• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DRIEVOUDIGE ZENDING VAN DE PRIESTER (1) - HET ONDERRICHT
6e catechese in de reeks naar aanleiding van het Jaar van de Priester

Dierbare vrienden,

In deze Paastijd die ons bij Pinksteren brengt en ons ook leidt naar de slotvieringen van het Jaar van de Priester, die geprogrammeerd zijn voor 9, 10 en 11 juni aanstaande, zou ik nog enkele overwegingen willen wijden aan het gewijd Priesterambt en stilstaan bij de vruchtbare werkelijkheid die bestaat in de gelijkvormigheid van de priester met Christus het Hoofd, in de uitoefening van de “tria munera” die hij ontvangt, de drie taken namelijk van onderrichten, heiligen en besturen.

In persona Christi Capitis - in de persoon van Christus, het Hoofd

Om te begrijpen wat optreden van de priester “in persona Christi Capitis” – in de persoon van Christus, het Hoofd – is, evenals de gevolgen die voortvloeien uit de plicht de Heer te vertegenwoordigen, vooral bij de uitoefening van deze drie taken, dient men vooreerst uit te leggen wat onder “vertegenwoordiging” verstaan wordt. De priester vertegenwoordigt Christus. Wat betekent iemand “vertegenwoordigen”? In de omgangstaal wil dat over het algemeen zeggen, van iemand de opdracht ontvangen om in zijn plaats aanwezig te zijn, in zijn plaats te spreken en te handelen, omdat degene die vertegenwoordigd wordt, bij de concrete activiteit niet aanwezig kan zijn. Wij stellen ons de vraag: vertegenwoordigt de priester de Heer op dezelfde manier? Het antwoord is 'nee', want in de Kerk is Christus nooit afwezig, de Kerk is Zijn levend lichaam en Hij is het Hoofd van de Kerk, in haar aanwezig en werkzaam. Christus is nooit afwezig, Hij is zelfs zo aanwezig dat Hij totaal bevrijd is van de beperkingen van ruimte en tijd, dank zij de verrijzenis die wij in deze Paastijd op een bijzondere manier beschouwen.

Daarom treedt de priester die “in persona Christi Capitis” handelt en Christus vertegenwoordigt, nooit op in naam van een afwezige maar in de Persoon van de verrezen Christus zelf, die door Zijn werkelijk concrete handeling aanwezig komt. Hij handelt werkelijk en realiseert wat de priester niet zou kunnen: de consecratie van wijn en brood opdat zij werkelijk aanwezigheid van de Heer zouden zijn, de vergiffenis van de zonden. De Heer brengt Zijn handeling tegenwoordig in de persoon die deze gebaren voltrekt. Deze drie plichten van de priester – die de Traditie heeft herkend in de verschillende zendingswoorden van de Heer: onderrichten, heiligen en besturen – zijn in hun onderscheid en diepe eenheid een specificatie van deze concrete vertegenwoordiging. Het zijn eigenlijk de drie activiteiten van de verrezen Christus, dezelfde die vandaag in de Kerk en in de wereld leert en zo het geloof tot stand brengt, Zijn volk bijeenbrengt, de waarheid tegenwoordig brengt en de gemeenschap van de universele Kerk werkelijk opbouwt; dezelfde die heiligt en leiding geeft.

Munus docendi - onderricht geven

De eerste plicht waarover ik vandaag zou willen spreken is de “munus docendi”, dat wil zeggen onderricht geven. Vandaag lijkt de “munus docendi” van de Kerk die concreet beoefend wordt door het ambt van elke priester, bijzonder belangrijk. Wij leven in grote verwarring inzake de fundamentele keuzes van ons leven, vragen over de wereld, vanwaar wij komen, waar wij naartoe gaan, wat wij moeten doen om het goede te doen, hoe wij moeten leven, welke waarden echt ter zake doen. In verband met dat alles, bestaan vele tegengestelde filosofieën die komen en gaan, en zo verwarring veroorzaken aangaande fundamentele beslissingen over onze manier van leven, want dikwijls weten wij niet meer waardoor en waarom wij gemaakt werden en waar wij naartoe gaan. In deze situatie wordt het woord van de Heer werkelijkheid, die medelijden had met de menigte omdat zij als schapen zijn zonder herder. Vgl. Mc. 6, 34 De Heer had deze vaststelling gedaan toen Hij de duizenden mensen zag die Hem naar de woestijn waren gevolgd, want ten overstaan van de verscheidenheid aan stromingen in die tijd, kenden zij de ware zin van de Schrift niet meer, wisten ze niet meer wat God zegt. De Heer, door medelijden bewogen, interpreteerde Gods woord, Hij is zelf Gods woord en zo gaf Hij richting. Dat is de functie “in persona Christi” van de priester: in de verwarring en desoriëntatie van onze tijd, het licht van Gods woord aanwezig brengen, het licht dat Christus zelf is in onze wereld aanwezig brengen. De priester onderricht dus niet zijn eigen ideeën, een filosofie die hijzelf heeft uitgevonden, die hij gevonden heeft of die hem bevalt; de priester spreekt niet uit zichzelf, hij spreekt niet voor zichzelf, eventueel om bewonderaars te hebben of zijn partij; hij zegt geen dingen die van hem komen, zijn uitvindingen, maar in de verwarring van alle filosofieën onderricht de priester in naam van de aanwezige Christus, presenteert hij de waarheid die Christus zelf is, Zijn woord, Zijn manier van leven en voorwaarts gaan. Voor de priester geldt, wat Christus van zichzelf gezegd heeft: “Mijn leer is niet van Mij” (Joh. 7, 16); dat betekent dat Christus niet zichzelf aanbiedt; als Zoon is Hij de stem, het woord van de Vader. Ook de priester moet altijd zo spreken en handelen: “mijn leer is niet de mijne, ik verspreid niet mijn ideeën of wat mij bevalt, maar ik ben de mond en het hart van Christus en ik breng deze unieke en gemeenschappelijke leer aanwezig, die de universele Kerk creëerde en het eeuwig leven creëert”.

Dit feit, dat de priester niet zijn eigen ideeën creëert en verkondigt omdat de leer die hij verkondigt niet de zijne is maar die van Christus, betekent anderzijds niet dat hij neutraal is, een soort woordvoerder die een tekst leest die hij misschien niet tot de zijne maakt. Ook in dat geval geldt Christus’ voorbeeld die gezegd heeft: Ik behoor mezelf niet toe en leef niet voor mijzelf, maar Ik kom van de Vader en leef voor de Vader. Daarom is in deze diepe identificatie, de leer van Christus die van de Vader, Hijzelf is één met de Vader. De priester die het woord van Christus, het geloof van de Kerk en niet zijn eigen gedacht verkondigt, moet ook zeggen: ik behoor mezelf niet toe en leef niet voor mijzelf, maar ik leef met Christus en van Christus en wat Christus gezegd heeft wordt dus mijn woord, zelfs indien het niet het mijne is. Het leven van de priester moet zich met Christus identificeren en zo is het woord niet het zijne, maar wordt nochtans een diep persoonlijk woord. De heilige Augustinus heeft aangaande dit onderwerp, over priesters gezegd: “En wij, wat zijn we? Bedienaars (van Christus), Zijn dienaars; want wat wij u geven, is niet van ons, maar halen wij bij Hem. En ook wij, wij leven daarvan, want wij zijn dienaars, evenals gij”. H. Augustinus, Toespraak 229/E,4

Het onderricht dat de priester geroepen is te brengen, de geloofswaarheden, moeten verinnerlijkt en beleefd worden in een intense persoonlijke spirituele weg, zodanig dat de priester werkelijk in diepe innerlijke gemeenschap treedt met Christus zelf. De priester gelooft, ontvangt en probeert vooral zelf te leven wat de Heer geleerd heeft en de Kerk heeft overgeleverd, op deze weg van identificatie met het eigen ambt waarvan de heilige Jean-Marie Vianney de modelgetuige is. Vgl. Paus Benedictus XVI, Brief, Aan de priesters bij het begin van het "Jaar van de priester" bij gelegenheid van de 150e "dies natalis" van Johannes Maria Vianney (16 juni 2009), 7 “Verenigd in dezelfde liefde – zegt de heilige Augustinus nog – zijn wij allen toehoorders van Degene die voor ons in de hemel de enige Leraar is”. H. Augustinus, Enarrationes in Psalmos. 131, 1.7

De stem van de priester zou bijgevolg kunnen gelijken op de “stem van iemand die roept in de woestijn” (Mc. 1, 3); en juist daarin ligt zijn profetische kracht: in het feit nooit door een cultuur of heersende mentaliteit officieel bekrachtigd te zijn of te kunnen zijn, maar het uniek nieuwe te tonen dat een diepe en authentieke vernieuwing van de mens tot stand kan brengen, namelijk dat Christus de Levende is, de nabije God, de God die in het leven en voor het leven van de wereld werkzaam is en ons de waarheid geeft, de levenswijze.

Bij de zorgvuldige voorbereiding van de zondagspreek, zonder die van andere dagen uit te sluiten, bij de inspanning van catechetische opleiding, in scholen, academische instituten en bijzonder in het ongeschreven boek dat het leven zelf is, is de priester altijd “professor”, onderricht hij. Maar niet met de aanmatiging van iemand die zijn eigen waarheden oplegt, doch met de nederige en blijde zekerheid van iemand die de Waarheid ontmoet heeft, erdoor gegrepen werd en getransformeerd en dus niet anders kan dan ze te verkondigen. Voor het priesterschap kan niemand op zijn eentje kiezen, het is geen manier om zekerheid te vinden in het leven, om een sociale positie te verwerven: niemand kan het zichzelf geven, noch op zijn eentje zoeken. Het priesterschap is het antwoord op de roeping van de Heer, op Zijn wil, om verkondigers te worden niet van een persoonlijke waarheid, doch van Zijn waarheid.

Dierbare broeders in het priesterambt, het Christenvolk verwacht in ons onderricht de ware leer van de Kerk te horen, om Christus opnieuw te kunnen ontmoeten, wat vreugde geeft, vrede en heil. De Heilige Schrift, de geschriften van de Kerkvaders en Kerkleraars, de Catechismus-Compendium
Catechismus van de Katholieke Kerk
(15 augustus 1997)
zijn in dit opzicht onmisbare referenties bij de uitoefening van de “munus docendi”, die zo wezenlijk is voor de bekering, de weg van het geloof en het heil van de mensen. “Priesterwijding wil zeggen: ondergedompeld zijn (…) in de Waarheid”. Paus Benedictus XVI, Homilie, Over het priesterschap - Witte Donderdag 2009 tijdens de Chrismamis - Basiliek St. Jan van Lateranen, Heilig hen in de waarheid, Uw woord is waarheid (Joh. 17, 17) (9 apr 2009), 6 Deze Waarheid is niet gewoon een begrip of geheel van ideeën om door te geven en zich eigen te maken, maar is de Persoon van Christus, met wie, voor wie en in wie geleefd moet worden en dit maakt de verkondiging noodzakelijk actueel en begrijpelijk. Alleen het besef van een Waarheid die Persoon werd in de menswording van de Zoon, rechtvaardigt de opdracht tot missioneren: “Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het Evangelie aan heel de schepping” (Mc. 16, 15). Uitsluitend wanneer Hij de Waarheid is, is Hij bestemd voor heel de schepping en is Hij niet de oplegging van iets, doch de openheid van het hart voor datgene waarvoor het geschapen werd.

Geliefde broeders en zusters, de Heer heeft de priesters een grote taak toevertrouwd: verkondigers van Zijn woord te zijn, van de Waarheid die redt; Zijn stem zijn in de wereld om te brengen wat bijdraagt tot het ware welzijn van de ziel en de authentieke weg van het geloof. Vgl. 1 Kor. 6, 12 Moge de heilige Jean-Marie Vianney een voorbeeld zijn voor alle priesters. Hij was een man met grote wijsheid en heldhaftige sterkte om weerstand te bieden aan de culturele en sociale druk van zijn tijd zodat hij de mensen naar God kon leiden: simpelheid, trouw en promptheid waren de essentiële karakteristieken van zijn predicatie, de transparantie van zijn geloof en heiligheid. Het Christenvolk werd erdoor opgebouwd zoals dit het geval is voor de authentieke leraars in onze tijd, het erkent in hen het licht van de Waarheid. Het erkent uiteindelijk wat men altijd in een priester zou moeten herkennen: de stem van de Goede Herder.

Document

Naam: DRIEVOUDIGE ZENDING VAN DE PRIESTER (1) - HET ONDERRICHT
6e catechese in de reeks naar aanleiding van het Jaar van de Priester
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 14 april 2010
Copyrights: © 2010, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 29 augustus 2016

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam