• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DRIEVOUDIGE ZENDING VAN DE PRIESTER (3) - DE LEIDING
9e catechese in de reeks naar aanleiding van het Jaar van de Priester

Dierbare broeders en zusters,

Het Jaar van de Priester loopt ten einde; daarom ben ik in de laatste catecheses beginnen te spreken over de wezenlijke taken van de priester, namelijk: onderrichten, heiligen en besturen. Ik heb reeds twee catecheses gegeven, Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Drievoudige zending van de priester (1) - het onderricht
6e catechese in de reeks naar aanleiding van het Jaar van de Priester
(14 april 2010)
, meer bepaald door de Sacramenten, en Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Drievoudige zending van de priester (2) - de heiliging
8e catechese in de reeks naar aanleiding van het Jaar van de Priester
(5 mei 2010)
. Er rest me dus vandaag nog te spreken over de zending van de priester om dat deel van het volk dat God hem toevertrouwd heeft, te besturen, te leiden, met het gezag van Christus, niet het zijne.

Hoe in de huidige cultuur deze dimensie begrijpen die het begrip autoriteit impliceert, en haar oorsprong vindt in de opdracht van de Heer Zijn kudde te weiden? Wat is voor ons Christenen, het gezag werkelijk? De culturele, politieke en historische ervaringen in het recente verleden, meer bepaald de dictaturen in Oost- en West-Europa tijdens de XXe eeuw, hebben de hedendaagse mens wantrouwig gemaakt ten overstaan van dit begrip. Een wantrouwen dat zich heel dikwijls vertaalt in het affirmeren van de noodzaak om ieder gezag te verwerpen dat niet uitsluitend van de mens komt en niet aan hem onderworpen is, dat niet door hem gecontroleerd wordt. Maar juist de regimes die in de laatste eeuw terreur en dood gezaaid hebben, herinneren ons er sterk aan dat gezag dat in gelijk welk milieu uitgeoefend wordt zonder enige referentie naar het Transcendente, dat zich losmaakt van het hoogste Gezag dat God is, zich uiteindelijk onvermijdelijk tegen de mens keert. Het is daarom belangrijk te erkennen dat menselijk gezag nooit een doel is, doch altijd en uitsluitend een middel en dat het doel, noodzakelijk en in iedere tijd, altijd de mens is, door God geschapen met een eigen tastbare waardigheid en geroepen om op de aardse weg van zijn bestaan en in het eeuwig leven in relatie te zijn met zijn Schepper; het is een gezag dat uitgeoefend wordt in verantwoordelijkheid tegenover God, tegenover de Schepper. Gezag dat zo begrepen wordt, dat als enige doel heeft het ware welzijn van de mensen te dienen en transparant te zijn voor het enige hoogste Goed dat God is, is niet alleen niet vreemd aan de mens doch is in tegendeel een kostbare hulp op de weg naar de volle verwezenlijking in Christus, naar het heil.

De Kerk wordt geroepen en engageert zich om dit soort van gezag uit te oefenen, dat een dienst is, en zij beoefent het niet in eigen naam maar in naam van Jezus Christus die van de Vader alle macht gekregen heeft in de hemel en op aarde. Vgl. Mt. 28, 18 Door de herders van de Kerk weidt Christus inderdaad Zijn kudde: Hij is degene die ze leidt, beschermt, verbetert, omdat Hij diep van haar houdt. Maar de Heer Jezus, hoogste Herder van onze zielen, heeft gewild dat het college van de apostelen, vandaag de bisschoppen, in gemeenschap met de opvolger van Petrus, en de priesters, hun kostbaarste medewerkers, deelnemen aan Zijn zending om zorg te dragen voor het volk van God, om opvoeders te zijn in het geloof door de christengemeenschap te oriënteren, te bezielen en te steunen, of zoals het Concilie zegt “dat iedere gelovige in de Heilige Geest wordt gebracht tot ontplooiing van zijn eigen roeping, tot een oprechte en werkzame liefde en tot de vrijheid waartoe Christus ons heeft bevrijd”. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 6 Iedere herder is bijgevolg de tussenpersoon door wie Christus zelf de mensen liefheeft: door ons ambt – dierbare priesters – door onze bemiddeling bereikt de Heer de zielen, onderricht Hij hen, beschermt en leidt Hij hen. De heilige Augustinus zegt in zijn “H. Augustinus
In Iohannis Evangelium Tractatus ()
”: “Het weiden van de kudde van de Heer weze dus een liefdesengagement”; H. Augustinus, In Iohannis Evangelium Tractatus. 123, 5 dat is de hoogste gedragsregel van Gods bedienaars, een onvoorwaardelijke liefde, zoals die van de Goede Herder, van vreugde vervuld, voor iedereen open, aandachtig voor de naaste en vol zorg voor wie veraf staan, Vgl. H. Augustinus, Toespraken. 340,1 Vgl. H. Augustinus, Toespraken. 46,15 fijngevoelig voor de zwaksten, kleinsten, simpelsten, voor de zondaars, om Gods oneindige barmhartigheid te tonen met geruststellende woorden van hoop. Vgl. H. Augustinus, Brieven, Epistulae. 95,1

Wanneer deze pastorale taak gebaseerd is op het Wijdingssacrament, is de doeltreffendheid ervan niet afhankelijk van het persoonlijk leven van de priester. Om een herder naar Gods hart te zijn, Vgl. Jer. 3, 15 is een diepe verworteling nodig in de levende vriendschap met Christus, niet alleen van het verstand, maar ook van de vrijheid en de wil, een duidelijk besef van de identiteit die in de priesterwijding ontvangen werd, onvoorwaardelijke beschikbaarheid om de kudde te leiden die de priester toevertrouwd werd, daar waar de Heer wil en niet wat het meest geschikt of gemakkelijkst schijnt. Dat vraagt vooreerst de blijvende en progressieve beschikbaarheid om Christus het priesterlijk leven van de priester te laten besturen. Immers, niemand is werkelijk in staat de kudde van Christus te weiden indien hij geen diepe en werkelijke gehoorzaamheid beleeft aan Christus en de Kerk, en de volgzaamheid van het volk aan zijn priesters hangt af van de volgzaamheid van de priesters tegenover Christus; daarom ligt aan de basis van het pastorale ambt steeds de persoonlijke en constante ontmoeting met de Heer, diepe kennis van Zijn Persoon, overeenstemming van de eigen wil aan de wil van Christus.

In de loop van de laatste decennia heeft men dikwijls het adjectief “pastoraal” gebruikt, bijna in tegenstelling met het begrip “hiërarchisch”, en ook de idee “gemeenschap” werd in dezelfde tegenstelling geïnterpreteerd. Het betreft hier misschien een punt waarbij een korte opmerking over de term “hiërarchie” nuttig kan zijn, waarmee traditioneel verwezen wordt naar de sacramentele gezagsstructuur in de Kerk, die volgens de drie niveaus van het Wijdingssacrament geordend is: bisschopsambt, priesterambt en diaconaat. In de publieke opinie overheerst in deze hiërarchische realiteit, het element ondergeschiktheid en het juridische element; daarom lijkt voor vele mensen de idee van hiërarchie in tegenstelling met de soepelheid en vitaliteit van de pastorale betekenis en ook in tegenstelling met de nederigheid van het Evangelie. Maar het gaat om een verkeerd begrip van de hiërarchie, dat komt ook door een historisch standpunt ten overstaan van de misbruiken van het gezag en het carrièrisme, die inderdaad misbruiken zijn en niet voortkomen uit het feitelijk bestaan van de hiërarchie. Volgens de algemene opinie is hiërarchie altijd verbonden met dominantie en stemt zij daarom niet overeenkomt met de ware zin van de Kerk, van eenheid in liefde voor Christus. Maar zoals ik zei, gaat het om een verkeerde interpretatie, die haar oorsprong heeft in de misbruiken tijdens de geschiedenis; zij beantwoordt echter niet aan de ware betekenis van hiërarchie.

Laten wij bij het woord beginnen. Over het algemeen zegt men dat de betekenis van het woord hiërarchie “sacrale dominantie” zou zijn, doch dat is niet haar ware betekenis, wel “sacrale oorsprong”, dat wil zeggen dat dit gezag niet van de mens zelf komt maar zijn oorsprong heeft in het sacrale, in het sacrament; het onderwerpt de mens dus aan zijn roeping, aan het mysterie van Christus; het maakt van de mens een dienaar van Christus en slechts als dienaar van Christus kan hij besturen, leiding geven omwille van Christus en met Christus. Daarom is de hiërarchie voor wie binnentreedt in de heilige Orde van het Wijdingssacrament, geen autocratie; hij treedt binnen in een nieuwe band van gehoorzaamheid met Christus: hij is aan Hem verbonden in de gemeenschap van de andere leden van die sacrale Orde, van het Priesterschap. En de paus zelf – referentiepunt van alle andere herders en van de gemeenschap van de Kerk – kan niet doen wat hij wil; in tegendeel, de paus is de behoeder van de gehoorzaamheid aan Christus, aan Zijn woord dat samengevat is in de “regula fidei”, in de Geloofsbelijdenis
Twaalf artikelen van het geloof
Geloofsbelijdenis volgens de Romeinse doopritus
(31 juli 381)
, en hij moet leiding geven in gehoorzaamheid aan Christus en Zijn Kerk. De hiërarchie impliceert dus een drievoudige band: vooreerst die met Christus en de ordening die de Heer aan Zijn Kerk gegeven heeft; vervolgens de band met de andere herders binnen de ene Kerkgemeenschap; en tenslotte, de band met de gelovigen die aan de priester toevertrouwd zijn, binnen de ordening van de Kerk.

Men verstaat dus dat gemeenschap en hiërarchie niet tegengesteld zijn aan elkaar, maar elkaar veronderstellen. Samen vormen zij één enkele zaak (de hiërarchische gemeenschap). Dit is het geval wanneer de herder de kudde leidt en beschermt en wanneer hij voorkomt dat de kudde soms verloren loopt. De bestuursplicht die eigen is aan de priester is niet te begrijpen los van een heldere en expliciet bovennatuurlijke visie. In tegendeel, onderbouwd door een waarachtige liefde voor het heil van iedere gelovige, is zij ook in onze tijd bijzonder kostbaar en noodzakelijk. Het doel is Christus te verkondigen en de mensen naar de heilbrengende ontmoeting met Hem te leiden opdat zij het leven zouden hebben; daarom dient de plicht om leiding te geven zich dus aan als een dienst die beleefd wordt in totale gave voor de opbouw van de kudde in waarheid en heiligheid; hierbij wordt dikwijls tegen de stroom ingegaan en wie de grootste is, moet worden als de kleinste, en wie bestuurt, als degene die dient. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 27

Waar kan een priester vandaag de kracht putten voor deze beoefening van zijn ambt, in totale trouw aan Christus en de Kerk, totaal toegewijd aan de kudde? Er slechts één antwoord: in Christus de Heer. Jezus’ manier van besturen is niet die van dominantie, maar de nederige en liefdevolle dienst van de voetwassing; en Christus’ koningschap over het universum is geen aardse triomf maar vindt zijn hoogtepunt op het kruishout, dat een oordeel wordt voor de wereld en een referentiepunt voor de uitoefening van een gezag dat waarlijk een uitdrukking is van pastorale naastenliefde. De heiligen en onder hen de heilige Jean Marie Vianney, hebben met liefde en toewijding hun plicht uitgeoefend om zorg te dragen voor dat deel van het volk Gods dat hen toevertrouwd was; zij openbaren zich ook als sterke en vastberaden mannen, bezield door het ene doel namelijk het ware welzijn van de zielen te bevorderen, bekwaam om zelf, tot in het martelaarschap, de prijs te betalen van trouw aan de waarheid en gerechtigheid van het Evangelie.
Dierbare priesters, “weidt de kudden van God waarvan gij de herders zijt; hoedt haar zoals God het wil: van harte en niet uit dwang, met toewijding ... toont u een voorbeeld voor de kudde” (1 Pt. 5, 2-3). Heb dus geen angst iedere broeder die Christus u toevertrouwt, naar Hem te leiden, zeker dat ieder woord en iedere handeling vrucht zal dragen als zij voortvloeien uit gehoorzaamheid aan de wil van God; heb waardering voor de kwaliteiten en erken de beperkingen van de cultuur waarin wij leven, in de vaste zekerheid dat de verkondiging van het Evangelie de grootste dienst is die men aan de mens kan bieden. Immers, er is in dit aardse leven geen groter goed dan de mensen naar God te leiden, het geloof te wekken, de mens te onttrekken aan lusteloosheid en wanhoop, hoop te geven dat God nabij is en dat Hij onze persoonlijke geschiedenis en die van de wereld leidt: dat is uiteindelijk de diepe en laatste zin van de bestuursplicht die de Heer ons heeft toevertrouwd. Het gaat erom via een proces van heiliging, Christus te vormen in de gelovigen; dit is een omkering van criteria, waardeschaal, gedragingen, zodat Christus in elke gelovige kan leven. De heilige Paulus vat zijn pastorale activiteit als volgt samen: “Kinderen, ik moet opnieuw weeën om u doorstaan, totdat ge de gestalte van Christus hebt aangenomen” (Gal. 4, 19).
Dierbare broeders en zusters, ik zou u willen uitnodigen met mij, opvolger van Petrus, te bidden, die een eigen plicht heeft in het bestuur van de Kerk van Christus, evenals voor al uw bisschoppen en priesters. Bidt opdat wij voor alle schapen zouden kunnen zorgen, zelfs voor hen die afgeweken zijn van de kudde die ons werd toevertrouwd. Aan u, dierbare priesters, richt ik een hartelijke uitnodiging voor de slotvieringen van het Priesterjaar op 9, 10 en 11 juni hier in Rome: wij zullen mediteren over bekering en zending, over de gave van de Heilige Geest en de band met de Allerheiligste Maagd Maria en wij zullen onze priestergeloften hernieuwen, gesteund door heel het volk Gods.

Dank u!

Document

Naam: DRIEVOUDIGE ZENDING VAN DE PRIESTER (3) - DE LEIDING
9e catechese in de reeks naar aanleiding van het Jaar van de Priester
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 26 mei 2010
Copyrights: © 2010, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 21 juni 2014

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam