• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

EENHEID DIE ALLE MENSELIJKE GRENZEN OVERSTIJGT, EN GEMEENSCHAP: HERKENNINGSTEKENEN VAN DE GEEST
Op het Hoogfeest van Pinksteren (2010) - Sint Pietersbasiliek

Dierbare broeders en zusters,

In de loop van de plechtige Pinksterviering werden we uitgenodigd ons geloof te belijden in de aanwezigheid en werking van de Heilige Geest en Zijn uitstorting over ons af te smeken, over de Kerk en de hele wereld. Laten wij dan de aanroeping van de Kerk zelf, heel innig tot de onze maken: “Veni, Sancte Spiritus!”. Een zo eenvoudige en directe aanroeping, maar tegelijk buitengewoon diep, welt voor alles op uit het hart van Christus. Inderdaad, de Geest is de gave die Jezus voor Zijn vrienden aan de Vader vroeg en voortdurend vraagt, de eerste en belangrijkste gave die Hij voor ons met Zijn verrijzenis en hemelvaart verkregen heeft.

Het evangelieverhaal van vandaag, dat het laatste avondmaal tot context heeft, spreekt ons over dit gebed van Christus. De Heer Jezus zegt tot Zijn leerlingen: “Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere Helper geven om voor altijd bij u te blijven” (Joh. 14, 15-16). Hier wordt ons het biddend hart van Jezus ontsluierd, Zijn kinderlijk en broederlijk hart. Dit gebed bereikt zijn hoogtepunt en vervulling op het kruis, waar de aanroeping van Christus één wordt met de totale gave van zichzelf, en Zijn gebed dus bij wijze van spreken het zegel wordt van de volheid van Zijn gave door de liefde voor de Vader en de mensheid: aanroeping en gave van de Geest ontmoeten elkaar, vermengen zich, worden één enkele werkelijkheid. “Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere Helper geven om voor altijd bij u te blijven.” Werkelijk, Jezus’ gebed – op het laatste avondmaal en op het kruis – is een gebed dat ook in de Hemel blijft, waar Christus zetelt aan de rechterhand van de Vader. Jezus beleeft namelijk Zijn priesterschap als Voorspreker van Gods volk en de mensheid altijd, Hij bidt dus voor ons allen door de Vader de gave van de Heilige Geest te vragen.

Het Pinksterverhaal in het boek van de Handelingen van de Apostelen – we hebben het zopas beluisterd in de eerste lezing (Hand. 2, 1-11) – geeft het nieuwe verloop van Gods werk dat bij Jezus’ verrijzenis begon, een werk dat de mens, de geschiedenis en het heelal raakt. Uit de Zoon van God die gestorven, verrezen en teruggekeerd is bij de Vader, waait nu Gods adem, de Heilige Geest, met ongekende kracht over de mensheid. En wat brengt deze nieuwe en krachtige zelfmededeling van God voort? Waar verscheurdheid en scheiding zijn, schept Hij eenheid en begrip. Er wordt een herenigingsproces op gang gebracht tussen de verschillende elementen van de mensenfamilie die verdeeld en verspreid is; mensen die dikwijls herleid worden tot individu’s die met elkaar wedijveren of in conflict zijn, worden door Gods Geest geraakt, stellen zich open voor een gemeenschapservaring zodanig dat zij een nieuw organisme vormen, een nieuw subject: de Kerk. Dat is de uitwerking van Gods werk: eenheid; daarom is eenheid het herkenningsteken, het visitekaartje van de Kerk in de loop van haar universele geschiedenis. Van bij de aanvang, sinds de dag van Pinksteren, spreekt zij alle talen. De wereldkerk gaat aan de afzonderlijke Kerken vooraf en deze laatste moeten zich steeds aan haar conformeren volgens een criterium van eenheid en universaliteit. De Kerk blijft nooit de gevangene van politieke, raciale en culturele grenzen; zij kan zich niet vereenzelvigen met Staten en evenmin met federaties van Staten, want haar eenheid is van een andere soort en streeft ernaar alle menselijke grenzen te overstijgen.

Daaruit, dierbare broeders, vloeit een praktisch onderscheidingscriterium voor het christenleven: als een persoon of een gemeenschap zich opsluit in hun eigen manier van denken en handelen, is dat het teken dat zij zich van de Heilige Geest hebben verwijderd. De weg van de christenen en van de afzonderlijke Kerken moet zich steeds confronteren met die van de ene en katholieke Kerk en daarmee in harmonie zijn. Dat wil niet zeggen dat de eenheid die de Heilige Geest schept, een soort van gelijkmaking is. In tegendeel, dat is eerder het model dat Babel biedt, namelijk het opdringen van een eenheidscultuur die wij “technisch” zouden kunnen noemen. Inderdaad, de Bijbel zegt ons Vgl. Gen. 11, 1-9 , dat in Babel sommigen aan iedereen één enkele taal wilden opleggen. Met Pinksteren daarentegen spreken de apostelen verschillende talen zodanig dat ieder de boodschap in zijn eigen spreektaal begrijpt. De eenheid van de Geest manifesteert zich in de verscheidenheid van het begrijpen. De Kerk is van nature één en veelzijdig, bestemd om in alle landen, onder alle volken en in alle sociale contexten – hoe verscheiden ook - te leven. Zij beantwoordt uitsluitend aan haar roeping, voor heel het mensengeslacht een teken en instrument van eenheid te zijn Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 1, indien zij haar autonomie bewaart ten opzichte van iedere Staat of iedere cultuur in het bijzonder. De Kerk moet steeds en overal waarachtig, katholiek en universeel zijn, het huis van allen waarin ieder zich kan terugvinden.

Het verhaal uit de Handelingen van de Apostelen biedt ons ook een ander zeer concreet vertrekpunt. De universaliteit van de Kerk wordt uitgedrukt door de opsomming van de volken volgens de oude traditie: “Parten, Meden en Elamieten …” enz. Men kan bemerken dat de heilige Lucas het getal 12 overstijgt, dat altijd reeds een uitdrukking van universaliteit was. Hij kijkt verder dan de horizonten van Azië en Noord-West-Afrika en voegt drie andere elementen bij: de “Romeinen”, dat wil zeggen de Westerse wereld; “Joden en proselieten”, wat de eenheid inhoudt tussen Israël en de wereld op een nieuwe manier ; en tenslotte “Kretenzen en Arabieren”, die het Westen en het Oosten vertegenwoordigen, de eilanden en het vasteland. Deze opening van de horizonten bevestigt uiteindelijk het nieuwe van Christus in de dimensie van de menselijke ruimte, van de mensengeschiedenis: bij de Heilige Geest zijn mensen en volken betrokken; door hen gaat Hij doorheen muren en hindernissen.

Met Pinksteren manifesteert de Heilige Geest zich als een vuur. Zijn vlam is over de verzamelde leerlingen neergedaald, zij heeft zich in hen ontstoken en hun nieuwe geestdrift gegeven voor God. Zo wordt werkelijkheid wat de Heer Jezus voorzegd had: “Vuur ben Ik op aarde komen brengen, en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait!” (Lc. 12, 49). De apostelen met de gelovigen van verschillende gemeenschappen brachten deze Goddelijke vlam tot aan de uiteinden van de aarde; zo hebben zij een weg voor de mensheid gebaand, een lichtende weg, en hebben zij met God samengewerkt die door Zijn vuur het aanschijn van de aarde wil vernieuwen. Hoe verschilt dit vuur van oorlogen en bommen! Hoe verschilt de vuurhaard van Christus door de Kerk verkondigd, van degene die aangestoken wordt door dictators van alle tijden, ook in de laatste eeuw, die een verbrande aarde achter zich laten. Het vuur van God, het vuur van de Heilige Geest, is dat van de doornstruik die in vlam staat maar niet opbrandt Vgl. Ex. 3, 2 . Het is een vlam die brandt maar niet vernietigt; in tegendeel door te branden laat zij het beste en meest waarachtige van de mens aan het licht komen; als in een samensmelting laat zij haar innerlijke vorm zien, haar roeping tot de waarheid en de liefde.
Een Kerkvader, Origines, geeft in één van zijn homilieën over Jeremias, een woord dat aan Jezus toegeschreven wordt; het staat niet in de Heilige Schrift maar is misschien authentiek : “Wie aan Mijn zijde staat, staat aan de kant van het vuur” Origenes van Alexandrië, Homilie over Jeremias, In Jeremiae Hom.. L. I (III). In Christus woont namelijk Gods volheid, die in de Bijbel met vuur vergeleken wordt. Wij hebben zopas gezien dat de vlam van de heilige Geest brandt maar niet verbrandt. En nochtans bewerkt ze een transformatie en daarom moet zij iets in de mens verteren, de resten die hem bederven en die zijn relaties met God en de naaste hinderen. Maar deze uitwerking van het Goddelijk vuur beangstigt ons, wij hebben schrik ons eraan te verbranden, wij verkiezen te blijven zoals we zijn. Dat heeft te maken met het feit dat ons leven zeer dikwijls geleid wordt door een logica van het hebben, van bezit en niet van zelfgave. Velen geloven in God en bewonderen de figuur van Jezus Christus maar wanneer Hij hun vraagt iets van zichzelf te verliezen, zetten ze een stap achteruit; zij hebben angst voor de eisen die het geloof stelt. Angst om iets moois te moeten opgeven, waaraan we gehecht zijn; angst, dat het volgen van Christus onze vrijheid, bepaalde ervaringen, een deel van onszelf berooft. Van de ene kant willen wij met Jezus zijn, Hem van nabij volgen en van de andere kant hebben we angst van de gevolgen die dat meebrengt.
Dierbare broeders en zusters, wij moeten dikwijls kunnen horen wat de Heer Jezus tot Zijn vrienden herhaalde: “Heb geen angst”. Zoals Simon Petrus en de anderen, moeten wij ons hart, dat steeds onderworpen is aan menselijke zwakheden, laten omvormen door Zijn aanwezigheid en genade. Wij moeten kunnen erkennen dat iets verliezen, zelfs zichzelf verliezen voor de ware God, de God van de liefde en het leven, in werkelijkheid winst is, zich vollediger terugvinden. Wie zich aan Jezus overgeeft, ervaart reeds in dit leven de vrede en vreugde van het hart, die de wereld niet kan geven noch ontnemen eens dat God ze ons heeft gegeven. Het loont dus de moeite zich te laten raken door het vuur van de Heilige Geest! De pijn die het ons bezorgt, is noodzakelijk voor onze transformatie. Dat is de werkelijkheid van het kruis: het is niet voor niets dat in de taal van Jezus, het vuur vooral een voorstelling is van het mysterie van het kruis, zonder hetwelk het christendom niet bestaat. Daarom verheffen wij, door deze woorden van leven verlicht en gesterkt, onze aanroeping: Kom, Heilige Geest! Ontsteek in ons het vuur van Uw liefde!Wij weten dat dit een gewaagd gebed is, waarmee wij vragen geraakt te worden door de vlam van God; maar wij weten dat deze vlam – en zij alleen – de macht heeft ons te redden. Wij willen, om ons leven te verdedigen, het eeuwige leven niet verliezen dat God ons wil geven. Wij hebben het vuur van de Heilige Geest nodig, want alleen de Liefde koopt vrij.

Amen.

Document

Naam: EENHEID DIE ALLE MENSELIJKE GRENZEN OVERSTIJGT, EN GEMEENSCHAP: HERKENNINGSTEKENEN VAN DE GEEST
Op het Hoogfeest van Pinksteren (2010) - Sint Pietersbasiliek
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 23 mei 2010
Copyrights: © 2010, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 21 juni 2014

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam