéPONSE à LA DEMANDE PRéSENTéE
Brief gericht aan de Bisschoppenconferenties die om het indult, als in Memoriale Domini genoemd, gevraagd hebben en het verkregen hebben
Soort: Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Auteur: Benno Kardinaal Gut
Datum: 29 mei 1969
Copyrights: © 2010, AAS 61 (1969), pp. 546-547
Vert.: Drs. Jörgen Vijgen
Bewerkt: 18 december 2015

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen dossiers gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam