• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE BAND TUSSEN DE EUCHARISTIE EN JEZUS’ PRIESTERSCHAP
Sacramentsdag 2010 - St. Jan van Lateranen

Dierbare broeders en zusters,

Het priesterschap van het Nieuwe Testament is nauw met de Eucharistie verbonden. Daarom worden wij vandaag, bijna aan het slot van het Priesterjaar, uitgenodigd te mediteren over de band tussen de Eucharistie en het Priesterschap van Christus. In die richting oriënteren ons ook de eerste lezing en tussenzang, die de figuur van Melchisedek presenteren. De korte passage uit het boek Genesis Vgl. Gen. 14, 18-20 zegt dat Melchisedek, koning van Salem, “priester van de Allerhoogste” was en daarom “brood en wijn aanbood” en “Abraham zegent” die de strijd gewonnen had; Abraham zelf gaf hem van alles een tiende deel. De tussenzang bevat van zijn kant in de laatste strofe een plechtige uitdrukking, een eed van God zelf die aan de Koning, de Messias verklaart: “gij zult priester zijn, de eeuwen door, krachtens mijn uitspraak: Melchisedek” (Ps. 100, 4); zo wordt de Messias niet alleen tot Koning uitgeroepen, maar ook tot Priester. Aan die passage inspireert de schrijver van de Hebreeënbrief zich voor zijn uitvoerige en heldere uiteenzetting. En wij zeggen hem in het keervers na: “Gij zijt priester voor eeuwig, Christus de Heer”: als een geloofsbelijdenis die op het feest van vandaag een bijzondere betekenis krijgt. Het is de vreugde van de gemeenschap, de vreugde van de hele Kerk, die bij het schouwen en aanbidden van het Allerheiligste Sacrament, daarin de werkelijke en blijvende aanwezigheid erkent van Jezus, de eeuwige Hogepriester.

De tweede lezing en het Evangelie daarentegen leggen de aandacht op het mysterie van de Eucharistie. De lezing uit de Eerste brief aan de Korinthiërs Vgl. 1 Kor. 11, 23-26 komt de fundamentele passage waarin de heilige Paulus deze gemeenschap herinnert aan de betekenis en waarde van het Avondmaal van de Heer, en waarin de apostel hun had ingewijd en onderwezen maar die dreigden verloren te gaan. Het Evangelie over het wonder van de broden en de vissen, wordt verhaald door de heilige Lucas: een teken waarvan alle evangelisten getuigen en dat de gave aankondigt die Christus van zichzelf zal doen om de mensheid eeuwig leven te geven. Deze twee teksten doen het gebed van Christus uitkomen wanneer Hij het brood breekt. Er is natuurlijk een duidelijk onderscheid tussen de twee momenten: wanneer Hij de broden en de vissen uitdeelt aan de menigte, dankt Jezus de hemelse Vader voor Zijn voorzienigheid, vanuit de zekerheid dat Hij voor al die mensen voldoende voedsel zal voorzien. Terwijl Jezus tijdens het laatste avondmaal brood en wijn in Zijn eigen Lichaam en Bloed verandert opdat de leerlingen zich met Hem zouden voeden en in een innige en reële gemeenschap met Hem zouden leven.

Het eerste dat altijd in herinnering moet gebracht worden is dat Jezus geen priester was volgens de joodse traditie. Zijn familie was niet priesterlijk. Hij behoorde niet tot de afstamming van Aäron, maar van Juda; juridisch was de weg naar het priesterschap voor Hem dus gesloten. De persoon en het optreden van Jezus van Nazareth liggen niet in het spoor van de priesters doch eerder in dat van de profeten. En in dat spoor nam Jezus afstand van een rituele opvatting van de godsdienst, bekritiseerde hij de orde die waarde hechtte aan menselijke voorschriften die eerder te maken hadden met rituele reinheid dan met het onderhouden van Gods geboden, namelijk de liefde voor God en de naaste die, zoals de Heer zegt, “boven alle brand- en slachtoffers gaat” (Mc. 12, 33). Zelfs in de Tempel van Jeruzalem, sacrale plaats bij uitstek, voltrekt Jezus een puur profetisch gebaar wanneer Hij de wisselaars en dierenhandelaars verjaagt, zaken die dienen voor het offeren van de traditionele offergaven. Jezus wordt dus niet erkend als een priesterlijke, doch als een profetische en koninklijke Messias. Zelfs Zijn dood, die wij christenen terecht “offer” noemen, had niets van de offergaven uit het verleden, zij was zelfs het tegendeel: de uitvoering van de doodstraf door kruisiging, de meest beschamende die buiten de muren van Jeruzalem plaatshad.

In welke zin is Jezus dan priester? Het is de Eucharistie die ons dat zegt. Wij kunnen opnieuw uitgaan van deze simpele woorden die Melchisedek beschrijven: “hij bracht brood en wijn aan” (Gen. 14, 18). Dat is wat Jezus deed op het laatste avondmaal: Hij bood brood en wijn aan en in dat gebaar vatte Hij heel Zijn persoon en zending samen. In deze handeling, in het gebed dat eraan voorafgaat en in de woorden die ze begeleiden, ligt heel de zin van het Christusmysterie, zoals de brief aan de Hebreeën in een beslissende passage verwoordt, die vermeldenswaardig is: “In de dagen van zijn sterfelijk leven heeft Hij onder luid geroep en geween gebeden en smekingen opgedragen aan God die Hem uit de dood kon redden – schrijft de auteur, verwijzend naar Jezus. Om zijn vroomheid is Hij verhoord: hoewel Hij Gods Zoon was, heeft Hij in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd; en toen Hij het einde had bereikt, is Hij voor allen die Hem gehoorzamen oorzaak geworden van eeuwig heil, door God uitgeroepen tot hogepriester op de wijze van Melchisedek” (Hebr. 5, 8-10). In deze tekst die duidelijk verwijst naar de spirituele doodstrijd in Getsemane, wordt het lijden van Christus voorgesteld als een gebed en een offer. Jezus gaat Zijn “uur” tegemoet dat Hem naar de dood op het kruis voert, ondergedompeld in diep gebed, dat bestaat in de vereniging van Zijn wil met die van de Vader. Deze tweevoudige en enige wil is een liefdeswil. In dit gebed wordt de tragische beproeving die Jezus doormaakt, omgevormd tot gave, levende offergave.

De brief aan de Hebreeën zegt dat Jezus “verhoord werd”. In welke zin? In de zin dat God de Vader Hem van de dood bevrijd heeft en Hem deed opstaan. Hij werd verhoord precies omwille van Zijn totale overgave aan de wil van de Vader: het liefdesplan van God heeft zich volmaakt in Jezus kunnen voltrekken, die door gehoorzaam te worden tot het uiterste, tot de dood op het kruis, “oorzaak van heil” geworden is voor ieder die Hem gehoorzaamt. Hij is dus Hogepriester geworden omdat Hij alle zonden van de wereld op zich genomen heeft, als “Lam van God”. Het is de Vader die Hem dit priesterschap verleent op het ogenblik waarop Jezus door Zijn dood en verrijzenis gaat. Het is geen priesterschap volgens het voorschrift van de Mozaïsche wet, Vgl. Lev. 8-9 maar volgens de orde van Melchisedek, volgens een profetische orde, alleen afhankelijk van Zijn bijzondere relatie met God.

Keren we terug naar de uitdrukking in de brief aan de Hebreeën: “hoewel hij Gods Zoon was, heeft Hij in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd”. Het priesterschap van Christus bevat lijden. Jezus heeft werkelijk geleden en Hij deed dat voor ons. Hij was de Zoon en moest geen gehoorzaamheid leren, wij wel, wij moesten en moeten het steeds leren. Daarom heeft de Zoon onze mensheid aangenomen en liet Hij zich omwille van ons“opvoeden” in de smeltkroes van het lijden, liet Hij er zich door transformeren, zoals de graankorrel die in de aarde moet sterven om vrucht te dragen. In dit proces werd Jezus vervolmaakt (volmaakt gemaakt), in het Grieks “teleiotheis”. We moeten bij dit woord stilstaan omdat het zeer betekenisvol is. Het wijst op de voltooiing van een weg, namelijk de weg van opvoeding en omvorming van Gods Zoon doorheen het lijden, doorheen het pijnlijke lijden. Dank zij deze transformatie is Jezus Christus “hogepriester” geworden en kan Hij iedereen redden die zich aan Hem toevertrouwt. Het woord “teleiotheis” juist vertaald door “volmaakt gemaakt”, behoort tot een verbale stam die in de Griekse versie van de Pentateuch, dus in de vijf eerste boeken van de Bijbel, steeds verwijst naar de wijding van de priesters. Deze ontdekking is heel waardevol want zij zegt ons dat het lijden voor Jezus een priesterlijke wijding geweest is. Hij was geen priester volgens de Wet, maar is het geworden op existentiële manier, in Zijn Pasen van lijden, dood en verrijzenis: Hij heeft zichzelf geofferd ter uitboeting en de Vader die Hem boven ieder schepsel verheven heeft, heeft Hem aangesteld tot universele Middelaar van heil.

Keren wij in onze meditatie terug naar de Eucharistie, die zo dadelijk het middelpunt van onze liturgische bijeenkomst zal zijn. Daarin heeft Jezus Zijn offer geanticipeerd, geen ritueel offer, doch een persoonlijk offer. Op het laatste avondmaal handelt Hij door de “eeuwige geest” waarmee Hij zich daarna zal offeren op het kruis. Vgl. Hebr. 9, 14 Dankend en zegenend transformeert Jezus het brood en de wijn. Het is de Goddelijke liefde die transformeert: de liefde waarmee Jezus op voorhand aanvaardt om zich helemaal voor ons te geven. Deze liefde is niets anders dan de Heilige Geest, de Geest van de Vader en de Zoon, die het brood en de wijn consacreert en hun substantie transformeert in Lichaam en Bloed van de Heer; zo brengt Hij hetzelfde offer aanwezig in het sacrament dat Hij vervolgens bloedig voltrekt op het kruis. Wij mogen dus besluiten dat Christus waarlijk en handelend priester is want Hij is vervuld met de kracht van de Heilige Geest, met heel de volheid van Gods liefde en dit juist in “de nacht waarin Hij werd overgeleverd”, precies in het “uur der duisternis”. Vgl. Lc. 22, 53 Deze Goddelijke kracht, dezelfde die de Menswording van het Woord verwezenlijkte, transformeert de uiterste gewelddadigheid en ongerechtigheid in de hoogste daad van liefde en gerechtigheid. Dat is het werk van Christus’ priesterschap dat de Kerk geërfd heeft en in de geschiedenis verder zet, in de tweevoudige vorm van het gewone priesterschap van de gedoopten en het gewijde priesterschap van de bedienaars om de wereld met Gods liefde te transformeren. Wij allen, priesters en gelovigen, voeden ons met dezelfde Eucharistie, wij knielen allen ter aarde om Hem te aanbidden, want daarin is onze Meester en Heer aanwezig, het ware Lichaam van Jezus, Slachtoffer en Priester, heil van de wereld. Kom, jubelen wij met vreugdezangen! Kom, laten wij aanbidden!

Amen.

Document

Naam: DE BAND TUSSEN DE EUCHARISTIE EN JEZUS’ PRIESTERSCHAP
Sacramentsdag 2010 - St. Jan van Lateranen
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 3 juni 2010
Copyrights: © 2010, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 1 maart 2018

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam