• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
"Door de gave en taak van het goddelijk moederschap, dat haar met haar Zoon, de Verlosser, verenigt... is de heilige Maagd ook met de kerk innig verbonden", verklaart het Concilie. "De Moeder van God is het model van de kerk, zoals de heilige Ambrosius reeds leerde, met name in de orde van het geloof, de liefde en de volmaakte eenheid met Christus. In het mysterie immers van de kerk, die evenals zij met reden maagd en moeder wordt genoemd, is de heilige maagd Maria voorgegaan en vormt zij op schitterende en enige wijze het voorbeeld van de maagd en van de moeder". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 63

Verderop ontwikkelt de concilietekst de typologische analogie: "Nu echter wordt de kerk, die de verborgen heiligheid van Maria beschouwt, haar liefde navolgt en de wil van de Vader getrouw volbrengt, ook zelf moeder door het woord van God met getrouwheid op te nemen: door de prediking en het doopsel immers brengt zij zonen ter wereld, van de heilige Geest ontvangen en uit God geboren, voor een nieuw en onsterfelijk leven. Ook zij is Maagd: zij behoudt haar trouw aan de Bruidegom gaaf en zuiver en in navolging van de Moeder van haar Heer bewaart zij op maagdelijke wijze, door de kracht van de Heilige Geest, het ongerept geloof, de standvastige hoop en de oprechte liefde" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 64

Aan de voet van het kruis op Golgota nam de leerling Maria "bij zich in huis op", nadat zij hem door Christus toegewezen was met de woorden: "Zie daar uw moeder." De leer van het concilie toont aan hoe de gehele kerk Maria "bij zich in huis" opnam, hoe diep het mysterie van de Moedermaagd hoort bij het mysterie van de kerk, van haar innerlijke werkelijkheid.

Dat alles is van fundamentele betekenis voor alle zonen en dochters van de kerk. Dat alles heeft een speciale betekenis voor ons die getekend zijn met het sacramentele teken van het priesterschap, dat een rangorde is, maar tegelijk een dienst, naar het voorbeeld van Christus: de eerste dienaar van de verlossing van de wereld.

Omdat alle mannen en vrouwen in de kerk die door het doopsel deelhebben aan de priesterlijke functie van Christus, het "algemeen priesterschap" bezitten waarover de apostel Petrus spreekt Vgl. 1 Pt. 2, 9 , moeten zij allen de bovenaangehaalde woorden van de conciliaire constitutie op zich betrekken; maar zij hebben op speciale wijze betrekking op ons.

Het concilie ziet het moederschap van de kerk, naar het model van het moederschap van Maria, in het feit dat zij "zonen ter wereld brengt, van de heilige Geest ontvangen en uit God geboren, voor een nieuw en onsterfelijk leven." Wij horen hierin als het ware een echo van de woorden van sint Paulus over de "kinderen om wie hij opnieuw weeën moet doorstaan" Vgl. Gal. 4, 19 , zoals een moeder weeën doorstaat. Als wij in de brief aan de Efeziërs lezen over Christus, de Bruidegom, die de kerk "voedt en koestert" als zijn eigen vlees Vgl. Ef. 5, 29 , kunnen wij deze zorgen van Christus als Bruidegom vooral in verband brengen met de gave van het eucharistisch voedsel, die vergelijkbaar is met de vele zorgen van een moeder die het kindje "voedt en koestert."

Het is de moeite waard deze bijbelse uitdrukkingen in herinnering te brengen opdat de leer van het moederschap van de kerk naar het voorbeeld van de Moeder van God dieper doordringt in ons priesterlijk bewustzijn. En ook al beleeft ieder van ons dit geestelijk moederschap veeleer op de wijze van een man als vaderschap in de geest, toch heeft Maria als "model" van de kerk een aandeel in deze ervaring. En de geciteerde passages tonen aan hoe diep dit aandeel geschreven staat in het middelpunt van onze priesterlijke en herderlijke taak. Is de vergelijking van Paulus met de "barensweeën" ons allen soms niet vertrouwd in vele situaties waarin ook wij betrokken zijn in het geestelijk proces van de "wedergeboorte" van de mens uit kracht van de Geest die het leven geeft? Wat dit betreft beleven de biechtvaders op de meest verschillende plaatsen van de wereld de sterkste ervaringen en niet alleen zij.

Bij gelegenheid van Witte Donderdag moet deze mysterieuze werkelijkheid van onze roeping opnieuw verdiept worden: de werkelijkheid van ons "vaderschap in de geest", dat op menselijk vlak ook gelijk is aan het moederschap. Maakt overigens God die Schepper en Vader is, niet zelf de vergelijking tussen zijn liefde en die van de menselijke moeders? Vgl. Jes. 49, 15 Vgl. Jes. 66,13 Het gaat dus om een kenmerk van onze priesterlijke persoonlijkheid dat er juist de pastorale rijpheid en geestelijke vruchtbaarheid van uitdrukt. Als de kerk in haar geheel "van Maria haar eigen moederschap leert" Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Moeder van de Verlosser, Redemptoris Mater (25 mrt 1987), 43 , moeten dan ook wij dat niet doen? Het is dus nodig dat ieder van ons "haar bij zich in huis opneemt", zoals de apostel Johannes deed op Golgota, d. w. z. dat ieder van ons Maria toestaat verblijf te nemen "in het huis" van ons sacramenteel priesterschap, als moeder en middelares van dat "diepzinnig geheim" Vgl. Ef. 5, 32 dat wij allen met ons leven willen dienen.

Document

Naam: WITTE DONDERDAG EN DE BETEKENIS VAN MARIA
Brief aan de Priesters bij gelegenheid van Witte Donderdag 1988
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1988
Copyrights: © 1988, Katholiek Nieuwsblad, 's Hertogenbosch
Bewerkt: 23 juni 2020

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam