• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Het biddend lezen van de Heilige Schrift en de “lectio divina”

De synode heeft meermalen aangedrongen op de noodzaak van een biddend naderen tot de heilige tekst als een fundamenteel element van het geestelijk leven van elke gelovige, in de verschillende ambten en levensstaten, met een bijzondere verwijzing naar de lectio divina. Vgl. Bisschoppensynodes, Van de 12e Gewone Bisschoppensynode over het Woord van God in het leven en de zending van de Kerk (Engelstalige versie), Propositiones (25 okt 2008), 9.22 Het Woord van God ligt immers ten grondslag aan iedere christelijke spiritualiteit. De synodevaders stemmen daarin overeen met hetgeen de dogmatische constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Dei Verbum
Over de Goddelijke openbaring
(18 november 1965)
zegt: “Alle christengelovigen (...) moeten dus graag tot de heilige tekst zelf gaan, ofwel door middel van de heilige liturgie die doordrongen is van goddelijke woorden, ofwel door vrome lezing, ofwel door geschikte initiatieven en andere hulpmiddelen, die met goedkeuring en onder de zorg van de herders van de Kerk in onze tijd overal worden verbreid, hetgeen zeer te prijzen valt. Zij dienen echter te bedenken dat de lezing van de Heilige Schrift samen moet gaan met gebed”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 25 De overweging van het concilie wilde de grote patristische traditie weer opnemen die altijd heeft aanbevolen tot de Schrift te naderen in dialoog met God. Zoals de heilige Augustinus zegt: “Uw gebed is uw woord dat tot God is gericht. Wanneer u leest, is het God die tot u spreekt, wanneer u bidt, bent u het die tot God spreekt”. H. Augustinus, Enarrationes in Psalmos. 85, 7: PL 37, 1086 Origenes, een van de meesters in deze manier van de Bijbel lezen, zegt dat een begrip van de Schrift een hechte relatie met Christus en het gebed verlangt, meer nog dan studie. Hij is immers ervan overtuigd dat de bevoorrechte weg om God te kennen de liefde is, en dat er geen authentieke scientia Christi bestaat zonder verliefd te worden op Hem. In de Origenes van Alexandrië
Epistola ad Gregorium Thaumaturgum
Brief aan Gregorius ()
beveelt de grote Alexandrijnse theoloog aan: “Wijd u aan de lectio van de goddelijke Schriften; leg u hierop met volharding toe. Houd u met de lectio divina bezig met de bedoeling om te geloven en God te behagen. Indien u tijdens de lectio voor een gesloten deur staat, klop dan en de portier van wie Jezus heeft gezegd: ‘De deurwachter zal deze voor hem opendoen’, zal u opendoen. Zoek door u zo toe te leggen op de lectio divina eerlijk en met een onwankelbaar vertrouwen op God de betekenis van de goddelijke Schriften die daarin overvloedig verborgen is. U moet er echter geen genoegen mee nemen te kloppen en te zoeken: om de dingen van God te begrijpen is de oratio absoluut noodzakelijk. Juist om ons hiertoe aan te sporen heeft de Heiland ons niet alleen gezegd: ‘Zoekt en gij zult vinden’ en ‘Klopt en er zal u worden opengedaan’, maar Hij heeft eraan toegevoegd: ‘Vraagt en ge zult verkrijgen’”. Origenes van Alexandrië, Brief aan Gregorius, Epistola ad Gregorium Thaumaturgum. 3: PG 11, 92

Wat dit betreft, moet men echter het risico van een individualistische benadering vermijden door voor ogen te houden dat het Woord van God ons nu juist is gegeven om gemeenschap te vormen, om ons op onze weg naar God te verenigen in de Waarheid. Het is een Woord dat zich richt tot ieder persoonlijk, maar het is ook een Woord dat gemeenschap vormt, dat de Kerk vormt. Daarom moet men tot de heilige tekst altijd naderen in de gemeenschap van de Kerk. Inderdaad, “het gemeenschappelijk lezen is zeer belangrijk, omdat het levend subject van de Schrift het volk van God is, de Kerk is (...) de Schrift behoort niet tot het verleden, omdat haar subject, het door God zelf geïnspireerde volk van God, altijd hetzelfde is en het Woord dus altijd levend is in het levende subject. Daarom is het belangrijk de Heilige Schrift te lezen en de Heilige Schrift te horen in de gemeenschap van de Kerk, dat wil zeggen met al de grote getuigen van dit Woord, te beginnen bij de eerste vaders tot de heiligen van vandaag, tot aan het leergezag van vandaag”. Paus Benedictus XVI, Toespraak, Tot de biechtvaders van de Romeinse basilieken en de prelaten en officialen van de Apostolische Penitentiarie, Over de prioriteit van het boetesacrament (19 feb 2007), 1

Daarom is de liturgie de bevoorrechte plaats bij het biddend lezen van de Heilige Schrift; in het bijzonder de Eucharistie, waarin door de viering van het Lichaam en Bloed van Christus in het sacrament onder ons het Woord zelf wordt tegenwoordig gesteld. In zekere zin moet het persoonlijk en gemeenschappelijk biddend lezen altijd worden beleefd in verband met de eucharistieviering. Zoals door de eucharistische aanbidding de liturgie van de eucharistie wordt begeleid en voortgezet, Paus Benedictus XVI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Het Sacrament van de Liefde - Over de Eucharistie, bron en hoogtepunt van het leven en de zending van de Kerk, Sacramentum Caritatis (22 feb 2007), 66 zo wordt door het persoonlijk en gemeenschappelijk biddend lezen voorbereid, begeleid en verdiept dat wat de Kerk in een liturgisch kader viert met de verkondiging van het Woord. Door de lectio en de liturgie zo nauw met elkaar in verband te brengen kan men beter de criteria begrijpen die dit lezen moeten leiden in de context van de pastoraal en het geestelijk leven van het volk van God.

In de documenten die ter voorbereiding en in de loop van deze synode zijn opgesteld, heeft men gesproken over verschillende methoden om met vrucht in geloof tot de Heilige Schrift te naderen. De grootste aandacht is echter geschonken aan de lectio divina, die werkelijk “in staat is om de gelovigen de schat van het Woord van God te ontsluiten, maar ook de ontmoeting tot stand te brengen met de Christus, het levende goddelijke Woord”. Bisschoppensynodes, Boodschap van de Synodevaders aan het volk van God n.a.v. de Synode over het Woord van God (24 okt 2008), 9 Ik zou hier in het kort de wezenlijke stappen ervan in herinnering willen brengen. Zij begint met het lezen (lectio) van de tekst, die de vraag oproept omtrent een authentieke kennis van de inhoud ervan: wat zegt de Bijbeltekst op zich? Zonder dit ogenblik loopt men het risico dat de tekst alleen maar een voorwendsel wordt om nooit verder dan de eigen ideeën te komen. Vervolgens komt de overweging (meditatio), waarbij de vraag is: wat zegt de Bijbeltekst ons? Hoe moet ieder zich persoonlijk, maar ook als gemeenschap laten raken en zich ter discussie laten stellen, daar het er niet om gaat over woorden na te denken die in het verleden zijn gesproken, maar in het heden. Hierna komt men aan het ogenblik van het gebed (oratio) dat de vraag veronderstelt: wat zeggen wij tegen de Heer als antwoord op zijn Woord? Het gebed als smeekbede, voorbede, dank en lof is de eerste manier waarop het Woord ons verandert.

Ten slotte wordt de lectio divina afgesloten met de contemplatie (contemplatio), waarbij wij als een geschenk van God zijn zienswijze overnemen op de dingen en ons afvragen: welke bekering van geest, hart en leven vraagt de Heer van ons? De heilige Paulus zegt in de Brief aan de Romeinen: “Stemt uw gedrag niet af op deze wereld. Wordt andere mensen met een nieuwe visie. Dan zijt ge in staat om uit te maken wat God van u wil en wat goed is, wat zeer goed is en volmaakt” (Rom. 12, 2). De contemplatie is er immers op gericht om in ons een visie van wijsheid op de werkelijkheid, volgens God, tot stand te brengen en in ons “de gedachte van de Heer” (1 Kor. 2, 16) te vormen.

Het Woord van God blijkt hier het criterium van onderscheid te zijn: het is “levend en krachtig. Het is scherper dan een tweesnijdend zwaard en dringt door tot het raakpunt van ziel en geest, van gewrichten en merg. Het ontleedt de bedoelingen en gedachten van de mens” (Heb. 4, 12). Het is goed er vervolgens aan te herinneren dat de lectio divina in haar dynamiek niet wordt afgesloten, zolang zij niet komt tot handelen (actio), dat het gelovige leven ertoe aanzet van zichzelf voor anderen een geschenk te maken in de liefde.

Deze passages vinden wij in de hoogste mate verenigd en samengevat in de figuur van de Moeder Gods. Als voorbeeld voor iedere gelovige van een volgzaam aanvaarden van het Woord van God “bewaarde zij al deze woorden in haar hart en overwoog ze bij zichzelf” (Lc. 2, 19) Vgl. Lc. 2, 51 , wist zij de diepe band te vinden die gebeurtenissen, daden en dingen die schijnbaar los van elkaar staan, in het goddelijke plan verbindt. Bisschoppensynodes, Boodschap van de Synodevaders aan het volk van God n.a.v. de Synode over het Woord van God (24 okt 2008), 9

Ik zou bovendien in herinnering willen brengen hetgeen gedurende de synode is aanbevolen omtrent het belang van het persoonlijk lezen van de Schrift, ook als praktijk die in de mogelijkheid voorziet volgens de gewone bepalingen van de Kerk een aflaat voor zichzelf of voor de overledenen te verwerven. Apostolische Penitentiarie, Decreet, Enchiridion Indulgentiarum (16 juli 1999), 30. § 1: “Plenaria indulgentia conceditur christifideli qui Sacram Scripturam, iuxta textum a competenti auctoritate adprobatum, cum veneratione divino eloquio debita et ad modum lectionis spiritalis, per dimidiam saltem horam legerit; si per minus tempus id egerit indulgentia erit partialis” De praktijk van de aflaat Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1471-1479 houdt de leer in van de oneindige verdiensten van Christus, die de Kerk, als bedienaar van de verlossing uitdeelt en toepast, maar zij houdt ook die van de gemeenschap van de heiligen in en zegt ons “hoe innig wij met elkaar in Christus zijn verbonden en hoezeer het bovennatuurlijke leven van ieder de ander tot nut kan zijn”. H. Paus Paulus VI, Apostolische Constitutie, Over de herziening van de aflatenpraktijk, Indulgentiarum Doctrina (1 jan 1967), 9 In dit perspectief ondersteunt het lezen van het Woord van God de weg van boete en bekering; het maakt het ons mogelijk de betekenis van het behoren tot de Kerk te verdiepen en het ondersteunt ons in een grotere vertrouwelijkheid met God. Zoals de heilige Ambrosius zei: wanneer wij met geloof de Heilige Schrift in handen nemen en deze lezen met de Kerk, dan wandelt de mens uiteindelijk met God in het paradijs. Vgl. H. Ambrosius van Milaan, Epistulae. 49, 3: PL 16, 1204A

Document

Naam: VERBUM DOMINI
Over de Heilige Schrift - naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2008 "Het Woord van God in het leven en de zending van de Kerk"
Soort: Paus Benedictus XVI - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 30 september 2010
Copyrights: © 2010, Libreria Editrice Vaticana / SRKK
Vert.: drs. H.M.G. Kretzers
Bewerkt: 22 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam