• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
THEOLOGISCH COMMENTAAR OP DE VERSCHIJNINGEN VAN FATIMA
PARAGRAAF 3  -  Een poging tot interpretatie van het “geheim” van Fatima

PARAGRAAF 3 - Een poging tot interpretatie van het “geheim” van Fatima

Het eerste en tweede deel van het “geheim” van Fatima werden reeds uitvoerig besproken in de literatuur daarover en het is niet nodig die hier opnieuw te verduidelijken. Ik zou alleen kort de aandacht willen trekken op het meest betekenisvolle punt. In een verschrikkelijk ogenblik hebben de kinderen een visioen van de hel ervaren. Zij zagen de val van de “zielen van de arme zondaars”. En nu wordt hun gezegd waarom zij daaraan blootgesteld geweest zijn: “om hen (de zielen) te redden” – om een weg van heil te tonen. Een zin uit de Eerste Brief van Petrus komt voor de geest: “als gij het einddoel van uw geloof, de redding van uw ziel, bereikt” (1 Pt. 1, 9). Als weg naar dat doel wordt – verrassend voor mensen uit de Angelsaksische en Duitse cultuur – de devotie tot het Onbevlekt Hart van Maria aangewezen. Om dit te begrijpen, zal een korte aanwijzing hier volstaan. “Hart” betekent in Bijbelse taal, het middenpunt van het menselijk bestaan, de verbinding tussen rede, wil, temperament en zintuiglijkheid, waar de mens zijn eenheid en innerlijke oriëntatie vindt. Een “onbevlekt hart” is volgens Mt. 5,8 een hart dat, uitgaande van God, tot een volmaakte innerlijke eenheid gekomen is en dus “God ziet”. (Mt. 5, 8) De “devotie” tot het Onbevlekt Hart van Maria is dus een manier van instemming met de handelwijze van dit Hart, waarin het fiat – Uw wil geschiede – de kern wordt die heel het leven informeert. Indien iemand wil opwerpen dat wij toch niet een menselijk wezen moeten plaatsen tussen Christus en ons, zou men zich moeten herinneren wat Paulus zonder angst tot zijn eigen gemeenten zei: “volgt mij na” Vgl. 1 Kor. 4, 16 Vgl. Fil. 3, 17 Vgl. 1 Tess. 1, 6 Vgl. 2 Tess. 3, 7.9 . Bij de apostel kunnen de gemeenten concreet onderzoeken wat het betekent Christus te volgen. Van wie zouden wij, in alle tijden, beter kunnen leren dan van de Moeder van de Heer?
Zo komen wij tenslotte bij het derde deel van het “geheim” van Fatima, dat hier voor het eerst integraal gepubliceerd wordt. Zoals blijkt uit voorgaande documentatie, werd de interpretatie die kardinaal Sodana gaf in zijn H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Uitleg derde geheim van Fatima - Uitgesproken door Kardinaal Sodano
(13 mei 2000)
, eerst persoonlijk voorgesteld aan zuster Lucia. Zuster Lucia maakte hierover eerst de opmerking dat zij het visioen gekregen had, doch niet de interpretatie ervan. De interpretatie, zei ze, komt niet toe aan de ziener maar aan de Kerk. Doch na de tekst gelezen te hebben, heeft zij gezegd dat deze interpretatie overeenstemt met wat zij ervaren had en dat zij, wat haar betreft, deze interpretatie als juist erkent. Dus in wat volgt, kan men alleen proberen deze interpretatie diepgaander te funderen, uitgaande van de criteria die tot hiertoe ontwikkeld werden.

Als sleutelwoord van het eerste en tweede deel van het “geheim”, hebben wij het woord ontdekt “de zielen redden”; op dezelfde manier is het sleutelwoord van dit (het derde) “geheim” een drievoudige kreet: “boete, boete, boete!”. Het begin van het Evangelie komt ons voor de geest: “bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap” (Mc. 1, 15). De tekenen van de tijd verstaan, betekent de noodzaak begrijpen van boete – van bekering – van geloof. Dat is het juiste antwoord op het historische ogenblik, dat getekend wordt door grote gevaren die door latere beelden zullen uitgedrukt worden. Ik veroorloof mij hier een persoonlijke herinnering te vermelden; in een gesprek met mij heeft zuster Lucia bevestigd, dat het haar steeds duidelijker leek dat het doel van alle verschijningen is, steeds meer te doen groeien in geloof, hoop en liefde – al het overige wil daar alleen toe bijdragen.

Onderzoeken wij de verschillende beelden meer van nabij. De engel met het zwaard van vuur, links van de Moeder Gods, herinnert aan analoge beelden uit de Apocalyps. Hij vertegenwoordigt de dreigende oordeel dat over de wereld hangt. Het vooruitzicht dat de wereld zou kunnen verdwijnen in een vuurzee, lijkt vandaag helemaal geen pure fantasie meer: de mens zelf heeft met zijn uitvindingen het zwaard van vuur bereid. Het visioen toont vervolgens de kracht die zich verzet tegen de vernietigingsmacht – de pracht van de Moeder van God en, enigszins uit deze pracht voortkomend, de oproep tot boete. Op die manier wordt het belang benadrukt van de vrijheid van de mens: de toekomst ligt volstrekt niet vast op een onveranderlijke manier en het beeld dat de kinderen gezien hebben is helemaal geen film die anticipeert op een toekomst waaraan niets zou kunnen veranderd worden. Heel dit visioen doet zich in werkelijkheid alleen voor om de vrijheid te belichten en in een positieve richting te oriënteren. De betekenis van het visioen is dus niet een film over de toekomst die onherstelbaar verstard is. Zijn betekenis is juist het tegendeel, namelijk de krachten mobiliseren om alles ten goede te veranderen. Zo zitten fatalistische verklaringen van het “geheim” volledig op een dwaalspoor wanneer zij bijvoorbeeld beweren dat de dader van de aanslag op 13 mei 1981 eigenlijk een instrument was in Gods plan, door de Voorzienigheid geleid, en dat hij dus niet vrij kon handelen; of andere gelijkaardige ideeën die de ronde doen. Het visioen spreekt eerder over gevaren en de manier om ervan bespaard te worden.
De zinnen die in de tekst volgen, tonen nogmaals zeer duidelijk het symbolische karakter van het visioen: God blijft de Oneindige en het Licht dat heel onze blik overstijgt. De mensen verschijnen zoals in een spiegel. Wij moeten deze interne beperking van het visioen – waarvan de beperking hier visueel aangeduid worden - voortdurend voor ogen houden. De toekomst ontsluiert zich slechts “zoals in een spiegel, onduidelijk” (1 Kor. 13, 12). Nemen wij nu de verschillende beelden in beschouwing die volgen in de tekst van het “geheim”. De plaats van de handeling wordt beschreven door drie symbolen: een steile berg, een grote stad die half in puin ligt en tenslotte een groot kruis van ruwe stammen. De berg en de stad symboliseren de plaats van de mensengeschiedenis: de geschiedenis als een moeizame klim naar de hoogte, de geschiedenis als de plaats voor menselijke creativiteit en samenleving, maar tegelijk een plaats van vernieling waardoor de mens het werk van zijn eigen inspanning vernietigt. De stad kan een plaats zijn van gemeenschap en vooruitgang, maar ook van uiterste gevaren en bedreigingen. Op de berg staat het kruis – eindpunt en referentiepunt van de geschiedenis. Door het kruis wordt de vernietiging omgevormd tot heil; het richt zich op als teken van de ellende van de geschiedenis en als een belofte voor haar.
Hier verschijnen vervolgens twee personen: de bisschop in wit gekleed (“wij hadden het vermoeden dat het de Heilige Vader was”), andere bisschoppen, priesters, mannelijke en vrouwelijke religieuzen en tenslotte mannen en vrouwen van alle rangen en standen. De Paus lijkt de anderen vooraf te gaan, bevend en lijdend omwille van alle verschrikkingen die hem omringen. Niet alleen de huizen van de stad zijn half ingestort, maar zijn weg gaat tussen de lijken door. De weg van de Kerk wordt aldus beschreven als een kruisweg, als een weg in een tijd van geweld, vernieling en vervolging. Men kan in die beelden de geschiedenis zien van een hele eeuw. Zoals de plaatsen van de aarde synthetisch weergegeven worden door twee beelden - de berg en de stad - en gericht zijn naar het kruis, zo worden ook de tijden gecondenseerd voorgesteld: in het visioen kunnen wij de voorbije eeuw erkennen als de eeuw van de martelaars, als de eeuw van het lijden en de vervolging van de Kerk, als de eeuw van de wereldoorlogen en vele plaatselijke oorlogen, die er heel de tweede helft van gevuld hebben en die nieuwe vormen van wreedheid deden ervaren. In de “spiegel” van dit visioen zien wij geloofsgetuigen passeren decennia lang. Hieromtrent lijkt het gepast een zin te vermelden uit de brief die zuster Lucia op 12 mei 1982 schreef aan de Heilige Vader: “Het derde deel van het “geheim” verwijst naar de woorden van Onze-Lieve-Vrouw: “Zo niet zal (Rusland) zijn dwalingen in de wereld verspreiden, oorlogen en Kerkvervolgingen in de hand werkend. De goeden zullen de marteldood sterven, de Heilige Vader zal veel te lijden hebben, verschillende volken zullen vernietigd worden”.
In de kruisweg van deze eeuw, heeft de figuur van de Paus een bijzondere rol. In zijn moeizame beklimming van de berg kunnen wij zonder enige twijfel verschillende Pausen verzameld zien die sinds Pius X tot en met de huidige Paus, het lijden van deze eeuw gedeeld hebben en zich ingespannen hebben te midden van dit lijden vooruit te gaan op de weg die leidt naar het kruis. In het visioen wordt ook de Paus op de weg van de martelaars gedood. Moest de Paus, wanneer hij na de aanslag van 13 mei 1981 de tekst van het derde deel van het “geheim” liet brengen, er zijn eigen lot niet in herkennen? Hij is heel dicht bij de poort van de dood geweest en heeft zelf verklaard hoe hij gered werd: “Een moederlijke hand heeft de baan van de kogel geleid en de stervende paus bleef staan op de drempel van de dood” (13 mei 1994). Dat hier een “moederlijke hand” de dodelijke kogel heeft afgeleid, toont nogmaals dat er geen onveranderlijk lot bestaat, dat geloof en gebed krachten zijn die de geschiedenis kunnen beïnvloeden, dat gebed uiteindelijk sterker is dan wapens, geloof krachtiger dan verdeeldheid.
Het besluit van het “geheim” herinnert aan beelden die zuster Lucia kan gezien hebben in boeken over vroomheid en waarvan de inhoud voortkomt uit vroegere intuïties van het geloof. Het is een troostvol visioen, volgens hetwelk een geschiedenis van bloed en tranen doordrongen is van de kracht van Gods genezing. Engelen vangen onder de armen van het kruis het bloed op van de martelaars en bevloeien zo de zielen die tot God naderen. Het bloed van Christus en het bloed van de martelaars moeten samen gezien worden: het bloed van de martelaars welt op uit de armen van het kruis. Hun martelaarschap voltrekt zich solidair met het lijden van Christus, het vormt er één geheel mee. De martelaars vullen voor het Lichaam van Christus aan wat nog aan Zijn lijden ontbreekt Vgl. Kol. 1, 24 . Hun leven is zelf eucharistie geworden, ingelijfd in het mysterie van de graankorrel die sterft en vruchtbaar wordt. Het bloed van de martelaars is zaad voor de christenen, zei Tertullianus. Zoals uit de dood van Christus, uit Zijn open zijde, de Kerk geboren werd, zo is de dood van de getuigen vruchtbaar voor het toekomstige leven van de Kerk. Het visioen van het derde deel van het “geheim”, zo beangstigend bij de aanvang, eindigt dus met een beeld van hoop: geen enkel lijden is nutteloos en juist een lijdende Kerk, een Kerk van martelaars, wordt een wegwijzer voor de mens die op zoek is naar God. In de liefdevolle handen van God worden niet alleen mensen opgevangen die lijden zoals Lazarus, die grote vertroosting gevonden heeft en op mysterieuze wijze een voorstelling is van Christus, van Hem die voor ons de arme Lazarus is willen worden; maar er is nog meer: uit het lijden van de getuigen komt een kracht van zuivering en vernieuwing, omdat zij een actualisering is van het lijden van Christus zelf en daar vandaag de heilbrengende doeltreffendheid van doorgeeft.
Zo zijn wij gekomen bij een laatste vraag: wat betekent het “geheim” van Fatima in zijn geheel (in de drie delen ervan)? Wat zegt het ons? Vooreerst moeten wij met H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Uitleg derde geheim van Fatima - Uitgesproken door Kardinaal Sodano
(13 mei 2000)
zeggen: “De situaties waarnaar het derde deel van het “geheim” van Fatima verwijst, lijken van nu af tot het verleden te behoren”. Zoals de bijzondere gebeurtenissen voorgesteld worden, behoren zij voortaan tot het verleden. Wie opwindende apocalyptische onthullingen had verwacht over het einde van de wereld en het toekomstige verloop van de geschiedenis, zal ontgoocheld zijn. Fatima geeft geen dergelijke voldoening aan onze nieuwsgierigheid, zoals het christelijk geloof trouwens in het algemeen geen voedsel voor onze nieuwsgierigheid wil zijn en kan zijn. Wat blijft, dat hebben wij gezien van bij het begin van onze overweging van de tekst van het “geheim”: de oproep tot gebed als weg voor het “heil van de zielen” en in dezelfde zin, de oproep tot boete en bekering.

Ik zou tenslotte nog een ander sleutelwoord van het “geheim” willen hernemen, dat terecht beroemd geworden is: “Mijn Onbevlekt Hart zal overwinnen”. Wat betekent dat? Het Hart dat open staat voor God, gezuiverd door het schouwen van God, is sterker dan geweren en wapens van alle soort. Het fiat van Maria, het woord van Haar hart, heeft de geschiedenis van de wereld veranderd omdat Zij de Verlosser in de wereld gebracht heeft – want, dank zij Haar “ja” kon God mens worden in onze wereld en dit voor altijd blijven. De boze heeft macht over deze wereld, wij zien het en ervaren het voortdurend; hij heeft macht omdat onze vrijheid zich voortdurend laat afleiden van God. Maar sinds God zelf een mensenhart heeft en door dit feit de vrijheid van de mens naar het goede, naar God heeft gekeerd, heeft de vrijheid voor het kwaad niet meer het laatste woord. Sindsdien dringen de woorden zich op: “Weliswaar leeft gij in de wereld in verdrukking, maar hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnen” (Joh. 16, 33). De boodschap van Fatima nodigt ons uit op deze belofte te vertrouwen.

Joseph Kard. Ratzinger
Prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer

Document

Naam: THEOLOGISCH COMMENTAAR OP DE VERSCHIJNINGEN VAN FATIMA
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Joseph Kardinaal Ratzinger
Datum: 13 mei 2000
Copyrights: © 2003, Libreria Editrice Vaticana
© 2010 Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 5 juli 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam