• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. BONAVENTURA (2) - ZIJN DENKEN EN WERKEN

Geliefde broeders en zusters,

Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Bonaventura (1) - zijn leven
(3 maart 2010)
heb ik gesproken over het leven en de persoonlijkheid van de heilige Bonaventura van Bagnoregio. Vanmorgen zou ik dit willen voortzetten door stil te staan bij een deel van zijn literair werk en doctrine.

Zoals ik reeds zei, is één van de verdiensten van de heilige Bonaventura, een authentieke en trouwe interpretatie van de figuur van de heilige Franciscus van Assisi, die hij met veel liefde vereerd en bestudeerd heeft. Ten tijde van de heilige Bonaventura was een stroming onder de minderbroeders, “spirituelen” genoemd, in het bijzonder van mening dat met de heilige Franciscus een totaal nieuwe periode in de geschiedenis begonnen was en dat het “eeuwige Evangelie” waarover de Apocalyps spreekt, verschenen was, dat het Nieuwe Testament verving. Deze groepering beweerde dat de rol van de Kerk in de geschiedenis nu uitgespeeld was en vervangen door een charismatische gemeenschap van vrije mannen, innerlijk geleid door de Geest, namelijk de “spirituele Franciscanen”. Aan de basis van de ideeën van deze groepering lagen de geschriften van een cisterciënzer abt, Joachim van Flore, gestorven in 1202. In zijn werken gaf hij de mening te kennen dat er een trinitair ritme van de geschiedenis bestaat. Hij beschouwde het Oude Testament als het tijdperk van de Vader, gevolgd door het tijdperk van de Zoon en de Kerk. Men diende nog te wachten op het derde tijdperk, dat van de Heilige Geest. Heel de geschiedenis moest geïnterpreteerd worden als een geschiedenis van vooruitgang: van de gestrengheid van het Oude Testament naar de relatieve vrijheid in de tijd van de Zoon, in de Kerk, tot de totale vrijheid van de kinderen van God in de periode van de Heilige Geest, die uiteindelijk ook de periode moet zijn van vrede onder de mensen, verzoening tussen volken en godsdiensten. Joachim van Flore had de hoop gewekt dat het begin van de nieuwe tijd zou komen uit een nieuw monnikendom. Het is dus begrijpelijk dat een groepering van Franciscanen in de heilige Franciscus van Assisi de initiator dacht te zien van een nieuwe tijd en in zijn Orde de gemeenschap van de nieuwe tijd – de gemeenschap van de tijd van de Heilige Geest, die de hiërarchische Kerk achter zich liet om de nieuwe Kerk van de Geest te beginnen, niet meer gebonden aan de oude structuren.
Er bestond dus het gevaar van een zeer ernstig misverstand rond de boodschap van de heilige Franciscus, van zijn nederige trouw aan het Evangelie en de Kerk, en deze dubbelzinnigheid hield een verkeerde visie in op het christendom in zijn geheel.

De heilige Bonaventura die in 1257 minister generaal van de Franciscaanse Orde werd, stond tegenover een grote spanning in de schoot van zijn Orde, omwille van hen die vasthielden aan de verkeerde stroming van de “spirituele Franciscanen” die naar Joachim van Flore verwijzen. Juist om aan die groepering te beantwoorden en de eenheid aan de Orde terug te geven, bestudeerde de heilige Bonaventura zorgvuldig de authentieke geschriften van Joachim van Flore evenals de geschriften die aan hem werden toegeschreven en vanuit de noodzaak om de persoon en de boodschap van zijn veelgeliefde heilige Franciscus juist voor te stellen, wou hij een juiste visie geven op de theologie van de geschiedenis. De heilige Bonaventura behandelde dit probleem in zijn laatste werk, een verzameling van conferenties voor de monniken ten tijde van Parijs, die onvolledig gebleven was en tot ons kwam door transcripties van de toehoorders, met als titel “H. Bonaventura
Collationes in Hexaëmeron ()
”, namelijk een allegorische verklaring van de zes scheppingsdagen. De Kerkvaders beschouwden de zes of zeven dagen van het scheppingsverhaal als een profetie over de geschiedenis van de wereld, van de mensheid. De zeven dagen vertegenwoordigen voor hen zeven periodes van de geschiedenis, later ook geïnterpreteerd als zeven millennia. Met Christus zouden wij de laatste periode moeten ingaan, namelijk de zesde periode van de geschiedenis, waarop vervolgens de grote sabbat (rustdag) van God zou moeten volgen. De heilige Bonaventura neemt deze historische interpretatie van de scheppingsdagen aan, doch op een zeer vrije en vernieuwende manier.

Voor hem maken twee fenomenen van zijn tijd een nieuwe interpretatie van het verloop van de geschiedenis noodzakelijk:
  • De eerste: de figuur van de heilige Franciscus, de mens die helemaal één is met Christus tot in de gemeenschap van de stigmata, bijna een “alter Christus”, en mét de heilige Franciscus de nieuwe gemeenschap die hij gesticht had, anders dan het monnikendom zoals het tot dan gekend was. Dit fenomeen vereiste een nieuwe interpretatie, als iets nieuws van God dat op dat ogenblik was verschenen.
  • De tweede: de stelling van Joachim van Flore, die een nieuw monnikendom aankondigde en een volledig nieuwe periode in de geschiedenis die verder ging dan de openbaring van het Nieuwe Testament, maakte een antwoord noodzakelijk.
Als minister generaal van de Orde van de Franciscanen, had de heilige Bonaventura onmiddellijk gezien dat de Orde niet bestuurbaar was met een spiritualistische opvatting, geïnspireerd door Joachim van Flore, doch logischerwijze de weg van de anarchie opging. Volgens hem volgden daaruit twee consequenties:
  • De eerste: de praktische noodzaak van structuren en van invoeging in de realiteit van de hiërarchische Kerk, de werkelijke Kerk, had een theologisch fundament nodig, meer bepaald omdat de anderen, zij die de spiritualistische opvatting volgden, blijk gaven van een schijnbaar theologisch fundament.
  • De tweede: rekening houdend met het nodige realisme, mocht men het nieuwe van de figuur van de heilige Franciscus niet verliezen.
Hoe heeft de heilige Bonaventura de praktische en theoretische vereiste beantwoord? Ik kan hier slechts een zeer schematische en onvolledige samenvatting geven van bepaalde punten uit zijn antwoord:
  1. De heilige Bonaventura wijst de idee af van een trinitair ritme van de geschiedenis. God is één voor heel de geschiedenis en Hij verdeelt zich niet in drie godheden. Bijgevolg is de geschiedenis één, zelfs al is zij een weg en – volgens de heilige Bonaventura – een weg van vooruitgang.
  2. Jezus Christus is Gods laatste Woord – in Hem heeft God alles gezegd, door zichzelf te geven en uit te spreken. Meer dan zichzelf, kan God niet zeggen noch geven. De Heilige Geest is de Geest van de Vader en de Zoon. De Heer zegt over de Heilige Geest: “… Hij zal u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb” (Joh. 14,26); “Hij zal aan u verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft” (Joh. 16,15). Er is dus geen ander Evangelie, er is geen andere Kerk te verwachten. De Orde van de heilige Franciscus moet zich dus ook in deze Kerk voegen, in haar geloof, in haar hiërarchische organisatie.
  3. Dit betekent niet dat de Kerk immobiel zou zijn, gefixeerd in het verleden en dat in haar niets nieuws zou kunnen zijn. “Opera Christi non deficiunt, sed proficiunt”, “de werken van Christus gaan niet achteruit, schieten niet tekort, maar gaan vooruit”, zegt de heilige in de brief “H. Bonaventura
    Epistula de tribus quaestionibus ad magistrum innominatum ()
    ”. Zo formuleert de heilige Bonaventura uitdrukkelijk de idee van vooruitgang en dat is nieuw ten overstaan van de Kerkvaders en een groot deel van zijn tijdgenoten. Voor de heilige Bonaventura is Christus niet meer wat Hij voor de Kerkvaders was, het einde, doch het midden van de geschiedenis: met Christus eindigt de geschiedenis niet, maar begint zij een nieuwe periode. Er is nog een consequentie: tot op dat ogenblik overheerste de idee dat de Kerkvaders het absolute hoogtepunt van de theologie waren; alle daarop volgende generaties konden slechts hun volgelingen zijn. Ook de heilige Bonaventura erkent dat de Vaders voor altijd leraars zijn, doch het fenomeen van de heilige Franciscus geeft hem de zekerheid dat de rijkdom van Christus’ woord onuitputtelijk is en dat ook in de nieuwe generaties nieuwe lichten kunnen verschijnen. Het unieke karakter van Christus verzekert ook nieuwe dingen en vernieuwing voor alle periodes van de geschiedenis.
  1. Zeker, de Franciscaanse Orde behoort tot de Kerk van Jezus Christus, tot de apostolische Kerk en zij kan zich niet opbouwen in een utopisch spiritualisme. Maar tegelijk heeft het nieuwe van deze Orde waarde ten overstaan van het klassieke monnikendom en de heilige Bonaventura heeft – zoals ik in de Paus Benedictus XVI - Audiëntie
    H. Bonaventura (1) - zijn leven
    (3 maart 2010)
    gezegd heb – dit nieuwe verdedigd tegen de aanvallen van de seculiere geestelijkheid van Parijs: de Franciscanen hebben geen vast klooster, zij kunnen overal aanwezig zijn om het Evangelie te verkondigen. Het is precies de breuk met de stabiliteit, eigen aan het monnikendom, ten voordele van een nieuwe flexibiliteit, die aan de Kerk het missionaire dynamisme zal teruggeven.

Op dit punt kan het nuttig zijn te zeggen dat ook vandaag gezichtspunten bestaan volgens dewelke de geschiedenis van de Kerk in het tweede millennium een voortdurende neergang zou zijn; sommigen zien de neergang reeds onmiddellijk na het Nieuwe Testament. In werkelijkheid, “Opera Christi non deficiunt, sed proficiunt”, “de werken van Christus gaan niet achteruit doch vooruit”. Wat zou de Kerk zijn zonder de nieuwe spiritualiteit van de Cisterciënzers, Franciscanen en Dominicanen, de spiritualiteit van de heilige Theresia van Avila en de heilige Johannes van het Kruis, en zo verder? Ook vandaag geldt de uitspraak: “Opera Christi non deficiunt, sed proficiunt”, zij gaan vooruit. De heilige Bonaventura leert ons de nodige, zelfs strenge onderscheiding tussen nuchter realisme en openheid voor nieuwe charisma’s door Christus in de Heilige Geest aan Zijn Kerk gegeven. En terwijl zich deze idee van de neergang herhaalt, herhaalt zich ook een andere idee, de “spiritualistische utopie”. Wij weten namelijk dat na het Tweede Vaticaans Concilie sommigen overtuigd waren dat alles nieuw was, dat er een andere Kerk was, dat de Kerk van voor het Concilie ten einde was en dat we er een andere zouden hebben, helemaal “anders”. Een anarchistische utopie! En dank zij God, hebben de wijze stuurmannen van de boot van Petrus, paus Paulus VI en paus Johannes Paulus II, enerzijds het nieuwe van het Concilie verdedigd en anderzijds verdedigden zij tegelijk de uniciteit en continuïteit van de Kerk, die steeds een Kerk van zondaars is en steeds een oord van genade.

  1. In die zin volgde de heilige Bonaventura als minister generaal van de Franciscanen, een beleidslijn waarin het heel duidelijk was dat de nieuwe Orde als gemeenschap niet op dezelfde eschatalogische hoogte kon leven als de heilige Franciscus, in wie hij de toekomstige wereld geanticipeerd zag, maar –in dezelfde tijd geleid door gezond realisme en spirituele moed – moest de Orde zo veel mogelijk de maximale verwezenlijking van de Bergrede benaderen die voor de heilige Franciscus regel was, daarbij rekening houdend met de beperktheid van de mens die getekend is door de erfzonde.

Zo zien wij dat voor de heilige Bonaventura besturen niet simpelweg een handeling was, doch vooral denken en bidden. Aan de basis van zijn beleid vinden wij steeds gebed en denken; al zijn beslissingen komen voort uit overweging, de gedachte door gebed verlicht. Zijn innig contact met Christus was steeds vergezeld door zijn werk van minister generaal; daarom heeft hij een reeks theologisch-mystieke geschriften samengesteld die de ziel van zijn beleid uitdrukken en de bedoeling tot uiting brengen waarmee hij de Orde innerlijk leidt, namelijk niet alleen door bevelen en structuren maar door de zielen te leiden en te verlichten door ze op Christus te oriënteren.

Van zijn geschriften, die de ziel zijn van zijn beleid en die de weg tonen die zowel het individu als de gemeenschap moet bewandelen, zou ik slechts één willen vermelden, zijn meesterwerk, “H. Bonaventura
Itinerarium Mentis in Deum
De weg van de geest naar God ()
”, een “handboek” van mystieke contemplatie. Dit boek werd bedacht op een plaats van diepe spiritualiteit: de berg Verna waar de heilige Franciscus de stigmata kreeg. In de inleiding illustreert de schrijver de omstandigheden die aan de oorsprong van dit geschrift lagen:

“Terwijl ik mediteerde over de mogelijkheden van de ziel om tot God te naderen, haalde ik onder meer opnieuw dit heerlijke gebeuren voor de geest dat de zalige Franciscus op deze plaats overkwam, het visioen van de gevleugelde serafijn in de vorm van de Gekruisigde. Hierover mediterend gaf ik mij onmiddellijk rekenschap dat dit visioen mij de contemplatieve extase bood van vader Franciscus en tegelijk de vreugde die ertoe leidt” H. Bonaventura, De weg van de geest naar God, Itinerarium Mentis in Deum. Voorwoord, 2 in “Opere di San Bonaventura. Opuscoli Teologici / 1, Rome, 1993, p. 499.

De zes vleugels van de serafijn werden zo het symbool van de zes fases die de mens geleidelijk brengen van het kennen van God, langs het observeren van de wereld en de schepselen en langs de ontdekkingstocht van de ziel met haar vermogens, tot de eenheid met de Drie-eenheid die verleend wordt door bemiddeling van Christus, tot navolging van de heilige Franciscus van Assisi. De laatste woorden van “H. Bonaventura
Itinerarium Mentis in Deum
De weg van de geest naar God ()
” van de heilige Bonaventura die een antwoord zijn op de vraag naar de manier waarop men deze mystieke gemeenschap met God kan bereiken, zouden diep in ons hart moeten neerdalen:

“Indien gij nu verzucht te weten hoe dit kan gebeuren (de mystieke gemeenschap met God), vraag het aan de genade, niet aan de doctrine; het verlangen, niet het verstand; het prevelen van het gebed, niet de studie van de letter; de bruidegom, niet de leraar; God, niet de mens; de duisternis, niet de klaarheid; niet het licht, maar het vuur dat alles in vlam zet en in God vervoert met sterke zalvingen en zeer vurige genegenheden … Laten wij dus de duisternis ingaan, doven wij de angsten, hartstochten en spookbeelden; laten wij met Christus die aan deze wereld gekruisigd is, overgaan naar de Vader opdat wij, na Hem gezien te hebben, met Filippus zeggen: dat is mij genoegH. Bonaventura, De weg van de geest naar God, Itinerarium Mentis in Deum. VII, 6.

Geliefde broeders en zusters, nemen wij de uitnodiging aan die de heilige Bonaventura tot ons richt, de serafijnse leraar, en laten wij in de leerschool van de Goddelijke Meester gaan: luisteren wij naar Zijn woord van leven en waarheid dat weerklinkt in de innigheid van onze ziel. Zuiveren wij onze gedachten en daden opdat Hij in ons kan wonen en wij Zijn goddelijke stem kunnen horen die ons tot het ware geluk trekt.

Document

Naam: H. BONAVENTURA (2) - ZIJN DENKEN EN WERKEN
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 10 maart 2010
Copyrights: © 2010, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 29 augustus 2010

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam