• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Samen met de apostel en evangelist Johannes richten wij de blik van onze geest nog op de "vrouw", bekleed met de zon", die in het boek van de Openbaring verschijnt aan de eschatologische horizon van de Kerk en de wereld. Vgl. Openb. 12, 1. v Het is niet moeilijk in haar dezelfde figuur te herkennen die aan het begin van de mensengeschiedenis na de erfzonde werd aangekondigd als Moeder van de Verlosser. Vgl. Gen. 3, 15 In de Apokalyps zien wij haar enerzijds als verheven vrouw in het midden van de zichtbare schepping en anderzijds als de vrouw die blijft deelnemen aan de geestelijke strijd voor de overwinning van de het goede op het kwade. Dat is de strijd die de kerk in vereniging met de moeder van God als haar "model voert tegen de werelbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten", zoals wij in de brief aan de Efeziƫrs lezen (Ef. 6, 12).

Het begin van deze geestelijke strijd gaat terug tot het ogenblik waarop de mens "op aanraden van de boze misbruik gemaakt heeft van zijn vrijheid door zich tegen God op te richten en te proberen zijn einddoel buiten God te bereiken". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 13 Men kan zeggen dat de mens, verblind door het vooruitzicht verheven te worden boven het niveau van schepsel dat hij was, volgens de woorden van de verleider: "U zult gelijk worden aan God" Vgl. Gen. 3, 5 , opgehouden heeft de waarheid over zijn eigen bestaan en vooruitgang te zoeken in Hem die "de eerstgeborene van heel de schepping" is (Kol. 1, 15), en opgehouden heeft de schepping en zichzelf in Christus aan God te geven in wie alles zijn oorsprong vindt. De mens heeft het bewustzijn verloren priester te zijn van heel de zichtbare wereld, welke hij uitsluitend op zichzelf richt.

De woorden in het Proto-evangelie in het begin van de Heilige Schrift en die van de Apokalyps aan het einde daarvan, hebben betrekking op die strijd waarin de mens verwikkeld is. In het perspectief van die geestelijke strijd, welke zich ontwikkelt in de loop van de geschiedenis, is de Zoon van de vrouw van de Verlosser van de wereld. De verlossing geschiedt door middel van het offer waarin Christus, de Middelaar van het nieuwe, altijddurende Verbond, "eens en voor altijd het heiligdom is binnengegaan" door "zijn eigen Bloed" en in het huis van de Vader, in de schoot van de allerheiligste Drie-eenheid, ruimte geopend heeft voor allen "die geroepen zijn om het eeuwig erfdeel te ontvangen". Vgl. Heb. 9, 12-15 Juist hierom is de gekruisigde en verrezen Christus "de hogepriester van het waarachtige heil" (Heb. 9, 11), en zijn offer betekent een nieuwe oriƫntering, van de geestelijke geschiedenis van de mens op God, de Schepper en Vader, naar wie de Eerstgeborene van heel de schepping in de heilige Geest allen voert.

Het priesterschap dat zijn oorsprong heeft in het Laatste Avondmaal, stelt ons in staat deel te nemen aan deze wezenlijke transformatie van de geestelijke geschiedenis van de mens. In de Eucharistie bieden wij immers het offer van de verlossing aan, hetzelfde dat Christus gebracht heeft aan het kruis "met zijn eigen Bloed". Door dit offer raken ook wij, sacramentele beheerders daarvan, samen met allen die wij dienen door het te vieren, voortdurend het beslissende moment van die geestelijke strijd welke volgens het boek Genesis en het boek van de Openbaring verbonden is met de "vrouw". In die strijd is zij geheel verenigd met de Verlosser. En daarom is ons priesterlijke dienstwerk ook met haar verenigd: met haar die de Moeder van de Verlosser is en het "model" van de kerk. Zo blijven allen verenigd met haar in die geestelijke strijd die zich ontwikkelt in de loop van heel de mensengeschiedenis. Krachtens ons sacramenteel priesterschap nemen wij op speciale wijze deel aan die strijd. Wij verrichten een bijzondere dienst in het werk van de verlossing van de wereld.

Het Concilie leert dat Maria is voortgegaan op de pelgrimstocht van het geloof door haar volmaakte vereniging met haar Zoon tot onder het kruis en op schitterende en enige wijze het volk Gods voorgaat, dat op dezelfde weg voortgaat en in de heilige Geest Christus volgt. Moeten wij, priesters, ons niet op speciale wijze met haar verenigen, wil die als herders van de kerk ook de gemeenschap die ons is toevertrouwd, moeten leiden op de weg die vanaf het cenakel van Pinksteren, Christus langs heel de mensengeschiedenis volgt?

Document

Naam: WITTE DONDERDAG EN DE BETEKENIS VAN MARIA
Brief aan de Priesters bij gelegenheid van Witte Donderdag 1988
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1988
Copyrights: © 1988, Katholiek Nieuwsblad, 's Hertogenbosch
Bewerkt: 23 juni 2020

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam